Categorie archieven: Uit het leven van Bert

“Maar dat is poosietief,” zei mijn vrouw

dokter
Er kwam een meel voor mij van de dokter, alsdat ik een prik moest net als het jaar ervoor. Ik wil dat niet. Dus toen mijn vrouw ging opbellen dacht ik ze regelt dat ik niet hoef.

Taksie

Maar dat was het niet. Ik luisterde gewoon mee en dat mag want het ging over mij.
Ik hoorde dat ik ook volgend jaar een prik moet. En altijd misschien wel dat duurt mij veel te lang ik hoef het niet.
Toen zei mijn vrouw weer dat ik een kater met angstklachten ben en of de dokter hier wilde komen.
Dat van die angstklachten is waar. Ik wil een gewoon leefe dus niet dat ik in een taksie moet en naar een dokter daar is het helemaal niet fijn. Sinds mijn ooperaazie ben ik elke keer bang als er iets aan de voordeur is, omdat ik dan foel: de taksie is er! Ik moet erheen! Ze gaan weer een ooperaazie doen!
Mijn vrouw zegt dan: “Het is de postbode, Bert” maar ja dan zit het gefoel al in me en ik zit onder de tafel daar is het donker dus dan ziet niemand me en kan ik ook niet mee.

Aan de telefoon praatte mijn vrouw verder over mij en toen hing ze op en toen belde de dokter zelf op. En ze zei dat ze bij mij thuis wilde komen speesjaal voor mij.
“Dat is poosietief,” zei mijn vrouw tegen me.
Ik dacht waarom. Ik was er toch niet heen gegaan.

Snoepjes

De laatste keer dat de dokter hier aan huis was, gaf ze me snoepjes. Die hoefde ik niet want ik wist nog van het jaar ervoor: net als je die lekker eet dan grijpt ze je vast en doet ze een prik.
Maar ik at niet en toen greep ze me toch. Het snoep lustte ik geeneens meer. Erg, hè?

Het is het moeilijkste van mijn katerleefe dat van de dokter. Mijn gefoel zegt nee en toch met mijn ferstand weet ik het wordt toch weer ja.

Oopa Floris vertelt over vroeger…  Mijn oren!

oren

Haai piepeltjes hier ben ik weer.  Ik ben Oopa Floris en Loes zegt dat jullie me kennen.
Keigaaf! Ik ken mezelf ook. Ik ben wel oud maar nog lang nie…
Nog lang nie…
Zoiets ja.
Goed hoe dan ook ik ben er weer dus graag jullie aandacht.
Wat? Wacht even Loes roept iets…
Nee ik ben niet doof. Hoezo zou ik doof zijn?
Wat moet ik beter luisteren?
Naar wie moet ik luisteren dan?
Ik luister naar niemand, hee ik ben oud en wijs genoeg.
Niemand hoeft mij te vertellen waar…
Ja waar ja…
Sjips waarom weet ik het nou niet meer!
Hellep Loes ik ben het vergeten…
Ik ga krijsen, horen jullie mij…
Oren open alsjeblieft!
HELLEP LOES, HELLEP!
Ik hoor niks en ik luister naar niemand.
Whaa haa…
Ja ja ik ga al dutten…

orenHaai piepel, ik ben weer wakker en ik ben me toch een partij helder.
Dit is mijn tijd, mijn moment van de dag. Ik ben keigoed wakker.
Loes zegt dat het tijd wordt dat ik wat over mijn oren ga vertellen.
Waarom moet ik iets over mijn oren vertellen?
Daar heeft toch niemand iets mee te maken, of wel soms?
Mijn oren zijn van mij!
Iedereen blijft ervan af.
Vroeger hè….
Nou moeten jullie even heel goed opletten want dit is belangrijk.
Als ik over vroeger vertel gaan al jullie oren omhoog.
Vroeger is mijn speesiejalieteit whaa haa…
Vroeger, ja vroeger…
Vroeger had ik twee goede oren. Nou eerlijk gezegd maar één.
Ik zat al in het asiel met één gek oor.
Wat zeg ik nou, gek oor!
Whaa haa, mijn oor is niet gek.
Loes mijn oor is niet gek!
Wat? Verder vertellen?
Wat moet ik vertellen? Loes wat moet ik vertellen?
Over mijn oren?
Die is gek, ik vertel niks over mijn oren!
Nou ja, hee ik had gevochten.
Echt wel, gevochten om een poesedame.
Keistoer.
En ik was gewond, mijn oor hing aan flarden.
Maar ik had wel het hart van mijn poesedame gewonnen,
ook al heb ik haar nooit meer gezien!
Snappen jullie dat nou?
Hee werd ik gevonden, nou ja ze moesten me vangen.
Met een kei van een oor. Stoer hè?
En toen zat ik in het asiel en was mijn oor verfrommeld.
De dokter heeft er nog naar gekeken maar ik zeg, afblijven!
Dis is mie!
Hee hoe klinkt die!
Ik ben Oopa Floris en ik heb een schrompeloor.
So wat!?
Loes roept dat ik twee schrompeloren heb…
Wat heb ik Loes? Poezedames aan iedere poot?
Ja ja dat klopt. Vroeger had ik mijn eigen harem whaa haaa.
Ooh geen poezedames aan iedere poot. Hoezo niet?
Schrompeloren aan iedere poot?
Heb ik Schrompeloren
Ben ik Oopa Schrompel?
Die is gek.
Ik ga dutten!

