
Miauw lieve viervoeters en tweevoeters, daar zijn we weer en vandaag miauwen we over als je mens in de lappenmand ligt en hoe je daar iets gezelligs van kan maken.
Frou Frou: “Er klinkt wat geritsel naast mijn mandje en ik kijk over de rand naar beneden. Het is al lang etenstijd geweest, maar de brokjes van vannacht staan er nog. Jajim en ik kijken elkaar aan en besluiten dat het tijd is om de grote mensenmand om te toveren tot springkasteel. ‘Grmpf’, klinkt het gesmoord van onder de lakens. Zo te horen is het nog geen speeltijd voor hem. Met mijn meest charmante miauwtje loop ik naar zijn hoofd en begin zijn haren te wassen, bijna gegarandeerd succes om je tweevoeter om je pootjes winden. Maar niet vandaag.”
Jajim: “Zo geduldig als Frou Frou onze mensenbroer probeert overeind te krijgen, ben ik alweer klaar met pogingen om hem wakker te springen. ‘Het duurt me te lang, Frou Frou, probeer jij het nog even, dan ga ik zelf op zoek naar wat te knabbelen’. De plantjes op het balkon zijn een mooi voorgerechtje, besluit ik. En met wat geluk is de mierenfamilie ook van de purrtij.”
Furzorgpoes
Frou Frou: “Jajim is wel even bezig met het balkon inspecteren, kan ik rustig bij onze mensenbroer gaan liggen. Misschien werkt dat wel om hem in actie te krijgen. Het valt me op dat hij al sinds een paar dagen meer aan het relaxen is dan gewoonlijk. En dat ‘ie vanaf gisteren regelmatig stukjes uit een boek leest tussen de dutjes door, en potten vol groene
thee drinkt ondanks dat deze temperaturen eerder uitnodigen tot furkoelende drankjes. Vragend leg ik mijn koppie op zijn arm. Eindelijk komt hij een stukje overeind. ‘Ik heb last van mijn hooikoorts, snoepie. Dan heb je rust nodig’. Dat snap ik niet helemaal, we hebben hier toch geen hooi? ‘Het betekent dat je een soort van furkouden bent, een beetje net zoals wat jij weleens hebt met niezen, dan moet je ook snotteren en heb je soms een extra catnap nodig.’ Aha, nu weet ik wat me te doen staat. Waar ik me altijd beter van ga voelen, zijn liefde en knuffels. Ik besluit mijn tactieken om te gooien en begin zachtjes met mijn pootjes te kneden terwijl ik kopjes tegen zijn kin geef. Jajim furmaakt zich ondertussen wel met het zoeken naar een apurritiefje.”
Jezelf furmaken
Jajim: “Roerloos blijf ik half binnen, half buiten over de drempel liggen, met de mierenfamilie in het vizier. Ik wacht het purrrfecte moment af. Nog hééél even… NU! En PATS, met een doffe dreun zet ik mijn klauw neer, en nog een keer, en nog een keer. Na ons vorige furhaal begreep ik van onze vriend Kever dat mieren van de tuintegels likken, of balkonvloer in ons geval, ook een optie is en ik besluit het te proberen. De ziltige smaak van de mier doet mijn bekkie samen trekken. Niet furkeerd, besluit ik. ‘Frou Frou’, miauw ik, ‘doe je mee?’ Ze is veel te druk met het furzorgen van onze mensenbroer. Meer zoutige snackies voor mij, klinkt het tussen mijn oren. Maar zo’n jacht is na een poos ook wel weer klaar, en het furzorgen van onze mensenbroer gaat zelfs voor Frou Frou een beetje vervelen. Tegen de middag en na de zoveelste pot thee begrijpt onze tweevoeter dat het tijd is voor afwisseling. ‘Jullie hebben jezelf lang genoeg bezig gehouden, lieve meisjes. En
ik voel me al stukken beter na de knuffels en mijn dutje. Weten jullie wat? Ik knutsel wat leuks voor jullie in elkaar. Jullie blij, ik blij.’ En er komen lege keukenrolletjes en pritstiften tevoorschijn. Al theedrinkend knutselt hij wat in elkaar. Pas als we gekraak van een zakje partymix horen, springen we allebei op. In een kartonnen doos staan allemaal rolletjes rechtop en strak tegen elkaar. Frou Frou en ik sluipen op de geur af en als eerste steek ik mijn neus in een rolletje. Met mijn linkerpoot hengel ik er een snoepje uit, het heeft de kans nog niet om op de vloer te vallen of ik vang het op met mijn bek. ‘Kijk Frou, zo doe je dat!’ miauw ik smakkend. Als je mens even wat anders aan de poot heeft, moet je jezelf furmaken. Een paar uur lang hengelen we Saame wat af en smikkelen het ene na het andere snoepje op. Tussen de furpleeg-sessies door natuurlijk.”
