Categorie archieven: Joep

Joep weet meer over het voorjaar

Heel eerlijk gemauwd, ik ben de afgelopen week niet al te best begonnen… Niet dat er iets met me was hoor, maar onbedoeld heb ik m’n personeel een hele slechte eerste Paasdag en -nacht bezorgd. Echt, ik stond er helemaal niet bij stil dat zij zo ongerust zouden zijn, anders had ik het natuurlijk nooit gedaan.

Buiten

Je moet weten, ik vind het heerlijk om rond 10 uur in de avond naar buiten te gaan. Da’s in de afgelopen jaren een vaste gewoonte geworden, behalve als het in de winter heel errug koud is. Want dan ren ik vanuit de achterdeur even het weiland in om dat te bewateren en bemesten en ben ik binnen een kwartier weer terug. Vaak nog voordat m’n personeel het rolgordijn in de woonkamer omlaag heeft gedaan en het grote licht uitgaat.
Want ik heb een hekel aan kouwe poten, dus dan kies ik er liever voor om lekker in huis, in de vensterbank boven dat grote warme ribbelding of in het grote bed tussen m’n personeel in te slapen.
En mocht m’n uitstapje dan toch ‘s wat langer duren, dan weet ik dat ik me altijd nog bij de voordeur kan melden. Eén of twee zachte mauwtjes van mij zijn al voldoende voor m’n personeel om uit bed te springen en de deur voor me open te maken. En daar heb ik ze niet eens op hoeven trainen, dat deden ze gewoon ineens uit zichzelf dus daar maak ik nog steeds graag gebruik van.

Voorjaar

Maar als het niet al te koud is of wanneer ik straatcontroledienst heb met de buurtkatten, dan blijf ik net zo lief lekker buiten. Het is ‘s nachts heerlijk rustig hier op straat en in alle tuinen, en vaak ga ik dan ook nog even kijken hoe het met de Weilandmuizenstand is. Want ook dat moet bijgehouden worden natuurlijk.
Vorige week zaterdag was het heerlijk weer, en ik kon het voorjaar echt al ruiken. Dus rond tien uur ‘s avonds, nadat ik nog wat gedronken en geknabbeld had, vertrok ik door de achterdeur voor m’n gebruikelijke nachtelijke wandeling. Eerst via m’n catwalk naar het schuurdak, om te zwaaien naar al m’n vriendjes achter de Regenboogbrug. Daarna mauwde ik m’n personeel welterusten en wandelde de tuin uit, nog voordat zij richting het grote bed vertrokken.

Zoeken

De volgende ochtend was Senior om acht uur uit bed maar ik zat niet, zoals gewoonlijk elke ochtend, op de tuintafel naast de achterdeur te wachten om naar binnen te gaan voor de eerste knuffels, aaien en m’n ontbijt. M’n buurblafvriendje Bubbles blafte me later dat hij Senior heeft horen roepen naar me en dat hij tegen elf uur zelfs met m’n snacktrommel heeft lopen rammelen over het achterpad, langs het huizenblok tot aan de voordeur. Maar dat heb ik helemaal niet gehoord.
Toen Junior tegen lunchtijd weer thuiskwam was ik er nog steeds niet, en zijn ze samen door de wijk gelopen om me te zoeken tussen struiken en onder de geparkeerde auto’s voor de deur. Volgens Bubbels waren ze toen al heel ongerust, want gewoonlijk sla ik natuurlijk nooit m’n ontbijt of lunch over. Behalve dan op die Paaszondag…

Vermist

‘s Middags heeft m’n personeel me via internet als vermist opgegeven bij een landelijke organisatie die contact heeft met dierenambulances en opvangadressen. En nog wat later stond ik op alle lokale FB pagina’s zodat het hele dorp naar me uit kon kijken.
Er zijn zelfs tweebeners gekomen die meehielpen om me te zoeken, maar ik wist zeker dat ik helemaal niet kwijt was. Ik had het gewoon even te druk met andere dingen en dacht helemaal niet aan huis of m’n personeel. Alleen wisten zij dat toen niet.
En in hun ongerustheid waren ze ook even vergeten dat ik niet in zeven sloten tegelijk loop en al m’n negen levens nog steeds heb. Maar ik kan me nu wel voorstellen dat ze begin van de week een hele slechte dag en nacht hebben gehad zonder me, al heb ik ze ook gemauwd dat wanneer het katermansinstinct eenmaal naar boven komt het heel moeilijk is om daar dan niet aan toe te geven.

