Miauw lieve furriendjes, wat ons pas toch is overkomen….
Het ene moment rukt de wind zo hard aan mijn boom dat ik me stevig moet vasthouden, anders donder ik er uit. Het andere moment zetten de wolken alle sluizen open en dreig ik naar beneden te spoelen. Gebeurt niet hoor, want mijn stiletto’s zijn altijd in optima forma.
Net als ik denk een rubberboot te moeten gaan opblazen, komt de zon tevoorschijn en is al het water in mum van tijd weg. Wat volgt is een zwoele avond. En dat allemaal op één dag.
Maar dit is niet waar ik het over wil hebben. Het gaat over wat daarna gebeurde. Of misschien moet ik eerst furtellen wat zich in de woonkamer afspeelde, toen Mo de gordijnen dicht deed.
Foppe
‘Jongens, jullie moeten even binnen blijven. Want toen ik net het egelrestaurant bijvulde, zag ik niet één maar twee begeltjes. Ze lagen Saame opgerold tegen elkaar aan te slapen. Heel schattig. Maar ze schrokken zo enorm van mij, dat we ze even rust moeten gunnen. Kan ik jullie gelijk bijpraten.’

Het blik kipsnackjes komt tevoorschijn. Dat is altijd goed. Al helemaal als ze rijkelijk worden uitgedeeld. Ze steekt gelijk van wal. ‘Ik heb veel met witjas overlegd, omdat de pillen tegen de buikpijn van Foppe minder goed effect hebben.’
Dat heb ik gemerkt inderdaad. Hij schiet steeds vaker als een raket naar de plastic plasdoos waar het gloeiend onder zijn staart vandaan komt. Er blijkt geen andere smaak pillen te zijn, vertelt ze. Dat maakt dat ze voor een dilemma staat. Ze vraagt mijn broer of hij weet wat hem zou kunnen helpen. Natuurlijk niet, denk ik gelijk, Foppe is toch geen dokter. In de stilte die volgt buitelen mijn gedachten over elkaar heen. Wat betekent het dat er geen pillen meer zijn? Voor ik daar echt diep na over kan denken, valt de term poeptransplantatie.
Experiment
Snel slik ik het laatste stukkie kip door. Hier wil ik alles over weten. Mijn broer en tante luisteren net zo aandachtig mee als Mo uitlegt dat er poep bestaat met heel veel goeie beestjes er in. Die goeie beestjes kunnen de stomme beestjes in Foppe’s buik misschien wel wegjagen.
Ik denk gelijk aan de hoop die ik vanmiddag heb gedraaid tussen de prikkelbosjes voor de deur. Zouden daar genoeg goeie beestjes in zitten? Hoe zou ik die in de buik van mijn broer kunnen krijgen?
Katzijdank hebben de dokters daar al over nagedacht. Er zijn katten die hun drollen doneren. Ja, echt waar! Daar wordt een sausje van gemaakt dat met een dun slangetje in de buik van een andere kat wordt gespoten. Dat is wat ze bij Foppe willen gaan proberen. Alleen moet hij daarvoor wel een paar uurtjes bij witjas gaan slapen. Ik zie mijn broer schrikken, maar lijkt gerustgesteld als Mo belooft dat ze al die tijd bij hem zal blijven.
Het lijkt me een purrrfect plan. Ik miauw doen! Daar zijn we het allemaal over eens. Nu de brok door de kamer is, lijkt iedereen opgelucht. Tijd voor de nachtelijke kattiviteiten.
Catcerto
Waar tante Cato altijd gelijk met ons mens gaat slapen, blijft ze deze keer bij ons. Saame miauwen we na over het experiment dat gaat gebeuren. Opeens maant ze ons tot stilte en zegt op fluistertoon: ‘Luister eens, jongens.’ Stilletjes wachten we tot ze verder gaat. Ze draait haar koppie alle kanten op. ‘Het lijkt wel muziek. Heel zachtjes. Horen jullie dat?’
Ik spits mijn oren. Warempel. Nu hoor ik het ook. Ik stoot mijn broer aan. ‘Ga je mee, Foppe? Dan gaan we kijken waar het vandaan komt.’ Katzijdank is zijn buik even rustig. Op kousenpoten lopen we met z’n drietjes de tuin in. Het donker is zwoel. De hemel helder. Sterren fonkelen. De maan verlicht de tuin. Vanachter de heg horen we zachtjes de tonen van een swingende saxofoon, bijgestaan door de ijle klanken van een viool en het zachte plonken van een contrabas. Heel subtiel klinkt er een beat op de achtergrond. Het is zoooo mooi. Een geweldige gitaarsolo nodigt uit tot een dansje.
We genieten van deze onverwachte muziek al hebben we geen idee wie het maken. Wel weten we dat de muzikanten echt heel goed zijn. We voelen de klanken diep in ons binnenste. Als het kattastische catcerto is afgelopen, zijn we helemaal ontspannen en gaan de dingen doen die we graag in het donker doen. Ik duik onder de heg door op zoek naar de muziek èn naar piepbeesten om ze te bedanken.
Katdo
De volgende ochtend lijkt alles lichter. Alsof de muziek onze zorgen minder zwaar heeft gemaakt. De vibraties lijken zelfs ons mens geraakt te hebben. Ze staat veel soepeler op dan weken. Jammer dat ze een beetje wit is weggetrokken.
Mijn broer laat weten dat ze de GBK heeft gevonden die ik even op tafel had geparkeerd. Voor hij er een strik om kon doen, was alles al opgeruimd. Daar gaat ons katdo. En het was net zo’n purrachtig exemplaar. De eerste van het seizoen.
Jullie houden em te goed, mysterieuze bandleden.
Koppie van Japie
Psssst we hebben meer tijd nodig om alles de kop te bieden wat er gebeurt. Daarom miauwen we niks op Beestboek, ligt de website stil en reageren we nauwelijks bij de blog.

ons te wonen, in het huis van mijn grijze sterrenvriend Berdus. Mijn mens kwam er pas achter toen de verhuiswagen voor de deur stond.
Of ik kan het hebben over mijn contact met een watersalamander die pendelt tussen de schuur en het drooggevallen vijvertje in de achtertuin. Salamander is een meowsgierig aagje, die in de deuropening blijft zitten als er iemand heen en weer loopt. We zijn aan het uitvogelen in welke taal we elkaar het beste begrijpen. Want ik zou wel willen weten hoe je als Watersalamander je zwemdiploma haalt als er geen water is.



was met De Rossige, die het hele alfabet kon miauwen. En op een dag was het er zomaar. Opeens kwam er een piepje uit mijn keel. Een miniscuul piepje. Nauwelijks hoorbaar, maar ik voelde dat het er was, dat piepje. Daarna ging het hard. Het piepje groeide uit tot een piep. Trots liet ik hem aan De Rossige horen. Wat er toen gebeurde, ben ik nooit vergeten. Hij begon te lachen. Ik had verwacht dat hij trots op me zou zijn, maar nee, hij schaterde het uit. ‘Je klinkt alsof je een vogeltje hebt ingeslikt’, zei hij, schuddebuikend van het lachen. Daarna durfde ik niet meer te miauwen waar andere katten bij waren.
Op een dag werd alles anders. De Rossige furhuisde, de wijk werd van mij en CW kwam terug. Die had dat kleine brutale katertje al die tijd ontweken. CW komt sindsdien dagelijks kroelen, spelen en snacken. Wat hij ook doet, is zingen. En hoe! Purrachtige serenades. Ik hoor hem al van verre aankomen. Nu leert hij het mij ook, zodat we een duet kunnen vormen. Mo is blij dat ik weer aan het oefenen ben. Om een heel andere reden. Ze zou het fijn vinden als ik iets van me laat horen als ze me roept. Zodat ze weet in welke tuin, in welke boom of onder welke struik ik uithang als ik weer eens te lang van huis ben en ze me moet zoeken. Ik laat haar nog maar even in de waan. Want eerlijk gemiauwd, hoor ik haar wel, maar heb ik gewoon geen zin om te luisteren. En al helemaal niet om te antwoorden. Want sommige dingen wil je als kat gewoon voor jezelf houden.
De vogels zingen hun hoogste lied als ik onder de natte heg doorkruip. Kauwen nemen een verkoelende plons in de dakgoot die vol water staat na een hoosbui afgelopen donker.
Dat was van de week wel anders met koters die spetterden in badjes en tijdens hun waterpret mee gilden met de vrolijke muziek van Kinderen voor kinderen. Een dovige buurvrouw die de nieuwszender op standje tienduizend had om maar niets te missen van de laatste berichten over Code Rood. Aan de andere kant van ons groen nieuwe bewoners die ondanks de smorende hitte hun huis aan het opknappen zijn met schuur- en zaagmachines die onafgebroken snerpende geluiden maken. De radio met opzwepende muziek die dáár weer bovenuit probeert te komen. Verderop lallende mensen die iets te diep in hun glaasje kijken tijdens het verbranden van hun vlees. Als toetje vuurwerk en heen en weer scheurende brommers met knallende uitlaten na het scoren tijdens een wedstrijd met een bal ver weg.
Houd de kop en de poten koel allemaal en zorg goed voor elkaar.