“Het spijt me Bertje,” zei mijn vrouw. “De postbode komt en ik kon het pakje nergens anders laten bezorgen.” Ik foelde me bang. Was het wel de postbode of ging er iets heel moeilijks gebeuren?
Voordeur
Dat gefoel van bang was er opeens toen dese week mijn vrouw opeens naar de voordeur ging. Er was niemand. Maar ik zat rechtop en dacht dit is niet goed. Ik foelde het gefoel in mij groter worden en toen kon ik ineens niet meer nadenken en toen wist ik nou ga ik achter de kastjes liggen daar ben ik feilig.
En daar lag ik dus.
Uur na uur na uur na uur, ik weet geeneens hoe lang.
Heel lang.
Liefe woordjes
Toen ik eindelijk weer in de kamer durfde, lukte het alleen heel foorzichtig. Ik was onzeker. Ik wist het niet zo goed meer.
Er was nog steeds geen postbode geweest en ook niks anders engs dus dat kwam dan nog maar ja wanneer. Dan is foorzichtig het beste.
Ik kreeg heel zacht aaien en liefe woordjes dat hielp heel erg maar het was pas na het afondeete dat ik me weer gewoon Bertje foelde.
Meediesijn
De dag erna was er niks.
Maar ik kreeg wel meediesijn om van binnen sterker te worden want de postbode komt vandaag, zei mijn vrouw, en daar was niks aan te doen. En door de meediesijn kon ik er ook een beetje beter teegen, al wist ik van binnen zeker dat ik liefer niemand en niks aan de voordeur heb.
Deur
Het is allemaal gekoome sinds mijn operazie aan mijn tanden. Dat was voor mij heel moeilijk dat ik naar de dokter moest in een taksi en dan wat ze allemaal deden en toen moest ik naar huis weer in een taksi en daarom wil ik dus nooit meer in een taksi. En je weet het nooit misschien heeft die postbode ook wel een taksi dus daarom mag er niemand aan de deur komen. Dat is mijn mening en ik woon hier ook.
updeet
De postbode is geweest en ik kreeg inhaal-knuffels en nou ben ik weer bijna wie ik was.
Ik heb iets wat ik haast bijna nooit echt niet bij andere katermannen of poesen zie en dat is dat ik gaten in mijn vacht heb. Op de fotoo is het te zien.

