Hallo lieve katermannen en kattenpoezen.
Vorige week woensdag zat ik in de keuken en de geur van malse stukjes kip kwam mij tegemoet. Ik spon luidruchtig. Mijn staart trilde van puur geluk. Ik nam een grote hap, genietend van de rustige ochtend.
Ineens klikte er iets achter mij. Een bekend onheilspellend geluid.
Ik verstarde. Mijn snorharen trilden Behoedzaam keek ik achterom. Daar stond het grote plastic monster De reismand. Mijn manmens glimlachte schuldbewust en hield de reismand open. Het was een valstrik! De jaarlijkse controle bij de dierenarts.
Ontsnapping
Met een luide miauw schoot ik onder de keukentafel door. Mijn controle was begonnen. Maar ook de grote ontsnapping:
1. Heel laag bij de grond rende ik richting de gang.
2. Een scherpe bocht bracht mij bij de trap.
3. Ik schoot als een zwarte schicht omhoog richting de slaapkamer.
Mijn favoriete schuilplaats lonkte, de donkere holte onder het bed. Als ik daar eenmaal zat kreeg niemand mij eruit. Ik nam een sprong over de wasmand, gleed over het laminaat en…..de slaapkamer deur viel met een zachte klik dicht. Net te laat.
Warme handen pakte mij op. Ik liet mijzelf helemaal slap hangen, maar dat hielp niet. Een
moment later hoorde ik het deurtje van de reismand sluiten. Klik. Gevangen.
De reis in de auto was een beproeving. Bij elke bocht zong ik mijn luidste protestlied, en liet ik een diep en klagend miauw horen. Maar het mocht niet baten.
Toen de auto stopte werd het pas echt spannend. De geur van de wachtkamer drong de reismand binnen. Het rook naar vreemde honden, en angst. Ik maakte mij zo klein mogelijk. Mijn ogen stonden zo groot als schoteltjes.
En toen klonk het: Bliksem mag komen, met een vriendelijke stem.
De reismand werd op een metalen tafel gezet. Het deurtje ging open. Maar ik weigerde naar buiten te komen. Ik hield mij met alle nagels vast aan de reismand. De dierenarts, een rustige vrouw met een zachte stem, tilde mij er voorzichtig uit. Ineens stond ik tegenover de vijand. Nu was er geen ontsnappen meer aan.
Controle
De controle begon:
1. De koude metalen schijf: Die belande op mijn borst. Bonk bonk bonk. Prachtig zei de vrouw, dit is een sterke hartslag.
2. De felle lamp: Er werd in mijn oren gekeken en naar mijn tanden. Goed gebit en schone oren zei de witte jas
3. De weegschaal: Ik werd op een plaat gezet. Die gaf 5,4 kilo aan. De vorige keer was het 5 kilo. Maar dat zijn allemaal spieren dacht ik bij mijzelf, en een heel klein beetje buikvet.
Toen kwam het spannendste moment. Zij hield mij vast bij mijn nekvel. En zij pakte een kleine naald. De jaarlijkse vaccinatie. Ik hield mijn adem in, zette mijn spieren strak en….prik.
Het was alweer voorbij. En ik had geen kik gegeven. Wat een held ben ik ook.
Als beloning kreeg ik een kattensnoepje. Die heb ik spontaan opgegeten. En toen kreeg ik een knuffel achter mijn oren.
Thuis
Toen ik weer thuis kwam stormde ik gelijk uit de reismand en rende naar mijn voerbak om de rest van mijn achtergebleven eten op te eten. De rust was wedergekeerd. Ik had de dierenarts weer overleefd, mijn territorium verdedigd en bewezen dat ik de dapperste kater uit de buurt ben.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekkere snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem


Gelukkig is er één ding dat altijd hetzelfde blijft, en dat is dat we Saame sterker zijn dan in ons upje, en dat Saame alles fijner is, dat ferandert nooit.
Gedoe. Iets anders kan ik het niet miauwen. Het is gewoon gedoe. Al dat wachten op ontbijt. Het ‘ik kom er zo aan’ klonk al eeuwen geleden. Net als de wekker die keer op keer aangeeft dat het nu echt de hoogste tijd is om op te staan.
Ik schrik me alle snorharen in de rondte. Mijn broer heeft gelijk. Hier klopt iets niet. Mo is helemaal niet van de gymnastiek en nu draait ze zich in allerlei bochten. Als ze een been naar achter strekt en een arm naar voren kan ik purcies onder haar door. Mijn pluimstaart kietelt zacht onder haar kin. Zie ik daar een glimlach? Misschien ben ik op de goeie weg. Een natte neus, daar krijg ik meestal ook punten voor. Voorzichtig zoek ik haar op wang en geef een lebber met mijn ruwe tong. Voor het beste effect een paar zachte kopjes er achter aan. Ze wankelt. Ondanks het auw, auw, auw, lijkt er beweging te komen. Tergend langzaam kruipt ze naar de deurpost waar ze zich met een verbeten gezicht omhoog hijst.
Liefe poezendaames en katermeneeren ik kreeg een meel fan Ollie die mij froeg of ik een blog wil schrijfen omdat Jajim en Frou-Frou op faakanzie zijn.
Dat is dus de dag dat ik mijn eigen famielie kreeg, mijn man-mens, mijn frou, oome Zeus (kater) en tante Hestia (poes) en een mensen-oma. Oome Zeus is die mooie koe-kat, dat is een kompliement, en tante Hestia is dus de mooi zwart gekleede poezedaame, folgens onze mensen had ze een zwarte tooga met witte bef en keurige witte teensokjes, zij waaren een echtpaar dat kan je ook op de footoo zien.
Kever noodigde mij een keer uit bij hem in de tuin om bij te mauwen en bij hem was ik feilig want zijn mensen kwaamen niet bij me, dat was best wel fijn. Figo kwam ook wel bij Kever op fiesiete en wij waaren er soms saamen, Figo kende ik fan Ollie. Toen had ik alweer een friendje.
Hallo lieve katermannen en kattenpoezen.
Dat pik ik niet, dacht ik. En ik besloot de aanval in te zetten. Mijn jachtinstinct nam het volledig over van mijn gezonde verstand. Ik ging in de sluiphouding liggen. Nou ja, voor zover dat ging op een wiebelend canvas. Met mijn achterwerk parmantig in de lucht begon ik te wiebelen om vaart te maken. Waggel, waggel, waggel.
Met de waardigheid, zoals alleen katten die kunnen opbrengen na een totale mislukking, krabbelde ik achteruit. Ik gleed half op mijn zij terug de schutting op. Ik schudde mijn pootjes uit en deed alsof er niks gebeurd was en begon direct mijn vacht te wassen.