Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Wat ik vind van kussen en vooral op mijn neus

neus

Als knuffelkater weet ik wat kussen is en ook dat zoiets heel presies komt. Waar, hoe lang, wanneer en dat er beter geen geluid bij komt, kussen hoort niet met geluid.

Dat weet ik zeker.

Neus

De allergefoeligste plek voor een kus is op mijn neus. Dus dat kan haast nooit omdat ik een katerman ben met ook veel gefoel van binnen en ik ben snel bang dus als er een kus aankomt door de lucht ook. Ik zie dan het hoofd van mijn vrouw steeds dichterbij mijn kop komen en ik hou best veel van haar maar het is toch eng!! Dat steeds dichterbij!! Dus eigenlijk heel eerlijk waar heb ik het liever niet op mijn neus.

Alleen heel soms en dan superzacht.

Buik

Ik ben ook gefoelig op mijn buik maar anders wegens dat ik er veel vacht heb. Persoonlijk hou ik veel van vachthappen dat is dat ze zachte hapjes neemt en dan langzaam heen en weer en van onder naar boven, en dat dan langzaam. Daar hoef ik ook geen geluid bij ook al niet omdat ik dan aan het spinnen ben en dan stoort het gewoon als iemand anders ook geluid gaat maken. Ik zit dan in mijn gefoel.

Met het vachthappen kunnen kussen weer wel. Tussendoor. Of aan het slot. Niet aan het begin dan ben ik er nog niet ontspannen genoeg voor. En zonder geluid, daar ben ik heel streng op. Dat hoort gewoon niet.

Kop

Een kus op mijn kop vond ik altijd eng maar de laatste tijd heb ik af en toe dat het best fijn is. Alleen als ze al een poos aan het aaien is, dan kan het. En dan superzachtjes en een enkele kus is genoeg dus niet de hele tijd en dan erbij praten.

Dus ik vind kussen best fijn, op mijn manier. Maar toch denk ik bij mezelf als katerman zijnde, dat het nou tiepies iets is voor mensen.

 

Waarom ik soms ekspres niks doe met een potlood

potlood

Ik  speel graag met een potlood. Echt waar. Leuk spul. Alleen soms kan ik er helemaal niks mee. En dat doe ik er ook niks mee. Ook niet even. Maar dat is thuis moeilijk.

Rollen

Wanneer ik het potlood ontdekte, weet ik niet meer. Maar wel hoe dat ging. Er lag iets op de grond en toen ik er op tikte met poot, ging het de lucht in. Eerlijk, eerst vond ik het eng, maar toch ook leuk. Dus ik tik harder, BAM. Dat potlood ging een hele andere kant op. Ik weer BAM. Potlood weer ergens heen dat je denkt hoe kan het. Dus toen pakte ik het met mijn voorpoten vast en ik ging ermee rollen en toen ging het potlood nergens meer heen.
Dus sindsdien speel ik af en toe met een potlood. Lekker, ik win altijd. Dan speel je leuk.

Zin in

Nou komt het. Mijn vrouw vindt ook dat ik leuk speel. Dus ze wil ook dat ik met het potlood speel als zij er zin in heeft. Maar dan heb ik geen zin. En dan moet je met een vrouw samenwonen, hoor. Die blijft vragen. Vaak ook met een hoge stem, net of ik doof ben en alleen dat kan horen.
Als katerman speel ik niet op verzoek. Spelen is een persoonlijk gefoel. Je hebt het of je hebt het niet.  En als ik het niet heb, dan doe ik dus net of het potlood er niet ligt en  of ik niks hoor. Zo eenvoudig kan het zijn.

Nacht

Maar eerlijk waar, als het nacht is en ze ligt in bed te slapen, dan ga ik naar de huiskamer om het potlood een tikje te geven. Even kijken wat er gebeurt. Maar dat doe ik dan alleen omdat ik het zelf wil, anders niet.

Wat ik erfaar als oudere katerman

ouder worden

“Ben je ziek aan het worden?” vroeg mijn vrouw toen ik miauwde voor de zesde ochtendknuffel. Ze was ongerust. Dus toen kwam er een knuffel met gesprek.

Praten

Als katerman met erfaring in het samenwonen weet ik dat een vrouw soms alleen wil praten. Ze zit ergens mee, ze wil een gesprek maar dat betekent vooral dat  zij praat en dat ik erbij blijf liggen, dus tussendoor een brokje eten dat kan niet.  En nou was dat ook het geval. Gelukkig bleef ze aaien dat maakte het gemakkelijk om stil te liggen.

Veranderd

Ze begon met dat ik veranderd was de laatste tijd. Wegens dat ik meer aaien wilde en langer en ook soms ’s nachts knuffels en dat ik het moeilijker vond als ze twee keer op een dag achter elkaar weg ging. Ja, is allemaal waar. Maar wie krijgt er nou genoeg van superfijn aaien? Of van gezelligheid? Ik niet.

Als je een vrouw laat praten dan ontdekt ze vanzelf de antwoorden. Opeens wist ze het.  Ik was een seeniejor katerman en die hebben meer behoefte aan liefde.

Seeniejor

Ik wist natuurlijk al lang dat ik een seeniejor was.  Daar heb ik niks voor hoeven te doen, eerlijk is eerlijk. De ene dag na de andere gaat vanzelf voorbij en als je geen kitten meer bent dan word je vanzelf een seeniejor. Het betekent vooral dat je meer levenserfaring hebt. Je gefoel is dat je meer moet rusten en rieleksen. Ik bedoel eigenlijk vooral dat je meer gefoel hebt voor van alles. Dus herrie is moeilijker, en rust is belangrijker, en knuffels zijn fijner. En wegens dat ik naar mijn gefoel luister, kom ik dus ook meer knuffels halen.

