
Van de week had Ollie letters waar ik een tijdje over na heb gedacht. Over of je als kat iets zegt thuis. Daarmee bedoelde hij of je MEWW doet tegen je vrouw. Ik moest nadenken of ik dat wel eens doe. Mijn tante en broer doen dat zeker weten. Tante Cato blèrt de halve nacht. Die weet het soms niet meer zo goed. Foppe miauwt zodra hij wakker is. Alles om de aandacht te trekken van ons mens. Hij wil eten, of een kroel, of een snoepie. Zodra ik het woord snack hoor, kom ik altijd ‘toevallig’ net de kamer binnen. En zet mijn meest onschuldige kop op. Geheid dat ze dan vraagt of ik ook wil. Daar miauw ik geen nee tegen natuurlijk. Al is het zonder zonder geluid. Want eerlijk waar gemiauwd, ik durf niet zo goed geluid te maken.
Stil
Toen ik nog een heel klein Japietje was, kon ik sissen en grommen als de beste. Dat deed ik tegen alle mensen. Om ze op afstand te houden. Want mensen, die vertrouwde ik voor geen brok. Dat er eentje was die zich daar geen lor van aantrok, weten jullie. Dat is degene bij wie ik ben ingetrokken. Als vanzelf verdwenen mijn boze bange buien. In mij voelde ik niet meer dat ik moest blazen of snauwen. Het ging gewoon weg, omdat ik mijn eigen mens steeds liever vond. Ik oefende heel veel met miauwen. Ik keek hoe mijn broer dat deed. Hij sperde zijn kaken wijd en dan leken er als vanzelf klanken uit te komen. Maar hoe ik het ook probeerde, kaken open, een beetje, of veel, groter, langer, korter, er gebeurde helemaal niets. Het bleef stil in mij.
Uitlachen
Mo moedigde mij aan om het te blijven proberen. Want, zo zei ze, jij hebt ook iets te zeggen in ons huishouden. Daarmee bedoelde ze dat ik mag miauwen wat ik denk en voel en dat ik inspraak heb. Ik voelde mezelf groeien. Ik telde mee, net zoals mijn broer en tante. Al was en ben ik de jongste van allemaal ik ben net zo belangrijk. Ik oefende als ik in mijn boom klom om naar de sterren te zwaaien. Ik oefende als ik over op de schutting liep waar ik Saame met mijn furriend Berdus sterke furhalen op hing. Ik oefende als ik aan het spelen
was met De Rossige, die het hele alfabet kon miauwen. En op een dag was het er zomaar. Opeens kwam er een piepje uit mijn keel. Een miniscuul piepje. Nauwelijks hoorbaar, maar ik voelde dat het er was, dat piepje. Daarna ging het hard. Het piepje groeide uit tot een piep. Trots liet ik hem aan De Rossige horen. Wat er toen gebeurde, ben ik nooit vergeten. Hij begon te lachen. Ik had verwacht dat hij trots op me zou zijn, maar nee, hij schaterde het uit. ‘Je klinkt alsof je een vogeltje hebt ingeslikt’, zei hij, schuddebuikend van het lachen. Daarna durfde ik niet meer te miauwen waar andere katten bij waren.
Mo bleef zeggen dat mijn piepje het allerliefste en allerschattigste miauwtje was dat ze ooit heeft gehoord. Als ik van me laat horen, smelt ze en geeft me een zoen op mijn kop. Op een dag fluisterde ze in mijn oor dat zij ook jarenlang geen geluid durfde te maken. Als kind stotterde ze. Dat is dat je eerst heel veel keren dezelfde letter zegt voordat je een woord kunt zeggen. Daar lachten de kinderen ook om en toen besloot ze om gewoon helemaal niets meer te zeggen. Als je haar nu hoort, zul je dat niet geloven. Ze kletst de oren van je kop. Er zat een belofte in die bekentenis.
Serenade
Op een dag werd alles anders. De Rossige furhuisde, de wijk werd van mij en CW kwam terug. Die had dat kleine brutale katertje al die tijd ontweken. CW komt sindsdien dagelijks kroelen, spelen en snacken. Wat hij ook doet, is zingen. En hoe! Purrachtige serenades. Ik hoor hem al van verre aankomen. Nu leert hij het mij ook, zodat we een duet kunnen vormen. Mo is blij dat ik weer aan het oefenen ben. Om een heel andere reden. Ze zou het fijn vinden als ik iets van me laat horen als ze me roept. Zodat ze weet in welke tuin, in welke boom of onder welke struik ik uithang als ik weer eens te lang van huis ben en ze me moet zoeken. Ik laat haar nog maar even in de waan. Want eerlijk gemiauwd, hoor ik haar wel, maar heb ik gewoon geen zin om te luisteren. En al helemaal niet om te antwoorden. Want sommige dingen wil je als kat gewoon voor jezelf houden.
Koppie van Japie
Mijn tuin zit aan ons huis vast, of ons huis zit aan mijn tuin vast, net hoe je het bekijkt, je moet een klein trapje af naar mijn tuin, want die is laager dan ons huis, maar mijn tuin wordt steeds NOG een beetje laager, mijn vrouw heeft mij uitgelegd hoe dat komt maar ik snapte het niet helemaal, iets met ferzakken ofzo, maar enniewee: er komt een kier tussen ons huis en de teegels van de tuin.
Ik stond bij die kier en deed heeeeel goed snuffen, wat rook ik nau toch?, en leek het niet net alsof ik iets hoorde beweegen, daar onder de grond?, en zag ik niet iets glinsteren…. nee, het was weer weg.
Mijn vrouw zag de kleine rat de folgende ochtend naar buiten loopen en ze was opgelucht, maar dezelfde afond kwam ik binnen en riep mijn man Keef heeft weer iets!, ik was al weer naar buiten, ik had de beebie binnen gebracht en wilde kijken of ik er nog eentje kon fangen.
uitgekomen dat zij de deur voor me open deden als ik van binnen naar buiten wilde, en dat ik zelf de deur open duwde wanneer ik weer van buiten naar binnen wilde. En dat werkte al die jaren prima. Maar nu heeft mijn personeel zelluf bedacht dat de portiersfuncie uit hun arbeidsovereenkomst geschrapt kan worden, want er hangen nu flappen voor de tuindeur waar ik doorheen kan wandelen wanneer ik maar wil. Nou ja, het voordeel voor mij is dat ik nu zelf stilletjes naar buiten kan sluipen wanneer ik maar wil, zolang de buitendeur open staat. En natuurlijk ook weer gemakkelijk naar binnen kan. Dus eigenlijk komen die flappen me wel goed uit bedenk ik me.
Rustig
Ik ben geen Siemees dat is gewoon zo, Siemezen dat zijn praters van zichzelf, als je jhet bent dan praat je maar ik ben het dus niet en thuis zeg ik niet feel.
thee drinkt ondanks dat deze temperaturen eerder uitnodigen tot furkoelende drankjes. Vragend leg ik mijn koppie op zijn arm. Eindelijk komt hij een stukje overeind. ‘Ik heb last van mijn hooikoorts, snoepie. Dan heb je rust nodig’. Dat snap ik niet helemaal, we hebben hier toch geen hooi? ‘Het betekent dat je een soort van furkouden bent, een beetje net zoals wat jij weleens hebt met niezen, dan moet je ook snotteren en heb je soms een extra catnap nodig.’ Aha, nu weet ik wat me te doen staat. Waar ik me altijd beter van ga voelen, zijn liefde en knuffels. Ik besluit mijn tactieken om te gooien en begin zachtjes met mijn pootjes te kneden terwijl ik kopjes tegen zijn kin geef. Jajim furmaakt zich ondertussen wel met het zoeken naar een apurritiefje.”
ik voel me al stukken beter na de knuffels en mijn dutje. Weten jullie wat? Ik knutsel wat leuks voor jullie in elkaar. Jullie blij, ik blij.’ En er komen lege keukenrolletjes en pritstiften tevoorschijn. Al theedrinkend knutselt hij wat in elkaar. Pas als we gekraak van een zakje partymix horen, springen we allebei op. In een kartonnen doos staan allemaal rolletjes rechtop en strak tegen elkaar. Frou Frou en ik sluipen op de geur af en als eerste steek ik mijn neus in een rolletje. Met mijn linkerpoot hengel ik er een snoepje uit, het heeft de kans nog niet om op de vloer te vallen of ik vang het op met mijn bek. ‘Kijk Frou, zo doe je dat!’ miauw ik smakkend. Als je mens even wat anders aan de poot heeft, moet je jezelf furmaken. Een paar uur lang hengelen we Saame wat af en smikkelen het ene na het andere snoepje op. Tussen de furpleeg-sessies door natuurlijk.”