Categorie archieven: Joep

Joep over het personeel thuis

Nou, ik kan je mauwen, ik had wel een heel ongewoon begin van de afgelopen week hoor…
Dat begon eigenlijk al op zaterdagmiddag.

Na de gebruikelijke wekelijkse jachtpartij, waarvan m’n personeel weer met 2 tassen vangst terugkwam, ben ik op de leuning van de bank gaan zitten om alles goed in de gaten te houden. Vanaf daar kan ik heel goed in de keuken en op ‘t aanrecht kijken, want tassen controleren die binnenkomen doe ik eigenlijk zelden meer, behalve als ik iets heel erg lekkers ruik zoals verse gebakken vis. Maar dat zat er deze keer jammer genoeg niet bij.
Ik keek hoe m’n personeel alles uitpakte en opborg in de voorraadkast, de koeling en de vriezer. Af en toe kreeg ik, als ze langsliepen, een kriebel of een knuffel maar daar liet ik me natuurlijk niet door afleiden in m’n controlewerkzaamheden.

Bubbles

Pas toen allebei de tassen leeg en weer opgeborgen waren ben ik lekker op ‘t grote bed gaan dutten. Want controlewerkzaamheden van tassen, da’s best slaapverwekkend.
Ik werd pas weer wakker toen ik stemmen hoorde en rook dat Bubbles, mijn nieuwe buurblaffer van de hoek, samen met z’n baasjes binnen was gekomen. Altijd gezellig, al spelen we eigenlijk nooit samen want hij is al heel oud en hij zit bijna altijd op de arm van één van z’n baasjes. Hij is ook wat kleinerderder dan dat ik ben, heeft hele dunne pootjes en een spitse snuit met heel veel kleine scherpe tandjes. Maar hij is opgegroeid met katten en snapt dus heel goed dat wanneer ik lekker rustig op ‘t grote bed lig, dat ik dan eigenlijk niet gestoord wil worden.
En daarmee is hij ook een heel stuk minder opdringerigerder dan de twee buurtblafvriendinnetjes die ik heb, want die springen gewoon bovenop ‘t grote bed als ik daar lig, of eten m’n bakjes leeg als ik even niet in de buurt ben. Het enige wat bij die dames dan helpt om wat rust te krijgen is om lekker hoog in ‘t mandje van m’n kaktus bij de tuindeur te gaan liggen kijken hoe ze me overal zoeken. Want ze denken er nooit aan om even omhoog te kijken, dus ze vinden me nooit…
Eigenlijk ben ik best op m’n rust in huis gesteld, en mijn nieuwe oude vriend Bubbles, die snapt dat gelukkig helemaal.

Ongewoon

Toen ik zondagmorgen vroeg weer na m’n buurtcontrole de achtertuin binnenkwam zag ik dat m’n personeel al op was, want er brandde al licht in de keuken. Ik vond dat een beetje vreemd, want als Junior niet vroeg weg hoeft om brokjes te verdienen op zondag dan slaapt m’n personeel lekker uit. Tenzij ik natuurlijk mauw dat ik naar binnen wil, want dan komt er altijd eentje uit bed om de deur open te maken en ontbijt te serveren voor me. Daar heb ik tenslotte personeel voor in dienst.
Maar nu stonden zowel Junior als Senior al helemaal gewassen en aangekleed in de woonkamer. Er was iets gaande, dat voelde ik aan m’n snorharen, maar ik kon m’n poot er niet opleggen. Gelukkig was Senior al druk bezig met m’n ontbijt, kip in kaassaus, dus ik liet ‘t maar even zo. Want na een paar nachtelijke uurtjes hard werken en bijmauwen met de buurtkatten had ik best wel trek gekregen.

Alleen

Na m’n ontbijt vertrok ik naar het grote bed voor de ochtendwasbeurt en een dutje, maar daar kwam even weinig van terecht want ik kreeg een heleboel knuffels en Junior vertelde dat ik de rest van de dag en de hele maandag op ‘t huis moest passen omdat Senior ging klussen bij vrienden en zij twee dagen brokjes moest gaan verdienen. En dat de baasjes van mijn blafvriend langs zouden komen om me eten, drinken en knuffels te geven, dus ik zou niks tekort komen.
Vol ongeloof onderbrak ik m’n wasbeurt. Een uurtje of wat alleen thuis was ik wel gewend wanneer m’n personeel op jacht ging, of op bezoek bij anderen. Daar had ik helemaal geen moeite mee, want dan ging ik gewoon lekker slapen tot ze weer thuiskwamen om m’n volgende maaltijd of snekkies voor ‘t slapen gaan te serveren.
Maar anderhalve dag alleen? Waren ze nou helemaal van hun tweebenersbak getrokken?

Baasje

Je snapt wel dat ik m’n personeel vanaf dat moment geen blik waardig meer gunde, hoeveel lieve woordjes en kriebels ik ook kreeg. Ik heb ze ook niet uitgezwaaid toen ze weggingen, want ze hadden een uitgebreide lunch voor me klaargezet, met een heerlijk soepie en een knabbelstaafje. En m’n brokjesbak zat vol, dus ik had eigenlijk helemaal niks te klagen. Maar toch.
Om half zes hoorde ik de sleutel in ‘t slot en stapte het baasje van m’n blafvriend binnen. Ik kreeg aaien en knuffels, en een heerlijk diner. En ‘s avonds laat werd m’n snoeptoren met snekkies gevuld, en kreeg ik nog meer aaien en knuffels. En dat herhaalde zich de volgende dag weer, met ontbijt, lunch en diner. Zelfs de snekkies werden niet vergeten, m’n drinkwater werd ververst en m’n brokjes werden tussendoor bijgevuld. En m’n kattenbak werd ook nog schoon geschept, dus over verzorging en aandacht had ik helemaal niks te mauwen, maar toch…
‘t Was anders dan dat ik gewend was.

Sleutel

Om 11 uur ‘s avonds hoorde ik Senior de sleutel in de voordeur steken. En ik weet van jullie verhalen dat ik op dat moment moest laten merken dat ik het er niet mee eens was dat ik anderhalve dag aan m’n lot was overgelaten, maar ik was zo opgelucht om ‘m weer te zien dat ik luid mauwend kopjes gaf tegen z’n benen. Net zolang totdat Senior z’n jas aan de kapstok hing en ik werd opgepakt, in z’n armen lag en heel veel knuffels en kriebels kreeg terwijl ik lag te spinnen van blijdschap dat ‘ie eindelijk weer terug was.
Want om op dit moment goed nieuw personeel te vinden, da’s echt nog niet zo gemakkelijk voor een volwassen katermans denk ik.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep begint misschien een sportschool

De hele afgelopen week zag ik al overal hartjes als m’n personeel ‘s avonds voor de kijkkast op de bank zat. Die vorm herken ik namelijk uit duizenden, want af en toe komt m’n natte ontbijt of diner ook uit een hartje en zeker nu er hartjes met kalkoen of rund met kaas in m’n voorraadkast staan hou ik die natuurlijk scherp in de gaten zodra het etenstijd is.

‘t Gekke was dat je die hartjes op de kijkkast helemaal niet open kon maken, ze dwarrelden alleen over ‘t scherm of kwamen groot in beeld. Nou, ik kan je mauwen dat ik dan toch wel heel snel m’n interesse verlies om verder te kijken want hartjes zonder inhoud, da’s gewoon een lege verpakking.
M’n personeel vertelde me vanmorgen vroeg toen ik binnenkwam dat het vandaag Falentijn z’n dag is. Nou ken ik helemaal niemand die Falentijn heet dus voor mij is ‘t gewoon een zaterdag hoor, al waren de extra knuffels en aaien wel heel errug lekker. Maar dat kwam meer omdat het buiten nog steeds best heel koud is voordat de zon opkomt en dan zijn een paar warme handen over m’n jas en m’n oren en m’n staart altijd prima om snel weer wat op te warmen zodra ik weer thuis kom.

Warm

Over opwarmen gemauwd, ik heb deze week trouwens een nieuwe manier gevonden om de achterpoten en de poezelige billetjes weer lekker snel op temperatuur te krijgen en dat is gewoon door tegen dat ribbelding in de keuken op de grond te gaan liggen. Die staat toch nooit vol aan, en dan kan ik gelijk mooi in de gaten houden of m’n personeel al met m’n eten bezig is. Da’s dan twee muizen in één klap slaan. Maar na ‘t eten ga ik toch liever weer in een vensterbank op m’n kleedje liggen, en dan laat ik de warme luchten van dat ribbelding eronder lekker langs me heen gaan. Af en toe draai ik me even om, zodat m’n rug of m’n poten lekker weer op temperatuur komen. Want intussen ben ik wel helemaal klaar met dat kouwe weer buiten. Niet dat ik me binnen verveel hoor, want ik ben stapelgek op lekker lang en vooral lui te dutten. Daar kan ik hele dagen mee vullen als ik de kans krijg. Maar ik begin m’n buurtkattenvrienden nou toch wel een beetje te missen na al die weken, want zij komen met dit weer zelfs ‘s nachts niet meer naar buiten om saame buurtcontrole te gaan doen.

Blessures

Gelukkig kan ik me thuis dus ook prima vermaken. Soms pas ik even op ‘t huis wanneer m’n personeel op jacht gaat, of brokjes moet verdienen. Dan lig ik met één oog open in de vensterbank, en iedereen die m’n voortuinpad op komt hou ik in de gaten totdat ik het bromblik van m’n personeel weer aan hoor komen. Want dan is mijn werktijd weer voorbij en is ‘t tijd om te spelen en te rennen door ‘t huis. Want omdat ik deze wintermaanden niet zoveel buiten kan trainen als in de zomer, moet ik toch m’n catditie op peil houden en tussen het dutten door zorgen dat m’n jas niet te klein is geworden wanneer ik over een tijdje weer meer buiten ben dan binnen.
En laat ik daar nou de afgelopen week ook weer iets op gevonden hebben, want voordat ik m’n binnenshuistraining start doe ik tegenwoordig eerst een paar goede rek- en strekoefeningen om blessures te voorkomen. Precies zoals ik die tweebeners in de sneeuw op die kijkkist heb zien doen de afgelopen dagen.
Meestal doe ik dat het liefst wanneer m’n personeel even ergens anders in huis bezig is, maar gisteren kwam Junior net de woonkamer in toen ik m’n voorpoten helemaal lang uitrekte tegen het tuinraam aan. Ze liet gelijk alles uit haar handen vallen en begon foto’s te maken, dus toen was de lol er voor mij alweer een beetje af en ben ik maar weer lekker verder gaan dutten.

Sportschool

Dit weekend ga ik ‘s nadenken om een sportschool aan huis te beginnen, om ook m’n vrienden weer in een goeie katditie te krijgen zodat we, als de eerste warme zon weer tevoorschijn komt, door ‘t weiland of over ‘t achterpad kunnen rennen zonder dat iemand na de eerste tien meter sprint al hijgend tegen een hek of schuurtje moet gaan zitten om op adem te komen. Nou weet ik dat dat makkelijk gemauwd is voor een jonge katermans, maar de Weilandmuizenstand ziet er nu al goed uit, dus ‘t belooft een hele mooie zomer te gaan worden. En zodra het weer lente wordt gaan ook de eerste potten pindakaas ’t weiland in en ik weet zeker dat hele families muis daarvan gaan genieten.
Maar voor nu ga ik eerst nog even dutten, want dat moet ik als sportkater natuurlijk ook goed bijhouden.
Ik wens jullie allemaal een hele mooie hartjesdag vandaag, met heel veel knuffels en aaien en lieve woordjes. En snekkies, want die trainen we er de komende weken dan saame wel weer af.

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep denkt na over het derde Weilandfeest

Nou, ik heb me vorige week heel wat op de hals gehaald door mijn spontane idee voor het zelf kweken van met kaas gevulde Weilandmuizen te delen in m’n vorige blog… O, er was best wel wat belangstelling van mijn vrienden voor hoor, maar praktisch gezien leek m’n plan toch wel wat meer poten in de aarde te hebben dan ik bij stilgestaan had.

Personeel (1)

Om te beginnen kreeg ik vorige zaterdag al een heel bedenkelijke blik van m’n personeel toen ik m’n blog doormauwde, dus toen die verstuurd was zette ik m’n meest onschuldige blik op en maakte me met opgeheven staart snel uit de poten om in de vensterbank boven de verwarming in de grote slaapkamer te gaan liggen om straatcontrole tussen het dutten door te doen.
M’n personeel liet het maar even zo, maar ik voelde gewoon aan m’n snorharen dat ze heus nog wel een keer terug zouden komen op mijn idee.

Weilandmuizen

De hele zaterdag heb ik lekker liggen dutten tussen m’n ontbijt, lunch en diner door, en ik was al aan het berekenen gegaan hoeveel lades in de grote vriezer nodig zouden zijn om m’n krakend verse gevulde Weilandmuizen in op te slaan.
Natuurlijk ontbraken ook de gebruikelijke dagelijkse knuffels en aaien niet, al leek m’n personeel een beetje afwezig tijdens het spelen met de hengel en ‘t oefenpartijtje pootballen. Ik zag gewoon aan ze dat ze ergens mee zaten, dus ik ben ‘s avonds even netjes tegenover ze op de salontafel gaan zitten en heb ze indringend aangekeken. Net zo lang tot de hoge mauw er eindelijk uitkwam.

Personeel (2)

Ze vroegen of ik een grapje had gemaakt over de gevulde Weilandmuizen, want ik wist toch ook wel dat er op dat moment nog geen enkele muis in ‘t weiland te vinden was. Die zaten nog allemaal lekker in hun warme holletjes onder ‘t gras te wachten op de lente. Ik mauwde terug dat het nu misschien nog wel een beetje vroeg was om m’n plan uit te voeren, maar dat ik over een paar weken toch wel wilde gaan starten zodra m’n vrienden van Muisbezorgd tijd hadden om te komen helpen. En toen bleef het even stil. Muisstil. Dus ik besloot me tussen hen in op de grote bank te netstelen, iets wat ik nog nooit eerder gedaan had maar eigenlijk best wel katfortabel en warm lag, en wachtte geduldig op wat er nog meer zou gaan komen.
Na een diepe zucht vroeg Junior of ik een idee had hoeveel kaas er nodig zou zijn om alle Weilandmuizen tot aan het Derde Grote Weilandfeest van kop tot staart te kunnen vullen. En of ik wist hoe duur een kilootje kaas tegenwoordig was en of ik wel genoeg zakgeld over had na alle sponsoring van goede doelen vorig jaar, om m’n komende project te kunnen bekostigen.

Kaas

Daar lag ik dan, met m’n bekkie vol tanden, want daar had ik helemaal nog niet over nagedacht. M’n personeel had altijd wel een blokje kaas in de koelkast liggen, dus ik was er gewoon van uit gegaan dat ik daar makkelijk wel een paar stukjes van zou kunnen krijgen. En als zij dan af en toe een blikje van de bovenste plank uit mijn voorraadkast zouden gebruiken om hun brood mee te beleggen, kon ik met hun kaas de muizen gaan voeren. Dat leek me best een hele aardige ruil, want Senior had zelf wel ‘s gezegd dat hij de inhoud van zo’n blikje best lekker vond ruiken wanneer hij het in m’n etensbak lepelde.
Terwijl ik dit mauwde keek ik van Senior naar Junior en weer terug, en zag dat hij ‘t helemaal niet zo’n goed idee vond als ik een blikje uit m’n eigen voorraadkast zou ruilen voor een paar plakjes van hun kaas.

Een beetje teleurgesteld legde ik m’n kop tussen m’n voorpoten en dacht na terwijl ik kriebels en aaien kreeg. M’n personeel at toch zelf ook wel ‘s kip of tonijn, en ze aten kaas. En dat was purrrcies wat er ook in m’n blikjes van de bovenste plank zat, dus ik zag het hele probleem niet zo.
Intussen had Junior de leptop op schoot gezet en begon druk te tikken terwijl ik nog in gedachten verzonken was om een oplossing te bedenken. Want ik kon zelf niet echt bij de kaas in de koelkast, en als dat al zou lukken en m’n moeder zou er achter komen dat ik kaas zou stelen van m’n personeel dan zou ze op hoge poten naar m’n huis komen om me, zo groot als ik nu ben, alsnog een flinke draai om m’n oren te geven omdat ze me als beebie kittenkatertje toch netjes heeft opgevoed.
De moed begon me langzaam in de stiletto’s te zinken. Misschien kon mijn plan om gevulde kaasmuizen te serveren wel helemaal niet doorgaan.

Geld

Ineens werd ik opgepakt en achter de leptop gezet. Junior had opgezocht of weilandmuizen eigenlijk wel kaas eten, maar dat blijken ze dus helemaal niet lekker te vinden. In plaats daarvan zei de leptop dat ze wel dol zijn op pindakaas omdat dat voor een muis lekkerderder ruikt dan kaas. Ik tilde m’n kop op en bedacht me dat als ik de weilandmuizen van kop tot staart zou kunnen vullen met pindakaas, dat ik dan zakgeld zou kunnen besparen op liters pindasaus wanneer de muizen krakend vers van de barbeknoei af zouden komen tijdens ‘t Weilandfeest.
Tegen die tijd had ik m’n vakantiegeld toch ook weer binnen en kon ik dus plakjes kaas kopen om ook cheesemouseburgers op ‘t feest te maken, en dat zou een aanwinst voor de catering kunnen zijn.

Sponsor

Ik kan je mauwen, zo somber als dat het vorige weekend begon, zo stralend is de week daarna verlopen. Ik heb intussen ook al een pindakaassponsor gevonden, dus zodra de eerste muis z’n neus boven de grond steekt ga ik testen of de leptop gelijk had. Ik kijk alweer uit naar het Derde Grote Weilandfeest!

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep over de routine thuis

Zo, eigenlijk is de eerste maand van het  nieuwe jaar best wel heel erg snel voorbij gegaan, want morgen begint de tweede maand alweer.

‘t Zou voor vandaag misschien best wel een idee zijn geweest om op de hele afgelopen maand terug te kijken in deze blog, maar dan zou die best wel heel errug kort zijn, want ik heb dit jaar alleen nog maar geslapen, gegeten, gedut, gespeeld, geknuffeld en gedronken. O, en een beetje buiten gewandeld natuurlijk maar dat was vooral ‘s nachts, als ik even niet meer kon slapen vanwegens het harde gesnurk van m’n personeel. Ik snap echt niet dat ze daar zelf niet eens wakker van worden, want soms hoor ik ze nog wanneer ik buiten ben.
En dan weet ik dat ik nog even geduld moet hebben voordat de tuindeur weer opengaat en ik naar binnen kan, want pas wanneer ‘t even stil is kan ik eindelijk zonder al die herrie zachtjes mauwen dat het tijd is om m’n ontbijt te serveren. En als ze daar dan niet wakker van worden ga ik gewoon steeds harder mauwen, net zolang tot m’n personeel uit bed komt.

Dagzeggen

Maar meestal lig ik buiten nog lekker beschut te wachten totdat ik zie dat ‘t licht in de keuken aangaat. Of ik hoor de sleutel al omgedraaid worden in ‘t slot, en dan neem ik een sprintje naar binnen. Ik ren dan gelijk zonder goeiemorgen te mauwen door naar m’n krabpaal naast de bank om m’n stiletto’s bij te scherpen. Want dat is heel erg belangrijk voor een huis-, tuin- en keukenkatermans, omdat ik m’n dag graag goed wil beginnen.
Wanneer alle aarde en ander spul van buiten weer tussen m’n tenen vandaan is en m’n nagels ook weer netjes scherp en schoon zijn wordt ‘t tijd om m’n neus en oren tegen de benen van m’n personeel aan te wrijven. Dat zien zij als dat ik ze gedag kom zeggen, dus dan krijg ik aaien en lieve woordjes. Allemaal heel leuk en lief bedoeld natuurlijk, maar ik probeer ze dan een beetje richting m’n voorraadkast te duwen zodat ze iets pakken voor m’n ontbijt. Maar eerst moet ik elke ochtend weer aanhoren dat m’n jas koud is, en voor mijn gefoel duurt het dan uren voordat ze eindelijk de deur van die kast open doen.

Mauwen

Senior is wat serveren betreft altijd wat sneller dan Junior, want hij pakt gewoon iets uit m’n voorraad, maakt het open en lepelt m’n eten in m’n bakje. Maar met Junior moet ik altijd wat meer geduld hebben, want die vraagt altijd of ik een moesje of een kuipje of een hartje of een zakje of een luxe blikje van de bovenste plank in de voorraadkast wil hebben. Alsof mij dat iets uitmaakt, want ik lust altijd alles wat er in m’n kast staat…
Wanneer ‘t me allemaal wat te lang duurt bij haar dan strek ik me helemaal uit tegen het aanrecht zodat m’n voorpoten bijna bij m’n bakje kunnen en begin ik heel hard te mauwen terwijl m’n ontbijt uit de verpakking wordt geschept. Soms mag ik dan ook nog het lepeltje aflikken voordat m’n eten op de grond wordt gezet, dus dan heb ik al een idee wat er op ‘t menu staat.

Maar soms heb ik ‘s morgens niet altijd even veel trek in wat ik voorgeschoteld krijg, al lik ik dan toch even aan wat er in m’n bakje ligt. Gewoon, om geen ondankbare katermans te lijken, want ik weet dat er buurtkatten zijn die niet eens de luxe hebben van twee keer per dag natvoer krijgen. Maar daarna loop ik dan demonstratief naar m’n bakje met droge brokjes om een paar happen weg te knabbelen. Omdat ik weet dat m’n natvoer altijd nog wel een uurtje of zo blijft staan, en zo heb ik dan in de ochtend een lekker uitgebreid ontbijt waarmee ik ‘t wel kan redden tot aan de lunch, wanneer ik een kattensoepje geserveerd krijg. Want m’n personeel zegt dat ik elke dag wat moet drinken, dus er staat altijd vers water voor me. Maar een zakje soepje erbij is natuurlijk wel veel lekkerderder dan water, al laat ik de kleine stukjes vis of vlees die er in zitten vaak wel liggen omdat dat niet zo lekker weg slobbert.

Zonder stukjes

Maar m’n favoriete lunch is toch wel de kaassoep zonder stukjes, die m’n personeel altijd over de grens gaat jagen. Maar toen ze de afgelopen week weer met een volle tas thuis kwamen, zat daar geen enkele verpakking kaassoep in. Wel blikjes met tonijn en kip met stukjes kaas, maar die krijg ik soms als diner. Dat zijn de blikjes voor speciale gelegenheden die in de bak op de bovenste plank van m’n voorraadkast staan. En als die tevoorschijn komt dan loopt ‘t water me al door ‘t bekkie. Want ik ben nou eenmaal een oerhollandse katermans die dol is op kaas, en m’n personeel weet dat.
Gelukkig waren ze op weg naar huis ook nog even bij de lokale dierenwinkel langs geweest, en daar hadden ze m’n favoriete kuipjes natvoer met kaassaus buitgemaakt. Die schijnen dan weer niet over de grens te wonen, maar wel gewoon vlakbij m’n huis.
Dus dit weekend ga ik met een paar plakken belegen kaas en wat brie m’n weiland in, om de eerste muizen daar uit hun holletjes te lokken. Want hoewel die kuipjes en blikjes allemaal heel erg lekker zijn om de winter mee door te komen, gaat er volgens mij toch niks boven lokale, krakend verse weilandmuis, gevuld met kaas.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep kijkt uit naar het voorjaar

Zoals veel van mijn vrienden hier begin ik echt alweer uit te kijken naar ‘t voorjaar. Niet dat ik een winterdipje ofzo heb, maar ik heb ‘t gewoon niet zo op dat kouwe weer buiten. En hoe ouderder ik word, des te meer begin ik van warmte te houden.

Wachten

Ik ben tenslotte ook als een voorjaarsbeebiekitten geboren, en tegen de tijd dat ik op mezelf ging wonen was ‘t alweer zomer en lekker warm zo achter glas in de vensterbank. Want ik moest toen nog tot het eind van de winter daarop wachten voordat ik echt kon voelen hoe het buiten was, omdat ik van m’n personeel nog niet helemaal alleen over straat mocht. Ze vonden één rood-witte jonge katermans meer dan genoeg in de wijk en m’n zakgeld was toen ook nog veuls te weinig om een eigen gezin van te kunnen onderhouden.
Daar kwam dan ook nog ‘s bij dat ik eigenlijk niet zat te wachten op nakomelingen die ‘pappa’ tegen me zouden mauwen. Want ik had al heel jong besloten dat ik, als ik later groot zou zijn, een vrije katermans wilde worden. En profpootballer in het Nationaal Pootbalelftal, maar trouwe lezers en toehoorders van m’n blog weten inmiddels al wel dat zo’n elftal helemaal niet lijkt te bestaan.

Verschillen

Toch vraag ik me nog steeds wel ‘s af of beebiekittens die in de winter geboren zijn dan wel van koud weer houden. Misschien moet ik ‘s proberen om daar achter te komen, want nu ik veel binnen ben en in m’n vensterbank of op ‘t grote bed tussen het dutten door lig te mijmeren, komen er allerlei vragen in m’n kop op waar ik het antwoord niet zo snel op weet. Zoals hoe m’n eten zo netjes in een blikje, een zakje of een kuipje terecht komt. Of waarom tweebeners ‘s nachts niet gewoon lekker mee naar buiten gaan in plaats van met hun ogen dicht bomen te zagen in een groot bed onder een dekentje. Of waarom ik maar één jas heb die ik niet eens kan uittrekken, terwijl m’n personeel er elke dag weer anders uitziet.
Niet dat ik ontevreden ben over m’n jas, integendeel zelfs. Maar het valt me gewoon steeds vaker op dat m’n personeel en andere tweebeners best veel verschillen van mij en de buurtkatten.

Personeel

Terwijl ik m’n gedachten zo hardop voor me uit mauw, zie ik dat m’n personeel zit te denken. Er is nog zoveel dat ik als katermans niet begrijp, maar zij weten de antwoorden dus ook niet. Nou ja, behalve dan over m’n eten, want daar weet de leptop wel een oplossing voor als de juiste letters worden ingetikt. Maar de rest lijkt gewoon een gefoel te zijn. Want hoewel m’n personeel en ik niet in alles hetzelfde zijn, weet ik zeker dat ik van hullie hou en zij van mij. En dat het ons eigenlijk helemaal niks uitmaakt dat de buitenkant en de gewoontes die we hebben zoveel van elkaar verschilt, zolang we aan de binnenkant hetzelfde foelen.
Want mauw nou eerlijk, stel je voor dat je eigen personeel met je mee op jacht zou gaan naar muizen en mollen. Daar zou dan toch helemaal niks van terecht komen, want dat kunnen ze gewoon niet zelf. Net zo min als dat ik de blikjes, zakjes of kuipjes uit m’n voorraadkast kan pakken en zelf netjes in m’n etensbak krijg. Zo hebben we allebei onze eigen dingen en dat is eigenlijk maar goed ook. Want als iedereen hetzelfde zou kunnen zou het best een hele saaie boel worden.

Vensterbank

Daarom ben ik heel blij dat m’n personeel ook niet elke dag bij me in de vensterbank ligt. Daar zijn ze namelijk veuls te groot voor, en ze zouden niet alleen zichzelf maar ook mij al snel gaan vervelen. En dan kan ik m’n werk niet goed doen, want ik heb de hele afgelopen week elke dag wel een paar uur heel serieus parkeerplaatscontrole gedaan. Omdat ik ‘t buiten gewoon te koud vond en het heerlijk ligt zo boven dat warme ribbelding, heb ik lekker vanuit huis gewerkt. En daar had ik ‘t best druk mee hoor, want ik heb heel veel tweebeners met blaffers voorbij zien wandelen, en tweebeners in hun brommende blikken zien komen en gaan. Inmiddels weet ik precies welk blik bij welke tweebener hoort, al blijft het altijd wel een verrassing wat ze bij zich hebben. Soms een tas, soms een doos, soms allebei. Maar zolang ze mijn deur voorbij lopen ben ik eigenlijk helemaal niet meer nieuwsgierig naar wat daar allemaal in zit, want als ‘t belangrijk genoeg is dan hoor ik dat ‘s nachts altijd wel van van m’n buurkatten, als we elkaar weer tegenkomen.

Uit huis

Dit weekend blijf ik weer lekker vanuit huis werken overdag, want parkeerplaatscontrole bevalt me best wel. Met een beetje geluk schijnt de zon ook weer in de vensterbank en dan droom ik gewoon verder over het voorjaar dat er aan komt.
En ik ben blij dat ik de afgelopen dagen geleerd heb dat verschil juist heel goed is, omdat we diep van binnen altijd wel iets vinden dat saame toch purrrcies hetzelfde is. En dat maakt de wereld altijd weer een heel stuk mooier, zelfs als de zon even niet schijnt…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep