Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Ik kan iets nieuws en het gaat ofer slaape

slaapeWat ik wil fertellen begint een hele poos geleden, jaren geleden zegt mijn vrouw. Toen kwam er een kast op de slaapkamer. Ik was er bang voor.

Aalert

Nou zult u zeggen hoe kun je bang zijn voor een kast die doet niks. Ja, nee, ik weet het toch foelde het anders. Die kast rook naar iets dat ik niet kende en hij was groot en hij stond er maar de hele tijd, en iets in mij zei aalert blijfe Bert.
Dus dat deed ik.
Mijn vrouw had er allemaal spullen in gezet. En op een van de planken was ruimte en op een andere plank lag een kussen. Dat was voor mij, hoorde ik. Wegens dat alle katten het zo leuk vinden om in een kast te zijn.
Alle katten behalve ik dus.

Maar ja, als de nacht begint dan wil je toch naar de slaapkamer als je vrouw naar het bed gaat. Dus ik deed gewoon of de kast er niet was.
En eerlijk waar daar was ik best goed in.
Hoezo een kast, waar dan?

Kussen

Toen opeens op een afond rook ik aan de kast. Ik liep wat rond, wegens dat je toch niet altijd meteen op bed wilt liggen. Zo kwam ik bij de kast. De geur was gewoner en toen ik omhoog keek, zag ik een open plek. Ik sprong erop en dacht o zo is het dus. Daarna sprong ik er weer uit.
En een paar weken geleden zag ik het kussen liggen. Dat rook gewoon naar thuis. En aangezien ik een katerman ben die graag op kussens ligt, stapte ik op het kussen en sliep.
Lekker hoor, een kussen in de kast. Daar slaap ik best vaak.

Geleerd

“Je hebt iets geleerd, Bertje,” zei mijn vrouw. “Wat goed van je.” Toen kreeg ik nog meer liefe woordjes en ook knuffels. Daar zeg ik geen nee teege als knuffelkater zijnde. Maar het gekke is toen snapte ik pas dat het echt zo was.
Dus nou kan ik iets nieuws, ik heb er jaren over gedaan maar dat geeft folgens mij niet.

Hoe ik wist wat ik oferdag moest doen

oferdagGisteren schreef Loesje over de ferandering in haar leefe wegens dat haar vrouw nou foor alteit thuis gaat zijn. En dat ze ongerust was ofer hoe dat dan moest. Ik weet daar iets ofer.

Rustiger

Toen ik hier kwam, was het ook voor alteit. Ik kwam in een huis waarin mijn vrouw al woonde en zij deed van alles dat zei ze en ze deed het ook. Dus ze zit aan haar werktafel of ze gaat lezen of ze doet telefoons en soms gaat ze weg. Meer doet ze niet en het is steeds hetzelfde dus ik snapte het al snel.
Ik kreeg knuffels en we speelden in het begin veel wegens dat ik toch wel gespannen was door de ferandering mijn mijn leefe. Want als je foelt dat je nou foor alteit thuis bent dat is best een groot gefoel om aan te wennen.
En toen ik van binnen rustiger werd en ik dacht nou weet ik hoe het hier gaat, toen zei mijn vrouw: “Bert, nu moet je een dagbesteding vinden.”
Een wat?

Je leefe

Een dagbesteding dat is wat je met je tijd doet. Want eerlijk waar de hele dag bankhangen dat is wel fijn maar daarfoor ben je niet geboore, wel om iets met je tijd te doen. Met je leefe. Alleen wat het is, dat moet je zelf ontdekken.
Eerst wist ik het niet. En ik wist geeneens hoe ik het moest vinden. En ik dacht misschien ben ik wel een kater zonder dagbesteding.
Maar toen gebeurde het.

Compliement

Op een dag zat ik in de vensterbank en toen keek iemand beneden in de straat omhoog naar mij en ik keek terug. En toen foelde ik van binnen een meww van rustig-aan. Het gebeurde.
“Goed gedaan, Bertje,” zei mijn vrouw.
De dag erna deed ik het weer en ik kreeg weer een compliement. Zo ontdekte ik mijn dagbesteding en dat is de straat controleere.
Dus ik hoop dat de vrouw van Loesje ook ontdekt wat haar dagbesteding is nou ze foor alteit thuis is en ik weet helemaal zeker dat Loesje en ook Zusje en vast ook Oopa Floris gaan helpen. Dan lukt het.

Als je als katerman zijnde een ferlangen hebt

ferlangenIk find je moet als katerman een doel hebben in je leefe. Voor mij is dat mijn werk goed doen als controleur van de straat en dat ik goed kan ontspannen. Maar eigenlijk, eerlijk waar, wil ik ook Meen Koen worden.

Meer haare

Dat heb ik al eerder ferteld en dan zegt iedereen Bertje je bent goed zoals je bent. Het is tof om dat te hoore en dan ben ik een tijdje weer helemaal rustig in mijn kop. Maar dan komt het ferlangen weer. Meen Koen zijn. Een grote katerman met hele brede poote. Je bent een leeuw. Een teiger. Je kijkt naar de straat en alles en iedereen is meteen stil.
Wanneer ik het ferlangen heb, dan weet ik wat ik moet doen en dat is mijn vagt laten groeien. Want een Meen Koen heeft lange haare dus daarom.
En dan ga ik mezelf ook minder wassen wegens dat er dan meer haare in mijn vagt blijfen zitten. Dus daar was ik druk mee en het ging best goed, vond ik, alleen zei Loesje iets over dat ik me moest wassen dat was eigenlijk ook wel zo.
Alleen toen ging het mis.
Het werd warm.

Minder haare

Deze week was er heel erg veel warm weer. En dan ga ik verhaare ik kan er niks aan doen het gebeurt gewoon. Thuis wilde ik ook ekstra aaien opeens, dat is om de losse haare uit mijn vagt te halen. Dus toen ging er nog meer haar uit mijn vagt.
Ik kreeg een dunnere vagt en eerlijk waar ik foelde me gewoon mager. Een oude magere kater met kort haar was ik opeens. Mijn vrouw zei: nounounou Bertje. En Loesje meelde iets over aksepteere en daar had ze ook gelijk in maar ik wilde ook nog steeds Meen Koen worden.

Maar nou is het hele warme weg.
Dus ik begin gewoon weer opnieuw.
Ik ben een katerman met een ferlangen.

Als ik in de vensterbank lig te liggen

vensterbankNou we elke dag zon hebben, lig ik elke dag in de vensterbank wegens dat ik daar het beste lig. Dit is een aksiefoto want ik ferhaar tegen de gordijnen aan dus dat is gemakkelijk. Wat doe ik als ik lig te liggen?

Vacht

Nou ferharen dus dat zei ik net al. Als ik ga liggen en als ik opsta en als ik langs de gordijnen loop dan komen de losse haren uit mijn vacht en dan hangen ze aan het gordijn of ze vallen, daar kijk ik verder niet naar om.
Ik heb nou de hele tijd losse haren. Bij het aaien komt er meer uit mijn vacht en toch blijft die dik. Een borstel wil ik niet, een kam ook niet, ik wil niks alleen een hand, dat snap ik dus dan is het goed.

In de vensterbank heb ik ook weleens een dekentje gehad. Wegens dat mijn vrouw dacht, Bertje ligt zo hard.
Toen ging ik er niet meer in. Dekentjes zijn superfijn maar in de vensterbank lig ik gewoon waar ik lig en dat is feilig genoeg. Dus dekentjes of kussens die hoef ik daar niet te hebben. Doe mij maar de gewone vensterbank.

Zon

Oferdag lig ik in de zon. In de ochtend begin ik. Hup, erin. Liggen. Dan doezelen. En als ik foel, nou is het te heet, dan ga ik er meteen uit. Drinken, een brokje eete, op de krant liggen en wachten tot ik me weer goed foel. Warm is goed, dat weet ik, maar heet is niet zo goed, dat weet ik ook.

Nacht

’s Nachts lig ik soms ook in de vensterbank maar dan anders. Het leefe is dan rustiger. Ik kijk naar de autolampen die voorbij komen. Ik kijk naar boofe, naar de vriendjes die Ster geworden zijn. En soms slaap ik dan eefe.

Ik find de vensterbank super.

Hoezo sta ik in de weg

in de wegIk wil eerst eefe zeggen dat ik het thuis superfijn heb en ik klaag nergens ofer alleen er is wel iets waarvan ik zeg dat kan helemaal niet.

In de weg

Het is dat mijn vrouw zegt dat ik in de weg sta.
Gewoon omdat zij wil staan waar ik sta.
Of ze wil lopen waar ik sta, dat kan ook.
En dan zegt ze van: “Bertje, wat sta je toch in de weg.”
Ik kijk dan eefe en soms doe ik MEWWW. Dan heb ik toch een antwoord gegeven want dat is beleefd en ook al woon je superfijn saame dan mag je nog best wel voor jezelf opkomen, zo zie ik dat.

Eigen plek

Thuis hebben we onze eigen plek. Aan de grote tafel beneden heeft mijn vrouw de stoel om in te zitten en ik heb een krukje met flies om op te liggen. Op de bank heb ik mijn eigen kussen en de rest van de bank dat maakt me niet uit dus daar kan mijn vrouw gaan liggen als ze wil.
En in de slaapkamer heb ik een slaapplaats in de kast die er staat en ook een eigen kussen op het bed, in de rest van het bed daar slaapt mijn vrouw.
Dus dat gaat allemaal goed, en als ik ofer het bed wil lopen dan kan dat dus heel presies zijn we niet, we delen gewoon het huis, wegens dat mijn vrouw ook altijd zegt jij woont hier ook Bert.
En dat is zo.

Beneden

Maar beneden is het anders.
Bijfoorbeeld als mijn vrouw terug komt van boodschappen, dan sta ik te wachten en ik zeg MEWWW, ik ben een beleefde katerman en het is ook dat ik laat merken ik find het fijn dat ze er weer is. Ik krijg een knuffel en een lief woordje, dus ik blijf staan waar ik sta, en dan is het opeens: “Bertje je staat in de weg.” Nou, hoe kan dat? Dat kan niet.
Of bijfoorbeeld als het tijd voor het eete is. Dan sta ik in de huiskamer en ik wacht op wat ik krijg, en wanneer het eindelijk komt. En zij gaat naar de keuken en komt terug de hele tijd heen en weer dat ik denk, eefe kijken hoor. En ja hoor: “Bertje je staat in de weg.”

Mijn meening is dat ik nooit in de weg sta.
En dat mijn vrouw wil loope waar ik sta, dat komt niet door mij.
Dat wilde ik gewoon ook zeggen.