
Kever schreef over zijn karakter, Loes dacht na over haar karakter en toen dacht ik opeens, ja wie ben ik eigenlijk?
Denken
Eerst wist ik het niet.
Toen dacht ik dat ik gewoon Bert ben
Daarna ging ik lang in de spiegel kijken en diep, diep denken tot mijn kop er zeer van deed, en toen deed ik een dutje en toen ik wakker was, ging ik voor een knuffel en adfies naar mijn vrouw. Nou weet ik er meer over.
Foelen
Van mezelf ben ik een gefoelige kater, dus dat ik alles heel erg foel en dat is poosietief wegens dat ik ekstra goed kan genieten, dat is dus mijn talent. Als de zon schijnt dan ga ik in de warmte liggen en dan ben ik meteen gelukkig. Als mijn afondeten komt of ik krijg een snek, dan ben ik ook gelukkig want ik eet graag lekker.
Maar het moeilijke is dat ik ook snel bang ben en dat ik dus angstklachten heb.
Oer
Ik ben ook oer dat is dat er soms in mij iets wakker wordt en dan ga ik rennen of scheuren met papier of heel diep miauwen echt keihard dat mijn vrouw zegt nou-nou en dan ga ik toch door want het is mijn oer.
Knuffel
Maar ik ben ook een knuffelkater, dus ik wil elke dag een ochtendknuffel, een knuffel na het afondeete, een welterustenknufel en dan ook tussendoor. Dus op vaste tijden en dan ekstra. Knuffels zijn voor het fijne gefoel van samenzijn, dat ik niet alleen ben en dat ik feilig ben en een thuis heb en gewoon ook omdat het een supergefoel is op mijn vacht, dan ga ik meteen spinnen.
Alleen ik heb ook tijd voor mezelf nodig, dus ’s nachts als ik het huis voor mezelf heb, ga ik mijn eigen katermandingen doen. Dan moet ik alleen zijn.
Onzeker
Dus mijn karakter is het eene en ook het andere en eigenlijk weet ik het nou nog niet. Mijn vrouw zegt: “Je bent een onzekere kater, Bertje” en eigenlijk is dat ook wel zo. Dus dát kan ik zeggen van mijn karakter, dat weet ik toch iets van hoe ik ben.



