Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Knorren in de nacht (33)

Na de eerste maanden van het wennen, besloot Bert op bed te gaan slapen. Er zijn katers en poezen die dan gezellig inschikken, onder het dekbed kruipen of juist er weer op, ongeacht of en hoe er iemand onder ligt, maar Bert was dat niet van plan.

Het gebeurde dat ik in bed lag en naar het tapijt ervoor keek, waar een kritische kater zat en kennelijk op iets wachtte.
“Wat wil je Bert,” vroeg ik dan.
Hij bleef onbeweeglijk zitten. Als hij zoiets moest uitleggen, neen. Dat was beneden zijn waardigheid als katerman.
Het duurde dus even eer ik hem begreep.
Wat Bert wilde, was een eigen kussen. Zijn terrein. Weten waar dat begon en waar dat ophield en dus ook waar hij heer en meester was of eigenlijk gewoon veilig.

Knorren

Ik legde dus een kussen aan het voeteneind. In een sloop.
En jawel.
Bert wenste er ook op te slapen.
Alleen, Bert wenste ook naar mij te kunnen kijken als hij ’s nachts even wakker zou zijn.
Dat kon ik me voorstellen. En het gevoel was ook wederzijds.
Per die nacht sliep ik scheef in bed. Dat voelde anders maar alles welbeschouwd wel gezellig. Soms waren we tegelijkertijd even wakker, dan keken we naar elkaar, ik aaide hem zachtjes en dan knorde hij. Van de weeromstuit aaide ik langer dan verantwoord was voor mijn nachtrust – want ja, die kleine intieme momenten van samenzijn in het donker waren me zo dierbaar. Het was of we door het nachtelijk uur elkaar nabijer kwamen.

Later sliep Bert weer beneden, maar kwam hij ’s morgens even naar boven. Ik hoorde zijn poten op de trap dichterbij komen en dan keek ik of het grote katermanhoofd in beeld kwam. Bovenaan de trap stopte hij even om naar mij te kijken. Oogcontact. Daar begon de dag, op dat moment, en als de dag zo begon, was het meteen een goede dag, ongeacht wat er verder allemaal gebeurde.

Bert en de vachtverzorging (25)

Vooral op zijn buik had Bert een wollige deken van vacht, waar ik na een jarenlang verbod tot aanraken toch aan mocht komen. Heerlijk. Dat zachte. Ik aaide, ik friemelde, ik hapte er zachtjes in en Bert lag dan tevreden te knorren. Elke avond lagen we zo op het matje. Hij erop, ik ervoor, tegen hem aan, de lampen uit, in de schemering van de lantaarnpaal voor het huis.

Artrose

Als vanzelf friemelde ik na de buik verder door zijn vacht. Zo kwam ik op het bijna-verboden gebied van zijn heupen en onderrug, waar de artrose was gekomen. Niet uitzonderlijk voor een senior-kater, wel ongemakkelijk. Hij nam elke avond een pilletje Onsior tegen de pijn, maar gevoelig bleef het toch. Daarom mocht ik alleen heel zachtjes aaien, kort ook nog. Meer of langer vond Bert te moeilijk, dan spande hij zijn lichaam aan, ging heel stil liggen en dan wist ik genoeg.

En toch was door dat even-maar-aaien, dat ik op een dag een paar harde stukjes voelde. Ik keek en zag klitten. Eraan wrijven maakte ze niet los, en Bert keek ook meteen op met een alerte blik van wat-nou, wat-nou.
“Niks aan de hand Bert,” zei ik.
Hij ging weer liggen. Ik aaide zachtjes verder en wist dat er iets moest gebeuren.

Trimmen

Een oudere katerman met artrose kan niet altijd meer zijn hele vacht verzorgen, dat snapte ik. Maar klitten hebben de neiging tot groeien. Dat begreep ik ook, vooral na het bestuderen van websites van trimsalons.
Daar konden we niet heen. De een was in huis bij de dierenarts, wat me een angstig bezoek leek te worden. De ander verbood mijn aanwezigheid bij de behandeling. Een derde kwam aan huis en bracht dan een grote tafel mee, dat leek me ook een te groot avontuur.
Het kwam dus op mij aan.
En op Bert, wat hij wel of niet goed zou vinden.

De eerste avond friemelde ik wat langer aan de klitten. Na de eerste verstoorde blik hield ik op, om even later verder te gaan. Soms stond Bert op van het matje en liep van me weg, wel met een verwijtende blik. “Toe nou Bert,” en weer terug,
Het resultaat van een avond: anderhalf vachthaartje los, een kater die liever niet meer geaaid wilde worden wegens wantrouwen.

Barstje

Daarna kocht ik borstels en kammen, er was een enorm aanbod, en alles beloofde snel en gemakkelijk, en katten begonnen zelfs te spinnen, zo heerlijk vonden ze het.
Ja, dat kan.
Bert wilde het niet. Niks, niks, niks.
De klitten groeiden door.
De artrose werd er ook niet minder op.

Toen kwam de avond dat Bert aarzelde om met mij op zijn matje te gaan liggen. Ik zag hem denken: straks begint ze weer.
Een barstje in het samenzijn.

