Elke afond als mijn vrouw naar bed wil, dan ga ik op mijn dekenbed trappelen. Met mijn voorpoote ga ik er diep in en dan duw ik ze helemaal weg en dan weer terug, soms loop ik er ook bij zo werk ik dan met mijn poote dat is omdat ik weet zo krijg ik fijne gefoelens in mijn lighaam en in mijn kop en die heb ik dan ook nodig weeges ik wil niet dat ze naar de slaapkamer gaat.
“Ollie, je kunt ook komen hoor,” zegt ze dan. Ja dat kan. Ik kan traplopen. Soms ga ik eefe kijken door het raam dat is op de oferloop boven. Daar heb ik ook een matje liggen, en ik zie dan achterkanten van huizen dat is eefe wat anders dan de straat.
Maar ik wil niet.
Ik bedoel wel in dat raam, dat is leuk. Pas heb ik daar mijn eete gegeten, beneden wilde ik niet nou ik ofer de trap naar boven en ik wist ze komt het eete brengen en dat was ook zo, en tussen de happen door keek ik naar buiten, dat was gezellig.
Dus naar boofe, dat kan gewoon.
“Kom je mee naar de slaapkamer?” vraagt ze dan en ze loopt door en gaat op het bed liggen en ze roept en zegt fan je kunt erbij en je hebt hier een eigen kussen en dat is allemaal zo maar ik heb geen zin.
Weeges ik find de slaapkamer stom.
Ik wil niet alleen zijn maar ik wil niet naar de slaapkamer.
Froeger niet. Toen ik hier pas was, toen had ik daar mijn feiligheid. Onder het bed en in de kast had ik matjes en kussens. Daar was het ook donker dus ik kon zo wennen.
En lang erna rende ik soms de slaapkamer in, sprong op het bed foro eefe saame en daarna weer terug.
Maar nou, nee.
Ik weet dus niet hoe zoiets kan. Een ferandering in je eigen huis. De slaapkamer is gewoon hetzelfde. En hoe kan het nou dat ik opeens een andere meening heb?
De keuken find ik nou het allerfijnste. Die is klein en ik heb er knuffels en elke afond krijg ik daar een paar ekstra brokjes en dan gebeurt er ferders niks dus dat is goed.
Eigenlijk heb ik liefer dat mijn vrouw in de keuken gaat slapen maar ze zei fan Ollie dat doe ik niet. Dus nou weet ik het eefe niet hoe moet dit ferder.