
Hallo lieve katermannen en kattenpoezen,
Ik lag vanochtend op mijn vaste plek op de schutting en keek om mijn heen. Mijn staart tikte onrustig tegen het hout. Er was iets mis in mijn jungle. En als zelfbenoemd heerser van de buurt nam ik deze verandering hoogstpersoonlijk op.
Het begon allemaal met die ene harde windvlaag in de ochtend. Ik was koninklijk de jungle ingestapt voor mijn dagelijkse inspectie. En toen ineens een windvlaag mijn zorgvuldig glad gelikte vacht volledig in de war schopte. Schandelijk. Maar dat was nog niet alles. De struiken en de boom, die normaal gesproken braaf groen horen te zijn, begonnen spontaan te verkleuren. Alsof iemand met een verfkwast in de weer was geweest terwijl ik sliep. Sommige bladeren waren felgeel, andere dieprood. Slechte smaak heeft deze schilder dacht ik.
Buiten
Toen ik besloot de boel van dichtbij te gaan bekijken, gebeurde het ondenkbare. Een groot bruin blad liet zomaar los van de tak en dwarrelde provocerend recht op mijn neus af. Ik deed een snelle stap achteruit, mijn ogen waren megagroot. Viel de hemel naar beneden?
Ik haalde uit met mijn snelle linker poot, maar het blad lande toch met een zacht geritsel op het gras en bleef roerloos liggen. Ik hield mijn adem in, en besloop het ding met de sluiptechniek van een tijger, en gaf er een tik tegen. Het ding ritselde terug. Dat was een duidelijke oorlogsverklaring.
Binnen een kwartier was mijn jungle veranderd in een mijnenveld van ritselende monsters. Overal vielen bladeren. Ik rende van links naar rechts, sprong in de lucht om een vallend blad te vangen, en rolde over het gras om andere bladen te smoren. De wind deed gezellig mee en blies een hele hoop bladeren in het rond. Ik keek mijn ogen uit: De natuur was de controle volledig kwijt.
Buiten adem en met een verdwaald blaadje achter mijn oor geplakt, besloot ik dat het tijd was voor een strategische terugtocht. Ik glipte door de deur naar binnen. De vloer binnen voelde ongewoon koud aan mijn pootjes. Gelukkig was daar mijn redding. De veilige warme vensterbank. Door mijn mensen ook wel huize Bliksem genoemd.
Vensterbank
Ik twijfelde geen moment, en sprong op de vensterbank. Met een diepe zucht liet ik mij zakken en smolt zowat weg van geluk. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe de eerste dikke regendruppels tegen het raam aan sloegen, gevolgd door een flinke plensbui. Het werd buiten donker, nat en koud.
Ik rolde mij op tot een perfecte, harige donut en sloot mijn ogen. Laat het weer het buiten maar lekker uitzoeken met die herfst. Ik heb nu een date met een lang dutje.
En straks kijk ik nog wel even naar de seizoenknoppen. Misschien kan ik ze nog voor een paar weekjes terugdraaien. Wie weet, dat kan maar zo.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekkere snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem
Haaalo liefe frientjes,
Wij zoeken trouwens nog een andere naam foor de KemperBend. Wij hebbe nou een eige mooi huisje waar we fanuit onze sjows geefe, en je kan koome kijke. We hebbe besloote nu de herruf komp de kemper op stal te zetten. Zodra het kan folgend jaar in het foorjaar, gaan we weer met onze bend weer in rondrije, om onze muusiek te laate hoore.
die is nie egt, de spartelvis ook nie, want die maak te feel herrie. Dus je ben gauw klaar wat kados betreft foor mij. Ik doe fan eenvoud houwe, dus proppies papier, daar ren ik achter aan. Ook het rooie lichie fin ik leuk en de hengel met feere. De gebreide muizen uit de Noordpool, die vreet ik op en ga ze nieuwe breije.


Folgende maand woon ik al weer zes jaaren bij mijn mensen, en mijn mensen bij mij, dat fertelde mijn vrouw me, ik hau dat als kat zijnde niet zo bij want wij katten reekenen heel anders, alleen mensen reekenen in jaaren, ik hoor altijd wel wat ze zeggen hoor, zoals met die zes jaaren, maar ik ben het er niet mee eens.
Luister ik dus naar mijn man of vrouw die zegt dat het tijd is om te slaapen?, nee natuurlijk niet!, ik weet dat ikzelluf gelijk heb, mijn tijd klopt altijd!, ik blijf gewoon piepen en kopjes en likjes geefen, als dat niet werkt ga ik helemaal tegen het gezicht van mijn vrouw aan liggen met mijn rug of buik, terwijl ik alfast keihard brom, en dat werkt altijd, folgens mijn vrouw omdat ze niet meer kan aademen, maar enniewee: mijn knuffels komen er aan en mijn hart stroomt weer fol, fol met liefde en geluk, en alles is weer in orde.
Soms heb je van die dagen dat je denkt, ik heb eigenlijk helemaal geen zin om iets te doen. Nou, dat had ik deze afgelopen week dus. Vooral woensdag.
Katfortabel
en er staat gelukkig ook weer een stoel naast de tuintafel. Dus er zijn genoeg plekjes om buiten lekker te releksen als ik terugkom van mijn plantsoenendienst.