Categorie archieven: Japie

Japie: feest met een lach en een traan

Soms vraag ik me af hoe het zou zijn om te kunnen vliegen. Zoals de meeuwen die massaal het land in komen en neerstrijken op de nokken van onze huizen. Ze schreeuwen dat het veel te koud is bij de zee en dat de wind ze hierheen blaast.

Stel nou dat ik op ons dak zou kunnen komen, zouden de sterren mij dan beter zien? Of als ik zou kunnen vliegen zoals de zwaluwen. Vanuit mijn boom volg ik ze als ze pijlsnel heen en weer schieten met hun schrille roep. Soms lijkt het bijna alsof ze de wolken doorklieven. Stel nou dat ik zo hoog als de zwaluwen zou kunnen komen, dan ben ik nog dichter bij de sterren. Ik snap heus wel dat ik niet kan vliegen. Ik lijk in de verste verte niet op een vogel. Mijn haren wapperen dan wel in de wind, maar helpen niet om mee op te stijgen zoals vleugels.
En toch zou ik het soms zo graag kunnen. Om ze even een koppie te kunnen geven namens mijn mens, die in deze tijd van het jaar natte ogen krijgt als ze oude purrichtjes leest op Beestboek.

Post

Het was van de week toen ik vijf kaarsjes mocht uitblazen op mijn furjaardagstaart. Het voelde als een feestelijke dag. Mo zoende me plat en danste met me door de kamer. Voor deze ene keer vond ik het goed en hopste vrolijk mee met m’n poten stevig in haar schouder. Foppe had een kattastische muismeetmaat op de kop weten te tikken. Super potig om lengte van piepbeesten te meten. Mijn bissniss draait op kwaliteit.
De postduif bracht uit onverwachte hoeken felicitatiekaarten met lieve letters. De pursoonlijke poeszegels op de enveloppen waren purrachtig. Ware collectorsitems die we sparen. Een meow pareltje is de kersverse Muisbezorgd-poeszegel van de poot van een van mijn creatieve teamleden. Mila bruist van de ideeën om onze muizenhandel op de kaart te zetten en met deze poeszegel heeft ze me enorm verrast. Knap dat zij dit soort dingen kan. We konden het gewoon niet maken om er niets over te miauwen op Beestboek, iets dat mijn mens had willen vermijden. Nu snap ik beter waarom.

Memories

Het is niet dat ze geen feest wil vieren. Dat wil ze heel graag zelfs. Ze vertelt ons vaak genoeg dat we het leven moeten vieren en onze eigen slingers moeten ophangen. Alleen is ze zelf niet zo’n feestbeest.
Voor de buitenwereld lijkt ze vrolijk, maar zelf voelt ze het anders. Eenmaal thuis in onze veilig cocon zie ik wat er allemaal spookt in haar binnenwereld. Zoals van de week toen na mijn feestelijke dag – die ook echt feestelijk was – herinneringen oppopten. Aan Vriendje. De meesten van jullie hebben zijn naam wel eens gehoord. De tranen liepen over haar hangen toen ze teruglas hoe ze voor de eerste keer de zachte haren van zijn gitzwarte jas kon aanraken. Het was tevens de laatste keer dat ze hem kon voelen voor de klei zijn lijfje, doodziek van het harde straatleven, bedekte.
Vriendje heeft zijn eigen rustplaats bij onze voordeur, daar waar hij altijd wachtte op zijn dagelijkse maaltjes. In al die jaren heeft dit doodsbange zwervertje nooit dichtbij durven komen. Tot het moment dat zijn lichaam het begaf. Toen gaf hij zich over. Al heeft hij officieel geen stempel onder adoptiepapieren Vriendje hoort voor altijd bij onze BBB-furmilie.
We weten nu al dat de tijd rond de langste dag van het jaar in het teken staat van memorabele momenten. Er kwam van alles Saame op die datum in huize BBB en dat laat Beestboek *) haarfijn weten. Al ken ik mijn furmilieleden niet pursoonlijk ik voel dat we voor altijd met Dwiezeliesje, Gizzybizzy, Sjakie en Vriendje verbonden zijn. De nok van ons dak is net buiten pootbereik.
Maar pas heb ik ontdekt hoe ik op het schuurdak kan klauteren. Dan ben ik net iets dichter bij de regenboogbrug dan in mijn boom. Van daar staartzwaai ik extra lang naar alle sterren, zodat ze zien dat we voor altijd aan ze denken. Zwaaien jullie mee?
Koppie van Japie

*) Noot van mijn mens: Ik weet dat ik er voor kan kiezen om de herinneringen op FB uit te zetten. Maar emoties hebben het recht om gevoeld te worden. Naast waterlanders zijn er zonnige glimlachen, want liefde schittert door vele facetten.

Japie: de zomer is stom

De blog stond de afgelopen tijd al vol over de natuurelementen. Eerst de kou, de nattigheid en de warme platen die aan gingen, terwijl het volgens de kalender toch al lente zou moeten zijn.

Toen, van de een op de andere seconde, het was na de zonnedans van Bliksem en Roover, brak de zon door. En hoe?! Tijd voor het hitteprotocol. Ik vroeg me af of ik niet ook weer over het weer moest miauwen.
En toch ga ik het doen. Want ik vind er iets van. Niet zozeer van de warmte en de kou. Eerlijk gemiauwd kan het mij geen snorhaar schelen of de mussen als geroosterde éénhapjes van het dak glijden of dat storm en regen van mijn vacht een warboel maken. Het gaat om wat daarom heen speelt.

Vliegles

Het is een purrachtig zonnige dag. Mijn mens is vrij en zingt een bekend liedje. Over een mooie Pinksterdag. Daar waar ze de tekst niet weet, vult ze het naar eigen goeddunken in. Het klinkt voor geen meter, maar dat kan me niet deren, want ze is een zomaar een dag extra thuis en dat stemt haar vrolijk. En als zij blij is, ben ik ook blij. En als zij minder blij is, maak ik haar altijd blij. Vandaag is dat niet nodig. Alles lijkt purrrrfect.
Tot dat ene moment.
Oorverdovend geschreeuw! In mijn achtertuin! Daar waar tante Cato al het beste plekje heeft uitgezocht om een nieuwe tropische dag door te brengen.
Verschrikt rent ze naar binnen om te ontkomen aan een paar furieuze zwarte vogels die het op haar gemunt hebben. Bleek om haar snoet duikt ze onder de bank. Deze alarmfase zet ons mens op scherp. Omdat ik vermoed wat ons te wachten staat, piep ik er tussen uit. Onder de hortensia’s, waar de kauwen me niet kunnen zien, vind ik een kattastische schaduwplek. De aarde voelt weldadig koel tegen mijn buik. Hier hou ik het wel een poosje uit.
Niet ver bij mij vandaan hoor ik een piep. Een beetje zoals waar ik de vorige keer over miauwde en toch een beetje anders. Waar het toen een lieflijk piepje was, klinkt dit meer als een schreeuwerig piep. Ik tuur vanonder het dichtbegroeide bladerdek in de richting waar het geluid vandaan komt. Het is lastig iets te zien zonder me zelf te verraden. Als ik nou eens een piepklein stukkie opschuif. Krak doet een tak waar ik onderdoor sluip. Furdorie. Door dit geluid hebben de furies gelijk door waar ik zit.
En mijn mens ook.
Ze sommeert me om binnen te komen. Wat ik natuurlijk vertik. Niet nu het net een beetje leuk aan het worden is. ‘Jaapieh,’ klinkt het zangerig, ‘Japie. Heb je zin in wat lekkers?’ Ik hoor hoe in de keuken het metalen lipje van een blik omhoog getrokken wordt. Oei, dat klinkt best verleidelijk. Op dat zelfde moment zie ik vanuit mijn ooghoek de schreeuwlelijkerd zitten. Een heerlijk hapje als je het mij vraagt. Pluizig met zwarte kraaloogjes in een kop waar een veel te grote snavel op zit. Weer mijn mens die me aanmoedigt om wat te komen eten. Er staat vis op het menu. Het water loopt me in de bek. Vis is mijn favoriet. Zo te zien gaat Piep nog nergens heen. Ik kan best even snel heen en weer. Ik kom uit mijn schuilplaats en waag de gok. Fout!
Net als ik sta te genieten van een bak vol tonijn met sardientjes barricadeert zij mijn kattenluik. Het gaat hermetisch op slot. ‘Helaas voor jou, Japie,’ zegt ze, ‘die studie naar vliegbewegingen van babyvogels moet je vanachter het glas gaan doen.’ Onschuldig kijk ik haar aan. Dat ik mijn tanden al bijna in het fragiele nekkie had staan, hoeft zij niet te weten. Ze trapt er niet in. De rest van de dag lig ik binnenshuis te smoren. De temperatuur in mijn kamer is al snel hoger dan plat op mijn buik in de aarde. Pas in de avond hebben de kleintjes hun basisbrevet vliegen gehaald en mag ik het donker in.

