Categorie archieven: Japie

Japie: we deden het Saame

Familiefoto: Foppe, Japie en Tante Luna

Zo dan, het was een rollercoaster afgelopen week. Wat miauw ik? Afgelopen weken! De zon draaide overuren. Net als ik. Niet alleen mijn hersens smolten tijdens de hittegolven, de muizen deden dat ook. Mensen zeggen wel eens dat mussen dood van het dak vallen als het zo heet is. Hier niet hoor.
Er viel helemaal niks. Geen mussen èn geen muizen. Ze furdwenen gewoon, als sneeuw voor de zon. Op z’n zachtst gemiauwd was dat een drama. Want de koelingen van Muisbezorgd lieten enkel nog maar een echo horen. Hoe moest dat nou met het Derde Grote Weilandfeest van Joep in aantocht? Het liefst zou ik furtrekken naar Verkattistan waar niemand me zou zoeken.
Zo groot was mijn schaamte. Want ik, als CEO van een eerst zo goedlopende bissniss, kon dit toch niet laten gebeuren?! Toen ik op Beestboek schoorpotend toegaf hoe de situatie was, gebeurde er iets wonderlijks. De redding bleek gewoon onder mijn snuit te liggen en ik keek er al die tijd over heen.

Onverwacht op avontuur

Op pad

Na mijn bekentenis drong de tijd. Ik had nog maar een paar dagen om het goed te maken. Maar dat hoefde ik niet alleen te doen. Van heinde en ver stroomden tips binnen. Wat was het geval, het gebrek aan muizen was een lokaal probleem.
Het lag niet aan mij. Hier in Voorne aan Zee waren ze gewoonweg weg. Maar in de rest van het land wemelde het ervan. Als de wiedeweerga pakte ik mijn spullen bij elkaar en toog naar aangewezen plekken. Daar ontmoette ik al mijn toffe furrienden die meehielpen om de koelwagens stampvol te krijgen met verse aanvoer. Als kers op de taart mocht ik logeren bij mijn tante Luna. Natuurlijk kenden we elkaar al van de kattenbelletjes. Zij heeft furkering met mijn broer en iedere dag vliegen de purrichtjes heen en weer. Maar ik had haar nog nooit ontmoet. Is het gek dat ik dat spannend vond? Stel nou dat ze me niet aardig zou vinden. Of een luie kater, omdat ik de boel had laten fursloffen. Of…. Mijn brein draaide overuren over alles wat mis kon gaan.
Het was nergens voor nodig. Toen we neussie aan neussie stonden, voelde het gelijk goed. Ik snap wel waarom Foppe nog altijd tot ver voorbij zijn snorharen furliefd op haar is. Wat een powerpoes!

Saame

Tante Luna links en ik rechts.

De rondleiding over het weiland en het achterste bos was indrukwekkend. Er wonen veel dieren op het erf, tussen de struiken en de bomen en in de landerijen ernaast. De kippen en konijnen wonen daar naar volle tevredenheid. Ze beklaagden zich echter over één dingetje en laat dat nu net mijn specialiteit zijn: GBK’s.
Met een snelcursus Hoe vang je een GBK hadden Lapje en tante Luna de fijne kneepjes direct in de poten en zo konden we Saame de koelingen met nog meer piepbeesten volstouwen. Andersom betrok m’n tante me bij de organisatie van Donkermuis. Zo had zij extra kwali-tijd met mijn broer. Want die twee hadden elkaar ook al heel lang niet gezien. De laatste keer was met de Donkerklok (niet te verwarren met Donkermuis). Ik voelde me groter groeien bij die belangrijke taak.
Nu mijn rechterpoot dit allemaal voor me opschrijft, is het Derde Grote Weilandfeest net voorbij. Het was in één miauw kattastisch. Muisbezorgd krijgt veel eer, maar dat is niet terecht hoor. Het is Joep die dit feest neerzet. Jullie zijn het die mij hebben gered van een enorme blamage. Laten we het erop houden dat we het Saame hebben gedaan.
En dat is waar je furmilie en furrienden voor je hebt. Je hoeft elkaar niet vaak te zien, zolang je er maar bent als je elkaar nodig hebt.