orenHoolaadiejeekes piepel, hier is jullie Oopa weer.
Keiwakker! Kei..  en nog wat.
Mijn kop is nog helder en mijn oren zitten er nog aan.
Hoezo mijn verhaal afmaken.
Welk verhaal? Heb ik een verhaal dan?
Hoezo van mijn andere oor?
Whaa haa die was net een ballon.
Luister, ik woonde al hier.
En ik kon een kunstje, echt wel.
Ik kon heel hard flapperen met mijn oren, hee zo hard dat mijn oor kei dik was.
Zo dik hè Loes, heel dik. Vol met bloed keistoer.
Het was net een ballon, whaa haa. Ik heb ballonnen in mijn oren.
Keigaaf, Oopa Ballon!
Toen moest ik toch mee naar de…. hoe heet zoiets nou?
Tja nou ben ik het kwijt, Loes hellep nou eens even.
Waar ben ik? Wie is mijn schrompeloor?
Wat naar de dokter? Ik ga niet naar de dokter. Ik ga niet naar de dokter.
IK GA NIET WEG!
Wat zeg je nou? Wat heeft de dokter gedaan?
Mijn oor leeg gezogen? Hij blijft van mijn oren af, Ik zeg hij blijft van mijn oren af!
Heb ik daarom van die bloemkooloren?
Wat, heeft de dokter bloemkooloren? Keigaaf die dokter.
Haai piepeltjes hebben jullie ook bloemkooloren?
Gelukkig ben ik kei knap, ik ben een jonge…
Een jonge…
En nog wat!
Hoezo oud, ben ik al negentien?
Keivet!
Ik ben oud, ik ben kei oud en ik heb schrompeloren met bloemkool.
Nou ben ik me toch een partij moe, ik pinkel bijna over mijn oren zo moe.
Loes en nu?
Volgende keer? Wat is er met de volgende keer?
Moet ik dan alweer iets vertellen?
Wat moet ik dan weer vertellen?
Ik vertel niks meer, ik ben nie gek.
Ik ga dutten,

Toedeledookie

Hoe ik aan mijn dagbesteding kwam

dagbesteding
Ik weet nog wel toen ik pas hier was, toen wist ik geeneens wat ik moest doen. En mijn vrouw zei toen dat ik op zoek moest naar een dagbesteding.
Dus wat ik overdag wilde doen.

Huisdier

Dat was best raar. Want ik was net uit het asiel hier komen wonen en de andere katten in het asiel hadden gezegd, als je eenmaal huisdier bent dan gaat je leefe vanzelf.
En vanzelf dat is, dan hoef je niet na te denken van wat wil ik en wat kan ik en wat past bij mij. Dat was presies wat ik wel moest doen, zei mijn vrouw. Zij had zelf ook een dagbesteding dus dat ze de hele dag aan haar werktafel zat.
Nou daar stond ik dus de eerste dag.
Ik dacht wat nou.
Want je kunt echtwaarniet de hele tijd slapen, toen was ik nog geeneens tien jaar dus dan wil je toch iets doen met je leefe.

Straat

Dus ik ging het huis verkennen. Waar de keuken was. Hoe ik op de trappen moest lopen en waar ze heen gingen. Ik ontdekte dat ik aan de voordeur informazie over de straat kon ruiken, want daar waren buitenluchten.
In de huiskamer sprong ik in de vensterbank, en toen zag ik de straat.
De straat zag mij ook. Want er keek iemand omhoog en ik keek omlaag. Als ik intens kijk dan zie ik er streng uit dat weet ik van mezelf.
“Goedzo Bert,” zei mijn vrouw toen, “Let jij maar op de straat.”