Wat doen jullie tegen de furveling als je mens voor pampus ligt?
Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou

legernetten er, die maken extra schaduw op de ramen.’
een vreemd robot ding. Mijn favoriete plekjes zijn altijd zo hoog mogelijk, in mijn mandje dat regelmatig vraagt om opgeschud te worden, in een radiator hangmatje of bovenop de kast. Ja, daar ga ik liggen. Helemaal bovenin. Alsof het géén 32 graden is binnen, race ik met een bloedgang via de krabpaal omhoog en klim bovenop de kast. ‘Ha, dit is het plekkie’, denk ik opgelucht, strek mijn pootjes en spreid al mijn tenen. Stiekem is het toch wel fijn om een pietsie van dat zachte briesje op te vangen.”
Miauw lieve lezers, het weekend is in zicht en het wordt weer kei heet. We hebben gevraagd aan de weerman of er dan niks tussenin zit maar blijkbaar is het het één of het ander. Eigenlijk vinden we dat purrrima, dit is toch veel beter dan binnen zitten?
Zo maken we Saame een mooi ochtendlied, veel beter dan die saaie wekker.”
Frou Frou: “Jajim is wel even bezig met het balkon inspecteren, kan ik rustig bij onze mensenbroer blijven liggen. Het valt me wel op dat hij langer aan het relaxen is dan gewoonlijk. En dat ‘ie regelmatig een stukje uit een boek leest tussen de dutjes door, en potten vol groene thee drinkt, ook al is het warm. Vragend leg ik mijn koppie op zijn arm. Hij heeft last van zijn hooikoorts, zegt ‘ie. Maar dat snap ik niet, we hebben hier toch geen hooi? ‘Het betekent dat je een soort van furkouden bent, een beetje net zoals jij wel eens met je chronische niesziekte hebt, dan moet je ook snotteren en heb je soms een extra catnap nodig.’ Aha, nu weet ik wat me te doen staat. Waar ik me altijd beter van ga voelen is liefde en knuffels, en begin zachtjes met mijn pootjes te kneden en geef kopjes tegen zijn kin. Als we Saame rustig aan doen voelt hij zich vast weer snel weer goed.”
te laten zien dat ik best trek heb in wat lekkers. Jajim pakt het moment anders aan, nog voor het natvoer klaar staat cirkelt ze miauwend en zingend om zijn benen heen. Jullie weten ondertussen hoe ze is. ‘Even geduld meisje’, is het antwoord op Jajim’s ongeduld. Maar daar is mijn zus het niet mee eens en zodra het zakje met saus open gaat maakt ze een sprong en probeert het met haar poot uit zijn handen te tikken.”
Er werd met spullen geschoven en van alles en dat was vanwege die man. Ook moesten wij naar de kleine kamer, sterker nog, wij wilden naar die kamer toen de bel keihard ging. Daar is het onze veilige plek voor. Of eigenlijk is het vooral míjn veilige plek. Mijn lievelingshangmat is daar, en ook onze oude krabpaal. Allemaal met furtrouwde luchtjes.
miauw. Het is namelijk al lang 5 uur ‘s ochtends geweest en dat betekent etenstijd. Even richt ik mijn blik op Frou Frou maar die trekt zich niet zoveel aan van de klok. Wel van onze mensenbroer met zijn geritsel. Op de één of andere manier vindt ze dat veel interessanter dan een bakje vol krakend verse brokjes. Zoals bij bijna elk geluidje wat ons mens maakt, gaat haar koppie wel even over de rand van het mandje, purraat om bij hem op de grote mand te springen. Maar omdat hij de lakens weer mompelend over zijn hoofd trekt, over iets met ‘te vroeg’, bedenkt mijn zusje zich, geeft een goedkeurend PIEPje en begint eerst rustig met een wasbeurtje.
Zacht