Categorie archieven: Mevrouw Bert

Bert en zijn gezondheidsplan (41)

Elke keer als Bert ook maar het kleinste mankement aan zijn gezondheid had, maakte ik een gezondheidsplan, als ware het een businessplan.

Er stond in wat het doel was, ik noteerde het plan om het doel te bereiken en calculeerde de risico’s in. Dat had ik van de laatste jaren met Tim geleerd. Mijn kleine rode kater kreeg gebreken, zeker vanaf zijn dertiende jaar, en verwachtte van mij een oplossing. Dat laatste is eigenlijk te hoogmoedig gezegd. Tim accepteerde de situatie zoals die was, in tegenstelling tot ondergetekende. Elke keer formuleerde ik het doel: Tim is gezond en gelukkig. Ik visualiseerde dat vervolgens. En daarna dacht ik: hoe komen we daar. Zo kwam elke keer het plan tot stand. Ik voelde me verantwoordelijk.

Plan

Die ervaring kwam me dus goed van pas bij Bert. In augustus 2024 stelde de dierenarts was dat hij nierproblemen had, de waarden lagen boven de grens, niet veel maar toch.
Bij mij kwam het harder aan dan bij Bert. Want Tim had chronisch nierfalen en op de laatste dag acuut nierfalen. Het kwam allemaal weer terug voor mijn geestesoog.
Dus mijn plan bestond uit twee delen: omgaan met Bert en omgaan met mezelf.

Doel

Het doel was: ‘Bert heeft zijn tevreden gezicht, hij eet met smaak en hij kan gemakkelijk doen wat hij wil’.
Daar zaten dus de problemen in. De laatste tijd had hij zo moeilijk gekeken, eten lukte haast niet en hij was hangerig op de verkeerde manier.
Voor mezelf was het doel: ‘Ik ben sterk en stabiel, Bert kan op mij leunen en steunen.’ Want ja, hij had weinig aan een vrouw die de hele tijd bang naar hem keek. Ik ging dus buitenshuis huilen, tijdens het fietsen, zodat de angst min of meer uit mijn systeem was en ik me kon richten op sterk en stabiel zijn. Elke dag weer.

De middelen om het doel voor Bert te bereiken waren overzichtelijk: ander eten. Cerenia tegen de misselijkheid. Eventueel homeopathie. Me inlezen op nierziekte, spierzwakte, calcium-supplementen en wat ik allemaal meer ontdekte al lezend. Middelen waren ook wat ik noteerde om te onthouden en te praktiseren:

  • Aaien is ook medicijn
  • Nabijheid is ook medicijn
  • Praten is ook medicijn
  • Lieve woorden zijn ook medicijn

Opluchting

Na een poosje gingen we terug naar de dierenarts voor nieuw bloedonderzoek. De nierwaarden lagen weer onder de grens, aan de goede kant dus.
Bert nam het op zoals het was. Lekker, weer gewoon eten.
En ik moest weer gaan fietsen en bijhuilen, van angst en opluchting over het voorbijgaan van de dreiging, emoties die een lange geschiedenis hadden.

Waarom Bert niet naar boven wilde (40)

De eerste avond dat Bert bij me was, vers uit het asiel, sliep hij op het bed, op het hoofdkussen naast me en bij het wakker worden dacht ik: nu is dit voor altijd zo, samen op de slaapkamer.

Dus de tweede avond zei ik: “Bertje, we gaan slapen.” Ik wees naar de trap naar boven. Hij keek me aan,  kalm in de kamer staand. We kenden elkaar nauwelijks maar ik begreep al wel dat hij niet mee wilde. “Kom anders later,” zei ik, toch nog hoopvol.
Hij kwam niet.
Niet die avond, niet de avonden erna. Evenmin in de weken erna en boven liggend dacht ik: waarom.

Wennen

Wennen, veronderstelde ik. Want dat was nodig, als ex-straatkater en ex-asielkater. We speelden de spanningen uit zijn lichaam, we knuffelden, Bert liet me op zijn vacht huilen als ik mijn kater Tim weer zo miste en ik deed mijn best om maar één keer per dag het huis te verlaten, omdat hij dat beter vond.
Dus ik dacht, misschien komt hij ooit, na het wennen. Of nooit, omdat hij liever elders slaapt. Pas later begreep ik dat Bert een goede reden had om weg te blijven uit de slaapkamer.

Tim

Die reden was Tim. Mijn kleine rode kater was na zeker vijftien jaar samenzijn over de Regenboogbrug gegaan en diep van binnen accepteerde ik het niet. Ik wilde niet dat het was zoals het was, ook al had ik zelf de dierenarts gebeld voor het laatste bezoek en zelfs om spoed gevraagd, omdat Tim het zo moeilijk had.
Ze kwam en ging, en een tijdje erna had ik een witte tempeldoos met zijn urn in huis.
En nog steeds kon ik Tim niet loslaten, diep-diep van binnen.
Maanden later, zittend op de rand van het bed,  zag ik in een flits van een seconde Tim in het licht staan, weer stralend gezond, en toen begreep ik het pas: dat hij het nu goed had. Beter dan in zijn zieke lichaam. Dat was het moment waarop ik Tim kon loslaten.

Op bed

Binnen een week kwam Bert naar de slaapkamer, zo gemakkelijk alsof het vanzelf sprak. Ik lag in bed, hoorde zijn pootjes op de trap en zag zijn kop uitsteken boven de traptrede.
Hij keek.
“Kom maar, hoor,” zei ik.
Hij sprong op bed, rondkijkend van waar ga ik liggen.
Snel legde ik het tweede hoofdkussen op een hoek.
“Is dit wat?”
Bert ging liggen en sliep.
En ik voelde dat er iets was veranderd.

Bert en het denkspeelgoed (39)


Ergens op een website had ik gelezen dat de ouder worden katerman extra verzorging nodig had, naar lichaam en geest.

Dat van het lichaam begreep ik. In de keuken stond een uitgebreid assortiment eten, verschillend van smaak en structuur, want Bert moest als senior zijnde wel blijven eten, en hij kon nogal eens plotseling van smaak veranderen.
Ook had ik een voorraad Onsior, de pijnstiller vanwege de artrose.
Reserve-hapjes waren zeer ruim voldoende aanwezg, mijn keuken bood nauwelijks ruimte aan iets anders dan de voedselvoorziening gericht op de oudere katerman zijnde Bert.
Maar zorgen de geest?

Tot ik de berichten las, verkeerde ik in de veronderstelling dat een aanbod van speelgoed, goede gesprekken en gezellige knuffels voldoende was. Eens te meer, omdat Bert ook eigen hobby’s had ontwikkeld zoals scheuren met de krant en draden trekken uit een kluwen wol, toch bezigheden waar je bij moet nadenken.
Ik las dat de meeste mensen dat dachten, dat wat ze deden genoeg was, maar dat was het juist niet.
Daarom begon ik me te oriënteren op het fenomeen denkspeelgoed.

Het denkspeelgoed bestond, kort gezegd, uit ingewikkelde toestanden die een kater voor elkaar moest zien te krijgen met als beloning een snack of snoepje. Het deed me denken aan een attractie op de kermis, minus dan de herrie.
We begonnen dus eenvoudig.
Een doos uit de supermarkt die helemaal dicht kon. In het karton maakte ik grote en kleine openingen, ook zulke kleine waar hij niet met zijn poot in kon, die waren om te kijken. Strategie, dat was denken. Tactiek.
In de doos een snack.
“Kijk eens, Bert.”

Bert keek.
Eerst naar de doos.
Dan naar mij.

Ja, en daarmee was eigenlijk de hele situatie gewogen en te licht bevonden:
dacht ik nu werkelijk dat hij met zo’n rare doos ging spelen? (niet meer)

“Sorry Bert,” zei ik beduusd. De doos ging uit het zicht, naar de keuken. Het was hoog tijd voor een goedmaak-knuffel.
Het denkspeelgoed is het huis niet meer ingekomen.

Bert en de inhaal-knuffels (38)

Het leven dat ik met Bert had, was mijn ideale leven. Thuis blijven in de pyjama, temidden van de boeken, met een katerman aan mijn zijde.

Alleen

Maar soms moest ik weg.
Langer dan naar de sportschool of de supermarkt.
Ergens in den lande een lezing geven plus daarbijde reistijd van het openbaar vervoer, dat leidde al snel tot een halve dag of langer weg.
En dan was Bert alleen.

Inhalen

Alleen blijven kon Bert wel, op zijn voorwaarden tenminste. Uiteraard voorzien van eten en drinken, van informatie over waar ik heen ging, waarom en hoe laat ik terug dacht te zijn. Ook wilde hij dat ik maar één keer per dag het huis verliet, en dat deed ik, ook al leidde dat tot vier overladen boodschappentassen, dat ging ook eigenlijk best.
Maar als ik langer dan gewoonlijk weg was, stelde Bert de dag erna een aanvullende voorwaarde. Hij wilde inhaal-knuffels.
Dus naast de gewone knuffels van elke dag, wilde hij de knuffels van de vorige dag inhalen, omdat hij die door mijn afwezigheid had gemist. In die redenering zat wel enige logica, vond ik. Elke keer voldeed ik aan zijn wensen. Ik vind, je moet je verantwoordelijkheid dragen.

Naarmate Bert ouder werd, nam de hoeveelheid inhaalknuffels langzaam toe. Er kwam ook een deel compensatie-knuffel bij,, om het alleen-zijn goed te maken.
Dus eerst was er:

  •  het fijne knuffelen van hoera ze is weer thuis
  •  dan de voortgang van het dagelijkse
  •  het inhalen
  •  de compensatie

Naar de kern

Later, toen Bert nog wat ouder werd, veranderde de aard van de knuffels. Erbij-liggen op het krukje was ook fijn. Of bij elkaar liggen op het matje, en dan luisteren naar elkaars ademhaling, en weten, we zijn samen. Hoe ouder hij werd, hoe kleiner de knuffels werden, net of we de kern ervan hadden bereikt. Niet meer het wilde kroelen en rollen, niet meer de kriebels achter zijn oor, niet meer het vachthappen op zijn buik, maar het samen liggen en in alles weten, jij bent bij mij zoals ik bij jou ben.

Bert en het tongslingeren (36)

Een hond is een hond en een kat is een kat en daarom leek het me uitgesloten dat Bert, honderd procent katerman, ooit een kunstje zou doen.

Ik vroeg er toch soms om, dan wilde ik een pootje. Zachtjes tikte ik dan tegen zijn voorpoot en vroeg: “Bert, pootje?”
Bij wijze van antwoord keek hij me zwijgend aan, vol waardigheid en ook ietwat ontstemd.
Gezien zijn houding verwachtte ik geen enkel kunstje, never nooit niet meer. En toch kwam het, na drie jaar samenwonen waarin we ons alletwee hadden toegelegd op elke dag zoveel mogelijk laten lijken op de andere dag.
En toen dat.

Bert deed een kunstje en dat heette tongslingeren.
Ik wist niet eens dat het bestond.
Tongslingeren, wie doet zoiets nou?

Misschien begon het ermee dat zijn tong ietwat uitstak op en foto. Dat vond ik nog lief. Zo’n klein rose stukje commentaar op iets, en dat van een groot formaat katerman.
Bert zal daarover hebben nagedacht als zijnde een kans. Die nam hij.

Op een dag zag ik hem in de huiskamer zittend, intens kijkend, geconcentreerd.
“Is er iets?”vroeg ik.
“Bert?”

En toen kwam het: een lange tong die van de ene kant naar de andere slingerde, die vooruit gegooid werd en weer teruggetrokken werd om te verdwijnen achter zijn katermantanden.
Ik keek. Hij ook.
De keer erna maakte ik een foto en al snel had ik de camera onder handbereik in de hoop dat hij weer dit kunstje zou doen. Soms lukte het. Al zijn vrienden op Facebook waren enthousiast en ze gingen het ook proberen. Er kwam een fotowedstrijd Tong Uit Je Bek, en ik weet niet meer wie die won. Het was manisch. En ik kon het niet, wat ik op de badkamer had ontdekt. Als mens wil je toch meedoen.

Zo plotseling als het tongslingeren was begonnen zo plotseling hield het ook weer op. Waarom, heb ik nooit begrepen.