Zo, nu alle gebeurtenissen over de start van mijn leven bekend zijn, kunnen we het eens hebben over de dagelijkse gang van katzaken. Dat het purrrrfect met me gaat, hoef ik niet meer te miauwen toch?! Dat was allemaal toen. Nu zit ik lekker hoog – en soms droog – boven in mijn boom.
Weer en wind
De boom waar ik graag in klauter, is eigenlijk een struik. Een oude vlinderstruik met een heel dikke stam die kromgebogen staat door de harde westenwind die hier vaak waait. Dat komt, omdat we vlak bij zee wonen. In de zomer zitten er heel veel van die vrolijk gekleurde fladderaars in de Buddleja. Ze zitten zo hoog, dat ik eerst moet klimmen om er bij te kunnen. Toen het zo warm was, zat ik er heerlijk in de schaduw.
Sinds de herfst zijn
alle blaadjes eraf en laat koude storm mijn haren alle kanten opwaaien. Soms vallen er grote druppels en wordt mijn jas kletsnat. Het deert me niet. Die wordt vanzelf wel weer droog als ik onder het dekbed kruip. Mijn mens is daar minder blij mee.
Ze zegt dat ik modderpoten heb en dat haar schoongewassen lakens daardoor zelden lang hagelwit blijven.
Waarnemingen
De catmusvakantie is voorbij. Meowsgierig zit ik in bij het ochtendgloren in mijn boomtop en zie hoe er leven in de brouwerij komt. Mijn uitzicht is purrrrfect. Op deze hoogte kan ik bij een boel buren naar binnen gluren. De buurvrouw op de hoek vult lunchtrommeltjes. Een enorme grote zwarte machine buldert door de straat. De paardenstaart van de jonge mevrouw van een paar deuren verderop zwaait vrolijk heen en weer als ze op haar fiets springt. Blije kinderstemmen verraden het vertrek van de furrriendjes op twee benen van onze oud Oom Sjaak. Tijd om naar school te gaan. Vanuit de tuin van de achterburen schiet de poort open en gaat de witte hond met bruine vlekken er als een speer vandoor. ‘Kom terug!’, hoor ik roepen. En dan schreeuwend: ‘Hier komen! Nu! Bij de baas!’
Mens
Terwijl de man achter de hond aanrent, denk ik na over wat hij zojuist schreeuwde. Dattie bij de baas moest komen. Dat is toch raar?! Alsof die blaffer loon krijgt voor wat ie doet. Mocht hij willen. Een bak brokken valt niet onder salaris vind ik. Poot voor poot klauter ik terug naar beneden. Met vier poten op de grond schiet me te binnen dat het zwarte hondje met die mooie krullen altijd bij zijn vrouwtje moet komen. Blijkbaar is die niet loondienst. Best gek toch, als je er zo over na denkt?! Mensen noemen ons hun dieren, ongeacht of we een hond, kat of konijn zijn. Als wij hun dier zijn, dan zijn zij toch ons mens? Ik weiger Mo mijn vrouw(tje) te noemen. Ik ben toch niet met haar getrouwd?! Anders zou ik wel haar man(netje) zijn en niet haar kat.
Koppie van Japie
Ja hoor ik heb weer wat. Het leefe van een ouderere katerman dat gaat vanzelf maar ik heb soms dingen die langzaam anders worden en dat had ik met eete.
Ik dacht nou dat ik als katerman ofer mijn leefe met artrose meer moet fertellen. Wegens dat ik op feesboek ben en een blog heb, dan kunnen anderen daar weer wat aan hebben. Want als je hoort dat je het hebt dan foel je je meteen moeilijk. Maar dat hoeft dus niet.
De laatste tijd friemelde mijn vrouw opeens best vaak aan mijn achtereind. Zo met een paar vingers in mijn vagt. Het was niet voor de gezelligheid. Ze wilde iets weete.
Het is nou een week geleden, of misschien iets langer dat kan ook, dat mijn leefe zoals ik dat toen gewoon fond, anders werd. Mijn vrouw deed zalf in mijn oor.