Koppie van Japie

Japie: van stil naar serenade

Japie saame met CW

Van de week had Ollie letters waar ik een tijdje over na heb gedacht. Over of je als kat iets zegt thuis. Daarmee bedoelde hij of je MEWW doet tegen je vrouw. Ik moest nadenken of ik dat wel eens doe. Mijn tante en broer doen dat zeker weten. Tante Cato blèrt de halve nacht. Die weet het soms niet meer zo goed. Foppe miauwt zodra hij wakker is. Alles om de aandacht te trekken van ons mens. Hij wil eten, of een kroel, of een snoepie. Zodra ik het woord snack hoor, kom ik altijd ‘toevallig’ net de kamer binnen. En zet mijn meest onschuldige kop op. Geheid dat ze dan vraagt of ik ook wil. Daar miauw ik geen nee tegen natuurlijk. Al is het zonder zonder geluid. Want eerlijk waar gemiauwd, ik durf niet zo goed geluid te maken.

Stil

Toen ik nog een heel klein Japietje was, kon ik sissen en grommen als de beste. Dat deed ik tegen alle mensen. Om ze op afstand te houden. Want mensen, die vertrouwde ik voor geen brok. Dat er eentje was die zich daar geen lor van aantrok, weten jullie. Dat is degene bij wie ik ben ingetrokken. Als vanzelf verdwenen mijn boze bange buien. In mij voelde ik niet meer dat ik moest blazen of snauwen. Het ging gewoon weg, omdat ik mijn eigen mens steeds liever vond. Ik oefende heel veel met miauwen. Ik keek hoe mijn broer dat deed. Hij sperde zijn kaken wijd en dan leken er als vanzelf klanken uit te komen. Maar hoe ik het ook probeerde, kaken open, een beetje, of veel, groter, langer, korter, er gebeurde helemaal niets. Het bleef stil in mij.

Uitlachen

Mo moedigde mij aan om het te blijven proberen. Want, zo zei ze, jij hebt ook iets te zeggen in ons huishouden. Daarmee bedoelde ze dat ik mag miauwen wat ik denk en voel en dat ik inspraak heb. Ik voelde mezelf groeien. Ik telde mee, net zoals mijn broer en tante. Al was en ben ik de jongste van allemaal ik ben net zo belangrijk. Ik oefende als ik in mijn boom klom om naar de sterren te zwaaien. Ik oefende als ik over op de schutting liep waar ik Saame met mijn furriend Berdus sterke furhalen op hing. Ik oefende als ik aan het spelen was met De Rossige, die het hele alfabet kon miauwen. En op een dag was het er zomaar. Opeens kwam er een piepje uit mijn keel. Een miniscuul piepje. Nauwelijks hoorbaar, maar ik voelde dat het er was, dat piepje. Daarna ging het hard. Het piepje groeide uit tot een piep. Trots liet ik hem aan De Rossige horen. Wat er toen gebeurde, ben ik nooit vergeten. Hij begon te lachen. Ik had verwacht dat hij trots op me zou zijn, maar nee, hij schaterde het uit. ‘Je klinkt alsof je een vogeltje hebt ingeslikt’, zei hij, schuddebuikend van het lachen. Daarna durfde ik niet meer te miauwen waar andere katten bij waren.
Mo bleef zeggen dat mijn piepje het allerliefste en allerschattigste miauwtje was dat ze ooit heeft gehoord. Als ik van me laat horen, smelt ze en geeft me een zoen op mijn kop. Op een dag fluisterde ze in mijn oor dat zij ook jarenlang geen geluid durfde te maken. Als kind stotterde ze. Dat is dat je eerst heel veel keren dezelfde letter zegt voordat je een woord kunt zeggen. Daar lachten de kinderen ook om en toen besloot ze om gewoon helemaal niets meer te zeggen. Als je haar nu hoort, zul je dat niet geloven. Ze kletst de oren van je kop. Er zat een belofte in die bekentenis.

