Categorie archieven: Joep

Joep was eigenlijk lekker lui

Gisteravond vroeg m’n personeel zich hardop af of ik misschien een winterslaap aan ‘t houden ben, omdat ik al de hele week overdag zoveel lig te dutten terwijl ik de vorige twee winters veel katiever was.

Tenminste, voor zover ze zich dat dan nog kunnen herinneren, want ze zijn zelf natuurlijk ook al wat daagjes ouderder dus hun geheugen laat ze soms ook wel ‘s een beetje in de steek. En hoe hard ik ook probeerde, ik wist ‘t zelf eigenlijk ook niet meer zo precies. Omdat ik dat helemaal niet zo belangrijk vind.

Tijd

Wat ik wel weet is dat ik op redelijk vaste tijden de deur van m’n voorraadkast open hoor gaan, en dan weet ik dat even later de inhoud van een blikje, zakje of kuipje natvoer in m’n etensbak ligt. Soms, als ik ‘t te lang vind duren dan loop ik gewoon naar m’n personeel toe om te mauwen dat ik trek heb en het volgens m’n ingebouwde klok de hoogste tijd is dat er iets voor me wordt geserveerd.
En dat is dus heel anders dan wat mijn vrienden Egel doen, waar ik deze week weer even ben langsgegaan. Heel stilletjes, want volgens de buurtkatten ligt de hele familie te slapen totdat ‘t weer voorjaar wordt, en ze willen dan door niemand gestoord worden.

Muizen

Nou moet ik heel eerlijk toegeven, daar kan ik soms best wel een beetje jaloersig op zijn. Want als ik lekker lig te dutten in de vensterbank, op de bank of op ‘t grote bed dan loopt m’n personeel zelden stilletjes voorbij.
Ze willen dan vaak wel knuffeltjes komen geven, of oor- en kinkriebels, of over m’n buik aaien. Of ze fluisteren zachtjes dat ik lief ben, en de mooiste katermans van de hele wereld.

Nou vind ik dat wel lekker hoor, want voor zoiets mogen ze me altijd wel wakker maken. Maar wanneer ik dan toevallig net aan het dromen ben over een paar grote dikke muizen die ik in m’n weiland aan het besluipen ben dan word ik toch wel ‘s een beetje kattig wakker, sla m’n poten om de hand die wil aaien en hap er zachtjes in.
Dan is ‘t net alsof ik zo’n hele grote muis uit m’n dromen heb gevangen. Alleen smaakt die hand dan toch altijd net even wat anders…

Conditie

Maar, heel eerlijk gemauwd, ik vind ‘t nu gewoon heerlijk om overdag lekker te dutten. Ik dut zelfs in de avond en een deel van de nacht, al ga ik tussendoor toch ook echt wel even naar buiten om de plantjes in m’n tuin te bewateren of bemesten, of gewoon voor een wandelingetje door de buurt. Maar het is rustig buiten omdat de meeste tweebeners en vierpoters binnen bij de kachel blijven.

Natuurlijk maak ik ook tijd om binnenshuis lekker te eten en te drinken, want buiten is nu nog geen mol of muis te bekennen bij deze temperaturen.
En ik treen een paar keer per dag met m’n personeel door met ze te hengelen of een potje te pootballen. Want ook zij moeten deze winter in een goede conditie gehouden worden, en daar maak ik dan ook graag wat tijd voor vrij tussen het dutten door.

Dus ondanks dat er in de winter best nog wel veel voor een Katermans te doen is op een dag, verlang ik toch ook wel naar ‘t voorjaar. Dat ik weer hele nachten op pad kan gaan, samen met m’n vrienden. En dat de tuin weer lekker ruikt en er een heleboel diertjes wakker zijn om naar te kijken, op te jagen en naar te luisteren. Zonder dat ik kouwe poten krijg of m’n jas moet opzetten om warm te blijven.

Ik verlang er weer naar dat ik in het donker op m’n schuurdak kan gaan zitten om de hele nacht te zwaaien naar alle vriendjes die achter de Regenboogbrug zijn gaan wonen. Of naar het moment dat de grote barbeknoei weer uit de schuur komt en staat te roken in m’n tuin. Want ik weet dat er dan altijd wel een stukje vis of vlees apart gelegd wordt voor me. En ik heb ook best alweer zin om te gaan verzinnen wat ik dit jaar allemaal op het Derde Grote Weiland Feest wil gaan doen.