Weg

De dagen erna blijven tropisch. Onder de struiken voor de deur is heerlijk toeven. Boven me hoor ik vogeltjes gezellig tsjilpen. Iets verderop liggen Stekels opgerold te ronken tussen knisperige blaadjes. In het perkje zoemen de bijen. Ze doen zich te goed aan de nectar van goudgele paardenbloemen en koolzaad, sneeuwwitte madeliefjes met donzige hartjes, paarse dovenetel en blauwe boshyacinten. De kleine kauwen lachen me uit nu ze vliegvlug zijn. Het leven is goed. Tot een busje met gierende banden stopt. Vijf oranje hesjes springen eruit. Met herriemakende machines maken ze een einde aan het net nog zo vredige tafereel, waar alles in harmonie was. Na twee uur grof geweld daalt een troosteloze stilte neer.
Weg is het concert van de merels, de mussen en de mezen.
Weg zijn mijn furrienden met stekels die hun schuilplek onder hun poten weggetrokken voelden worden.
Weg is het aanmoedigende geschreeuw van papa en mama kauw die hun kinders een vervolgopleiding vliegen gaven.
Weg is het eten voor de zoemers.
Ik voel hoe het hart van mijn mens huilt. Deze keer kan ik haar niet blij maken.

Koppie van Japie

Japie en die ene vraag: mislukking?

Een beetje regenbui kan ik prima hebben. Wel lekker zelfs. Maar een complete wolkbreuk is andere brok. Na een sprintje duik ik onder de dichtstbijzijnde struiken. Al trek ik mijn vacht strak om me heen ik kan niet voorkomen dat er een waterstraal tussen de bladeren door mijn nek in sijpelt. H
et is nog altijd beter dan in mum van tijd tot op bot doorweekt raken. De regen roffelt gestaag door. Dat geeft me tijd om dit nieuwe bosje waar ik niet eerder onder lag te onderzoeken. Het ruikt anders. En het voelt anders met twijgjes en blaadjes. Zouden teken hier van houden? Ik hoop van niet. Ik heb mijn buik – of beter gemiauwd mijn jas – vol van die naarlingen. Ieder licht moet ik er aan geloven, aan een inspectiebeurt door mijn mens.
We zijn de tel kwijt hoeveel van die bloeddorstige beestjes ze er dit jaar al uit heeft gehaald. Terwijl ik luister naar het ritme van de dikke druppels voelen m’n oogleden steeds zwaarder. Een dutje moet kunnen, ook onder werktijd. Ik maak het mezelf comfortabel. Het kan amper een hazenslaapje zijn geweest als ik wakker schrik van een piep. Het klinkt iel, maar is overduidelijk een piepje. Raar, ik weet zeker dat ik geen muizen heb geroken voor ik aan mijn dutje begon. En ik weet ook zeker dat ik gepiep hoor.
Dit vraagt om actie.

Piep

Ver hoef ik niet te zoeken. Het beest schuilt net als ik voor de stortbui en zit gewoon onder pootbereik. Hoe kan het dat ik die eerder over de kop heb gezien? Veel groter dan een muis. Met een beetje fantasie zelfs groter dan een GBK. Twee glanzende ogen nemen me belangstellend op.
‘Piep’, doet het weer.
Het ruikt naar iets dat ik niet thuis kan brengen. Ik steek mijn neus in zijn jas en snuffel diep. Pok voel ik op mijn kop. Echt zeer doet het niet maar om nu te miauwen dat het prettig is. Dan weer pok. Auw! Deze voelde ik wel. Wat nu?
Het bladerdek biedt niet genoeg beschutting. Langzaam raken Piep en ik doorweekt. Met een volle buik van een eerder maal ben ik in een goeie bui. Zal ik met m’n poot over mijn hart strijken? Ondanks de pijnlijke pok op mijn kop stel ik vriendelijk voor dat we Saame naar binnen gaan, waar het warm en droog is.
‘Piep’, piept Piep, wat ik opvat als een ja. Ik neem Piep in mijn bek en ren zo snel als ik kan door de slagregens. Vlak voor m’n kattenluik ga ik in de ankers. Met deze volle vaart zouden we allebei een hersenschudding oplopen en ik heb geen zin in nog meer koppijn. Rustig open ik het luik, zet Piep op de mat erachter en stap dan zelf naar binnen.
Terwijl ik uitdruip, rent Piep op hoge poten weg. Voor hij onder de keukenkast duikt, laat hij een flatsj vallen op de pas geboende vloer. Dat gaat Mo niet leuk vinden! Voor mij is de lol eraf. Ik ga slapen. En droom van het geheime project van Spotje. Want er is iets dat jullie nog niet weten.