Serenade

Op een dag werd alles anders. De Rossige furhuisde, de wijk werd van mij en CW kwam terug. Die had dat kleine brutale katertje al die tijd ontweken. CW komt sindsdien dagelijks kroelen, spelen en snacken. Wat hij ook doet, is zingen. En hoe! Purrachtige serenades. Ik hoor hem al van verre aankomen. Nu leert hij het mij ook, zodat we een duet kunnen vormen. Mo is blij dat ik weer aan het oefenen ben. Om een heel andere reden. Ze zou het fijn vinden als ik iets van me laat horen als ze me roept. Zodat ze weet in welke tuin, in welke boom of onder welke struik ik uithang als ik weer eens te lang van huis ben en ze me moet zoeken. Ik laat haar nog maar even in de waan. Want eerlijk gemiauwd, hoor ik haar wel, maar heb ik gewoon geen zin om te luisteren. En al helemaal niet om te antwoorden. Want sommige dingen wil je als kat gewoon voor jezelf houden.

Koppie van Japie

Japie: ons hitteplan tijdens het voor pampoes liggen

De vogels zingen hun hoogste lied als ik onder de natte heg doorkruip. Kauwen nemen een verkoelende plons in de dakgoot die vol water staat na een hoosbui afgelopen donker.
Katzijdank viel het hier in Voorne aan Zee mee en werd ons het ergste noodweer bespaard. Tijdens mijn nachtelijke patrouille hoefde ik maar een paar keer voor donder en bliksem onder te duiken. Verder merkte ik weinig van het slotconcert na een week vol codes met alle kleuren van de regenboog. Mijn mens heeft zojuist het meows gelezen en vertelt me dat het bij een aantal furriendjes flink tekeer is gegaan.
De wind die zonder pardon takken van de bomen rukte en pannen van daken. Plekken waar je kunt pootjebaden na een wolkbreuk. Of nog erger, bliksemschichten die de boel letterlijk in vuur en vlam zetten. En dat alles na een verzengende tropische week waarbij iedereen voor pampoes lag. Wij ook.

Kakofonie

Het is zondagochtend als ik dit Saame met mijn mens neerpoot. De wereld om ons heen slaapt nog. Behalve de vogels. En CW, die me bij het ochtendgloren tegemoet kwam in de tuin. Wachtend op een ontbijtje zoals hij al dagen doet. Zondagochtend is ons meest favoriete deel van de week. De buren zijn binnen, nergens muziek, geen brullende machines.
Alleen maar rust.
Kon het maar altijd zo zijn.
Dat was van de week wel anders met koters die spetterden in badjes en tijdens hun waterpret mee gilden met de vrolijke muziek van Kinderen voor kinderen. Een dovige buurvrouw die de nieuwszender op standje tienduizend had om maar niets te missen van de laatste berichten over Code Rood. Aan de andere kant van ons groen nieuwe bewoners die ondanks de smorende hitte hun huis aan het opknappen zijn met schuur- en zaagmachines die onafgebroken snerpende geluiden maken. De radio met opzwepende muziek die dáár weer bovenuit probeert te komen. Verderop lallende mensen die iets te diep in hun glaasje kijken tijdens het verbranden van hun vlees. Als toetje vuurwerk en heen en weer scheurende brommers met knallende uitlaten na het scoren tijdens een wedstrijd met een bal ver weg.
Het was een kakofonie die weinig uitnodigde om in de tuin te zijn, waar het raar maar waar beter toeven was dan binnenshuis. Zelfs nu na de nacht, die voor de nodige verkoeling heeft gezorgd, is het in de kamer waar het apparaat staat om mijn furhaal te typen nog altijd smoorheet. Ik denk aan Ollie die van de week in een tuinhuis woonde om te ontsnappen aan de mannen die in zijn huis al maanden op de meest onverwachte momenten en onuitgenodigd herrie komen maken. Hoe zouden hij en zijn vrouw het hebben beleefd tijdens het tropische weer? Misschien lezen we gauw op zijn Beestboek hoe het was.

Hitteplan

Al lijkt de hitte voorbij de zomer is pas begonnen. Daarom miauw ik hoe wij de afgelopen dagen zijn doorgekomen. Wie weet heb je er wat aan als de zon zich onverhoopt weer zo enorm gaat uitsloven.

  • Ons mens uit bed halen als de vogels beginnen met zingen. We hoefden niet eens te porren, want tijdens tropische nachten slapen tweebeners korter. Beter als je het ons miauwt, dan is het ontbijt ook eens op tijd.
  •  Na het ontbijt – vlees en vis met extra veel water – languit uitbuiken voor het open raam waar de wind door je jas waait.
  • Saame met CW chillen in de gang waar de wind de voordeur binnen komt en via de keukendeur weer naar buiten gaat. Purfect om af te koelen.
  • Tip van mijn broer Foppe: je staart in een bak met water hangen.
  • Mijn tante Catootje zweert bij een bezoek aan de koelkast. Ze miauwt dat het om de temperatuur gaat, maar stiekem zag ik haar het condens van de blikjes bier likken.
  •  Zelf ontdekte ik een wapperapparaat, dat Mo gebruikt als ze oververhit dreigt te raken. Best lekker dat windje.
  •  Onderduiken in de tuin van buren een straat verderop waar het heerlijk rustig is. Daar was mijn mens het niet mee eens. Het laatste woord is hier nog niet over gemiauwd. Misschien furtel ik daar volgende keer meer over. Nu is het tijd om op het schuurdak te klauteren en te genieten van deze purrachtige zondag.

Houd de kop en de poten koel allemaal en zorg goed voor elkaar.

Koppie van Japie

Japie: feest met een lach en een traan

Soms vraag ik me af hoe het zou zijn om te kunnen vliegen. Zoals de meeuwen die massaal het land in komen en neerstrijken op de nokken van onze huizen. Ze schreeuwen dat het veel te koud is bij de zee en dat de wind ze hierheen blaast.

Stel nou dat ik op ons dak zou kunnen komen, zouden de sterren mij dan beter zien? Of als ik zou kunnen vliegen zoals de zwaluwen. Vanuit mijn boom volg ik ze als ze pijlsnel heen en weer schieten met hun schrille roep. Soms lijkt het bijna alsof ze de wolken doorklieven. Stel nou dat ik zo hoog als de zwaluwen zou kunnen komen, dan ben ik nog dichter bij de sterren. Ik snap heus wel dat ik niet kan vliegen. Ik lijk in de verste verte niet op een vogel. Mijn haren wapperen dan wel in de wind, maar helpen niet om mee op te stijgen zoals vleugels.
En toch zou ik het soms zo graag kunnen. Om ze even een koppie te kunnen geven namens mijn mens, die in deze tijd van het jaar natte ogen krijgt als ze oude purrichtjes leest op Beestboek.

Post

Het was van de week toen ik vijf kaarsjes mocht uitblazen op mijn furjaardagstaart. Het voelde als een feestelijke dag. Mo zoende me plat en danste met me door de kamer. Voor deze ene keer vond ik het goed en hopste vrolijk mee met m’n poten stevig in haar schouder. Foppe had een kattastische muismeetmaat op de kop weten te tikken. Super potig om lengte van piepbeesten te meten. Mijn bissniss draait op kwaliteit.
De postduif bracht uit onverwachte hoeken felicitatiekaarten met lieve letters. De pursoonlijke poeszegels op de enveloppen waren purrachtig. Ware collectorsitems die we sparen. Een meow pareltje is de kersverse Muisbezorgd-poeszegel van de poot van een van mijn creatieve teamleden. Mila bruist van de ideeën om onze muizenhandel op de kaart te zetten en met deze poeszegel heeft ze me enorm verrast. Knap dat zij dit soort dingen kan. We konden het gewoon niet maken om er niets over te miauwen op Beestboek, iets dat mijn mens had willen vermijden. Nu snap ik beter waarom.

Memories

Het is niet dat ze geen feest wil vieren. Dat wil ze heel graag zelfs. Ze vertelt ons vaak genoeg dat we het leven moeten vieren en onze eigen slingers moeten ophangen. Alleen is ze zelf niet zo’n feestbeest.
Voor de buitenwereld lijkt ze vrolijk, maar zelf voelt ze het anders. Eenmaal thuis in onze veilig cocon zie ik wat er allemaal spookt in haar binnenwereld. Zoals van de week toen na mijn feestelijke dag – die ook echt feestelijk was – herinneringen oppopten. Aan Vriendje. De meesten van jullie hebben zijn naam wel eens gehoord. De tranen liepen over haar hangen toen ze teruglas hoe ze voor de eerste keer de zachte haren van zijn gitzwarte jas kon aanraken. Het was tevens de laatste keer dat ze hem kon voelen voor de klei zijn lijfje, doodziek van het harde straatleven, bedekte.
Vriendje heeft zijn eigen rustplaats bij onze voordeur, daar waar hij altijd wachtte op zijn dagelijkse maaltjes. In al die jaren heeft dit doodsbange zwervertje nooit dichtbij durven komen. Tot het moment dat zijn lichaam het begaf. Toen gaf hij zich over. Al heeft hij officieel geen stempel onder adoptiepapieren Vriendje hoort voor altijd bij onze BBB-furmilie.
We weten nu al dat de tijd rond de langste dag van het jaar in het teken staat van memorabele momenten. Er kwam van alles Saame op die datum in huize BBB en dat laat Beestboek *) haarfijn weten. Al ken ik mijn furmilieleden niet pursoonlijk ik voel dat we voor altijd met Dwiezeliesje, Gizzybizzy, Sjakie en Vriendje verbonden zijn. De nok van ons dak is net buiten pootbereik.
Maar pas heb ik ontdekt hoe ik op het schuurdak kan klauteren. Dan ben ik net iets dichter bij de regenboogbrug dan in mijn boom. Van daar staartzwaai ik extra lang naar alle sterren, zodat ze zien dat we voor altijd aan ze denken. Zwaaien jullie mee?
Koppie van Japie

*) Noot van mijn mens: Ik weet dat ik er voor kan kiezen om de herinneringen op FB uit te zetten. Maar emoties hebben het recht om gevoeld te worden. Naast waterlanders zijn er zonnige glimlachen, want liefde schittert door vele facetten.

Japie: de zomer is stom

De blog stond de afgelopen tijd al vol over de natuurelementen. Eerst de kou, de nattigheid en de warme platen die aan gingen, terwijl het volgens de kalender toch al lente zou moeten zijn.

Toen, van de een op de andere seconde, het was na de zonnedans van Bliksem en Roover, brak de zon door. En hoe?! Tijd voor het hitteprotocol. Ik vroeg me af of ik niet ook weer over het weer moest miauwen.
En toch ga ik het doen. Want ik vind er iets van. Niet zozeer van de warmte en de kou. Eerlijk gemiauwd kan het mij geen snorhaar schelen of de mussen als geroosterde éénhapjes van het dak glijden of dat storm en regen van mijn vacht een warboel maken. Het gaat om wat daarom heen speelt.

Vliegles

Het is een purrachtig zonnige dag. Mijn mens is vrij en zingt een bekend liedje. Over een mooie Pinksterdag. Daar waar ze de tekst niet weet, vult ze het naar eigen goeddunken in. Het klinkt voor geen meter, maar dat kan me niet deren, want ze is een zomaar een dag extra thuis en dat stemt haar vrolijk. En als zij blij is, ben ik ook blij. En als zij minder blij is, maak ik haar altijd blij. Vandaag is dat niet nodig. Alles lijkt purrrrfect.
Tot dat ene moment.
Oorverdovend geschreeuw! In mijn achtertuin! Daar waar tante Cato al het beste plekje heeft uitgezocht om een nieuwe tropische dag door te brengen.
Verschrikt rent ze naar binnen om te ontkomen aan een paar furieuze zwarte vogels die het op haar gemunt hebben. Bleek om haar snoet duikt ze onder de bank. Deze alarmfase zet ons mens op scherp. Omdat ik vermoed wat ons te wachten staat, piep ik er tussen uit. Onder de hortensia’s, waar de kauwen me niet kunnen zien, vind ik een kattastische schaduwplek. De aarde voelt weldadig koel tegen mijn buik. Hier hou ik het wel een poosje uit.
Niet ver bij mij vandaan hoor ik een piep. Een beetje zoals waar ik de vorige keer over miauwde en toch een beetje anders. Waar het toen een lieflijk piepje was, klinkt dit meer als een schreeuwerig piep. Ik tuur vanonder het dichtbegroeide bladerdek in de richting waar het geluid vandaan komt. Het is lastig iets te zien zonder me zelf te verraden. Als ik nou eens een piepklein stukkie opschuif. Krak doet een tak waar ik onderdoor sluip. Furdorie. Door dit geluid hebben de furies gelijk door waar ik zit.
En mijn mens ook.
Ze sommeert me om binnen te komen. Wat ik natuurlijk vertik. Niet nu het net een beetje leuk aan het worden is. ‘Jaapieh,’ klinkt het zangerig, ‘Japie. Heb je zin in wat lekkers?’ Ik hoor hoe in de keuken het metalen lipje van een blik omhoog getrokken wordt. Oei, dat klinkt best verleidelijk. Op dat zelfde moment zie ik vanuit mijn ooghoek de schreeuwlelijkerd zitten. Een heerlijk hapje als je het mij vraagt. Pluizig met zwarte kraaloogjes in een kop waar een veel te grote snavel op zit. Weer mijn mens die me aanmoedigt om wat te komen eten. Er staat vis op het menu. Het water loopt me in de bek. Vis is mijn favoriet. Zo te zien gaat Piep nog nergens heen. Ik kan best even snel heen en weer. Ik kom uit mijn schuilplaats en waag de gok. Fout!
Net als ik sta te genieten van een bak vol tonijn met sardientjes barricadeert zij mijn kattenluik. Het gaat hermetisch op slot. ‘Helaas voor jou, Japie,’ zegt ze, ‘die studie naar vliegbewegingen van babyvogels moet je vanachter het glas gaan doen.’ Onschuldig kijk ik haar aan. Dat ik mijn tanden al bijna in het fragiele nekkie had staan, hoeft zij niet te weten. Ze trapt er niet in. De rest van de dag lig ik binnenshuis te smoren. De temperatuur in mijn kamer is al snel hoger dan plat op mijn buik in de aarde. Pas in de avond hebben de kleintjes hun basisbrevet vliegen gehaald en mag ik het donker in.

Weg

De dagen erna blijven tropisch. Onder de struiken voor de deur is heerlijk toeven. Boven me hoor ik vogeltjes gezellig tsjilpen. Iets verderop liggen Stekels opgerold te ronken tussen knisperige blaadjes. In het perkje zoemen de bijen. Ze doen zich te goed aan de nectar van goudgele paardenbloemen en koolzaad, sneeuwwitte madeliefjes met donzige hartjes, paarse dovenetel en blauwe boshyacinten. De kleine kauwen lachen me uit nu ze vliegvlug zijn. Het leven is goed. Tot een busje met gierende banden stopt. Vijf oranje hesjes springen eruit. Met herriemakende machines maken ze een einde aan het net nog zo vredige tafereel, waar alles in harmonie was. Na twee uur grof geweld daalt een troosteloze stilte neer.
Weg is het concert van de merels, de mussen en de mezen.
Weg zijn mijn furrienden met stekels die hun schuilplek onder hun poten weggetrokken voelden worden.
Weg is het aanmoedigende geschreeuw van papa en mama kauw die hun kinders een vervolgopleiding vliegen gaven.
Weg is het eten voor de zoemers.
Ik voel hoe het hart van mijn mens huilt. Deze keer kan ik haar niet blij maken.

Koppie van Japie