Ontbijt

Toen ik maandag morgen vroeg m’n tuin weer in wandelde omdat ik trek had in m’n ontbijt, stond m’n personeel me bijna juichend op te wachten. Ik kreeg knuffels en aaien en lieve woordjes nog voordat ik m’n stiletto’s aan m’n krabpaal naast de bank bij kon scherpen. En er werd meteen, nadat ik van kop tot staart gecontroleerd was op verwondingen, een heerlijk ontbijt voor me neergezet dat ik niet in drie, niet in twee maar in één keer helemaal op at, want zoveel buitenlucht maakt nou eenmaal hongerig. Daarna ben ik op de vensterbank in de zon in slaap gevallen, want ik was ook best wel een beetje moe.
M’n lunch heb ik zelfs overgeslagen en ik werd pas wakker toen ik geroepen werd voor het avondeten. Heel even twijfelde m’n personeel nog om me daarna weer naar buiten te laten, maar na lang aandringen deden ze toch de deur open. Ik ben die avond niet verder geweest dan m’n eigen achtertuin, want dat vond ik al ver genoeg…

Praaivesie

Waar ik in die vier-en-dertig uur geweest ben en wat ik heb gedaan hou ik vanwegens praaivesieredenen voor mezelf, en m’n personeel begrijpt dat gelukkig en vraagt er ook niet naar. Ze hebben me alleen op ‘t hart gedrukt om nooit meer zo lang weg te blijven zonder me tussendoor even thuis te melden, zodat ze zich niet ongerust hoeven te maken over me. Ik heb ze gemauwd dat ik m’n best ging doen maar dat ik niks kon beloven want de combinatie lente en ik, als jonge katermans die morgen alweer z’n derde verjaardag viert, dat kan altijd wel weer een avontuur zijn dat ik niet wil missen.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep mauwt over zijn honderdste blog

Volgens mijn personeel is nul brokjes niks. Dus dan moeten twee nullen wel een hele lege etensbak zijn als ik er zo over nadenk.
Maar wanneer er een één voor die twee nullen staat, dan is het ineens best wel een hele bak vol met brokjes, denk ik dan.

Honderd

Zo gaat dat ook met blogs. Nul blogs is niks, maar honderd blogs, da’s echt wel een heleboel veel verhalen vol letters over heel veel lief en soms ook een beetje leed. Letters die over avonturen gaan, of belevenissen. Of m’n personeel. Of over vragen die me al bezighielden vanaf dat ik een beebiekittenkatertje was tot aan vandaag, nu ik een volwassen katermans ben geworden en m’n honderdste blog voor jullie mag gaan mauwen.
Nou ben ik niet van plan om vandaag al die voorgaande negenennegentig verhalen uit de sloot te halen, want jullie kunnen alles tot aan nu zelf op de saait van Saame.nl terug vinden. En mocht je die pagina’s nog nooit gezien hebben dan kan ik je aanraden om daar echt ‘s te gaan kijken, want elke dag staat er weer een nieuw verhaal op van één van m’n katlega-bloggers. En ik kan je furzekeren dat dat goed is voor urenlang leesplezier.

Keuken

Nee, ik dacht dat het misschien wel ‘s leuk zou zijn om een kijkje in de keuken te geven over hoe ik mijn blogs maak. En dat is bijna letterlijk in de keuken, want de eettafel waar ik wekelijks m’n verhaal aan mauw staat dan wel in de woonkamer, maar daar zit geen muur tussen. M’n personeel noemt dat een open keuken, maar je kunt het eigenlijk net zo goed een open woonkamer noemen. M’n huis is niet zo heel erg groot, maar ik ben heel erg blij met die grote woonkeuken. Of is het eigenlijk toch de keukenkamer?
Hoe dan ook, ik heb vanaf diverse plekjes een heel mooi overzicht van wat er allemaal in die ruimte gebeurd. Al hoor ik zelfs als ik aan de andere kant van m’n huis op ‘t grote bed lig wanneer m’n voorraadkast open gaat, of wanneer er een blikje of een zakje of een kuipje of m’n snektrommel geopend wordt. Want ik hoor alles.