Voorjaar

Volgens m’n personeel moet ik nog even geduld hebben voordat het weer voorjaar gaat worden en ik languit op m’n tuintafel in de zon kan gaan liggen. Tegen die tijd heb ik ook m’n derde verhaardag alweer achter de rug en wil ik net als de vorige voorjaren weer dag en nacht buiten zijn. Kijken hoe m’n tuin weer gaat groeien. Klimmen in bomen, rennen over ‘t achterpad, door ‘t weiland sluipen om de vriezers van Muisbezorgd te helpen vullen, balanceren op de schuttingen of gewoon lekker genieten bovenop m’n katwalk.
Maar voor nu kan ik het nog even lekker rustig aan doen, aandacht geven aan m’n personeel of urenlang luieren boven dat warme ribbelding zolang het nog koud is buiten en de zon zich bijna niet laat zien.
En als ik ongestoord wil dutten dan ga ik gewoon boven in de mand van m’n kaktuskrabpaal liggen, of in m’n rieten villa met dakterras die onder de grote eettafel staat. Daar maak ik dan ook alvast de mooiste plannen voor de zomer. Straks dan hè, want eerst ga ik nog even helemaal niks doen waar ik geen zin in heb omdat m’n personeel toch al denkt dat ik een winterslaap aan ‘t houden ben tussen het spelen, eten, drinken en knuffelen door. En dat kan ik nog makkelijk volhouden hoor, de komende weken…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep beleeft zijn eerste sneeuw

Nadat ik vorige zaterdag in de ochtend binnen was gekomen voor m’n ontbijt, spelen met m’n personeel en de dagelijkse kroelen, knuffels en lieve woordjes, ben ik daarna nietsvermoedend op het grote bed heel tevreden in slaap gevallen. In de woonkamer hoorde ik de vertrouwde geluiden van m’n personeel en dat herrieapparaat waar donker water uitkomt, dat m’n personeel zo graag drinkt. Zelf moet ik daar niks van hebben, het ruikt raar als het in hun hoge drinkbakjes op tafel staat, en ‘t is warm. Nee, ik hou ‘t liever bij m’n eigen drinken, gewoon helder en koel uit m’n glazen schaaltje, dat vind ik veel lekkerderder.
Ik zal misschien net een uurtje gedut hebben, maar dat kan ook best wat langerder zijn geweest, toen Senior me wakker kwam maken. Hij klonk heel entoesjast, alsof hij net een hele grote dikke muis voor me had gevonden waar ik achteraan moest. Maar ja, als ik net wakker word gemaakt neem ik liever eerst even de tijd om te gapen, lekker helemaal uit te rekken en de poten languit te strekken. Daarna ga ik dan staan, zet een hoge rug op, strek m’n voorpoten voor me uit met m’n staart recht omhoog en dan geeuw ik nog een keer. Misschien zelfs wel twee keer. Want wakker worden, dat moet je rustig aan doen.

Eerste sneeuw

Maar die dag kreeg ik daar geen tijd voor.
Senior nam me in z’n armen en daar lag ik, pootjes in de lucht, en hij droeg me de woonkamer in terwijl ik ‘m vol ongeloof aan bleef staren. Want hoe durfde hij m’n gebruikelijke wakkerwordenmoment zo te onderbreken. Dat had ‘ie nog nooit gedaan…
Vastbesloten liep hij naar de tuindeur die wagenwijd open stond, wees naar buiten en zei ‘kijk ‘s Joep, je eerste sneeuw’.
Geen woord over een dikke vette muis. Maar het zag er nu buiten ineens heel anders uit dan toen ik binnen was gekomen. Alsof iemand een heel groot dik warm dekbed over m’n tuin had gelegd.
Ik werd op de drempel gezet en stak m’n neus naar buiten. Maar ik rook helemaal niks en dat vond ik vreemd. Meestal ruikt de tuin naar natte aarde, maar die zag ik ook niet meer. Alles was gewoon wit.
Voorzichtig zette ik één poot buiten, en terwijl Senior me aanmoedigde, stond ik al snel in m’n tuin. ‘t Voelde nat aan, en vreemd. Bij elke stap die ik verder zette, maakte dat witte spul onder m’n poten een raar geluid. Maar ‘t was best wel leuk, en al snel maakte ik sprongen in de sneeuw. Ik liep naar ‘t tuinhek en keek naar m’n achterpad, dat ook helemaal wit was. En m’n weiland ook. En de sloot daar tussen in zag er ook heel anders uit, een beetje wittig met een donker spoor waar de eenden gezwommen hadden.