Een paar dagen later kwam de dokter, en Bert wist meteen er is iets. Helemaal toen ik hem optilde. Enkele seconden later zette ik hem weer neer. De klitten waren weg, met een supersnelle tondeuse, hoe ze het deed weet ik tot op de dag van vandaag niet.
Bert was boos.
Ik opgelucht.

Vrede

Die avond liet ik hem eerst mijn handen zien voordat ik bij hem kwam liggen. ”Kijk maar, leeg, ik kom alleen aaien.”
Het mocht, samenliggen, maar ik voelde wel een spanning in zijn lichaam, een spanning die dagen nodig had om te verdwijnen.
Alles was toen weer zoals het was, behalve dat Bert en ik wisten, we hebben iets moeilijks meegemaakt en gelukkig kunnen we weer elke avond knuffels doen. De huiselijke vrede was hersteld.

Japie: over hoe je van ketnip overmoedig wordt

Een week geleden miauwde ik met veel bravoure op Beestboek dat ik een nieuw onderzoek zou publiceren. Deze keer over een bijzonder object dat in onze huiskamer staat, eh ligt. Of is het nou staan? Hoe dan ook, het opmerkelijke is dat het ding daar pas is, sinds de vlieringsnuiter over de vloer komt. Dan moet er een relatie zijn tussen die twee. Hoe het purcies zit, daar kan ik mijn poot nog niet helemaal op leggen. Een compleet verslag houden jullie daarom tegoed. Deze keer moet ik echt miauwen over de furjaardag van mijn tante Cato. En vooral wat er de ochtend daarna gebeurde. Want dat was geen kattenpies. Lees maar.

Traktatie

In de krant staat dat de lente begint op 20 maart. Dat is misschien wel waar. Toch vinden wij dat op de furjaardag van tante Cato het voorjaar pas echt begint. En dat is op 21 maart. Het is een zonovergoten ochtend als ik uitgepierd èn bijzonder tevreden terug kom van een nachtelijke missie die zijn weerga niet kent. Ik had bedacht dat het leuk zou zijn als we al onze furriendjes zou kunnen trakteren op een krakend verse versnapering. De actie waar katlega’s van Muisbezorgd door het hele land aan meededen was een purrrrfecte voorbereiding voor het op poten zijnde Weilandfeest van Joep. Ik ben enorm trots op iedereen die heeft meegeholpen om de koelwagens vol te krijgen. Dezelfde dag nog reden ze naar alle windstreken om de lekkernijen pursoonlijk te bezorgen. Het liep op rolletjes.

Ketnip

De Rossige en vogels op het dak.

Ik word pas wakker als de zon bijna onder gaat. Tante Cato gaat met de Upurr naar Willem voor een klein feestje met veel liquidsnacks, haar favoriet. Foppe en ik duiken de tuin in, waar het heerlijk toeven is onder de sterrenhemel na een warme lentedag. Terwijl we naar iedereen zwaaien die we missen komt De Rossige er bij. Hij heeft snackies bij zich en ketnip. Heel veel ketnip. Mijn broer wordt ook al een dagje ouder en houdt het voor gezien. Vanaf dat moment gaan De Rossige en ik helemaal los. Hij schudt het ene stoere furhaal na het andere uit zijn vacht. Zelf schep ik op over Muisbezorgd. Hoe meer we door de ketnip rollen hoe meer we denken te kunnen. De zon piept al boven de huizen uit als De Rossige, die zo stoned is als een garnaal, miauwt dat hij op het dak wil klimmen. Ook al ben ik zelf in kennelijke staat, ik weet dat zoiets levensgevaarlijk is als je niet meer zo stevig op de poten staat. Ik praat het plan uit zijn kop en zeg dat het de hoogste tijd is om te gaan slapen. Zingend hoor ik hem op huis aan gaan. Ik duik gauw mijn mand in.

Vogels

De Rossige

Niet veel later word ik bruut gewekt door meeuwen die keihard krijsen. Ik schuif het gordijn opzij en zie dat er ook grote zwarte vogels cirkelen boven het huis waar De Rossige woont. Ik sjees naar buiten en tuur naar de felblauwe lucht. Daar zit hij, mijn furriend. Helemaal op de nok van het dak. Hoe hij daar is gekomen, is me een raadsel. Was ik nou maar bij hem gebleven tot hij veilig thuis was. Mijn hart slaat over van schrik als ik zie hoe de gemene vogels hem aanvallen en op zijn rug pikken. Als hij maar niet naar beneden valt! ‘SCHEER JULLIE WEG!’ miauw ik zo hard als ik kan. Even zijn de vogels afgeleid. De Rossige grijpt het moment aan om langs de pannen naar beneden te glijden. Een paar meter lager drukt hij zich tegen een muurtje. Daar kunnen de gemenerikken niet bij hem komen en taaien af.
Niet veel later wandelt hij nonchalant de tuin alsof er niets gebeurd is. Ik weet wel beter want zijn vacht piekt alle kanten op. Ook Mo zag het gebeuren en is bezorgd. Ze bekijkt hem van onder tot boven en van kop tot staart. Nergens een gapende wond. Katzijdank is dit avontuur met een sisser afgelopen. Maar bij het Weilandfeest moeten we De Rossige heel goed in de gaten houden.

Koppie van Japie

Bert wilde niet aan de brokjesbal (21)

Van alle katten die ik heb gekend en ken, was Bert zonder meer degene die het meest afkeurend naar me kon kijken.
Daar was geen miauw bij nodig.
Hij keek en ik wist meteen: verkeerd.
Helemaal omdat hij zo’n zachtmoedige jongen leek, met een dikke vacht, en dan van knuffels houden, dan leek het soms of hij vanzelf alles goed vond wat ik deed.

In de tijd dat Bert van volslank doorgroeide naar vooral vol, kwam ik op het idee een brokjesbal te kopen. Dan moest hij ermee bewegen zodat er brokjes uitkwamen en dan zou hij afvallen. Hierbij maakte ik twee denkfouten:

  1.  de brokjesbal introduceerde ik naast zijn gewone brokjes
  2. In de brokjesbal deed ik extra lekkere brokjes

Kortom, Bertje at en at en at en afvallen deed hij niet.

(tekst gaat door onder de video)

Ik dacht aan obese katers, aan suikerziekte, aan de dierenarts en wist, er moet iets veranderen.
Toen ik dit begreep, veranderde de aanpak. De brokjes weg, gewone brokjes in de bal en “Kijk eens Bertje.”
Hij keek, en keurde de gang van zaken volledig af. Ik schudde met de bal, in de hoop enthousiasme op te wekken. Dat mislukte. Bert zat op het tapijt en keek me misprijzend aan.

Na een goed gesprek, bestaande uit veel smeken van mijn kant en afkeurend kijken van zijn kant,  vonden we een compromis:

  •  brokjes altijd aanwezig
  • in de ochtend schudde ik brokjes uit de bal en Bert at ze dan op
  • ook zo in de avond, als Bert te kennen gaf dat hij zoiets nu leuk zou vinden, het was tenslotte ook entertainment, dan zag hij me schudden met de bal en ernaar wijzen
  • de brokjesbal mocht gewoon in de kamer blijven liggen

Het leek me een redelijke uitkomst. Een heel enkele keer zag ik hem nog met zijn poot ertegen tikken, misschien meer uit gewoonte dan uit overtuiging. Het belangrijkste doel was behaald, de vrede in huis was hersteld. Misschien kon hij op een andere manier ook wat afvallen, hoopte ik.

En nu heeft Ollie diezelfde brokjesbal, dus de bal die nog van Bert is geweest. Ollie snapt het systeem en hij heeft er altijd goede brokjes in. Een erfstuk van Bert, het is een mooi  iets. Als ik aan mijn tafel zit en het rollen van de bal hoor, voel ik Bert en aan Ollie tegelijkertijd in mijn hart. Een vreemde ervaring, maar wel fijn, geloof ik.

Izzy, Belle, Moby, Dopey zeggen tot ziens

Hallo allemaal, hier Izzy, Belle, Moby, Dopey, vandaag zijn wij verdrietig omdat wij afscheid van jullie moeten nemen. Geen verhalen meer maken over onze belevenissen en deze met jullie delen.

Reacties

Toen mevrouw Doorie en Doorie ons vroegen om in plaats van hun elke twee weken een verhaal over onze belevenissen te schrijven schrokken we wel.
Zouden we dat wel kunnen?
Beleven we wel zoveel?
Zouden de lezers het wel leuk vinden?
We werden er echt helemaal zenuwachtig van.
Toen zei onze vrouw `nou we gaan het proberen want we moeten mevrouw Doorie en Doorie toch helpen hiermee`. Dus we hebben hun verteld dat we het zouden doen.
Wij en vrouw zijn er eens rustig voor gaan zitten en hebben goed nagedacht.
Al snel kwamen de verhalen over onze belevenissen op gang en vrouw schreef alles in een boekje zodat we het niet zouden vergeten.
Vrouw ging achter de laptop zitten en begon te tikken soms wel uren lang. Inmiddels hadden we toch al aardig wat belevenissen op de laptop gezet en ingestuurd met foto´s naar mevrouw Olliebert. Zij zou ze op de blog zetten.
De dag van onze eerste blog durfden we bijna niet te kijken… wat waren we zenuwachtig zeg!
Onze vrouw opende de blog en begon te lezen… wat waren het leuke reacties van iedereen. En we hebben ze ook meteen beantwoord.
Pppppfffff wat waren we blij dat het zo goed ontvangen werd.
Bij de 2e blog waren we niet meer zo zenuwachtig en bij alle blogs daarna helemaal niet meer. We kregen er steeds meer plezier in.

Dank

Maar nu is er een einde gekomen om onze belevenissen met jullie te delen. We willen jullie dan ook allemaal bedanken voor jullie steun, support en bovenal de leuke reacties.

Dank jullie wel allemaal en misschien ooit nog een keer tot horens,

Dikke knuffel en liefs van
Izzy, Belle, Moby, Dopey en onze vrouw Ceciel