Ik ben nou gewend, dat dacht ik maar het is ook zo dat ik nieuwe dingen leer en ontdek en doe, dus ik foel dat ik wat wil en kan en dat ik het gewoon mag. Dus nou heb ik de laatste tijd een nieuw spelletje.
Spelletje
Als we gaan eete dan eet ik mee en dan ga ik op de trap zitten. Van ik ben er niet. Dan ben ik ferstopt en als ze uit de keuken komt roept ze Olliewaarbenje.
Dan ren ik keihard van de trap naar de kamer fan hierbenik.
Ik heb het helemaal zelf bedacht.
En laatst toen ging ik in mijn doos zitten dus toen kon ze me niet zien. En ik hoorde weer Olliewaarbenje en ik zat er gewoon.
En toen rende ik weer keihard de kamer in.
Dat is het spelletje.
Zelf bedacht
Alles wat ik zelf bedenk dat is leuk, dat is mijn erfaring.
Wat ik ook zelf heb bedacht dat is:
- meegaan naar de badkamer en daar knuffels doen, maakt mij niet uit of het dag is of nacht, ik ga gewoon mee
- onder mijn kin aaien dat wil ik alleen als de dag begint of als het afond is
- ofer mijn buik maar alleen zacht en alleen als ik weet nou kan het
- als ik treen op mijn meubel springen en dan staan en met mijn poote de flieg helemaal van bofenaf pakken dat is heel moeilijk ik moet staan en graaien met een poot eerst kon ik het geeneens
- op de krant springen en dan zo door de kamer schuiven
- dat ik nou elke ochtend op bed spring en dan op het grote dekbed ga trappelen
Wie ben ik
Het is presies vandaag ook zo dat ik hier acht maanden ben dat is heel lang en toch weet ik nog dat mijn leefe erfoor moeilijk was. En het begin hier ook.
Misschien ben ik nou pas toe aan het ontdekken van me-eigen fan binnen, dat ik gewend ben aan hier te zijn maar dat ik nou denk ja wie ben ik dan eigenlijk zelf.
Ik ben een gefoelige jongen. Ik kan dingen bedenken. Ik hou fan knuffels en spelen. Meer weet ik nog niet met zekerheid.
Bert was nog net niet of net wel een jaar bij me, toen er een gevaarlijke ontwikkeling ontstond. Het groene spul kwam in zijn en daarmee in ons leven.
Na een periode van weken en maanden aan elkaar wennen, bereikten Bert en ik het tijdloze stadium. Tijdloos, omdat elke dag op de andere leek, onze vaste gewoonten, het huis waarin alles hetzelfde bleef, er veranderde niets en ook al tikte de klok door en verstreek de tijd, Bert en ik bleven altijd in het hier en nu en dat was samen.
Na de eerste maanden van het wennen, besloot Bert op bed te gaan slapen. Er zijn katers en poezen die dan gezellig inschikken, onder het dekbed kruipen of juist er weer op, ongeacht of en hoe er iemand onder ligt, maar Bert was dat niet van plan.
Vooral op zijn buik had Bert een wollige deken van vacht, waar ik na een jarenlang verbod tot aanraken toch aan mocht komen. Heerlijk. Dat zachte. Ik aaide, ik friemelde, ik hapte er zachtjes in en Bert lag dan tevreden te knorren. Elke avond lagen we zo op het matje. Hij erop, ik ervoor, tegen hem aan, de lampen uit, in de schemering van de lantaarnpaal voor het huis.