
Wat een klaagzang was mijn vorige furhaal, hè?! Eerlijk gemiauwd heb ik me serieus afgevraagd of ik deze keer wel iets moest furtellen, want het is hier nog steeds gedoe. Ik kan toch niet weer een treurdicht houden?! Dat wordt vervelend om te lezen.
Tegelijkertijd kan ik niet voorbij gaan aan het hoe het hier al een tijdje gaat. Maar moet ik het hebben over de tandarts die mijn mens vaker ziet dan haar lief is? Of zal ik het hebben over hoe ze staat, strompelt, zit, wiebelt, ligt, kreunt en kruipt? Door het in alle bochten wringen is ze wel soepeler aan het worden. Maar om nou te zeggen dat haar humeur er op vooruit gaat?
Misschien komt dat wel omdat ze ook witjas vaker spreekt dan ze zou willen. Over Foppe, die alwéér aan het tobben is met zijn gezondheid. Daar heeft ze zorgen over en ze wordt er verdrietig van en als het donker is, ligt ze daar weer wakker van. Ondertussen maakt ze plannen om alle vieze geurtjes uit huis te krijgen die een gevolg zijn van de buikpijn van mijn broer. Wat overigens helemaal geen handige combinatie is als je last hebt van je rug. Hebben jullie een beetje beeld bij hoe de sfeer in huis is?
En dan heb ik het nog niet eens over de website van mijn bissniss die al maanden plat ligt. Ook al geen visitekaartje. Kortom….
Meowe buurtbewoners
Misschien kan ik het hebben over de meowe buurtbewoners? Want wat ik nooit meer heb gemiauwd is dat we er toch nog achter zijn gekomen waar mijn look-a-like woont (daar heb ik in het voorjaar een furhaal over geschreven). Hij bleek notabene gewoon bijna naast
ons te wonen, in het huis van mijn grijze sterrenvriend Berdus. Mijn mens kwam er pas achter toen de verhuiswagen voor de deur stond.
Hij heet overigens Tedje en we schijnen sprekend op elkaar te lijken. Alleen heeft Tedje een piepklein stukkie met witte haren die tussen zijn lange borstharen uit piepen. Jammer dat we nooit fatsoenlijk kennis hebben gemaakt. Er waren meer verhuizingen en nu wonen er andere mensen met andere katten. Zo is er een vuurrode duvel die ondanks zijn verhitte kleur een vriendelijke inborst lijkt te hebben. Ik zou best furrienden met hem willen worden, maar ik heb geen idee waar zijn tuin is. Ik zie er eentje in een rood-witte jas, zonder staart.
Nu vraag ik me af of hoe zoiets kan. Dat ga ik een keer op de kat af vragen als zij dichterbij durft te komen. Dan is er nog superslanke, razendsnelle die donkerder is dan de nacht. Zijn klauwen zijn scherper dan de mijne, die al vlijmscherp zijn. Onze outfits gaan er niet op vooruit als we weer eens een kattefietje hebben. Tante Cato miauwt keer op keer dat we het beter bij blazen kunnen houden. Dan kom je er zonder vachtscheuren vanaf. Met mijn vijf jaar ervaring zou ik zoiets inmiddels moeten weten, want die extra gaten in mijn lijf zijn best pijnlijk.
Of ik kan het hebben over mijn contact met een watersalamander die pendelt tussen de schuur en het drooggevallen vijvertje in de achtertuin. Salamander is een meowsgierig aagje, die in de deuropening blijft zitten als er iemand heen en weer loopt. We zijn aan het uitvogelen in welke taal we elkaar het beste begrijpen. Want ik zou wel willen weten hoe je als Watersalamander je zwemdiploma haalt als er geen water is.
Het zou ook kunnen gaan over Begeltje die onder de prikkelbosjes bij de voordeur woont. Je snapt dat die kleine Stekel een speciaal plekje in mijn hart heeft.
Voor wie het niet weet, ik ben als verweesd en verwilderd kitten opgevangen door egels. De Stekels deelden hun brokjes met mij en dat was mijn redding. Je leest er alles over in mijn eerste blogs op deze website. Begeltje is dol op kattenbrokjes met veel kip en laten wij dat nou voldoende op voorraad hebben. Zijn (of haar?) bakje zit verstopt onder een dakpan zodat zowel Foppe als de regendruppels er niet bij kunnen. Ieder donker knabbelt hij het stampvolle bakje leeg. Alles om genoeg vet op de botjes te kweken voor de kou komt. Dat lijkt nog ver weg, maar als baby egel moet je snel groot groeien om een winterslaap te kunnen houden.
Volle vriezers
Misschien moet ik het maar gewoon hebben over tante Luna die zoals altijd fris en fruitig en poesitief is. Zij stuurde me een kattenbelletje met een wel heel aantrekkelijk voorstel, waar vast meer katlega’s oren naar hebben.
Dit is het plan. In sommige polders vreten de muizen de wortels van het gras kapot. Dat vinden de boeren niet leuk, want het gras is voor koeien en schapen. Om de muizen te verjagen, laten ze hun gortdroge land vol lopen met water. Muizen houden niet van natte poten en verlaten massaal hun holletjes. De ooievaars weten purcies in welk weiland ze moeten zijn om die piepbeesten te vangen. Omdat zij zoveel muizen niet op kunnen, gaan wij ze een pootje helpen.
Als je zin en tijd hebt, kom er gezellig bij. De vriezers kunnen maar vol zitten toch?!
Koppie van Japie




was met De Rossige, die het hele alfabet kon miauwen. En op een dag was het er zomaar. Opeens kwam er een piepje uit mijn keel. Een miniscuul piepje. Nauwelijks hoorbaar, maar ik voelde dat het er was, dat piepje. Daarna ging het hard. Het piepje groeide uit tot een piep. Trots liet ik hem aan De Rossige horen. Wat er toen gebeurde, ben ik nooit vergeten. Hij begon te lachen. Ik had verwacht dat hij trots op me zou zijn, maar nee, hij schaterde het uit. ‘Je klinkt alsof je een vogeltje hebt ingeslikt’, zei hij, schuddebuikend van het lachen. Daarna durfde ik niet meer te miauwen waar andere katten bij waren.
Op een dag werd alles anders. De Rossige furhuisde, de wijk werd van mij en CW kwam terug. Die had dat kleine brutale katertje al die tijd ontweken. CW komt sindsdien dagelijks kroelen, spelen en snacken. Wat hij ook doet, is zingen. En hoe! Purrachtige serenades. Ik hoor hem al van verre aankomen. Nu leert hij het mij ook, zodat we een duet kunnen vormen. Mo is blij dat ik weer aan het oefenen ben. Om een heel andere reden. Ze zou het fijn vinden als ik iets van me laat horen als ze me roept. Zodat ze weet in welke tuin, in welke boom of onder welke struik ik uithang als ik weer eens te lang van huis ben en ze me moet zoeken. Ik laat haar nog maar even in de waan. Want eerlijk gemiauwd, hoor ik haar wel, maar heb ik gewoon geen zin om te luisteren. En al helemaal niet om te antwoorden. Want sommige dingen wil je als kat gewoon voor jezelf houden.
De vogels zingen hun hoogste lied als ik onder de natte heg doorkruip. Kauwen nemen een verkoelende plons in de dakgoot die vol water staat na een hoosbui afgelopen donker.
Dat was van de week wel anders met koters die spetterden in badjes en tijdens hun waterpret mee gilden met de vrolijke muziek van Kinderen voor kinderen. Een dovige buurvrouw die de nieuwszender op standje tienduizend had om maar niets te missen van de laatste berichten over Code Rood. Aan de andere kant van ons groen nieuwe bewoners die ondanks de smorende hitte hun huis aan het opknappen zijn met schuur- en zaagmachines die onafgebroken snerpende geluiden maken. De radio met opzwepende muziek die dáár weer bovenuit probeert te komen. Verderop lallende mensen die iets te diep in hun glaasje kijken tijdens het verbranden van hun vlees. Als toetje vuurwerk en heen en weer scheurende brommers met knallende uitlaten na het scoren tijdens een wedstrijd met een bal ver weg.
Houd de kop en de poten koel allemaal en zorg goed voor elkaar.
Soms vraag ik me af hoe het zou zijn om te kunnen vliegen. Zoals de meeuwen die massaal het land in komen en neerstrijken op de nokken van onze huizen. Ze schreeuwen dat het veel te koud is bij de zee en dat de wind ze hierheen blaast.
De postduif bracht uit onverwachte hoeken felicitatiekaarten met lieve letters. De pursoonlijke poeszegels op de enveloppen waren purrachtig. Ware collectorsitems die we sparen. Een meow pareltje is de kersverse Muisbezorgd-poeszegel van de poot van een van mijn creatieve teamleden. Mila bruist van de ideeën om onze muizenhandel op de kaart te zetten en met deze poeszegel heeft ze me enorm verrast. Knap dat zij dit soort dingen kan. We konden het gewoon niet maken om er niets over te miauwen op Beestboek, iets dat mijn mens had willen vermijden. Nu snap ik beter waarom.
Vriendje heeft zijn eigen rustplaats bij onze voordeur, daar waar hij altijd wachtte op zijn dagelijkse maaltjes. In al die jaren heeft dit doodsbange zwervertje nooit dichtbij durven komen. Tot het moment dat zijn lichaam het begaf. Toen gaf hij zich over. Al heeft hij officieel geen stempel onder adoptiepapieren Vriendje hoort voor altijd bij onze BBB-furmilie.