Dat het leven stom is zonder tante Catootje dat hoeven we niemand te furtellen. Mo heeft ons uitgelegd dat we met elkaar een nieuwe balans moeten zien te vinden. Want Catootje was de baas in huis en zij bepaalde het ritme van alles.
Het is best bijzonder dat er maar één ding is veranderd en dat alles anders is. Daar houden we niet zo van, dat dingen veranderen. Daarom bedachten we een simpele oplossing. We zetten de klok terug in de tijd, alleen dan zonder m’n tante.
Die blijft furever die purrachtig fonkelende ster, omringd door alle lieverds die op aarde zo enorm gemist worden. Ieder donker klim ik in mijn boom, die stevig is vastgesjord met een knalgroene spanband. Zo ziet de wind dat hij die niet om mag blazen. Het werkt, want knalgroen heeft de stormen Austen en Boelo al verslagen.
Afwas
Een heel grote verandering is dat er geen afwas meer is. Een nachtmerrie kan ik jullie verzekeren. Want ik als oppermeester in het schoonmaken van halflege bakjes – volgens mijn mens zijn ze meer dan halfvol, het is maar hoe je het miauwt – ben ik ongevraagd werkloos.
Mijn vrijgekomen tijd wil ik nuttig inzetten. Ik moest denken aan mijn oude hobby waar ik heel bedreven in was toen ik hier net kwam wonen. Al is het op de kop af vijf jaar geleden ik weet nog purcies hoe het werkt. Voorpoten op haar benen en kop op het bord dat ze op schoot heeft. Als ze dat hoger tilt, zet ik gewoon mijn poten op het randje. Dan kiept de inhoud vanzelf op de grond.
Of voor haar neus gaan zitten als ze aan tafel eet. Met mijn brede kop het bakje yoghurt wegduwen is zo gepiept. Zij verpest de sfeer door ‘nee, Japie’ te zeggen. Steeds feller, ’NEE!’ Dat is niet aardig, vind ik. Ik wil haar alleen maar helpen. En voorkomen dat ik omval van de honger.
Ik loop al weken rond met een knorrende maag. Daar word ik dan weer sjagrijnig af. Ook hierin blijkt de oplossing een fluitje van een cent. Op het pleintje achter mijn huis staan veel kliko’s. Omdat niet iedereen zijn bordje netjes leeg eet, schrapen mensen hun vreetplateaus leeg in die megaprullenbakken. Niet iedereen mikt trefzeker en daar zit mijn geluk. Er zijn twee opties. Of ik eet de restjes zelf op. Maar dat is minder efficiënt voor mijn rommelende buik. Beter wacht ik op piepbeesten die zichzelf eerst volvreten aan de aardappelen met vette jus. Zo sla ik twee vliegen in één klap. Met een beetje mazzel komen er zelfs GBK’s op af. Dat is extra feest voor mij. En voor mijn broer. Want natuurlijk mag Foppe mee eten van zo’n goudbruine rakker, met zijn lange schubbige staart.
Boomerang
Foppe heeft trouwens ook weer wat oude gewoontes opgepakt. Waar in mijn vorige blog de vlag uitging omdat het zo goed gaat met zijn buik kwamen de zorgen om hem als een boomerang terug. Hij moet gedacht hebben, wat mijn moeder kan, kan ik ook en dat is heel veel drinken. Hij banjerde van waterbak naar waterbak. Regen was een feestje, want water uit plassen is extra lekker. ‘Dat gaat Mo niet leuk vinden’, miauwde ik hem, maar zijn oren deden het niet goed. Want hij bleef lebberen.
Ook daarna luisterde hij niet naar me, toen hij furstopt zat onder het dekbed met een blaas die op knappen stond. ‘Doe het nou gewoon voor één keer op die witte balletjes’, tetterde ik door de dikke stof heen. ‘Ik zal echt niet kijken als je op de plastic plasdoos gaat.’ Maar nee hoor, hij wilde er niets van weten. Zelfs niet na dreigementen van ons mens dat hij anders mee moest naar witjas.
Hij bibberde zo hard toen hij in de rammelbak werd overgeheveld dat seismografen alarm sloegen voor een lokale aardbeving. Toen hij terugkwam had hij extra gaten in zijn jas. Zo niet handig met de koude oostenwind die af en toe al vlaagt. Foppe was zo opgelucht toen hij weer op honk was dat hij spontaan alles liet lopen. Ook zo’n typisch oud gebruik van hem.
Toonladders
Zelfs Mo doet zoals ze vaker doet. Het verdriet in een doosje stoppen dat af en toe open mag. ’s Nachts bijvoorbeeld als ze het warme lijfje van tante Cato niet naast haar voelt. Mijn broer doet zijn best om de ijzige leegte op te vullen met een cursus opera zingen.
Van KeverT weet hij dat je het beste in het donker kunt oefenen. Dat baart de kunst. Liever ga ik op pad dan zijn toonladders aan te horen. Om thuis te komen met een overheerlijk piepbeest en die los te laten in de kamer. Daar komt Foppe op af en is Mo verlost van het kattengejank. Een purrrfecte deal lijkt me. Maar waarom schreeuwt ze dan alle buren wakker met haar ‘Nee, Japie, NEE!’
Koppie van Japie