Avontuur

Ik kende de verhalen die de buurtkatten gemauwd hadden, maar zelf had ik nog nooit sneeuw gezien in m’n leven, laat staan dat ik het gevoeld had. Sommige van m’n vrienden vonden sneeuw kattastisch, anderen vonden het helemaal niks en bleven dan liever binnen. Maar nou kon ik er eindelijk ook zelf over meemauwen, ik stond er gewoon midden in!
Natuurlijk moest ik eerst wel even onderzoeken of de sneeuw op m’n achterpad wel ‘t zelfde was als in m’n tuin, dus ik wandelde op m’n gemak ‘t hele pad uit. Maar terug naar m’n tuin ging ik er in volle vaart overheen. Normaal gemauwd  kan ik zonder snelheid te minderen onder m’n tuinhek door rennen, zo de tuin weer in. Alleen lukte dat nu even niet want ik gleed door. M’n stiletto’s kregen gewoon geen grip in de sneeuw. Gelukkig kon ik nog net een poot in de schutting slaan om te voorkomen dat ik in de struiken terecht zou komen…

Met een beetje gedeukt katermansego wandelde ik weer koel de tuin in alsof er helemaal niks gebeurd was. Senior kwam net naar buiten met de trommel vol knapperige snekkies, die ik na m’n eerste avontuur in de sneeuw toch zeker wel verdiend had.
Hij haalde er eentje uit en gooide die in de sneeuw. Maar hoe ik ook zocht, ik kon ‘m niet terugvinden, want hij was helemaal weggezakt. Ik begon te graven, maar zonder succes. Senior gooide er nog eentje, maar ook die verdween spoorloos. Ik begon luidkeels te protesteren, en toen besloot Senior het hele bakje maar in de sneeuw te zetten zodat ik zelf wat kon pakken. Zelfbediening in de sneeuw, m’n dag kon gewoon niet meer stuk.
Ik had net vijf snekkies op toen Senior het bakje weer oppakte en naar binnen ging. Hij hield de deur voor me open en ik volgde de snekkies, in de hoop dat er binnen nog een paar gegooid zouden worden waar ik achteraan kon rennen. Maar nee hoor, het bakje ging dicht en weer terug de kast in.

Warm

Omdat ik buiten toch wel een paar koude poten had gekregen ben ik toen maar weer lekker op het grote bed gaan liggen. De zon scheen naar binnen en ik rolde me helemaal op. ‘t Was een heerlijke dag om verder te dutten.
De dagen daarna bleven wit, maar de zon liet zich niet meer zien dus het was lang niet zo lekker meer om buiten te spelen. En ik kon de plantjes in m’n tuin ook moeilijk bemesten en bewateren, want de sneeuw werd steeds hogerder.
Tot donderdag.
Toen was de sneeuw ineens weer verdwenen en ben ik op zoek gegaan naar de twee brokjes die ik eerder in de tuin was kwijtgeraakt. Maar ik kon niks terugvinden. Zelfs geen dikke vette muis om achteraan te jagen. Die zit nu natuurlijk lekker warm in z’n holletje te wachten op ‘t voorjaar. En ik denk dat ik nu ook maar weer lekker in dat grote warme bed ga liggen, want vanmorgen toen ik binnenkwam was het toch best wel heel erg koud geweest buiten, dus even opwarmen kan zeker geen kwaad.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep over hoe hij blogkater werd

Nou daar issie dan hoor, m’n allereerste blog op de derde dag van de eerste maand van het nieuwe jaar…

Om te beginnen wil ik dus heel graag de derde blogger zijn op Saame die op deze pagina, die mijn grote vriend en lichtend voorbeeld Bert ooit begonnen is en die een tijdje nadat Bert een hele mooie ster is geworden gelukkig door zijn opvolger Ollie is voortgezet, al mijn vrienden, vriendinnen en hun personeel nog even 363 hele mooie, gezonde en gelukkige dagen toe te wensen.
Ook namens mijn eigen personeel natuurlijk, dat me ook voor dit komende jaar weer beloofd heeft om me te helpen met het vertalen van mijn gemauwde avonturen en gedachten naar letters die andere tweebeners lijken te kunnen begrijpen. En ik kan je verzekeren dat dat niet altijd even makkelijk gaat, want ze hebben echt wel even heel bedenkelijk zitten kijken hier achter de leptop toen ik m’n tweede zin van deze blog aan ze doormauwde. Maar het is allemaal netjes opgetikt, dus ik kan gewoon verder met m’n verhaal over de afgelopen week.