Geheime missie

Na een zenuwslopend avontuur is Spotje katzijdank back on track. Met hartkloppingen en bevende poten volgde ik haar furmissing op Beestboek en in het postvak. Want ik had een innige mailwisseling met onze enthousiaste en bevlogen markatingmedewerkster.
Ik wist dat ik me geen zorgen moest maken, want vlak voor haar geheimzinnige verdwijning stuurde Spotje me nog een kattenbelletje. ‘Maak je niet ongerust, Japie, ik moet iets doen dat niet thuis kan!’ Toch stelde haar purrichtje me niet gerust. Het is niet zomaar iets als een medewerker van Muisbezorgd spoorloos verdwijnt. Mijn bissniss heeft het welzijn van alle teamleden hoog in het vaandel staan.
Een zucht van verlichting ging door het hele land toen Spotje na vijf lange dagen midden in de nacht blèrend op de stoep stond. Waar ze was geweest, wilde ze niemand miauwen. Behalve aan mij! Nu mogen we het eindelijk van de daken miauwen.
Spotje heeft in het geheim gewerkt aan een belangrijk project. Naast het ontwerpen van bedrijfskleding en kekke karretjes heeft ze een heus kantoorpand ingericht. Want, zo miauwde de creatieve duizendpoot, de CEO van Muisbezorgd kan niet zonder een eigen kamer. Met tromgeroffel mag ik em eindelijk aan jullie laten zien. Zitten jullie er klaar voor?!
Daar is tie dan: mijn eigen directeurskamer. Nu vraag ik me alleen af of ik zo’n purrachtige kamer wel waard ben na mijn blamage met Piep.

Koppie van Japie

Japie: You’ll never walk alone

Het luik kleppert een vrolijk melodietje achter me. Dat klinkt net zo enthousiast als ik me voel. Mijn hoofd tuimelt van de energie iedere keer als ik de purrrfecte ingevingen van m’n katlega’s lees. Al mijn furriends helpen mee om Muisbezorgd op de kaart te zetten.

Het markatingteam oppert bijvoorbeeld een happig muismenu, de muiskrokat, een muizige katsalon en een furrukkullukke cock o mouse. Loopt het water je al in de bek? Wat te denken van gemarineerde gyrosmuis (voorstel van onze teamleden met Griekse roots) of de spectaculaire spacemouse (naar aanleiding van de recente reis om de maan). Ik wil het allemaal op de muismenukaart laten zetten door mijn rechterpoot. Zoals jullie weten gaat die minder snel dan de ideeën borrelen.

Furbinding

Toen ik aan dit project begon, dat al jaren door mijn kop ging, had ik niet kunnen bedenken dat we het Saame zouden doen. Het zorgt voor een furbinding die het mensenbrein te boven gaat. Van tante Cato heb ik wel eens gehoord dat zoiets ook gebeurde in de tijd dat oudoom Bob furhalen in de lokale krant miauwde.
Toen hij over de regenboogbrug ging, gebeurde er iets wonderlijks. Na het opdrogen van zijn laatste letters kwamen er brieven uit het hele land. Van Groningen tot Maastricht, van Vlissingen tot Den Helder. Hoe kon het dat de blog van Bob door heel Nederland bekend was, terwijl de krant alleen op deurmatten viel in Hellevoetsluis en social media nog in de kinderschoenen stond. In de meelevende berichtjes die ze ontving, stond bijvoorbeeld dat een oma de purrichtjes altijd uitknipte en opstuurde in een envelop naar haar kleindochter. Een mevrouw las ze door de telefoon voor aan een zieke vriendin. Weer een ander scande de krant en stuurde ze per mail op naar iedereen die het ook lezen wilde. In het bejaardentehuis was het vaste prik bij het koffierondje.
De variaties waren eindeloos. Zo bleek een in haar beleving ogenschijnlijk simpel verhaaltje in de lokale krant een wonderlijk web te spinnen tussen mensen. Het ontroerde haar tot in het diepst van het hart. Daarna zette ze voorzichtige schreden op Beestboek. Onlangs was dat twaalf jaar geleden. Beestboek weet zulke dingen en herinnert je daar iedere dag aan.