Dus met ziek zijn heeft het niks te maken. Seeniejor zijn is juist iets moois. Want als je meer gefoel hebt, dan zijn de knuffels fijner. Dus ik heb al helemaal zin in mijn zevende ochtendknuffel.

De bijzondere rode kater genaamd Vlo

Vlo

Deze week wandelde Vlo over de Regenboogbrug. Zijn nieren waren stuk. Hij was de vriend van iedereen op het blog en we zullen hem missen. Ter ere van Vlo hier zijn verhaal uit mijn  vriendenboek Lieve Allemaal.

Ik ben Vlo, rare naam hè? Die had ik al toen ik vier jaar geleden hier bij mijn vrouw kwam wonen. Mijn huidige vrouw zegt dat ik eigenlijk Victor Lodewijk Olivier heet, en dat Vlo gewoon een afkorting is.

Foto

Ik heb eerst in Leiden bij andere mensen gewoond, maar daar ging er één van ergens anders wonen. Mijn toenmalige vrouw bleef alleen over en toen was het beter dan ik een ander thuis kreeg.
Waar ik nou woon, daar woonden eerst twee andere katten, dat waren Broddel en van der Zwart. Broddel was pas zeven jaar toen hij ziek werd en over de regenboogbrug ging. En van der Zwart was een stokoude zwerfster, die na vijftien jaar buitenleven opeens binnen wilde wonen. Ze was zwart, met een heel klein wit befje. Van der Zwart is twee weken voor Broddel over de Regenboogbrug gegaan. Eigenlijk wilde m’n vrouw geen katten meer, er is hier een hele muur met foto’s van “overderegenboogkatten”. Maar ja, toen droomde ze van haar moeder, en die zei “Kijk eens op Facebook”. En mijn vrouw heeft niet eens facebook. Zij morrend midden in de nacht achter de computer, en daar stond een foto van mij. Na een paar weken kwam ik dus hier. Mijn vorige vrouw komt best vaak op bezoek.

Dapper

In het begin was ik best een beetje schuw, maar nu, na vier jaar, kennen de meeste mensen me niet meer terug, zo dapper ben ik geworden. Alleen monteurs moet ik niet. Niezen en hoesten vind ik nog griezelig.

Mijn taak

Ik heb geen brokjesbal, ik vertikte het om daarmee te spelen. Kattenspeelgoed daar heb ik weinig mee. Ik hou meer van papier, dopjes van flessen en vooral van veren. Soms gooit mijn vrouw met brokjes, en daar ren ik achteraan. Dan moet m’n vrouw ze wel van me af gooien, anders vind ik het eng. Mijn vrouw is meestal thuis, maar dat komt omdat ze niet helemaal goed in elkaar gezet is, geloof ik. Ze heeft een scootmobiel en buiten loopt ze met krukken.
In huis heb ik een belangrijke taak die niemand anders kan en het is ook knap, zegt iedereen. Mijn vrouw heeft epilepsie, daar heeft ze last van als ze koorts heeft. Ik waarschuw haar als er een aanval aankomt. Ik begin dan heel veel aan haar gezicht te likken en aan haar arm te krabbelen zodat ze de dokter kan bellen.

Rammelen

Overigens horen mijn vrouw en ik allebei regelmatig Broddel nog hier. Hij lag vaak op de waslijnen, en dan rammelde de knijpers. Mijn vrouw hoort het gerammel. En ik ren nog steeds naar de badkamer of ik hem misschien kan zien, je weet maar nooit. Van der Zwart horen we nooit, waarom weten we niet.

Waarom ik ook tijd voor mezelf nodig heb

tijd voor mezelfSamen-zijn is superbelangrijk, dat is gewoon zo en wat ook zo is, dat is dat ik tijd voor mezelf nodig heb. Dan denkt u vast wat doe je dan Bert.

Lefenservaring

Tijd voor jezelf dat is denk ik alleen voor de dieren die lefenservaring hebben. Van mijn tijd als kitten weet ik heel weinig alleen dat ik toen druk was. Dan hierheen, dan daarheen, helemaal geen rust om op een kussen te liggen en over alles na te denken. Dat heb ik nou wel.

Want ik ben geen kitten meer. En ik woon hier nou lang genoeg dat ik weet hoe de dag gaat dus wat gewoon is en wat ik kan verwachten. Dus dan hoef ik niet op letten.

Gewoon

Toen de dagen van het vuurwerk kwamen, voelde ik me de hele tijd gespannen. Ik kreeg steun van thuis en zo kwam ik erdoor en nou ben ik weer in mijn gewone leven. Dus dan heb ik rust om bij te komen en te foelen wat er allemaal was.  Zoiets kan niet tijdens een intense knuffel van mijn buik of tijdens het vachthappen. Ik moet bijkomen door tijd voor mezelf:

  • dus ik sliep beneden op de bank dat was rustig en er gebeurde helemaal niets
  • toen mijn vrouw naar de wc ging dat was ook vannacht, was ik net helemaal wakker en ik keek haar aan en zij snapte dat ik tijd voor mezelf nodig had zei ze
  • soms speel ik even met een balletje, beweging is goed voor rust in mijn kop heb ik ontdekt

Tijd voor mezelf is dat ik weer het gefoel heb dat alles goed en gewoon is. En dat duurt nou eenmaal even. Dat is bijkomen. Het gaat een beetje vanzelf en ook een beetje dat ik er wat voor moet doen, maar het gaat lukken dat zegt mijn gefoel.