Katrière

Toen ik nog niet zo heel lang geleden hier kwam wonen als beebiekittenkatertje, had ik nooit gedacht dat ik elke week een stukje zou laten optikken over wat ik allemaal meegemaakt had in de afgelopen week. Ik had wel wat anders aan m’n kop, want in die tijd was ik druk bezig met groterderder en sterkerder te groeien. Mijn droom was toen om ooit een katrière als doelkater in het Nationaal Pootbalteam te beginnen. Maar ja, hoe goed ik ook trainde en m’n personeel ook zocht, er bleek helemaal geen Nationaal Pootbalteam te bestaan dus daar was dan ook geen droge brok mee te verdienen.
In de tussentijd maakte m’n personeel foto’s van me, omdat ze m’n leven van kitten naar kater graag wilden vastleggen. Heel eerlijk vond ik dat in ‘t begin best wel leuk hoor, maar toen bleek dat er geen dag meer voorbij leek te gaan gaan zonder dat ik die camera weer voor m’n snuffert kreeg, was de lol er na een tijdje ook wel van af.

Zaterdag

Die foto’s werden door mijn personeel ook op Feestboek gedeeld, waar ik begon te mauwen over wat ik gedaan had of nog wilde gaan doen. Of hoe ik ergens over dacht. Want ik mauwde wat af in die tijd, en m’n personeel begon dat te vertalen. Ik kreeg vrienden, niet alleen miauwers maar ook blaffers, en zelfs een paar tweebeners begonnen me te volgen. Dagenlang zaten m’n personeel en ik achter de leptop om op iedereen te reageren. Maar m’n personeel moest ook nog tijd overhouden om brokjes voor mij te verdienen, met me te spelen, knuffelen en me te aaien, op jacht te gaan om m’n voorraadkast te vullen en m’n huis aan kant te houden. We hadden het er best wel druk mee.
Een paar weken voordat ik m’n allereerste verjaardag zou vieren kreeg ik een mailtje van Mevrouw Bert, of ik het leuk zou vinden om voor de website van Bert te gaan schrijven. Hij was nog op zoek naar iemand die de zaterdag wilde opvullen toen mijn andere grote vriend Bram een mooie ster was geworden en dus geen tijd meer had om zijn blog nog wekelijks te laten optikken.

Bert

Heel eerlijk gemauwd, m’n personeel en ik zijn toen om de tafel gaan zitten om mijn toekomst te bespreken. Want zij vonden dat ik, nu mijn beebiekittenkatertijd ten einde liep en ik een grote katermans aan het worden was, toch iets om poten moest hebben. Zelf vond ik eigenlijk dat ik het al druk genoeg had met groeien, dutten, spelen en knuffelen tussen fotomodel zijn door, en dan had ik het nog niet eens over de tijd die ik doorbracht achter de leptop om op al mijn vrienden op Feestboek te reageren.
Maar door Bert gevraagd te worden om in Bram z’n voetsporen te treden was toch wel een hele grote eer, dus ik besloot mijn mogelijk toekomstige  pootbalkatrière op te geven en naast fotomodel aan huis ook de stap te wagen  om als schrijver aan de bak te kunnen en de uitnodiging met beide poten aan te nemen. Want ik had ‘t al niet zo op reizen, mijn wereld binnenshuis en buiten in de wijk waar ik woon was al groot genoeg en daar ben ik nog steeds heel tevreden mee. En voor de combinatie van fotomodel en schrijver kon ik gewoon lekker thuis blijven werken, dichtbij al m’n favoriete plekjes om te dutten, m’n eigen personeel en natuurlijk m’n voorraadkast en etens- en drinkbakjes.

Blogkater

Zo ben ik dus blogkater geworden, en ook in het nieuwe jaar ben ik weer van de partij. Saame met alle andere blogkaters en -poezen, die elke week hun belevenissen met jullie als lezer of luisteraar mogen delen. En dat is eigenlijk best wel biezonder, want zo kunnen we kennis met elkaar maken en leren van anderen en ideeën opdoen waar we zelf misschien nog helemaal niet aan gedacht hadden.
Dat maakt onze wereld groterderder, terwijl we gewoon lekker op ons favoriete slaapplekje liggen of met buurtcontrole bezig zijn of gewoon buiten een frisse neus aan het halen zijn. Zolang we onze belevenissen kunnen blijven delen gaat het zeker weer een purrrachtig jaar worden met elkaar.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep bleef gewoon lekker binnen

De afgelopen week ben ik lekker veel binnen gebleven. Gewoon, omdat ‘t kon en omdat ik ‘t buiten veuls te koud vond. Want ik heb ‘t niet zo op die kouwe nachten die er ineens waren.

Soms stak ik even m’n neus buiten de tuindeur en heel soms rende ik ook nog even een rondje om m’n huizenblok, om gelijk wat straatinspectie te doen en de gemeenteperkjes wat te bemesten en te bewateren. Maar daarna was ‘t snel terug naar de voordeur om te mauwen dat ik toch wel weer naar binnen wilde.
Terwijl ik me dan lekker tussen m’n personeel op ‘t grote bed nestelde, kreeg ik nog een hele hoop aaitjes en knuffeltjes, en dan slaap viel ik tevreden in slaap. Want ik heb een heel goed kattenleven.
De kerssemusdagen waren niet zoveel anders dan de andere dagen, omdat m’n personeel eigenlijk niet zoveel aan kerssemus doet. Geen katdootjes, bijna geen vreemde tweebeners over de vloer, en gewoon het eten dat het hele jaar door al lekker genoeg is. Ik hou daarvan, dat er niet ineens allerlei dingen veranderen maar gewoon z’n gebruikelijke  gangetje blijven gaan.

Binnen

Eigenlijk heb ik deze week dus helemaal niks spannends beleefd. De buurtkatten lagen net als ik overdag boven dat ribbelding in de vensterbank of op een ander warm plekje in huis, of deden de buurtcontrole lekker van achter het raam uit de wind in ‘t zonnetje. En ons personeel was gewoon brokjes aan ‘t verdienen of op jacht om de voorraadkasten te vullen. Of allebei.
Dus toen het weer tijd was om achter de leptop te gaan zitten om m’n nieuwe blog te maken moest ik toch wel even heel hard nadenken waar ik deze keer over zou mauwen. Misschien over die lieve dierendoktermeneer van me, die vorige week met  pensjoen is gegaan. En dat ik daarom vanaf volgend jaar ineens dierendoktermevrouwen krijg die ik helemaal nog niet ken. Maar ik weet haast wel zeker dat mijn lieve dierendoktermeneer heel erg z’n best heeft gedaan om goede opvolgers te vinden. Nou nog even afwachten wanneer ik kennis met ze ga maken, want ik ben nog steeds niet van plan om er vaak langs te gaan. Als ik ‘t voor het mauwen heb maar één keer per jaar voor m’n APK-tje (de Algemene Periodieke Kattencontrole), voor ‘t stempeltje in m’n paspoort als buitenkat. Maar voorlopig ben ik nu nog even liever binnen- dan buitenkater, zolang ‘t in m’n tuin en daarbuiten nog te koud is naar m’n zin.

Kittenkatertje

Misschien kan ik ook nog mauwen over dat ik de afgelopen week weer netjes op m’n huis heb gepast omdat m’n personeel een paar keer weg was. Ik ga dan altijd heel straategies in de vensterbank van het grote raam liggen, want dan kan ik precies in de gaten houden wie er over m’n tuinpad naar m’n voordeur loopt. En ik zie dan ook wanneer m’n personeel weer thuiskomt, en wat ze bij zich hebben.
Vroeger, toen ik nog kittenkatertje was, sprong ik dan gelijk uit de vensterbank en liep naar de voordeur voor een grondige tasseninspectie, maar tegenwoordig neem ik die moeite niet meer omdat ik wel weet dat m’n personeel best wel goed kan jagen. Ze weten precies wat ik graag lust, al slaan ze af en toe toch nog wel ‘s de plank mis door met iets onbekends thuis te komen, om ‘t me te laten proeven. Soms is ‘t heel erg lekker en wordt het toegevoegd aan m’n boodschappenlijst, maar het komt ook wel ‘s voor dat ik al gelijk ruik dat ‘t niks is wanneer m’n etensbakje gevuld wordt.

Eten

Nou heb ik, toen ik nog thuis woonde bij m’n moeder, geleerd om netjes m’n bakje leeg te eten. Maar als baas in m’n eigen huis moet ik m’n personeel natuurlijk wel duidelijk maken wanneer ik iets niet lekker vind. Uit beleefdheid snuffel ik dan wel even in m’n etensbakje, en soms lik ik de saus er uit. Want die is vaak best wel lekker, maar de rest niet. Dus dat laat ik dan staan en neem demonstratief een paar droge brokjes. M’n personeel weet dan genoeg, al laten ze dat afgekeurde bakje nog wel een uurtje staan, voor het geval ik me toch bedenk en wil eten. Maar dat gebeurt zelden, kan ik je mauwen.
Nadeel is dan wel dat ik heus geen ander natvoer in m’n bakje krijg als ik iets niet lust, dus dan zit er niks anders op dan gewoon m’n brokjes te eten als ik écht trek heb. Nou ja, dat vind ik voor een keertje ook helemaal niet erg hoor, maar het moet toch ook weer niet te vaak voorkomen want dan ga ik daar echt wel even een paar hartige woordjes over mauwen.

Druppeltjes

De laatste paar weken merk ik dat er ook iets van druppeltjes aan m’n natvoer worden toegevoegd, en dat doet m’n personeel nou al voor de derde keer zo tegen het einde van ‘t jaar. Ze zeggen dat ik dan beter tegen de harde knallen kan die buiten zijn, dat ik er niet zo erg van schrik. En eigenlijk vind ik ‘t ook best wel lekker, die druppetjes, want het is net alsof ik na het eten lekker relekst ben. Alsof ik een heel half uur met m’n ketnipmuis gespeeld heb en een beetje wieuw ben geworden.
Voordeel is ook dat ik, net als vorige jaren, volgende week weer lekker vanaf de vensterbank boven dat warme ribbelding naar alle lichtjes buiten ga kijken. En voor alle herrie die daarbij hoort draai ik dan m’n poot niet om. Want met de jaarwisseling en de dagen daarvoor ben ik gewoon een Koele Katermans, al mag ik dan niet naar buiten van m’n personeel. Maar dat vind met de kou ook helemaal niet erg hoor.

Ik wens al m’n blogvriendjes alvast een hele mooie jaarwisseling, met heel veel knuffels en gezondheid en lief personeel voor het hele nieuwe jaar!

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep en de dingen van Kerssemus

Wat gaat zo’n week toch hard hè… Misschien komt ‘t wel omdat ik overdag veel geslapen heb. In een vensterbank, op ‘t grote bed, in verschillende stoelen, op de bank. En natuurlijk in m’n ribbeldingmandje, of boven in m’n cactuskrabpaal of lekker rustig in m’n villa onder de eettafel.

Want zoals al eerder gemauwd, ik heb duizend-en-één plekjes om lekker te dutten in m’n huis. Soms val ik ook gewoon in slaap op de vloer onder de kleine tafel, nadat ik met m’n ketnipmuis heb gespeeld. Eigenlijk kan ik overal wel slapen denk ik.

Donker

Volgens m’n personeel komt dat vanwegens de donkere dagen voor kerssemus, omdat het ‘s morgens nog laterderder licht wordt en ‘s avonds eerderder donker dan de weken hiervoor. Dat hoort allemaal bij de tijd van ‘t jaar zegt m’n personeel en daarom hebben we nu ook al die kleine lichtjes in huis, omdat zij dat gezelliger vinden dan de gewone lampen aan doen.
Maar mij maakt dat eigenlijk helemaal niks uit, omdat ik als volwassen katermans helemaal geen moeite heb met donker, want ik ren gewoon achter de snekkies aan die in de donkere gang worden gegooid en die krijg ik ook altijd te pakken. Maar dat is voor m’n personeel toch wat anders, want hullie kunnen niet alles zien wat ik zie.
Als zij iets kwijt zijn moeten ze toch altijd ‘t grote licht aan doen om ‘t weer te kunnen vinden. En omdat ik vaak geen idee heb wat ze zoeken, kan ik ze ook niet helpen behalve als het iets is wat op de grond is gevallen en eetbaar is.
Dan inspecteer ik natuurlijk eerst of ik het misschien zelluf lust, maar dat is zelden het geval. Dus dan ga ik er maar bij zitten, of ik tik er wat met m’n poot tegen, totdat m’n personeel ziet dat ik ‘t al lang gevonden heb en dan ruimen ze ‘t zelluf op. Want ik ben natuurlijk niet de hulp in de huishouding hier, al kan ik prima m’n eigen etensbakjes zo mooi glanzend schoonlikken dat ze daarna gewoon de kast weer in kunnen.