Beestboek

Hoogste tijd voor de bissniss. Ik sjees de trap op om Mo aan te sporen verder te gaan met de website. Zoals al een paar dagen tref ik haar met een bleek gezicht en waterige ogen achter het scherm. De herinneringen van Beestboek zijn leuk, maar soms ook pijnlijk. Ze laten de ontwikkeling haarfijn zien. Die wisselt al weken tussen het ziekteproces van mijn broer Foppe en oudoom Sjaak. Een stoere kater in een roodwitte jas die transformeerde van een verstoten straatschoffie zonder toekomst in een geliefde pursonality met een eigen thuis. Hij miauwde al over Muisbezorgd. Weten jullie dat nog?
De dag dat hij over de Regenboogbrug ging komt er bijna aan.
Mo vindt dat nog altijd moeilijk om terug te lezen. Al is het (al of is het pas?) zes jaar geleden het voelt als de dag van gisteren. Daarnaast voelt ze het verdriet van de mensen die de afgelopen tijd onverwacht afscheid moesten nemen van hun lieve trouwe vierpoters. Ook dat staat allemaal op Beestboek. Bij het lezen van iedere letter en alle spaties daartussen is het pijnlijke verdriet van die ander zo intens voelbaar. Wetende dat er geen eindtijd zit aan rouw.
Want dieren nemen allemaal een stukje van je hart mee en die wond krijgt wel een korstje maar schiet heel makkelijk weer open.

Feest

Vandaag, de dag dat mijn furhaal op de blog komt van Ollie is het Dodenherdenking. Morgen is het Bevrijdingsdag. Verdriet en vreugde tegelijkertijd, naast elkaar, poot in poot, dwars door alles heen. Zo gaat het morgen ook hier.
Feest omdat Foppe zijn elfde furjaardag mag vieren. Hij blijft ons verbazen. Het ene moment slobbert zijn mottige jas. Dan weer zit hij strak in het pak en is het alsof zijn smoking net van de stomerij komt. Verdriet om oom Sjakie die daags na het feest van Foppe een enkele reis naar Regenboogland maakte. Zeker weten dat hij het daar groots viert met alle furriendjes die onlangs over dezelfde brug wandelden. We lachen door onze tranen heen en voelen dat we niet alleen zijn. Zouden we de kleuren van de regenboog kunnen zien als de zon door onze tranen heen schijnt?
Ik stuur kopjes vol troost naar iedereen die iemand mist, ook namens mijn furmilie.

Koppie van Japie

Japie: saame verrichten we wonderen

Toffe furrienden, de afgelopen tijd heb ik zoveeeel meowe dingen geleerd. Een paar van de belangrijkste is dat je fouten mag maken en dat er altijd iemand is die wil en kan helpen. En ook dat je iets opnieuw mag proberen, om te kijken of het dan wel lukt. Zo heeft mijn mens drie keer examen gedaan voor haar cursus zeehond imiteren. Het wachten op de uitslag duurt lang. Ze heeft goeie hoop dat ze deze keer wel geslaagd is en dat ze de cursus nooit meer hoeft te doen. Terwijl zij blaffend onder de dekentjes lag, stroomde de mailbox vol met kattastische purrichtjes waar we stil van werden.

