
Vorige keer furtelde ik over ons furmilieberaad en het experiment waar we volbekkig ja tegen miauwden. Dat heb ik geweten. Sindsdien gebeuren er rare dingen. Het kan op puur toeval berusten, maar ik heb zomaar het gevoel dat het een met het ander te maken heeft.
Het begint met voerbakken die verdwijnen. Het ene moment zitten ze vol met lekkers, het andere moment zit er geen kruimel meer in. In het hele huis is geen bakkie meer te vinden. Zelfs de voerpuzzels hebben pootjes gekregen en zijn met de noorderzon vertrokken. In het donker vraag ik de stekels. Hun restaurant is goedgevuld. Jammer dat ik daar niet bij kan. Tenzij ik me in een heel rare bochten weet te wringen. Die tijd heb ik gehad.
Tijger

Het volgende licht verdwijnt Foppe in een hermetisch afgesloten rammelbak. Een dikke handdoek smoort zijn schreeuw om hulp. Tijdens het uitwisselen van tips word ik betrapt en maak me uit de poten. Vanachter het raam zie ik hoe de auto met daarin mijn doodsbange broer wegrijdt. Uren later hoor ik em terugkomen. Vanonder de prikkelbosjes ren ik om het huizenblok heen en dender door het kattenluik. Voor ik kan kijken hoe het met mijn broer gaat, hoor ik uit de badkamer een hels kabaal komen.
Dat was niet de afspraak!
Mo had ons nog zo beloofd dat ze zou waarschuwen als er een klusjesman zou komen.
Ik zoek haar op om te vragen wat die snuiter onverwacht komt doen. ‘Het is geen loodgieter, Japie,’ laat ze weten, ‘wat je hoort is Foppe, die de boel afbreekt. Het slaapmiddel van witjas is uitgewerkt en er is een tijger in hem wakker geworden.‘ Wauw, wie had dat gedacht van mijn brave broer?! Mijn bewondering groeit groter als ze erbij vertelt dat hij eigenpotig zijn rammelbak open heeft weten te breken. Die tips waren dus toch nuttig.
Later tref ik hem ineengedoken in het verste hoekje van een kamer. Waar is die tijger gebleven, wil ik weten. ‘Die is mee met het sop waarmee mijn billen gewassen moesten. Ik kon het echt niet meer ophouden onderweg, Japie. Zo gênant.’ Ik ruik het. Er hangt een walm om hem heen waar je u tegen miauwt. Die donor had geen muis op. Dat weet ik wel. Laat ik daar nou een purrfecte oplossing voor hebben. Eentje die gelijk helpt bij lege voerbakken.
Olifanten

Ook dat nog! Het slot van mijn luik is kapot en geeft voor geen millimeter mee. Zo kan ik toch geen piepbeesten vangen. Ik roep mijn mens erbij. Ze legt uit dat Foppe roze olifanten ziet en daarom niet naar buiten mag. Het wordt hier steeds gekker. Eerst een tijger, nu olifanten. Roze nog wel. Dat gelooft toch niemand.
Moet ik uitleggen hoe onpotig het is als je de regie kwijt bent over je eigen kattenluik en totaal afhankelijk bent van slecht meewerkend personeel? Die nacht buiten in de stromende regen gaat me niet in mijn kouwe vacht zitten. Katzijdank ben ik een kater die snel vergeeft in ruil voor kipsnackjes. Veel kipsnackjes. Heel veel kipsnackjes.
Een week later lijkt ons huis zo lek als een mandje. Overal liggen plassen. Om maar te zwijgen over hopen stinkende drab. Mo blijft slepen met emmers. En met lappen raar krakende stof. Misschien is het nu wel tijd voor een loodgieter, miauw ik haar. Het heeft hier wel wat weg van een open riool. ‘Dat is lief van je Japie. Helaas kan die dit euvel niet verhelpen. Dat moeten de goeie beestjes gaan doen uit de buik van die andere poes. Een dame met een gitzwarte jas. Nova heet ze. We moeten veel liefde en geduld hebben voor Foppe. Hopelijk is hij dan straks weer als nieuw.’
Koppie van Japie
Psssst We sturen oneindig veel liefde en kattenkracht en zachte kopjes vol poezenpower naar iedereen die ze kan gebruiken. Want we snappen heus wel dat er overal om ons heen zorg en zorgen en furdriet zijn. We denken ook aan jullie.
Folgende maand woon ik al weer zes jaaren bij mijn mensen, en mijn mensen bij mij, dat fertelde mijn vrouw me, ik hau dat als kat zijnde niet zo bij want wij katten reekenen heel anders, alleen mensen reekenen in jaaren, ik hoor altijd wel wat ze zeggen hoor, zoals met die zes jaaren, maar ik ben het er niet mee eens.
Luister ik dus naar mijn man of vrouw die zegt dat het tijd is om te slaapen?, nee natuurlijk niet!, ik weet dat ikzelluf gelijk heb, mijn tijd klopt altijd!, ik blijf gewoon piepen en kopjes en likjes geefen, als dat niet werkt ga ik helemaal tegen het gezicht van mijn vrouw aan liggen met mijn rug of buik, terwijl ik alfast keihard brom, en dat werkt altijd, folgens mijn vrouw omdat ze niet meer kan aademen, maar enniewee: mijn knuffels komen er aan en mijn hart stroomt weer fol, fol met liefde en geluk, en alles is weer in orde.
Soms heb je van die dagen dat je denkt, ik heb eigenlijk helemaal geen zin om iets te doen. Nou, dat had ik deze afgelopen week dus. Vooral woensdag.
Katfortabel
en er staat gelukkig ook weer een stoel naast de tuintafel. Dus er zijn genoeg plekjes om buiten lekker te releksen als ik terugkom van mijn plantsoenendienst.
Persoonlijk ben ik een kater die denkt over het leefe, hoe het is, en hoe ik ben en daar heb ik tijd foor nodig, gewoon dat ik ergens kan liggen en foor me uit kijken en dan na een poos komen er gedachten en dan snap ik meer dan eerst.
Liefe friendjes en friendinnetjes ik heb al eens geschreeven dat wij, de band, een tuin hebben waar we oefenen. Dat is een klein stukje grond met een tuinhuis, boomen, struiken met een hek er omheen waardoor we heel feilig zijn, wij kunnen er heel makkelijk in want de poort werkt op onze sjip en de kemper kan hier ook staan.
Nu denken jullie zeeker brommert?… wie komt er op een brommert? Nou dat is Beertje, hij heeft ferkeering met Muissie die in Rotterdam woont daar gaat hij heen op de brommert en fandaar uit komt hij dan naar de tuin.
bij freemde mensen en geluiden foelen we ons niet feilig. Dus wij ooferleggen hoe koomen wij zonder hindernissen binnen, bij Japie was een tuin en een fijne heg, bij Bas was er ook geen probleem maar nu… en onze friendin teleurstellen wilden we ook niet. Gelukkig had mefrou Alma de kemper gezien en kwam ze naar ons toe, in de buurt fan de flet was een parkje en daar hebben we foor haar gespeeld en gezongen.