Leptop

Maar, ik dwaal af. Terug naar m’n verhaal.
M’n blogs mauw ik door aan Junior, en die vertaalt het dan weer naar tweebenertaal, zodat jullie personeel dat dan weer voor kan lezen. Want je zult, net als ik, die tweebenertaal ook echt wel snappen, maar om het allemaal zelf te schrijven, daar heb ik gewoon geen tijd voor.
Dus dat doen we altijd saame, ook al omdat de vingers van Junior veel beter op de toetsen van de leptop passen dan mijn eigen poten. En waar heb je anders personeel voor, toch?
Meestal zit ik naast de leptop op de eettafel en kijk dan mee hoe de letters op het beeldscherm komen. Maar soms mauw ik m’n verhaal ook vanaf de bank, die naast de eettafel staat. Of als ik echt lui ben, lekker vanuit de vensterbank. Dan kan ik gelijk in de gaten houden wat er in m’n tuin, op ‘t achterpad of in ‘t weiland gebeurt.

Furtrouwen

Maar soms zijn er van die dagen dat ik geen idee heb waar ik het in m’n blog over wil hebben. Dan is ‘t niet dat ik in de week ervoor helemaal niks meegemaakt heb, want voor een huis- tuin- en weilandkater als ik valt er altijd wel wat te beleven. Nee, het gaat er dan om dat ik thuis niet alles hoef te vertellen wat ik doe als ik buiten ben, of wat ik denk wanneer ik ergens in huis lig te dutten. Want ik hoef ook niet alles te weten van wat mijn personeel doet wanneer ik op ‘t huis blijf passen. Niet dat we geheimen hebben voor elkaar, maar we respekteren hier in huis elkaars praivesie. Ik heb m’n eigen negen levens, en zij hun ene. Da’s een kwestie van elkaar furtrouwen dat we voorzichtig zijn, niet met verkeerde vrienden omgaan en altijd weer heelhuids thuiskomen.

Wanneer ik dan uiteindelijk toch nog gemauwd heb over wat ik kwijt wil dan leest Junior het hele verhaal nog ‘s aan me voor. Soms volg ik dat niet meer helemaal, omdat ze een zin dan net weer iets anders wil neerzetten, of ergens nog een komma wil plaatsen of juist weg wil halen. Ik zit dan geduldig te wachten totdat ze eindelijk klaar is, want meestal heeft ze ook nog ‘s te veel letters in de blog staan. En dan moeten we gaan schrappen voordat m’n blog doorgestuurd kan worden naar Ollie en zijn vrouw.
Daarna gaan Junior en ik foto’s voor in de blog uitzoeken, en dat is altijd leuk. Soms, als ik over vroeger gemauwd heb, moet Junior heel ver terug in m’n archief om de beste foto erbij te zoeken, en dan neem ik zelf even de tijd om wat te knabbelen of te drinken, of naar buiten te gaan om de poten te strekken of juist even een dutje te doen. Want ik weet dat er toch geen foto naar Ollie en z’n vrouw wordt doorgestuurd voordat ik ze goedgekeurd heb.

Snekkies

Nu deze honderdste blog alweer bijna klaar is, ga ik toch even inspecteren of er misschien honderd brokjes in m’n etensbak liggen. Of dat er al wel honderd snekkies in m’n snoeptoren zitten.
En misschien trakteer ik m’n personeel vanavond voor ‘t diner zelfs wel op een blikje kip met kaas uit m’n eigen voorraadkast.
Want honderd blogs, dat moet hier thuis natuurlijk wel gevierd worden omdat we dat saame toch maar weer gedaan hebben.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep.

Joep denkt verder vooruit

Begin van de week heb ik samen met m’n personeel hele middagen in de tuin genoten van de zon. Ik heb zelfs voor ‘t eerst dit jaar weer onder m’n kersenboom gelegen, al was dat wel wat passen en meten vanwegens de groene sprietjes die in de bak omhoog waren gekomen.
Maar gelukkig ben ik lenig genoeg om m’n vacht en poten er tussen te wringen, en die paar sprietjes die ik toch per ongeluk had platgedrukt stonden de volgende dag gewoon weer omhoog.

Weilandmuizen

Toch is ‘t nog steeds geen lente volgens mij hoor, want ‘s morgens en ‘s avonds, als de zon weg was, werd ‘t toch nog behoorlijk fris. Maar als doorgewinterde katermans draai ik daar toch echt m’n poot niet voor om en zette ik gewoon m’n vacht op als ik ‘s nachts naar buiten ging. Want mijn werk als straatcontroleur gaat natuurlijk altijd gewoon door, ook al zakt de temperatuur naar nul en zwaaien de buurtkatten me in ‘t donker na vanaf hun vensterbanken, waar ze liever met hun steeds dikker wordende billen op hun harige kleedjes boven die warme ribbeldingen blijven zitten zodra ‘t wat kouder wordt.
Ik ben ‘s nachts ook alweer begonnen met m’n voorjaarstraining. Niet alleen omdat ik goed in m’n jas wil blijven zitten de komende zomer, maar omdat ik er op reken dat er vanaf volgende maand weer volop Weilandmuizen te vangen zijn. Dus m’n katditie moet omhoog na een winter rustig aan doen, wil ik die heerlijke lekkernij straks niet tussen m’n poten door laten glippen of erger, niet bij kunnen houden.

Weiland Feest

Hebben jullie Japie’s site van Muisbezorgd trouwens allemaal al gevonden? Hij is nog niet helemaal af, maar wat heeft Japie daar samen met z’n katagement al een mooie pagina neergezet. En toch denk ik nog graag terug aan de tijd dat Muisbezorgd net begonnen was, hoe we afspraken en met een poot vol katlega’s de vriezers vulden vanuit het hele land. Niet alleen voor de Grote Weiland Feesten, maar voor iedereen die de krakend verse muizen wilde bestellen voor een luxe diner of een eigen feestje. En ik kan je mauwen, de online cursussen van Tante Luna Poes om katfessioneel muizen te leren vangen hebben heel veel extra poten opgeleverd om aan de nog steeds groeiende vraag te kunnen voldoen.
Dus dat belooft over zo’n vier maanden een nog grotere variatie in aanbod van lekkernijen op m’n Derde Grote Weiland Feest op vijfentwintig juli en alle andere feesten en partijen voor dit jaar.
En mocht je nou als nieuwe Muisbezorgdmedewerker Buitendienst het gevoel hebben dat de muizen je nog te snel af zullen zijn, geef me maar een mauw. Ik heb de komende tijd voor wie dat leuk vindt nog wel wat gaatjes in m’n agenda om door het land katditietrainingen en bepotigheidtips te verzorgen, zodat ook jij de snelste en slimste pieperts kunt bijhouden.

Steentjes

Maar, nog even terug naar de afgelopen week. Woensdag kwam ik dus met een koude en natte jas binnen na m’n laatste nachtelijke buurtcontrole. Zoals elke ochtend scherpte ik m’n stiletto’s bij aan de krabpaal naast de bank, terwijl Senior m’n ontbijt klaarmaakte. Ik ging er eigenlijk van uit dat het weer een hele mooie dag zou gaan worden, dus na m’n ontbijt en ochtendwasbeurt ben ik lekker in de kleine vensterbank van de grote slaapkamer gaan liggen. In afwachting van de zon. Maar die kwam niet.
In plaats daarvan tikten er ineens kleine witte steentjes tegen ‘t raam aan, en gingen de takken heen en weer. ‘t Leek wel herfst. Of winter.
De hele ochtend heb ik gewacht tot de lente terug zou komen, maar toen er na de lunch weer warmte vanaf dat ribbelding onder de vensterbank kwam wist ik al dat het verder een hele rustige dag zou gaan worden met lekker lui dutten en nadenken over wat er allemaal al gedaan kan worden als voorbereiding op ‘t Grote Weiland Feest.
Want ga ik voor de derde keer kijken of er een nog grotere wokkelglijbaan ergens te leen is? En hoeveel kraampjes zouden er nodig zijn, en hoeveel dozen en kussens voor de vrienden die willen blijven slapen? Hoeveel barbeknoeien zou ik kunnen regelen, en hoeveel vriezers om alle muizen te marineren en krakend vers te houden? Wie zouden er workshops willen geven? Of zou iedereen dit jaar toch liever gezellig de hele dag met elkaar bij willen mauwen of -blaffen, in plaats van lekker bezig te zijn met sport, spel en lekker eten en drinken?
Hoe donkerderder en natterder het buiten werd, hoe meer ik ging twijfelen of er dit jaar eigenlijk nog wel belangstelling zou zijn voor een Derde Grote Weiland Feest…

Zon

Die nacht had ik eerlijk gemauwd weinig zin om in m’n eentje de buurtcontrole te doen. Het stormde, het was nat en stil in de straat en ik besloot alleen even m’n taak om het weiland te bewateren en bemesten uit te voeren. Daarna ging ik weer snel naar binnen om nog een paar snekkies uit m’n snoeptoren te vissen voordat ik naar het grote bed ging om tussen m’n personeel in te blijven draaien. Door de verandering in het weer en al die ‘wat als…’ vragen in m’n kop was ik onrustig geworden en zelfs de knuffels, aaien, kroelen en lieve woordjes van m’n personeel konden dat niet veranderen. Het is tenslotte niet niks, om een groot feest te willen organiseren waar misschien helemaal niemand meer naar toe zou willen.
Gelukkig scheen op donderdag de zon weer een beetje en vrijdag was ook best mooi. Dus vannacht heb ik besloten dat het Derde Weiland Feest er toch gaat komen, en al m’n blaf- en mauwvriendjes zijn welkom om er saame weer een hele mooie dag van te maken.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep geniet van het voorjaar

Er hangt iets in de lucht. Dat voel ik, dat zie ik en dat ruik ik. In m’n buitenbak komen kleine groene puntjes omhoog en ik moet je mauwen, dat maakt het bewateren en bemesten niet altijd even gemakkelijk.
Ook op de takken in m’n tuin komt weer wat kleur, en m’n personeel zegt dat gistermiddag de lente is begonnen.

Drukkerder

Ook in m’n kop lijkt ‘t nu anders dan de voorgaande weken. Ik ben druk, ik ren door m’n huis alsof ik de kolder in m’n kop heb, geef een lel tegen de balletjes en de veertjes die ik tegenkom sprint over de bank heen en klim weer naar boven tot aan het plafond in m’n krabpaal naast de bank, om alles in huis goed te kunnen bekijken. En als ik daar klaar mee ben dan wil ik naar buiten om in de grote witte stoel naast de voordeur van de eerste zonnestralen te genieten.
M’n personeel snapt dat, want ze zijn nu ook drukkerder dan anders. Ze zijn meer buiten zonder eerst een dikke vacht aan te trekken, en dat is weer gezellig. Ik denk zelfs dat dit weekend de stoelen ook weer in de tuin gezet gaan worden en m’n bruine kussen weer op de tuintafel voor ‘t raam gelegd gaat worden, zodat ik zowel binnen als buiten de boel weer katfortabel in de gaten kan houden.

‘t Is nu ook weer de tijd om toezicht te houden op alles wat er buiten gedaan moet worden, en dan ben ik altijd behulpzaam om hier en daar een pootje uit te steken. Want saame binnen spelen in de winter is leuk, maar saame buiten klussen in ‘t voorjaar is nog veel leukerderder.
Zo heeft Senior bedacht dat hij de schutting naast de schuur lager wil maken, net zo hoog als m’n tuinhekje. Dat is voor mij wel lekker, want dan heb ik vanaf m’n kussen op de tuintafel veel meer uitzicht om te zien wat er in m’n weiland gebeurt. Senior houdt van klussen, en dan zit ik er graag bij om te zien wat hij aan het doen is en te zorgen dat alles goed gaat. Behalve als hij met die herriedingen begint, want dan maak ik me snel uit de poten en kijk ik wel vanuit ‘t weiland wat hij aan het doen is. Nu is de schutting al helemaal weg en zijn die herriedingen weer opgeborgen, en ‘t is even wennen aan zoveel uitzicht vanaf m’n tuintafel maar ik ben er blij mee.

Schutting

Klein nadeel is alleen dat ik vanaf m’n catwalk niet meer de kortste route naar het schuurdak kan lopen omdat de schutting nu weg is. Maar ja, het was eerlijk gemauwd soms ook best wel moeilijk om die route te nemen omdat de plant die daar al jaren groeit steeds dikkere takken krijgt. En daar kon ik me in de winter altijd best nog wel tussendoor wringen omdat er geen bladeren zaten maar ik weet zeker dat er straks, net als voorgaande jaren, weer een heel oerwoud gaat groeien.
Misschien moet ik Senior even mauwen dat ik m’n catwalk gewoon verlengd wil hebben tussen de palen waar de schutting eerst tegenaan stond, met net zo’n lekkere brede plank als op de rest van m’n catwalk. Dat zou het katmoeuvreren door ‘t oerwoud wel een stuk gemakkelijker maken, want ik wil natuurlijk wel nog steeds de schuur op kunnen omdat dat de purrrfecte plek is om naar m’n vrienden achter de Regenboogbrug te kunnen zwaaien.

Maar zolang de uitbreiding van m’n catwalk nog niet klaar is, ga ik nu lekker via de stapel stenen waar straks de barbeknoei weer op komt over de schutting tussen mijn tuin en die van m’n nieuwe blafvriend Bubbles, langs de plantenbakken naar het schuurdak om te zwaaien naar alle mooie sterren. Zoals mijn oude vriendin Anna, die we vorig jaar saame toch maar mooi de titel Kat van de week hebben laten winnen. Ze is begin deze maand, na bijna eenentwintig mooie jaren bij haar Mem, over de Regenboogbrug gegaan.
Of mijn blafvriendinnetje Lientje, die in de armen van haar Mam eind vorige maand, bepakt met zoveel knuffies en kusjes als je maar kunt krijgen, aan haar laatste reis begon.
En ik zwaai ook naar Henk, de bloementweebener waar mijn vriend Gijs altijd graag in de winkel kwam om hem te helpen met de boekhouding en de inspectie van de winkelvoorraad en om knuffels en knabbeltjes te krijgen die Henk altijd voor iedere blaffer en mauwer in zijn winkel had. Ik weet zeker dat alle bloemen en planten achter de Regenboogbrug nu de mooiste van het hele universum zijn sinds Henk daar is.

Eigen kant

En morgen ga ik speciaal het schuurdak op om te zien of ik mijn grote vriend, voorganger en mentor Bram kan vinden. Naar hem zwaai ik al sinds hij twee jaar geleden vertrok, eigenlijk nog maar veuls te kort nadat ik hem had gevonden.
Bram heeft mij geholpen met wijze woorden toen ik nog maar een klein kittenkatertje was, en hij zit nog steeds in mijn hart nu ik al een grote kater ben. Ik hoop dat hij tussen alle andere mooie sterren, samen met mijn andere vriend, mentor en inspirator Bert na achtennegentig blogs een beetje trots op me kan zijn. Maar ik weet zeker dat ik zonder Bram en Bert nooit zover gekomen zou zijn in m’n leven als Blogkater, want als schrijvers van het eerste uur kijken ze ook nu nog steeds mee omdat we voor altijd saame verbonden blijven, ieder aan onze eigen kant van de Regenboogbrug.

Heel veel zachte kopjes voor iedereen die een vriendje moet missen, maar weet dat de mooiste herinneringen voor altijd in je hart blijven.

Joep

Joep over zijn vaste gewoontes

Ken je dat, dat je eigenlijk het liefste binnen wilt blijven, ondanks dat je personeel in ‘t grote bed elke nacht weer alle bomen in de wijk ligt om te zagen? Want geloof me, het is nog steeds geen voorjaar als de dag voorbij is.

Knuffels

Meestal ga ik na m’n diner even naar buiten om m’n ontbijt en lunch weg te brengen. Dat moet dan gewoon gebeuren, en dan mauw ik buiten op de tuintafel voor het grote woonkamerraam als ik daarna weer naar binnen wil voor knuffels, aaien, kinkriebels en kroelen.
Wel van m’n eigen personeel natuurlijk, want ik laat echt niet zomaar elke tweebenervoorpoot door m’n vacht gaan. En als ik daar dan genoeg van heb nestel ik me lekker in de mand van m’n cactus zolang het rolgordijn nog niet naar beneden is, en dan kijk ik naar de lichtjes achterin m’n weiland of zwaai naar alle sterrenvriendjes die hoog boven me schitteren, als er geen wolken in de lucht zijn.

Warm

Of ik ga ergens in huis in een vensterbank liggen, vooral wanneer de kachel aanstaat. Dan draai ik af en toe, zodat de ene keer m’n poten en de andere keer m’n rug en staart lekker warm worden. Met m’n ogen dicht stel ik me dan voor dat ik heerlijk in de zomerzon lig te dutten terwijl m’n jas lekker warm wordt.
En af en toe ga ik op ‘t grote bed voor een dut, lekker tegen een kussen aan. Da’s iets dat ik graag voor m’n personeel doe, hun bed opwarmen. Alleen hebben zij de pech dat ze met z’n tweetjes een heel stuk groterderer zijn dan ik, dus ‘t lukt me nooit om het hele bed voor ze op temperatuur te krijgen. Soms komt Junior of Senior gezellig bij me liggen en dan krullen ze zich helemaal om me heen en dan dutten we even samen.
Maar zij houden dat overdag nooit zo lang vol als ik.

Snekkies

Ergens tussen een uurtje of tien en elf ‘s avonds ben ik weer een beetje uitgedut en weet ik dat ‘t tijd is voor snekkies want dan gaat ‘t rolgordijn naar beneden en maakt m’n personeel zich klaar om te gaan slapen. Da’s elke avond een vast ritueel waar ik inmiddels wel aan gewend ben, want dan stoppen ze een borstel in hun mond en trekken een andere vacht aan dan dat ze overdag dragen.
Ik ga dan alvast naast m’n snoeptoren zitten omdat ik weet wat er komen gaat. M’n personeel pakt m’n snektrommel uit de kast en daar hoeven ze niet eens mee te rammelen omdat ik ze heel goed in de gaten hou. Zodra het deksel er af is, vliegt het eerste snekkie al door de keuken. En dat is eigenlijk de leukste training om een dag mee af te sluiten, want als ik die snek op heb volgen er meer, dat weet ik. Door de donkere gang, de woonkamer, onder de eettafel, ik krijg ze altijd allemaal te pakken door er achteraan te rennen en dan BAM, gewoon m’n poot erop te zetten. Of ik vang ze uit de lucht met m’n voorpoten. Dat kan ik heel goed, omdat ik ‘t elke avond oefen sinds ik op mezelf woon.
Als afsluiting van de avondtraining gaan er ook nog drie of vier snekkies in m’n snoeptoren, maar die bewaar ik meestal tot de volgende ochtend, als behendigheidstraining na m’n ontbijt.

Nacht

Daarna breng ik m’n personeel naar ‘t grote bed en wacht net zo lang totdat ze bijna slapen. Dan is ‘t voor mij tijd om over ze heen te lopen, of gewoon bovenop ze te gaan liggen en heel zachtjes te mauwen dat ik naar buiten wil. Soms duurt het even voordat ze reageren, maar als ik steeds harder ga mauwen staan ze voor hun doen best nog wel redelijk snel naast ‘t bed. Ik loop dan alvast naar de voordeur, maar als die open gaat kijk ik altijd eerst even wat voor weer ‘t is voordat ik een poot over de drempel zet. Want als ‘t heel hard waait of errug koud is dan draai ik me gewoon om en ga weer terug naar ‘t grote bed, en dan bij voorkeur op de plek die al opgewarmd was door Senior of Junior.
Maar dat is de afgelopen weken niet gebeurd, want ik laat me door mist en regen en kou echt niet tegenhouden om naar buiten te gaan omdat ‘t, ondanks dat ik een luxe kattenbak met lekker vers grit in de badkamer heb staan, heel dankbaar werk is om m’n eigen tuin te bemesten en te bewateren.
Of de gemeenteperkjes rondom m’n huis, of breeduit in het weiland, om daar gebied terug te veroveren dat door de andere buurtkatten eerder al was gemarkeerd. Zo houden we elkaar elke nacht lekker bezig, tussen het trainen, buurtwachten, uitmauwen van de laatste nieuwtjes, dutten en spelen door.

Vaste gewoonten

M’n nieuwe dag begint ‘s morgens bijna altijd op de tuintafel in m’n achtertuin, want daarvandaan kan ik van buitenaf goed in de gaten houden wanneer m’n personeel uit bed komt. Meestal hoef ik niet eens te mauwen dat ik er weer ben, want zodra ze van hun eigen bak afkomen lopen ze naar de tuindeur om die open te maken zodat ik naar binnen kan.
Nadat ik dan goeiemorgen heb gemauwd loop ik direct door naar m’n krabpaal naast de bank om m’n stiletto’s bij te scherpen. En als ik te vroeg ben voor m’n ontbijt knabbel ik eerst wat brokjes van de avond ervoor weg en doen we daarna wie weer ‘t eerst terug is in ‘t grote bed.
Meestal laat ik m’n personeel winnen, want dan kan ik daarna op de beste plek gaan liggen om m’n knuffels en kroelen te krijgen. Voorspelbaar? Jazeker. Want ik ben nou eenmaal een katermans met vaste gewoontes. En m’n personeel weet dat als geen ander.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep