Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Ik moet thuis meehelpen en dat kan ik

meehelpen

Toen ik hier pas woonde, moest ik wennen aan het huis en hoe alles hier ging. Daarna snapte ik het. En weer daarna moest ik meehelpen in huis.

Straat

Dat meehelpen ging vanzelf maar het was niet mijn idee. Ik zat een keer in de vensterbank naar buiten te kijken gewoon omdat ik dacht wat gebeurt daar eigenlijk en toen zei mijn vrouw dat ik zo goed oplette en dat ze zich veilig voelde omdat ik de straat controleerde. Nou toen wist ik het. Dit moest ik thuis doen. Want ik was de enige die in de vensterbank zat dus het was mijn werk, zo is het dus gekomen.

Zelfvertrouwen

Ik heb nou best wel wat zelfvertrouwen dat is dat je wat durft en dat je het gefoel hebt dat je er ook mag zijn en dat je ook belangrijk bent. Dus daardoor kon ik ook meer helpen thuis:

  • als mijn vrouw boodschappen heeft gedaan dan zet ze de tas op de keukenvloer en dan ruik ik of er geen rare dingen inzitten. Mijn vrouw wacht tot ik klaar ben en dan vraagt ze of het in orde is. Daarna krijg ik een compliment en een knuffel.
  • ik ga ook meehelpen het bed doen, dat is een klus met dekbedden en lakens en alles moet heel presies dus daar hou ik toezicht dat het goed gaat
  • als het tijd is dat mijn vrouw naar de keuken gaat om eten te maken dan miauw ik dan gebeurt het tenminste

Maar het belangrijkste is de straat, het bed en de boodschappentas.

Helpen

Ik vind helpen  thuis leuk. Want ik kan het en als ik foel dat ik iets kan dan heb ik ook meteen meer zelfvertrouwen en dan kan ik beter ontspannen. Dus dat is goed. Maar ik vind persoonlijk ook dat als je samen met iemand anders woont, dat je dan ook samen met die iemand al die dingen van het wonen moet verdelen. Daarom help ik ook mee.

Dus toen lag ik alleen op het bed

bed

Ik lag lekker op mijn krukje naast de werktafel van mijn vrouw en ik doezelde gezellig. Dus ik sliep niet. Wel bijna.  En toen opeens sliep ik helemaal niet meer.

Geluid

Waardoor ik opeens keiwakker was dat was door een raar geluid. Het kwam uit de keuken. Er hoort geen geluid uit de keuken te komen als je vrouw naast je is en er is niemand anders in huis, dat wist ik meteen. Dus ik schrok heel erg. Ik sprong van mijn krukje af, en ging op het tapijt staan. “Niks aan de hand, Bertje,” zei mijn vrouw, “Ik ga wel even kijken.”  Toen ze uit de huiskamer was vond ik het daar in mijn eentje veel te eng.

Aksie

Nou moet ik zeggen dat de dag pas begonnen was, dus ik was net voorbij de derde ochtendknuffel en nog niet in aksie geweest dat ik dacht ik ga eens wat doen. Maar nou wel. Ik rende heel hard de trap op naar de slaapkamer en daar sprong ik op het bed. Ik heb daar mijn eigen stuk helemaal voor mezelf alleen. Daar ging ik liggen.
Maar alleen op bed is maar alleen. Dus het gefoel van gezellig-samen had ik geeneens. En beneden hoorde ik mijn vrouw roepen van “Bertje, Bertje, waar ben je toch?” Wat doe je dan als huiskaterman? Ja presies. Je gaat je vrouw helpen.

Friemels

Beneden in de huiskamer zag ik haar staan en ze zei: “O ben je daar.”  Een vrouw zegt vaak hele simpele dingen, dat valt me steeds weer op.

Ik kreeg meteen aaien over mijn lichaam en toen ik op mijn kussen ging liggen, kreeg ik friemels achter mijn oor en over mijn buik. Die waren superfijn, dus aan dat geluid dacht ik niet meer, het was gelukkig ook weer stil in huis. Dat heb ik het liefste wegens mijn ontspanning.

Is mijn staart ook mijn lichaam?

staart

Voor mij als katerman is mijn staart belangrijk. Voor het lopen en springen en spelen, dan blijf ik in balans.  Maar als ik lig om te slapen is het weer anders.

Staart

Laatst vroeg mijn vrouw of mijn staart ook mijn lichaam is en ik heb toen mijn kop weg gedraaid. Dat is niet lief maar wel duidelijk. Dat kun je toch zelf bedenken dacht ik en toen moest ik er opeens zelf ook over denken. Want ja hoe is het nou presies?

Lichaam

Als ik ga slapen dan voel ik dat het eerste aan mijn lichaam dus dat ik wil liggen en doezelen  en het laatste voel ik het aan mijn kop wegens dat ik niet goed meer kan denken ik heb dan dat wazige gefoel dat alles fijn is. Dus dan ben ik rielekst. En waar mijn staart dan is dat weet ik geeneens.

