Hallo lieve katermannen en kattenpoezen,
Zoals jullie allemaal weten is mijn naam Bliksem en die heb ik niet voor niks. Dat kan je goed zien als ik achter een vlieg of vogel aan zit. Maar met deze tropische hitte van de afgelopen week was er van die snelheid weinig over. Ik lag languit op de koele vloer in de kamer. Ik had mijzelf uitgerekt tot wel een meter lang, in de hoop elk spoortje koelte van de vloer op te vangen.
Buiten in de jungle was het zinderend warm. De zon brande op het dak en de schutting, en zelfs de vogels hielden hun snavels dicht. Ik zuchtte eens diep. Mijn vacht voelde vandaag als een dikke winterjas die ik maar niet uit kon trekken.
Schema
Om de dagen goed door te komen had ik voor mijzelf een strak schema ontwikkeld. In de ochtend verhuisde ik van de gang naar de badkamer, waar ik met mijn pootjes in de wasbak ging liggen. Dat was heerlijk koel. In de middag als de zon op haar hoogst stond, zocht ik de schaduw en de koele vloer in de keuken op. Mijn manmens had daar een natte koude handdoek neergelegd en een bakje met koud water met ijsklontjes erin. Dat vond ik fijn om af en toe aan te likken.
Maar terwijl ik daar zo lag te liggen begon het te knagen in mijn kattengeweten. Ik was natuurlijk niet alleen een knappe katerman, maar ook de onofficiële koning van de buurt. Ik maakte mij zorgen. Hoe zou het gaan met mijn vrindjes en vriendinnetjes in de buurt?
Zou Roover ook een koel plekje hebben gevonden? En hoe zat het met Luna, de poes van het hoekhuis? Ik kneep mijn ogen bezorgd samen. Ik moest ook aan de schuwe zwerfkatjes denken. Wie gaf hun nu vers water?
Toen de avond eindelijk gevallen was en de felle zon achter het huis van de overburen zakte, begon er een klein briesje te waaien. Ik kwam gelijk in actie. Het was tijd voor een inspectieronde.
Buiten
Ik glipte naar buiten. De tegels voelden nog warm aan, maar de lucht was nu best wel heerlijk. Ik liep met hoog opgegeven staart naar de schutting en sprong erop. Vanuit mijn hoge post keek ik over de tuinen uit. Ik begon te miauwen, met een beetje vragende toon.
Al snel hoorde ik geritsel in de struiken. Daar was Roover. Die luis spinnend tegen een waterbakje met zijn kop wreef. Hij zag er goed en tevreden uit. Een paar huizen verderop zat Luna op het schuurdak. Ze gaf zichzelf een uitgebreide wasbeurt om haar vacht te koelen, maar ze zwaaide vrolijk met haar staart naar mij. Dat was een goed teken.
Ik haalde opgelucht adem. Mijn vriendjes en vriendinnetjes waren slim genoeg om de hitte te overleven. En mijn manmens riep dat hij filmpjes had gekregen dat de zwerfkatjes goed verzorgd werden met veel water, eten en koeldekens. Net toen ik weer naar binnen wilde gaan voor mijn avondbrokjes, zag ik bij de grote heg een glanzende schaal staan. Het zat tot de rand toe vol met vers, schoon water. De familie egel stond er samen tevreden van te drinken.
Binnen
De mensen hadden goed voor de dieren gezorgd. Met een gerust hart liep ik weer naar binnen. Ik sprong op het voeteneind van het bed van mijn manmens, waar de ventilator een heerlijk briesje blies. Het was een zware warme dag geweest, maar de buurt was veilig, mijn vriendjes en vriendinnetjes waren oké, en ik kon eindelijk gaan dromen van koelere dagen.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekkere snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem