Toen ik weer thuis kwam uit het Tuinhuis, toen snapte ik meteen waar ik was en dat was thuis, waar ik alles ken en begrijp. Alleen er was toch iets anders.
Onder mijn fensterbank heb ik een dekenbed, dat is heel dik en ik lig er graag op te slapen, ik kan er ook goed op trappelen. Daar was iets mee.
Ik dacht ga ik kijken of niet en toen zei mijn vrouw van Ollie ik ga het uitleggen, kom maar. Dus wij er samen heen.
Het dekenbed was anders. De dekens eronder waren weg en nou had ik een heel dik schuim en daarofer lagen mijn kroeldekens die waren gewoon.
Mijn vrouw duwde op het schuim en zei dit is een afspringkussen foor je poot, je weet waarom ik dit zeg Ollie.
En toen wist ik het weer.
In het Tuinhuis had ik ook een fensterbank net als hier alleen dan twee en eentje was bij een bank en de andere was bij het grote raam. Hoe kom ik daar. Nou mijn vrouw had een trap gemaakt van kisten en stoelen en fan alles. De eerste keer ging ik daarofer en de tweede keer ook.
Heen en terug. Dat ging goed, ik kon het gewoon.
Dus toen foelde ik me tefreede.
En ik dacht ik hoef geeneens ofer die trap.
Nou, ik springen, in de fensterbank en er weer uit de hele tijd en het lukte elke keer, alleen daar moet ik eerlijk ofer zijn, toen deed mijn poot weer pijn.
Ik bleef springen.
Mijn vrouw wees naar de trap maar ik dacht ik kan springen.
Maar na een paar dagen dacht ik toch fan ik ga in die andere fensterbank bij de bank dat is gemakkelijker weeges mijn poot.
Ferder sliep ik daar ook weeges het keihete.
Dus daarom heb ik nou een afspring-kussen. Het is zachter foor mijn poot als ik neerkom. En ik kan er ook op trappelen dat heb ik pas ontdekt. Dus het is een goed kussen en ik weet nou ook ik moet zelf foorzichtig leren zijn alleen dat is soms moeilijk.