Gefoel

De dag erna sprong ik weer in de vensterbank en ik wist wat ik daar ging doen. Opletten. Kijken wat er in de straat gebeurde. In die tijd haalde ik ook mijn basisdiploma Huiskater dat had er vast ook mee te maken.
En nou is het mijn dagbesteding, de straat controleren. Loes is mantelpoes en dat is ook soms een nachtbesteding. Het is gefoel en ferantwoordelijkheid en ook dat je diep van binnen weet: dit is wat ik te doen heb in mijn leefe.

Genieten dat is mijn talent

Genieten

Gisteren was er weer zon en toen ik aan de dag begon had ik van binnen een gefoel van: ik heb er zin in. Het ontbijt smaakte opeens lekkerder en de knuffels waren zachter dus ik was meteen al aan het genieten.

Van binnen

En toen kwam de zon. Het rare is dat de zon nou steeds op andere plekken komt. In de zomer was het gewoon in de vensterbank en dan kon ik daar uren gaan liggen en warme oortjes maken en daarna ging ik afondeten.
Maar nou is er zon op de bank en ook op een tapijt dat ligt voor de vensterbank wegens dat ik dan zachtjes afspring, maar het is ook om op te liggen.
Dus als er zon komt op dat tapijt, dan lig ik daar te liggen. Lekker, hoor. Dat warme op mijn vacht. Dat ik steeds meer rustig en tefreden van binnen ben.
Alles is dan helemaal fijn.
Dat is genieten: weten hoe fijn het leefe is en dat ook van binnen foelen.

Talent

Al toen ik pas hier was, toen kon ik genieten. Ik had meteen een eigen plek om te slapen en daar lag een flies dekentje op en toen ik er lag, foelde ik meteen dit is helemaal fijn. Dus ik strekte de poote en ik sliep.
Wanneer je uit het asiel komt en hebt daarvoor op straat moeten leven dan weet je nooit presies hoe het is als je een thuis krijgt. Want het is toch nieuw en spannend en soms moet je heel erg wennen en je karakter kan ook zo zijn dat je misschien heel erg lang moet wennen en dat je dan toch bang blijft.
Nou heb ik dat soms wel dat ik bang ben. Maar mijn karakter is ook dat ik kan genieten, dat is een talent dus iets dat je niet hoeft te leren. En als er zon is dan ben ik nooit bang wegens dat ik alleen hoef te liggen en dan is alles goed.

Het leefe is vol verandering dat weet ik nou

verandering

Ik zeg altijd dat gewoon het beste is en dat elke dag gewoon moet zijn, dus hetzelfde als de dag ervoor en de dag erna, maar nou merk ik toch dat een verandering goed is.

Avondknuffel

Het is al een hele tijd zo dat ik voordat we gaan slapen een lange avondknuffel doe. Dan liggen we op het tapijt, mijn vrouw en ik, en zij friemelt dan aan me. Zachtjes en minder zachtjes en nou ja, zoals een knuffel dan gaat, met liefe woordjes die ik niet versta omdat ze in mijn vacht fluistert en dat geeft dan helemaal niks. Maar laatst zei ze iets dat ik wel verstond: dat ik veranderd was.
Ja, eigenlijk wel.

Gefoelig

Toen ik hier pas kwam, wilde ik alleen zacht aaien over mijn rug. En heel lang later wilde ik vooral gefriemel op mijn buik. Nou wil ik alleen heel erg zacht friemelen, en dan aan de zijkanten van mijn buik en ook wel op mijn borst.
En eerst kon ik niet goed tegen aaien over mijn kop, ik weet niet waarom, maar nou vind ik het fijn, vooral met twee vingers en dan niet aan mijn oore daar ben ik heel gefoelig.
Als ze vroeger naar mijn staart keek dan foelde ik me aalert maar nou doet ze soms fluitspeele ermee, ik snap het niet maar het maakt me geeneens wat uit tijdens de lange avondknuffel, dus dat is ook veranderd.

Nieuw

Zo heb ik geleerd dat ik ook kan veranderen, en dan is de verandering het nieuwe gewoon. Dat kan.
Alleen wil ik niet op schoot en ook niet onder het dekbed boven in de slaapkamer en helemaal nooit onder een dekentje of in een doos die aan alle kanten dicht is. Dat was zo en en dat is zo, maar ja misschien verander ik ook daarin, het leefe is verandering dat heb ik geleerd.