Modern en inspirerend

Muisbezorgd is een moderne onderneming. Mensen noemen zoiets zelfsturend. Of is het zelforganiserend? Wat doet het ertoe hoe zoiets heet. Het komt hier op neer. Iedereen die mee wil doen, doet gezellig mee. Je bepaalt je eigen werktijden. Het mag gaan om een seconde, een minuut, een uur, een dag of een nacht, net wat jij wilt. Het maakt niet uit of je binnen woont of graag naar buiten gaat. Tussendoor een catnap doen? Geen probleem! Juist in de sluimertijd poppen de meest purrrrfecte ideeën op. Dat merk ik aan de kattenbelletjes. Naast foto’s van goeie koppen miauwen katlega’s zulke goeie plannen waar ik zelf nog geen seconde bij stil heb gestaan. Zo is er een ultiem smaakpanel Saame gesteld door lieftallige doch kritische dames met slecht zicht. Ze hebben een uitmuntend voorstel: blind proeven. Dat is denken in oplossingen met een hoofdletter. Welkom Abby en Ginger. Venice sluit zich ook bij jullie aan.
Een aantal Grieken delen hun roots met liefde. Idem en Dito hebben special kattieken ontwikkeld in het land waar ze geboren zijn. Na furhuizing naar “ons” kikkerlandje zijn ze helemaal ingeburgerd. Nu ze zich thuis voelen, delen ze graag hun inzichten. Ook gaan ze Saame gaan werken met poezels die dezelfde herkomst hebben: Filos en Bibi. Zo tof hoe dit spontaan ontstaat.
Hebben jullie gelezen dat Muisbezorgd zelfs door de lucht komt? Tjello heeft geen proefvluchten meer nodig. Als volwaardig bezorger dropt hij de muis purcies daar waar jij em hebben wilt. Figo is een meester in het open maken van deuren. Daarom hoef je niet thuis te zijn als je bestelling er aan komt. Potig toch?! Naast tuin- en straatkatrolle slaan Yep en Demi hun poten ineen om Muisbezorgd te promoten. Kijk maar eens op hun Beestboek. Ze denken zelfs aan leveringen op de maan. Muissie, heb jij gezien dat jouw meowe ontdekking – de Rodentia Haribo – al is geleverd bij Nemo? Je kent hem vast, die van de Vismarkt in Groningen. Hij heeft deze lekkernij getrakteerd, omdat hij gaat furhuizen. Het gaat allemaal zo snel dat ik het amper kan bijhouden.

Nog meer inspiratie

Spotje heeft veel ideeen

Bescheiden Mila, de zus van Bowie Koning van de Meerweg, stelt voor om m’n tante te ontlasten. Bij de administratie komt zoveel meer kijken, waar ik bij de oprichting van Muisbezorgd helemaal niet aan gedacht heb: folders, visitekaartjes en nog meer markating. Hoe ze het voor elkaar krijgt, geen idee, maar het lukt Mila om enveloppen dicht te plakken met purrachtige tape en stickers zonder dat het aan haar poten blijft kleven. Ze stuurde me een aantal proefvelletjes op, om het zelf te leren. Laat ik het maar bij muizen vangen houden, daar ben ik veel beter in. Daarom is het zo fijn dat we het Saame doen. Met elkaar maken we Muisbezorgd. Want we hebben allemaal ons eigen talent. En ieder talent is welkom. Wil je meedoen? Het maakt niet uit waar je zin in hebt of wat je kan, als het maar gerelateerd kan worden aan Muisbezorgd. Stuur een purrichtje met je foto en naam en idee naar japie apenstaartje muisbezorgd punt en el.
Wie dat bijvoorbeeld nog meer heeft gedaan, is Spotje, een kat met een attitude waar je u tegen miauwt. Ze is niet alleen niet voor de poes, haar brein loopt over van ideeën. Zo stelt ze een purrrsoonlijke kledinglijn voor en denkt ze na over wendbare karretjes. Terwijl mijn rechterpoot dit typt, worden de eerste prototypes getest. Zodra de testresultaten bekend zijn, gaat Spotje verder met het purfectioneren. Daarover volgende keer meer.
Jullie zijn allemaal kattastisch! Het is ondoenlijk om iedereen in dit ene furhaal te noemen. Maar de strekking is hopelijk duidelijk. Het is niet erg als je zelf ergens (nog) niet aan gedacht hebt. Of als zelf iets (nog) niet kunt of (nog) niet weet. Want er zijn altijd andere dieren en mensen die je kunnen en willen helpen. En je inspireren! Saame zijn we tot wonderen in staat. Kijk maar naar Muisbezorgd.

Koppie van Japie