Rare dagen

Eigenlijk zijn de dagen voor kerssemus hier in huis best wel raar. M’n personeel is druk bezig met allerlei dingen die nog moeten gebeuren, en dat geeft mij de tijd om lekker ongestoord te kunnen dutten.
En als ik dan even wakker ben omdat ik trek heb in wat te knabbelen of een slokje water is er ook altijd wel tijd voor knuffels, kroelen, aaien en lieve woorden, want ik kom helemaal niks te kort hoor. Zelfs voor spelen met de hengel of een potje pootbal saame wordt tijd gemaakt, maar ik zal blij zijn als alles hier in huis weer in z’n dagelijkse ritme terug is. Want kerssemus, daar heb ik eigenlijk niet zo heel veel mee.
Ik hoor ‘t ook van de buurtkatten wanneer ik die ‘s nachts toevallig tegenkom, want bij hun in huis is ‘t nu ook anders dan op de andere dagen van ‘t jaar. De meeste zijn al wat ouderder dan dat ik ben en hebben dit soort dagen dus al vaker meegemaakt. En zij mauwen over een huis vol met tweebeners die ze niet kennen, tafels met eten en drinken waar ze niet mogen aanzitten en papiersnippers en linten waar ze niet mee mogen spelen.

Boom

Ze mogen zelfs niet in de boom klimmen of die grote bollen er uit tikken, of slingers naar beneden trekken. Dus m’n buurtkatvrienden vragen zich elk jaar weer af wat de lol dan is van een echte boom in huis en komen, zeker nu het best nog niet echt koud is ook ‘s nachts, weer buiten. En dat is heel gezellig, want we klimmen dan lekker op schuttingen en scherpen onze stiletto’s aan echte bomen die stevig in de grond staan.
Dit jaar wordt ‘t de derde keer dat ik kerssemus meemaak, en ik ben blij dat het bij mij thuis heel anders gaat dan bij de buren in de straat. Want m’n personeel en ik, we vieren geen kerssemus met heel veel anderen in huis maar zijn gezellig met z’n drietjes zonder allerlei drukte. Dat is omdat het voor ons eigenlijk het hele jaar door al kerssemus is, ook al branden er niet altijd kleine lampjes of staat er een nepboom op tafel.
Waar ik trouwens ook helemaal geen belangstelling voor heb, want ‘t is maar een kleintje en ik vind ‘m best wel een beetje neppig ruiken dus ik blijf er lekker bij uit de buurt.

Lief

Want bij mij thuis vinden we dat je eigenlijk alle dagen van een jaar door lief kan zijn voor anderen, ze helpen en af en toe verwennen met zomaar een katdootje of een zachte aai of lieve woorden. Of je nou een hengel of een glanzende mol of een lekkere snek of een krakend verse muis deelt, het hoeft helemaal niet groot te zijn of heel veel brokjes te kosten, ‘t gaat er om dat het vanuit je hart komt wat je kunt delen.
Niet alleen met iedereen die je lief is, maar ook met anderen die best wel wat extra hulp of aandacht kunnen gebruiken. Omdat saame zijn niet alleen maar in twee dagen gepropt hoeft te worden maar het hele jaar door gewoon kan. De wereld zou er een heleboel liever en zachterder van worden als we de kerssemusgedachte het hele jaar door vast kunnen houden.

Voor nu wens ik, ook namens m’n personeel, al mijn lieve blogvrienden en -vriendinnen alvast een hele mooie week toe, en ik hoop dat we saame in het nieuwe jaar 365 kerssemusdagen kunnen vieren. Ook als die boom en de lichtjes alweer in de kast of op zolder staan.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep