Mile en het pluisje

Lieve allemaal, het is zo helemaal herfst nu. Maar het rare is dat het buiten best warm is. Het voelt helemaal niet als herfst. Het voelt een beetje als zomer die weggaat.
Maar pas geleden was het warm buiten en de zon scheen heel erg veel. Toen was ik eefe naar buiten gegaan. Het was droog buiten dus ik vond dat ik wel eefe de tuin in kon gaan.

Vriendjes

Mijn vrouw was er ook en zij was ook eefe naar buiten gegaan. Ik hoefde buiten niet op de bak want ik was binnen al geweest en mijn vrouw ook. Ik liep eefe een rondje door de tuin heen. Dat doe ik om te kijken of er verdwaalde vriendjes zijn. Soms komt het voor dat er een vogel in de tuin zit die daar niet hoort, dan loop ik er heen en mauw het tegen de vogel. Deze vliegt dan ook meteen weg. Meestal zijn ze meteen weg als me zien want ik wil ze soms ook fange. Dat is iets van mij natuur in mij.
Bram had dat niet. Bram is mijn kater broer die nu al een tijdje in Regenboogland leeft. Bram was heel zacht en gefoelig dus hij deed geen fogels fange. Hij was van de tuinkontroole en toen hij naar regenboogland ging heb ik het overgenomen van hem. Zo blijft de tuin ook netjes en zijn er geen verdwaalde vriendjes.

Mijn vrouw doet ook tuinkontroole maar anders. Er staat namelijk een hele grote boom in de tuin. Een heuse notenboom met walnoten. Ik kan lekker mijn nageltjes scherpen aan de boom want ik kan er makkelijk bij. Maar mijn vrouw doet haar nagels niet scherpen, zij doet kijken of er noten zijn gevallen want zij eet die namelijk. Ik lust ze niet maar zij wel. En de boom is eigenlijk van mijn ooma want hij staat in ooma’s tuin. Ooma is er heel blij mee want zij eet die noten ook.

Bloem

Ik was lekker in de tuin rond aan het struinen toen ik een kevertje zag. Het was zo’n kleine zwarte die graag op zand loopt. Het is niet mijn furkeer Kevermans want dat is ook een Kever en hij is ook zwart van kleur. Nou ja eigenlijk donkerbruin. Als de zon op zijn vacht schijnt dan zie je bruin anders lijkt het zwart. Bijzonder he. Ik vind dat mooi.
Maar die kever liep over de stenen heen en ik mauwde dat hij terug naar het zand moest gaan want de tegels zijn niet feilig voor hem. Iemand kan zomaar op hem trappen en dat wil ik niet. En toen werd ik ineens afgeleid door een pluisje. Ken je van die bloemen die eerst een bloem hebben en daarna worden ze doorzichtig en krijgen ze allemaal pluisjes.

Pluis

Dat was met deze bloem ook zo. Volgens mijn vrouw was het eerst een paardenbloem. Nou ik vind dat een rare naam voor een bloem maar het is niet anders. Deze paardenbloem was eerst helemaal geel van kleur en daar komen bijen, hommels en wespen op af omdat daar pollen op zitten.
Zelf vind ik hommels en zo heel erg leuk. Ze maken een leuk geluidje en ze zweven zo mooi bij de bloem. Daarna landen ze op de gele bloem en dan hebben ze allemaal gele pootjes. Dat vind ik leuk. Zelf hoef ik geen gele pootjes want ik ben netjes van mezelf en ik houd graag mijn pootjes netjes schoon.

Ik moest wel eefe snoffen aan dat pluisje want ik wilde weten hoe dat zo’n pluisje ruikt. Misschien ruikt het wel kei lekker maar dat was niet zo het geval. Dat pluisje rook nergens naar. Ik foelde wel dat het heel zacht was toen ik met mijn neus het pluisje aanraakte.
En toen deed mijn vrouw inees iets wat ik niet verwacht had. Ze pakte het pluisje op en ze legde het over mijn kop heen. Nou heb ik inees een pluisje op mijn kop. Hij hing over mijn oor en het pluisje was over mijn voorhoofd. Nu had ik een pluishoedje op. Zelf vond ik het best mooi staan en mijn vrouw vond dat ook want ze zei dat ze het een mooie hoed vond. Maar het pluisje bleef niet zolang op mijn kop liggen want toen ik mijn kop draaide viel hij eraf.

Hoedje

Dat vond ik wel jammer maar eerlijk is eerlijk eigenlijk is een pluishoedje ook geen echt hoedje voor een poesedame of vinden jullie van wel? Ik heb eigenlijk nooit geen hoedjes op omdat ik ze ook niet heb. Hebben jullie dat en wat vinden jullie daarvan eigenlijk. Ik lees het graag! Dat waren mijn woordjes weer voor deze week.
Ik geef iedereen een kopje omdat het kan.

Poot getekend, mienister van zachte zaake,
Milamuis

Triton: het plaatsen fan de buitenhuisjes werd een feessie

Liefe friendjes en friendinnetjes foor wie niet bekend is met onze band: het ontstaan fan de band is te leezen op de blogs “Triton over het fiedeejoo-belapparaat” en “Triton speelt met de band buiten”.
——-
Dat we zofeel fens zouden krijgen hadden we nooit ferwacht en zeeker niet dat ze met een busfol naar een optreeden fan ons zouden koomen.
Het suukses wat we hadden op het festiefal en wat we hebben wanneer we speelen foor steun en troost komt denk ik omdat we ook een echte friendenklup zijn. We steunen en helpen elkaar want het is heus waar niet alleen maar plesier wat we hebben, we hebben ook onze moeilukke moomenten, het met elkaar muuziek maaken is daarom nog leuker en fijner.
Het blijde gefoel dat we heel lang hadden na ons optreeden en het bedrag dat we hadden gekreegen ferfaagde een beetje weegens minder leuk nieuws.
Het heele ferdrietige bericht dat we kreegen was dat onze grootste fen, het allerliefste poezemeisje fan mefrou Mo, mama fan Foppe en tante fan Japie oofer de reegenboogbrug was gegaan. Cato was fanaf ’t ontstaan fan de band onze allergrootste fen en ze was zoo graag naar ons optreeden gekoomen maar haar fragiel lijfje kon de reis niet aan, thuis hebben ze onze ceedee gedraaid zoodat ze toch het gefoel hadden erbij te zijn.
Liefe Cato, in onze stuudieoo-tuin staat een prachtige boom die we nu onze sterrenboom gaan noemen, Figo bracht ons op het iedee omdat hij thuis ook een sterrenboom heeft.

We hebben in onze tuin al schuilhuisjes geplaatst, waar dierekt al gebruik fan werd gemaakt, zorgzaame mensen fan buurkatten gaan erfoor zorgen dat de katten, die in onze tuin blijfen, eeten en drinken krijgen (zooals de liefe mensen fan Kever foor Juultje zorgen).

Tussen alle werkzaamheden door hebben we feel muuziek gemaakt en terwijl wij huisjes in elkaar gingen zetten was Kever, zooals op het festiefal, de deejee zoodat er altijd muuziek klonk het was een heel groot gezellig tuinfeest.
De muuziek was fooral als steun foor de famielie fan liefe Cato en foor onze liefe friend Ollie, want zijn poot wil niet altijd zooals het moet.

Omdat iedereen alles wat Frou-Frou had gebakken heel lekker fond ontstond het iedee dat Frou-Frou en Jajim bij ons in het tuinhuisje koomen en daar gaan bakken. Onze bezoekers kunnen dan bij ons iets te drinken en eeten koopen en de opbrengst gaat dan in de donaatiepot. Op deeze manier proobeeren we nog meer dierenasiels te steunen, het was deeze middag een groot suukses.
We hadden naast het gebak fan Frou-Frou ook ekskluusief gefulde muizen, deeze kwaamen fan Schiphol waar we Joep hebben geholpen om dit bedrijf fan een muizenplaag af te helpen.

Jajim en Frou-Frou zijn foor mij heele speziaale liefe friendinnetjes want ik ben zogezegd hun infal-blogger omdat zij door de gezond fan hun mensen-broer tijdeluk pauze moeten neemen.
Belle find het geloof ik ook wel fijn om een keer met friendinnen te kunnen mauwen oofer kleuren en zachtheid fan deekens, nieuwe winterjassen enzoofoort, tjongejonge wat kunnen die poezemeiden teuten zeg, dat herkenden we nog fan het G.W F

Omdat we ’s nachts we nog naar Schiphol gingen om Joep te helpen de laatste muizen te fangen, bleefen we lang in onze tuin en hebben bij de sterrenboom naar onze sterrenfriendjes en friendinnetjes gezwaaid, speziaal naar Cato.
Kasper heeft onder de boom zoo prachtig fieool gespeeld dat we allemaal een beetje eemootieooneel werden.

Liefe Mo – Japie – Foppe en Ollie we hoopen dat jullie de muuziek ooferdag en ‘nachts hebben gehoord of gefoeld en dat het steun en troost heeft gegeefen.

Iedereen feel zachte kopjes en neusje fan Triton, die blijft tetteren foor freede

🐾 Bliksem denkt na over een moderne wintervacht

Hallo lieve katermannen en kattenpoezen,

Vanochtend zat ik op de schutting en bekeek mijn eigen reflectie in een achtergebleven regenplas. Ik gaf een lik aan mijn vacht en riep naar Roover: Moet je kijken, ik begin uit te dijen. Ik lijk wel een harige skippybal zo.

Roover, die beneden bij de schutting stond, keek omhoog en miauwde: Dat heet een wintervacht Bliksem. Het wordt kouder in de jungle. Zelfs de bloemenstruiken zitten nu ingepakt.

Met een soepele sprong lande ik met een zachte plof naast Roover. Dankzij mijn dikke vacht klonk het alsof een donzen deken naar beneden viel. Ja, miauwde ik, maar deze vacht is zo ouderwets. Gewoon saai-zwart, maar dan nu vele malen dikker. Ik hoorde op de katten-tv dat veel katten dit seizoen kiezen voor een hightech winterjas-vacht. Met een ingebouwde scheiding en kleurtjes.

Roover keek Bliksem met een schuin hoofd aan. Een hightech wintervacht? In een groene jungle? Als jij zo opvalt in de jungle met je vacht dan ziet iedereen je al van drie kilometer aankomen. Waar is onze vermomming dan?

Dat is juist het slimme miauwde ik enthousiast. Niemand verwacht een katerman met een hightech wintervacht. Ze denken dan vast dat ik een wandelende kerstboom ben. Totale verwarring dus.

Vader Egel

Ik nam de proef op de som. Rolde door een hoop jungle mos en plakte nog een paar bladeren erbovenop. Ik maakte me groot en miauwde: Hoe zie ik eruit?

Net op dat moment ritselde het in de struiken. Vader egel kwam tevoorschijn, keek naar Bliksem en begon te kwetteren. Je lijkt wel een discobal Bliksem. De discobal van de jungle.

Roover liep een rondje om Bliksem heen en miauwde: Zie je nu wel Bliksem, dit is niet handig. Als ze jou nu willen volgen hoeven ze alleen maar het mos spoor te volgen.

Ik schudde het mos en de bladeren uit mijn vacht. Oké, oké, je hebt gelijk. Misschien is die dikke natuurlijke zwarte vacht zo gek nog niet. Ik keek naar zijn staart die eruitzag als een plumeau. Deze vacht is tenminste warm en ik kan me oprollen als een dikke zwarte wolk.

Inderdaad zei Roover, die ondertussen één van de bladeren uit de vacht van Bliksem te pakken had. En het grote voordeel van een dikke wintervacht is dat als je uit de struik valt je tenminste zacht land.

Warm

Ik vond dat mijn eigen dikke zwarte vacht toch wel het beste is. Volgens mij krijgen al mijn vriendjes en vriendinnetjes nu ook de wintervacht, en is er niemand die gek doet met zijn vacht. Geen hightech en geen gekke kleurtjes. Gewoon lekker warm. Daar komen we de herfst en de winter wel mee door. En daarna ga ik gewoon weer aan de seizoen knoppen draaien. Samen met Roover. Want zon is toch wel het fijnst. Echt waar.

Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekkere snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.

🐾 Poot van Bliksem

Belle geniet van de herfst

Hallo liefe frientjes,

Er zijn weer hele mooie bloggen geschreefe door onze frientjes. Wij doen er altijd fan genieten en is het leuk een reejakzie te schrijfe. Folgens mij zijn er de laatste tijd ook meer bloggers bijgekoome, dat is heel leuk. Nu is het weer mijn beurt.

Ik ben laat met de blog, dat komp omdat mij frouwtje en ik een echte rielekste zondag hebbe. Frouwtje had een kort wiekent omdat ze ook op zaaterdag heeft gewerrukt. Ze was trouwens feel de deur uit deze week foor werruk. Da geef niks hoor, ik furrmaak mij goed aleen thuis. Ze gaat nooit een heele dag weg. Soms een ogent of een middag en als ze dan thuis komp doen we saame op de bank kruipe. En dan ga ze furtellen waar ze is geweest en wat ze heef gedaan.

Rieleks-zondag

Fandaag hadde we dus een rieleks-zondag. We werden wakker toen het al licht was, dat betekent folgens mij dat we hebbe uitgeslaape. Je kan merreke dat het sogents langer donker blijf nu het herruf is. Als het niet waait dan gaat de balkondeur gelijk oope, want koud is het nog nie en we doen allebij fan frisse lugt houwe. Ik kreeg gelijk ontbijt en ging frouwtje thee zette. Ze had zelluf foor ontbijt jogurt met stoofpeere, gekookt in rooje wijn met rozijnen, zei ze. En dat dat gezellig is met de herruf.
Meestal doen we dan ook eefe speele en treene weegens ik een paar maaten te feel ben. Ze swiept dat met een stok waar een balletje aan zit, of ze gooit een muis door de kattentunnel, waar ik dan met een rotgang doorheen sjees. Maar de laatste tijd is dat niet meer zo makkeluk als froeger. Het lijk net alsof de kattentunnel is gekrompen is, en ik er niet heelemaal meer soepel doorheen kan. Ik snap niet hoe dat nou ineens komp. Frouwtje zeg dat ze het wel weet, maar ze wil niet iedere keer zeggen dat ik een maatje tefeel ben. Ze ging dus doesjen en dan ga ik altijd in de gang ligge en kijk dan wat ze allemaal doe.

Daarna ga ze eefemet de stofzuiger door het huis. Ik hep daar een heekel aan. Ben eg waar nie bang hoor fan de stofzuiger en ik ga ook niet weg als ze dichterbij komp met dat lawaaj ding. Ik blijf aalert en als ze dan heel dichtbij komp met die zuiger, dan blaas ik keihard en doe dan aanfalle! Belle zeg frouwtje dan, ga nou eefe opzij, dan kan ik er langs. Maar ik furrtik het en last de stofzuiger er nie door. Daar heef frouwtje nu iets op gefonden en doe ze brokkies in de gang gooie, zodat ze toch de huiskaamer kan stofzuigen. Zelluf fin ik dat ik dan niet afdruip, nee ik hep gewonnen van de stofzuiger en krijg als belooning brokkies.

Ze doe ook faak soep kooke en dat fin ik gezellig en doe het lekker ruike. Ze doe dan ook een beetje met een doek door het huis swaaje en zo. Ze heef nu ook een speesiejaale handschoen waarmee ze mij haare fan de bank kan haale en fan andere plekke waar ik lig. Anders ga ze niesen zeg ze, en haar ooge ierieteeren. Ik hep zelluf nergens ler fan. Dan ga ze op bank zitten en spring ik erbij, en doe ze een boek leese. Dan is alles fijn en rustug, ik ga erfan spinnen. Soms fal ze eefe in slaap, maar daarfoor is het een rieleks zondag toch?
Thee drinken is hier ook een heel rietuweel, we hebben zofeel theepotjes, iedere dag een andere geloof ik. Op zondag is er dan sjokkolaade bij en krijg ik wat snekkies. Ze gaat ook altijd wandelen, want dat is ekstra mooi in de herruf zeg ze. Ik doe wat dutten totdat ze thuis is. Ze komp dan terug met beukenootjes en feere van foguls waarmee ik speel. Dan ik mauwe en een beetje onrustig worden, want mijn ingebouwde klok zeg dat ik straks eete krijg. En dat is ook zo. Uitbuiken doe ik languit op het hippiekleed en ga frouwtje naar het mieniekeukentje. Ze doe soms ook iets maake in de oofen, en dan is het eksta warrum in huis. In de herruf gaan de lampies froeger aan en dan is het gezellig en fijn. We gaan fanavond gesellig de blog schrijfe Belle zeg ze, dan kunnen we het foordat we gaan slaape het nog naar Ollie stuure.

Haaj

Jullie weete we hebbe een muziekbend opgerigt, Kemperbend De spinners. Triton heeft in zijn blog in geure en kleure geschreefe hoe geweldig het was en hoefeel fens we nu hebbe. Ik speel drum en ben ook goed met de gong en de sambaballen. Ik ben nu ook aan het oefenen op de triejangel. De bendleeden zijn mijn beste frientjes geworden, en we hebbe zofeel plesier.
Nou schreef Kever die ook in de bend zit, dat hij mij wat wilde stuuren, ketnippies fers uit zijn tuin en nog wat. Ik meelde terug, Kever ik ben niet eens jaarug, maar Kever vond het leuk om mij zomaar te furrrassen. Zijn frouw zou dus een enfelop stuure. Maar het duurde en duuurde zolang. Ik meelde Kever en froeg of de enfelop misschien fia Sjienaa ging, dat was ook fan de zoomer met die koelmat die frouwtje had besteld. Of ik dacht misschien is de enfelop onderschept door de post, omdat ze dachten dat er druks in zaten. Toen ik dacht het komp nie meer, toen kwam frouwtje met een enfelop naar boofe.
Het is fan Kever riep ze, en het is foor jou. ik rook het gelijk hoor, dat moeten de ketnippies zijn. En jawel hoor, ik dook er gelijk in. In de efelop zat ook nog een sagt balletje en een muis. Wat lief he fan Kever?! Ik mepte op het balletje en swiepte de muis door de huiskaamer. Zo hep ik een poosje gespeeld en ging ik foldaan rieleksen met mij kop flakbij de ketnippies. Daar hep ik heel lang geleege en frouwtje vroeg zich ongerust af of ik in kooma was gefallen. Nee, dat was ik niet hoor, maar ik was wel flink haaj geworden, heeerluk is dat! Het lijk dan net of je fiegen doe, en je foel je dan heelemaal heppie de peppie !
We doen Kever en zijn frouw nogmaals bedanken foor de leuke furrassing. Ze wille niet hebbe dat ik iets terug stuur, ze hebbe het met plesier en liefde gegeefe. Maar ik stuur wel warme kopjes en dikke knuffen.

Frouwtje ga geeuwen en mij ooge doen bijna dicht falle, we hebbe weer genoeg geschreefe. Ik hoop dat jullie het allemaal goed maake en genieten van de gezelligheid in de herruf. We blijfe tetteren en krijse om freede, en doen we hoope dat het steeds dichterbij komp. Tot de folgende blog !

Dikke knuf van Belle

Japie: veel soorten nieuw

Japie en Foppe kijken naar de nieuwe ster

Deze week leerde ik dat nieuw meerdere betekenissen kan hebben. Door de poep van poes Nova zijn de kapotte darmen van mijn broer weer als nieuw. Zijn ziekte gaat er niet door over, maar door de goeie beestjes is zijn buik nu eindelijk rustig. Hij voelt zich herboren sinds de transplantatie en haalt weer kattenkwaad uit. Reden voor een feestje, dachten we.
Maar terwijl mijn broer zich steeds beter voelt, voelt zijn moeder zich langzaamaan steeds slechter. Eerst heb ik dat nog niet zo goed door. De afwas die ze voor me laat staan, doe ik met veel plezier. Tot ik al die lekkere hapjes niet meer op krijg.
Het valt me op dat tante Cato op zwabberende poten naar buiten gaat, zodra ze ons mens ziet. Merkwaardig, want ik weet hoe graag ze bij Mo is. Die twee zijn onafscheidelijk. Keer op keer haalt ze haar rustig terug naar binnen. Mo fluistert in haar oortjes dat ze zich aan haar belofte houdt, al vindt ze dat ook heel moeilijk, maar ze doet het echt! Ik begrijp niet zo goed wat die belofte inhoudt, maar daar kom ik gauw genoeg achter.

Belofte

Tante Catootje

Ik hoor mijn mens tegen tante Catootje praten. Dat het goed is, dat ze binnen veilig is, dat ze alles kan eten wat ze maar wil en dat er ècht niets in verstopt zit. Want dat heeft ze vorige zomer beloofd! ‘We doen het op jouw manier, Toosje. Geen pillen meer, geen gedoe meer, geen dokters meer, behalve om je te helpen met sterven.’ Ik weet nog hoe ze zich toen wekenlang in de schuur verstopte. Ze was zoooooooo bang geworden na het bezoek aan witjas. Ze was nòg banger voor de pillen. De simpele antibioticakuur die haar van een urineweginfectie af zou helpen, werd een afschuwelijk drama. Ze durfde niet meer naar binnen en al helemaal niet meer te eten, bang dat er medicijnen door heen zouden zitten. Ze werd steeds magerder en haar vacht mottiger. Het duurde twee maanden voor ze weer in de buurt van ons mens durfde te zijn.
Toen deed Mo die belofte. Ze sloten de deal dat tante Cato zou aangeven wanneer ze aan haar laatste reis wilde beginnen. Vier seizoenen lang vrat ze als een bootwerker, dronk sloten water en pieste alle plastic plasdozen vol. Was ze echt zo sterk? Of zou ze hebben gewacht tot het goed ging met Foppe?
Daags nadat hij zijn eerste muis in lange tijd mee naar binnen neemt, sluipt een nieuwe verandering ons leven binnen. Het sein springt op oranje: eten kan haar minder bekoren, de kattenbak blijft langer schoon, haar jas begint te pieken. Witjas belt met kattastisch meows over Foppe. Een tweede poeptransplantatie is voorlopig niet nodig. Zijn feestje kan beginnen. Maar dan wordt het code rood. Urenlang graaft ze in de plastic plasdoos, hopt van de ene naar de andere om daar verder te graven. Maar er komt niks. Geen druppel.

Nieuwe ster

Met ingehouden snikken fluistert ons mens: ‘Ik wacht tot jij aangeeft dat het genoeg is, liefje, want dat ik kan niet zo goed inschatten.’ Mo streelde de doffe vacht van tante Cato, terwijl ze liefdevol herinneringen ophaalt. ‘Weet je nog, Toosje, toen we elkaar voor de eerste keer zagen?’ Ik hoor het al, die twee hebben voorlopig genoeg aan elkaar. Ik kan vast wel even een luchtje gaan scheppen. Zo gaat het een paar licht en donkers. Tot ik bij het ochtendgloren thuis kom en voel dat alles anders is. Een spoor van bloeddruppeltjes leidt me naar mijn tante. ‘Het is zover, Japie,’ vertrouwt ze me toe, ‘ik ben er klaar voor. Zorg goed voor elkaar, dat heb ik net ook tegen Foppe gemiauwd, en hou onvoorwaardelijk van je broer èn van Mo. Dat doet zij ook van jullie. Want wat er ook gebeurt, ventje, liefde is altijd het antwoord.’
De oerkreten die Mo uitstoot als ze later met haar ontzielde lijfje thuis komt, gaan door merg en poot. Ik wil wegrennen, maar denk aan de laatste wijze miauws en kruip dicht tegen ons mens. Ze heeft me nodig. Ik haar hart ook. Al hebben we geen idee hoe we verder moeten zonder m’n tante, Saame gaat het ons lukken. Dat heb ik geleerd van al mijn furrienden op de blog.
De hele middag lig ik naast haar op de bank. Hoe weet ik nou wanneer ze een meowe ster is geworden? ’s Avonds wordt het duidelijk. Op het schuurdak wijst Foppe naar die ene fonkelende, die was er gisteren nog niet. Nu weet ik dat ik voor altijd dichtbij haar wil kunnen zijn. Ze ligt begraven onder mijn boom. Dan kan ik over haar waken en in het donker naar haar zwaaien.

“Dag tante Catootje, ik waak over u”

Nieuw fase

Gisteren was mijn nekvelgrijpdag, mijn gotchaday zoals mensen dat noemen. Het was purcies vijf jaar geleden dat ik aan mijn nekvel uit een egelhuis werd geplukt. Speciaal voor deze gelegenheid hebben we een blikje kip bewaard, om mijn eerste lustrum bij de BBB-furmilie te vieren. En dat de buik van mijn broer als nieuw is. De portie van tante Catootje verdelen Foppe en ik eerlijk. We verheugden ons al weken op deze traktatie, maar de nieuwe fase smaakt ons niet.
Koppie van Japie