  • soms heb ik mijn staart langs  mijn lichaam dat is vooral als ik in een rondje slaap dan hoort dat gewoon zo
  • als ik echt moe ben nou dan ga ik liggen en als ik lig dan slaap ik mijn staart blijft dan vanzelf ergens

Dus ik hoef er niet altijd op te letten, dat is best fijn. Soms legt mijn vrouw mijn staart anders, dat noemt ze “goed leggen”, voor mij hoeft dat niet.

Watnou

Ik wil nog meer zeggen over mijn staart en mijn lichaam:

  • aaien over mijn lichaam vind ik superfijn vooral over mijn buik, maar als ze spesjaal mijn staart gaat aaien dan moet ik altijd kijken van watnou en doe maar niet. Ik ben er niet zo gefoelig als op mijn buik maar ik heb het gewoon liever niet
  • ik ben best zuinig op mijn staart dus met het wassen doe ik altijd mijn staart heel goed

Mijn staart is ook mijn lichaam en toch iets aparts geloof ik. Verder weet ik het niet presies.

Daar stond ik met mijn poten diep in het kussen

poten

Ik heb een kussen dat presies goed is en soms gaat het dan toch mis ik bedoel dat ik met mijn voorpoten heel diep in het kussen zak en dan weet ik het even niet meer.

Hond

Folgens mij heeft een hond het gemakkelijker dan een kat. Een hond springt op een kussen en ligt meteen goed. Lekker, slapen. Dat lijkt me best fijn als zoiets gewoon lukt. Want ik heb het niet. Mijn kussen is presies goed, want groot (ben ik ook) en stevig en zacht tegelijkertijd (hou ik van). Maar gaan liggen is tegnies:

  • eerst doe ik mijn voorpoten, dan mijn lichaam en de achterpoten en pas daarna leg ik mijn staart goed, maar eerlijk is eerlijk soms vergeet ik de staart en dan ligt-ie gewoon ergens op het kussen
  • evenwicht houden is heel belangrijk dus je moet niet heel erg voorover gaan leunen zodat je met de poten er diep in zakt dat deed ik dus
  • als je op je zij wil liggen dan moet je proberen of dat kan, soms moet je een paar keer wisselen voordat je het zeker weet, dat is dus heel anders dan bij een hond

Wachten

O ja, toen ik zo stond. Nou, ik bleef gewoon zo staan. Dat doe ik als ik iets niet weet. Wachten tot ik het wel weer weet. Nou dus ook.
Ik stond er dus te staan.
Best stom.
Een hond heeft dat nooit, dacht ik nog.

Gapen

En toen ik het echt niet meer wist, moest ik opeens heel erg gapen. Dat is heel intens. Erna voelde ik me anders in mijn lichaam. Rustiger. En ik kon gewoon gaan liggen en dat deed ik toen.

Nou zegt u vast Bertje dat is toch helemaal niet moeilijk om mee te maken, maar dan zeg ik dat u vast nog nooit vast heeft gestaan met uw voorpoten en dat u niet meer wist wat u moest doen.

Wat ik doe als mijn vrouw moeilijke gefoelens heeft

troost

Ik heb mezelf en ik heb mijn vrouw. Dan heb je twee personen om mee om te gaan als huiskater zijnde en met moeilijke gefoelens is dat best veel.

Gefoel

Nou moet ik eerst uitleggen wat moeilijke gefoelens zijn. Voor mij zijn dat:

  • dat ik me onzeker voel omdat er iets anders dan anders is en dan ben ik mijn basis-gefoel in mezelf kwijt en dan weet ik het niet meer
  • dat er een monteur komt en dan ben ik bang voor hem
  • als de dokter op bezoek komt voor mij dan weet ik dat ik snoep krijg maar ook een prik dus dan wil ik dat niet
  • als mijn vrouw moeilijke gefoelens heeft wegens dat ik die ook foel, anders maar toch wel in mezelf erfaar ik dat

Als ik zelf ergens mee zit dan maakt mijn vrouw het meestal in orde. En als mijn vrouw zelf ergens mee zit, ook. Alleen help ik dan mee.

Spanning

Wat ik thuis erfaar soms dat is dat ze de hele tijd aan haar werktafel zit en dan gespannen is. Nou dat merk ik. Daar word ik gewoon wakker van. En dan is het hier anders want ik foel dan ook die spanning. En dat moet niet. Dus dan ga ik erbij zitten op het tapijt en ik kijk naar haar en ik miauw net zo lang tot we gaan aaien en dat is in het begin helemaal niet fijn maar als ze minder gespannen is dan wordt het steeds fijner. En daarna zegt ze dankjewel Bert. Dat hoort, weet ik.

Dus daarom zeg ik altijd dat ik in de thuiszorg zit.

Zorg

Ik weet dat vrienden van mij thuis ook zorgen. Dat ze kopjes geven als er verdriet is. Of dat ze dan ekstra dicht bij hun mensen blijven. Of eerlijk waar, dat ze gaan slapen om het goede voorbeeld te geven. Of spelen voor de afleiding. Iedereen doet dan weer wat anders.  Maar het is gewoon zo dat je als kat zijnde ook veel gefoel voor het gefoel van je mensen thuis hebt.