Noxy en Nisha over een vreemde ervaring

“Joey is een pikzwarte kater van 3 maanden die alles nog heel spannend vindt maar met veel liefde, aandacht en geduld bij de juiste mensen naar verwachting langzaamaan steeds verder zal ontdooien.”

Hallo lieve tuintijgers en huiskamerhelden,

Deze pootschrijf begint met een inleiding van ons vrouwtje Iris. Daarna vertellen wij over onze ervaaringe met het toch wel gevoelige onderwerp van vandaag.

[Iris] Het is november 2020 als mijn telefoon gaat. “Goedemiddag, dit is mevrouw Witjas. We wilden u laten weten dat de operatie goed is gegaan en dat u Noxy tweede helft middag weer kunt ophalen. Maar er is nog wel een ding.” Hier aarzelde mevrouw Witjas duidelijk hoorbaar. Ik zette me schrap. “De dierenarts heeft heel goed gekeken maar hij kon geen balletjes vinden. Noxy is dus geen kater maar een poes. We hebben u geprobeerd te bellen maar konden u niet bereiken, dus we hebben de operatie maar gewoon uitgevoerd. Het herstel zal nu alleen wel wat langer duren.” Daar had ik wel even een kater van. Noxy een poes? Hoe kon dit? Toen ik er echter over ging nadenken vielen er wel wat puzzelstukjes op hun plek. De kater duurde trouwens maar even. Ik moest daarna vooral hard lachen.

Vreemd

[Noxy] Ik werd wakker op een vreemde plek. Het rook er raar. Ik had heel veel dromen gehad en ik voelde me zo duf als een konijn. (Voelt een konijn zich dan duf? En hoe weet ik dat dan, want ik ben toch geen konijn? Om daar verder over na te denken voelde ik me te duf). Ik lag in een hokje en af en toe kwam er een mevrouw bij me kijken die lief tegen me praatte en vroeg hoe het met me ging. Ik kon geen antwoord geven want ik viel steeds weer in slaap. Na een hele tijd werd ik in mijn reisbedje gezet en nam die mevrouw mij mee naar een andere kamer… en daar was mijn vrouwtje weer! Ze keek door het deurtje van mijn reisbedje en stelde mij gerust. Ik keek haar even lief aan maar sliep meteen weer verder. Ik wist wel: Ik ga nu naar huis dus alles is weer veilig. Thuis bracht vrouwtje mij naar boven en zette mij op een kamertje apart. Mijn weecee stond er en ook een bakje water en natuurlijk een warm mandje. Dat was fijn want ik had het koud. Eten wilde ik nog niet, want ik was misselijk. Vrouwtje bleef bij me zitten en liet me na een tijdje alleen zodat ik rustig kon bijkomen. Ze kwam wel steeds weer terug om te kijken hoe het met me ging. Nisha was nergens te bekennen maar dat vond ik ook niet zo erg. Ik had echt rust nodig.

De volgende morgen zette vrouwtje de deur van mijn kamertje weer open. Langzaam ging het steeds beter met mij. Ik was niet meer zo duizelig en voelde me weer helder in mijn kop. Maar wat voelde ik nou toch aan mijn kop? Er zat een hard wit ding om mijn nek, waardoor ik mijn kop nauwelijks kon bewegen en ik niet goed naar links en rechts kon kijken. Gelukkig kon ik wel eten en drinken. Er zat een raar smaakje aan mijn eten, maar ik had zo’n honger dat ik het toch maar heb opgegeten. Dat was nog best lastig met dat nekding. Voorzichtig waagde ik het daarna de trap af te lopen, omdat ik in de woonkamer wilde kijken waar Nisha was. Het lukte goed, maar dat harde nekding schuurde tegen de muur dus ik kwam met veel kabaal naar beneden. Nisha had zich verstopt op haar veilige plek – de stoel onder de eettafel, achter de oude vesten. Met grote, verschrikte ogen keek ze me aan.

[Nisha] Ik hoorde een onbekend geluid in de hal en zag iets heel raars op me afkomen dat erg chemisch rook. Ik wist niet wat ik ervan moest denken en besloot uit zelfverdediging hard te blazen. Maar dat rare ding bleek gewoon Noxy te zijn. Ik wist het toen ze naar me miauwde. Heel voorzichtig, maar nog wel alert, sloop ik dichterbij.

Lampenkap

[Nisha]: “Wat heb jij nou om je nek, Noxy, het lijkt wel een lampenkap.” [Noxy]: ”Ik weet het niet Nisha, maar het is geen lampenkap want ik geef geen licht en ik heb geen aan-en-uit-knopje.” Nisha: “Oh nee, maar het ziet er wel raar uit. Vooral als je eet.” [Noxy]: “Ik was bij de witjas, Nisha, ik heb een ooperaazie gehad en de witjas zegt dat ik nou een meisje ben. Maar dat was ik toch altijd al?” [Nisha]: “Ja, wat gek, Noxy. Je was gewoon een meisje, want anders bleef ik niet zo hard krijsen en kroelen in mijn zoektocht naar een vriendje. Dan was jij wel bovenop mij gesprongen!” [Noxy]: “Mensen kunnen soms zo dom zijn. Het komt gewoon omdat ik eerst Joey heette. In het asiel hebben ze mij die naam gegeven, want daar dachten ze dat ik een kater was.” Nisha: ”Hoe kan dat dan? Hebben ze niet goed gekeken?” [Noxy]: “Ze konden mij niet goed bekijken want ik sloeg wild van me af. Ze hebben maar wat gegokt, denk ik.” [Nisha]: “Wat zegt vrouwtje ervan? Moet je nu weg?” [Noxy]: ”Vrouwtje zei meteen dat het haar niets uitmaakt wat ik ben. Ze houdt nog steeds evenveel van mij. Natuurlijk hoef ik niet weg!” [Nisha]: “Moet ik nou ook zo’n lampenkamp om mijn nek, Noxy? En als ik dan weer thuiskom, ben ik dan ineens een jongetje? Wat doen die witjassen eigenlijk tijdens zo’n ooperaazie? Kunnen die tooveren ofzo?” [Noxy]: ”Zeker weten van niet, Nisha. De witjassen kunnen niet tooveren. Dat kan alleen ik. Want ik ben een Heksenkat. Daarom woon ik ook bij vrouwtje. En jij bent en blijft gewoon een meisje.”

[Iris] Nou gewoon, gewoon… er is bij ons niets gewoon. We hebben allemaal wel iets. Maar dat maakt ons dan ook een uniek drietal. En drie is een magisch getal.

Kopjes van Noxy en Nisha.

 

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *