Categorie archieven: Joep

Joep denkt verder vooruit

Begin van de week heb ik samen met m’n personeel hele middagen in de tuin genoten van de zon. Ik heb zelfs voor ‘t eerst dit jaar weer onder m’n kersenboom gelegen, al was dat wel wat passen en meten vanwegens de groene sprietjes die in de bak omhoog waren gekomen.
Maar gelukkig ben ik lenig genoeg om m’n vacht en poten er tussen te wringen, en die paar sprietjes die ik toch per ongeluk had platgedrukt stonden de volgende dag gewoon weer omhoog.

Weilandmuizen

Toch is ‘t nog steeds geen lente volgens mij hoor, want ‘s morgens en ‘s avonds, als de zon weg was, werd ‘t toch nog behoorlijk fris. Maar als doorgewinterde katermans draai ik daar toch echt m’n poot niet voor om en zette ik gewoon m’n vacht op als ik ‘s nachts naar buiten ging. Want mijn werk als straatcontroleur gaat natuurlijk altijd gewoon door, ook al zakt de temperatuur naar nul en zwaaien de buurtkatten me in ‘t donker na vanaf hun vensterbanken, waar ze liever met hun steeds dikker wordende billen op hun harige kleedjes boven die warme ribbeldingen blijven zitten zodra ‘t wat kouder wordt.
Ik ben ‘s nachts ook alweer begonnen met m’n voorjaarstraining. Niet alleen omdat ik goed in m’n jas wil blijven zitten de komende zomer, maar omdat ik er op reken dat er vanaf volgende maand weer volop Weilandmuizen te vangen zijn. Dus m’n katditie moet omhoog na een winter rustig aan doen, wil ik die heerlijke lekkernij straks niet tussen m’n poten door laten glippen of erger, niet bij kunnen houden.

Weiland Feest

Hebben jullie Japie’s site van Muisbezorgd trouwens allemaal al gevonden? Hij is nog niet helemaal af, maar wat heeft Japie daar samen met z’n katagement al een mooie pagina neergezet. En toch denk ik nog graag terug aan de tijd dat Muisbezorgd net begonnen was, hoe we afspraken en met een poot vol katlega’s de vriezers vulden vanuit het hele land. Niet alleen voor de Grote Weiland Feesten, maar voor iedereen die de krakend verse muizen wilde bestellen voor een luxe diner of een eigen feestje. En ik kan je mauwen, de online cursussen van Tante Luna Poes om katfessioneel muizen te leren vangen hebben heel veel extra poten opgeleverd om aan de nog steeds groeiende vraag te kunnen voldoen.
Dus dat belooft over zo’n vier maanden een nog grotere variatie in aanbod van lekkernijen op m’n Derde Grote Weiland Feest op vijfentwintig juli en alle andere feesten en partijen voor dit jaar.
En mocht je nou als nieuwe Muisbezorgdmedewerker Buitendienst het gevoel hebben dat de muizen je nog te snel af zullen zijn, geef me maar een mauw. Ik heb de komende tijd voor wie dat leuk vindt nog wel wat gaatjes in m’n agenda om door het land katditietrainingen en bepotigheidtips te verzorgen, zodat ook jij de snelste en slimste pieperts kunt bijhouden.

Steentjes

Maar, nog even terug naar de afgelopen week. Woensdag kwam ik dus met een koude en natte jas binnen na m’n laatste nachtelijke buurtcontrole. Zoals elke ochtend scherpte ik m’n stiletto’s bij aan de krabpaal naast de bank, terwijl Senior m’n ontbijt klaarmaakte. Ik ging er eigenlijk van uit dat het weer een hele mooie dag zou gaan worden, dus na m’n ontbijt en ochtendwasbeurt ben ik lekker in de kleine vensterbank van de grote slaapkamer gaan liggen. In afwachting van de zon. Maar die kwam niet.
In plaats daarvan tikten er ineens kleine witte steentjes tegen ‘t raam aan, en gingen de takken heen en weer. ‘t Leek wel herfst. Of winter.
De hele ochtend heb ik gewacht tot de lente terug zou komen, maar toen er na de lunch weer warmte vanaf dat ribbelding onder de vensterbank kwam wist ik al dat het verder een hele rustige dag zou gaan worden met lekker lui dutten en nadenken over wat er allemaal al gedaan kan worden als voorbereiding op ‘t Grote Weiland Feest.
Want ga ik voor de derde keer kijken of er een nog grotere wokkelglijbaan ergens te leen is? En hoeveel kraampjes zouden er nodig zijn, en hoeveel dozen en kussens voor de vrienden die willen blijven slapen? Hoeveel barbeknoeien zou ik kunnen regelen, en hoeveel vriezers om alle muizen te marineren en krakend vers te houden? Wie zouden er workshops willen geven? Of zou iedereen dit jaar toch liever gezellig de hele dag met elkaar bij willen mauwen of -blaffen, in plaats van lekker bezig te zijn met sport, spel en lekker eten en drinken?
Hoe donkerderder en natterder het buiten werd, hoe meer ik ging twijfelen of er dit jaar eigenlijk nog wel belangstelling zou zijn voor een Derde Grote Weiland Feest…

Zon

Die nacht had ik eerlijk gemauwd weinig zin om in m’n eentje de buurtcontrole te doen. Het stormde, het was nat en stil in de straat en ik besloot alleen even m’n taak om het weiland te bewateren en bemesten uit te voeren. Daarna ging ik weer snel naar binnen om nog een paar snekkies uit m’n snoeptoren te vissen voordat ik naar het grote bed ging om tussen m’n personeel in te blijven draaien. Door de verandering in het weer en al die ‘wat als…’ vragen in m’n kop was ik onrustig geworden en zelfs de knuffels, aaien, kroelen en lieve woordjes van m’n personeel konden dat niet veranderen. Het is tenslotte niet niks, om een groot feest te willen organiseren waar misschien helemaal niemand meer naar toe zou willen.
Gelukkig scheen op donderdag de zon weer een beetje en vrijdag was ook best mooi. Dus vannacht heb ik besloten dat het Derde Weiland Feest er toch gaat komen, en al m’n blaf- en mauwvriendjes zijn welkom om er saame weer een hele mooie dag van te maken.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep geniet van het voorjaar

Er hangt iets in de lucht. Dat voel ik, dat zie ik en dat ruik ik. In m’n buitenbak komen kleine groene puntjes omhoog en ik moet je mauwen, dat maakt het bewateren en bemesten niet altijd even gemakkelijk.
Ook op de takken in m’n tuin komt weer wat kleur, en m’n personeel zegt dat gistermiddag de lente is begonnen.

Drukkerder

Ook in m’n kop lijkt ‘t nu anders dan de voorgaande weken. Ik ben druk, ik ren door m’n huis alsof ik de kolder in m’n kop heb, geef een lel tegen de balletjes en de veertjes die ik tegenkom sprint over de bank heen en klim weer naar boven tot aan het plafond in m’n krabpaal naast de bank, om alles in huis goed te kunnen bekijken. En als ik daar klaar mee ben dan wil ik naar buiten om in de grote witte stoel naast de voordeur van de eerste zonnestralen te genieten.
M’n personeel snapt dat, want ze zijn nu ook drukkerder dan anders. Ze zijn meer buiten zonder eerst een dikke vacht aan te trekken, en dat is weer gezellig. Ik denk zelfs dat dit weekend de stoelen ook weer in de tuin gezet gaan worden en m’n bruine kussen weer op de tuintafel voor ‘t raam gelegd gaat worden, zodat ik zowel binnen als buiten de boel weer katfortabel in de gaten kan houden.

‘t Is nu ook weer de tijd om toezicht te houden op alles wat er buiten gedaan moet worden, en dan ben ik altijd behulpzaam om hier en daar een pootje uit te steken. Want saame binnen spelen in de winter is leuk, maar saame buiten klussen in ‘t voorjaar is nog veel leukerderder.
Zo heeft Senior bedacht dat hij de schutting naast de schuur lager wil maken, net zo hoog als m’n tuinhekje. Dat is voor mij wel lekker, want dan heb ik vanaf m’n kussen op de tuintafel veel meer uitzicht om te zien wat er in m’n weiland gebeurt. Senior houdt van klussen, en dan zit ik er graag bij om te zien wat hij aan het doen is en te zorgen dat alles goed gaat. Behalve als hij met die herriedingen begint, want dan maak ik me snel uit de poten en kijk ik wel vanuit ‘t weiland wat hij aan het doen is. Nu is de schutting al helemaal weg en zijn die herriedingen weer opgeborgen, en ‘t is even wennen aan zoveel uitzicht vanaf m’n tuintafel maar ik ben er blij mee.

Schutting

Klein nadeel is alleen dat ik vanaf m’n catwalk niet meer de kortste route naar het schuurdak kan lopen omdat de schutting nu weg is. Maar ja, het was eerlijk gemauwd soms ook best wel moeilijk om die route te nemen omdat de plant die daar al jaren groeit steeds dikkere takken krijgt. En daar kon ik me in de winter altijd best nog wel tussendoor wringen omdat er geen bladeren zaten maar ik weet zeker dat er straks, net als voorgaande jaren, weer een heel oerwoud gaat groeien.
Misschien moet ik Senior even mauwen dat ik m’n catwalk gewoon verlengd wil hebben tussen de palen waar de schutting eerst tegenaan stond, met net zo’n lekkere brede plank als op de rest van m’n catwalk. Dat zou het katmoeuvreren door ‘t oerwoud wel een stuk gemakkelijker maken, want ik wil natuurlijk wel nog steeds de schuur op kunnen omdat dat de purrrfecte plek is om naar m’n vrienden achter de Regenboogbrug te kunnen zwaaien.

Maar zolang de uitbreiding van m’n catwalk nog niet klaar is, ga ik nu lekker via de stapel stenen waar straks de barbeknoei weer op komt over de schutting tussen mijn tuin en die van m’n nieuwe blafvriend Bubbles, langs de plantenbakken naar het schuurdak om te zwaaien naar alle mooie sterren. Zoals mijn oude vriendin Anna, die we vorig jaar saame toch maar mooi de titel Kat van de week hebben laten winnen. Ze is begin deze maand, na bijna eenentwintig mooie jaren bij haar Mem, over de Regenboogbrug gegaan.
Of mijn blafvriendinnetje Lientje, die in de armen van haar Mam eind vorige maand, bepakt met zoveel knuffies en kusjes als je maar kunt krijgen, aan haar laatste reis begon.
En ik zwaai ook naar Henk, de bloementweebener waar mijn vriend Gijs altijd graag in de winkel kwam om hem te helpen met de boekhouding en de inspectie van de winkelvoorraad en om knuffels en knabbeltjes te krijgen die Henk altijd voor iedere blaffer en mauwer in zijn winkel had. Ik weet zeker dat alle bloemen en planten achter de Regenboogbrug nu de mooiste van het hele universum zijn sinds Henk daar is.

Eigen kant

En morgen ga ik speciaal het schuurdak op om te zien of ik mijn grote vriend, voorganger en mentor Bram kan vinden. Naar hem zwaai ik al sinds hij twee jaar geleden vertrok, eigenlijk nog maar veuls te kort nadat ik hem had gevonden.
Bram heeft mij geholpen met wijze woorden toen ik nog maar een klein kittenkatertje was, en hij zit nog steeds in mijn hart nu ik al een grote kater ben. Ik hoop dat hij tussen alle andere mooie sterren, samen met mijn andere vriend, mentor en inspirator Bert na achtennegentig blogs een beetje trots op me kan zijn. Maar ik weet zeker dat ik zonder Bram en Bert nooit zover gekomen zou zijn in m’n leven als Blogkater, want als schrijvers van het eerste uur kijken ze ook nu nog steeds mee omdat we voor altijd saame verbonden blijven, ieder aan onze eigen kant van de Regenboogbrug.

Heel veel zachte kopjes voor iedereen die een vriendje moet missen, maar weet dat de mooiste herinneringen voor altijd in je hart blijven.

Joep

Joep over zijn vaste gewoontes

Ken je dat, dat je eigenlijk het liefste binnen wilt blijven, ondanks dat je personeel in ‘t grote bed elke nacht weer alle bomen in de wijk ligt om te zagen? Want geloof me, het is nog steeds geen voorjaar als de dag voorbij is.

Knuffels

Meestal ga ik na m’n diner even naar buiten om m’n ontbijt en lunch weg te brengen. Dat moet dan gewoon gebeuren, en dan mauw ik buiten op de tuintafel voor het grote woonkamerraam als ik daarna weer naar binnen wil voor knuffels, aaien, kinkriebels en kroelen.
Wel van m’n eigen personeel natuurlijk, want ik laat echt niet zomaar elke tweebenervoorpoot door m’n vacht gaan. En als ik daar dan genoeg van heb nestel ik me lekker in de mand van m’n cactus zolang het rolgordijn nog niet naar beneden is, en dan kijk ik naar de lichtjes achterin m’n weiland of zwaai naar alle sterrenvriendjes die hoog boven me schitteren, als er geen wolken in de lucht zijn.

Warm

Of ik ga ergens in huis in een vensterbank liggen, vooral wanneer de kachel aanstaat. Dan draai ik af en toe, zodat de ene keer m’n poten en de andere keer m’n rug en staart lekker warm worden. Met m’n ogen dicht stel ik me dan voor dat ik heerlijk in de zomerzon lig te dutten terwijl m’n jas lekker warm wordt.
En af en toe ga ik op ‘t grote bed voor een dut, lekker tegen een kussen aan. Da’s iets dat ik graag voor m’n personeel doe, hun bed opwarmen. Alleen hebben zij de pech dat ze met z’n tweetjes een heel stuk groterderer zijn dan ik, dus ‘t lukt me nooit om het hele bed voor ze op temperatuur te krijgen. Soms komt Junior of Senior gezellig bij me liggen en dan krullen ze zich helemaal om me heen en dan dutten we even samen.
Maar zij houden dat overdag nooit zo lang vol als ik.

Snekkies

Ergens tussen een uurtje of tien en elf ‘s avonds ben ik weer een beetje uitgedut en weet ik dat ‘t tijd is voor snekkies want dan gaat ‘t rolgordijn naar beneden en maakt m’n personeel zich klaar om te gaan slapen. Da’s elke avond een vast ritueel waar ik inmiddels wel aan gewend ben, want dan stoppen ze een borstel in hun mond en trekken een andere vacht aan dan dat ze overdag dragen.
Ik ga dan alvast naast m’n snoeptoren zitten omdat ik weet wat er komen gaat. M’n personeel pakt m’n snektrommel uit de kast en daar hoeven ze niet eens mee te rammelen omdat ik ze heel goed in de gaten hou. Zodra het deksel er af is, vliegt het eerste snekkie al door de keuken. En dat is eigenlijk de leukste training om een dag mee af te sluiten, want als ik die snek op heb volgen er meer, dat weet ik. Door de donkere gang, de woonkamer, onder de eettafel, ik krijg ze altijd allemaal te pakken door er achteraan te rennen en dan BAM, gewoon m’n poot erop te zetten. Of ik vang ze uit de lucht met m’n voorpoten. Dat kan ik heel goed, omdat ik ‘t elke avond oefen sinds ik op mezelf woon.
Als afsluiting van de avondtraining gaan er ook nog drie of vier snekkies in m’n snoeptoren, maar die bewaar ik meestal tot de volgende ochtend, als behendigheidstraining na m’n ontbijt.

Nacht

Daarna breng ik m’n personeel naar ‘t grote bed en wacht net zo lang totdat ze bijna slapen. Dan is ‘t voor mij tijd om over ze heen te lopen, of gewoon bovenop ze te gaan liggen en heel zachtjes te mauwen dat ik naar buiten wil. Soms duurt het even voordat ze reageren, maar als ik steeds harder ga mauwen staan ze voor hun doen best nog wel redelijk snel naast ‘t bed. Ik loop dan alvast naar de voordeur, maar als die open gaat kijk ik altijd eerst even wat voor weer ‘t is voordat ik een poot over de drempel zet. Want als ‘t heel hard waait of errug koud is dan draai ik me gewoon om en ga weer terug naar ‘t grote bed, en dan bij voorkeur op de plek die al opgewarmd was door Senior of Junior.
Maar dat is de afgelopen weken niet gebeurd, want ik laat me door mist en regen en kou echt niet tegenhouden om naar buiten te gaan omdat ‘t, ondanks dat ik een luxe kattenbak met lekker vers grit in de badkamer heb staan, heel dankbaar werk is om m’n eigen tuin te bemesten en te bewateren.
Of de gemeenteperkjes rondom m’n huis, of breeduit in het weiland, om daar gebied terug te veroveren dat door de andere buurtkatten eerder al was gemarkeerd. Zo houden we elkaar elke nacht lekker bezig, tussen het trainen, buurtwachten, uitmauwen van de laatste nieuwtjes, dutten en spelen door.

Vaste gewoonten

M’n nieuwe dag begint ‘s morgens bijna altijd op de tuintafel in m’n achtertuin, want daarvandaan kan ik van buitenaf goed in de gaten houden wanneer m’n personeel uit bed komt. Meestal hoef ik niet eens te mauwen dat ik er weer ben, want zodra ze van hun eigen bak afkomen lopen ze naar de tuindeur om die open te maken zodat ik naar binnen kan.
Nadat ik dan goeiemorgen heb gemauwd loop ik direct door naar m’n krabpaal naast de bank om m’n stiletto’s bij te scherpen. En als ik te vroeg ben voor m’n ontbijt knabbel ik eerst wat brokjes van de avond ervoor weg en doen we daarna wie weer ‘t eerst terug is in ‘t grote bed.
Meestal laat ik m’n personeel winnen, want dan kan ik daarna op de beste plek gaan liggen om m’n knuffels en kroelen te krijgen. Voorspelbaar? Jazeker. Want ik ben nou eenmaal een katermans met vaste gewoontes. En m’n personeel weet dat als geen ander.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep over het eten uit en thuis

Nee, ik ga ‘t niet weer over het weer hebben, want vorige keer dat ik mauwde zo blij was met de zon verdween ze ineens voor een paar dagen en was het weer nat en grauw en grijs…

Dus ik wacht deze week na m’n ontbijt en m’n dut, m’n knuffels en m’n aaien gewoon op wat gaat komen, want aan het weer kan ik toch niks veranderen…

Uitzicht

De nieuwe plek van m’n krabpaalkaktus, die nu bijna voor het grote raam in de woonkamer staat, daar ben ik nadat ik vorige week nog even duidelijk liet merken dat ik helemaal niets van al dat geschuif met m’n meubels moet hebben, inmiddels toch wel heel erg blij mee.
Achteraf gemauwd heb ik vanuit de mand die hoog in de paal hangt een prima uitzicht over m’n hele achtertuin, een stukje van ‘t achterpad en een stukje van m’n weiland. Dus ik lig als ik binnen ben meestal daar met één oog open wat te dutten, want ik blijf alert. Zelfs als ik geen straatcontroledienst heb.
‘t Is alleen een beetje jammer dat m’n personeel zo nodig een schutting om m’n tuin wilde zetten, want anders had ik vanuit m’n kaktusmand een nog groterderder uitzicht gehad. Maar als ik meer wil zien dan kan ik altijd lekker naar buiten om op m’n catwalk te gaan liggen, want vanaf dat punt is ‘t uitzicht werkelijk nog steeds kattastisch.

Buiten

Buiten begint er ook steeds meer beweging te komen. Niet alleen van blaffers die met hun tweebener aan de lijn langslopen of buurtkatten die weer aan de wandel zijn, maar ook vogeltjes. En die heb ik een hele tijd niet gehoord. Ze zitten allemaal in de bomen langs de rand van ‘t weiland, waar genoeg te eten is voor ze. Bij mij in m’n tuin komen die kleintjes niet, want daar zitten alleen van die hele grote witte die enorm hard kunnen krijsen, of van die glimmende zwarte, en daar zijn ze bang voor.
Die grote blauw met wit en zwarte vliegers heb ik nog niet gezien, maar dat zal denk ik ook niet zo lang meer duren. En dan hou ik ze allemaal weer scherp in de gaten, want ze zitten op m’n catwalk of op ‘t randje van ‘t  schuurdak en proberen me uit te dagen. Daar trapte ik nog wel ‘s in toen ik wat jongerderder was, maar tegenwoordig laat ik ze lekker druk zijn tegen elkaar. Al storen ze me wel met hun herrie wanneer ik door m’n weiland sluip, want de muizen schieten dan alle kanten op. En probeer dan nog maar ‘s met een goede vangst thuis te komen…

Tegenvaller

Gelukkig ben ik niet afhankelijk van wat ik buiten vang, want als luxe katermans heb ik altijd wel een gevuld bakje in m’n keuken staan. Tenzij ik natuurlijk m’n portie brokjes in korte tijd opknabbel, maar dat doe ik alleen maar uit protest, omdat ik het geserveerde natvoer als ontbijt of diner niet lekker vind. Zoals gisteren, toen Junior een nieuw merk blikje opentrok waarvoor ze een reclame had gezien in haar favoriete kattenblad.
‘t Was zonder allerlei toevoegingen die ik niet nodig heb, en er zat tonijn in. En m’n personeel weet dat ik stapelgek op tonijn ben. En er zat een gele fruitsoort in die ik ook best wel lust. Dus toen ze het blikje uit m’n voorraadkast pakte en opentrok, kwam ik alleen al door die verukkulukke geur uit m’n cactus en liep hoopvol naar m’n etensbak. Maar wat een tegenvaller, zeg.
Die tonijn met fruithap zat in gelei, en als ik iets echt niet lust dan is ‘t wel gelei. Brrr, dat drillerige goedje eet m’n personeel zelf ook niet, dus waarom zou ik dat dan wel doen? Junior had vast haar leesbril niet op toen ze het blikje kocht en had voor het serveren nog geprobeerd om dat vieze spul door de tonijn heen te prakken, maar ik liet me toch echt niet voor de gek houden.

Nou gebeurt ‘t wel vaker hoor, dat ik voor ontbijt of diner iets krijg waar ik op dat moment geen trek in heb, en dan laat ik m’n natvoer gewoon staan. Maar als ik dan een uurtje later ofzo een knorrend gevoel in m’n maag voel dan eet ik vaak toch nog datzelfde bakje in een paar keer leeg. Want ik ben gek op natvoer, en ik hou van de variatie die ik elke dag krijg. ‘k Moet er niet aan denken om dag in, dag uit hetzelfde geserveerd te krijgen.
Nou ja, een uitzondering zijn natuurlijk m’n droge brokjes die ik afgemeten naast m’n natvoer krijg, want dat zijn nog steeds dezelfde soorten brokjes die ik al eet sinds ik beebiekittenkater af ben. En ik vind ze nog steeds heerlijk. M’n personeel mengt die zelf uit vier grote zakken met verschillende smaken, elke keer als m’n gebruiksvoorraad op is. Ze zijn ook lekker knapperig, zelfs als ze al een halve dag in m’n brokjesbak zitten. En dat is volgens m’n personeel heel goed voor m’n gebit, maar dat interesseert mij niks. Ik vind ze gewoon lekker.

Poot

Ik zal eerlijk toegeven dat ik een verwende katermans ben, dat weet ik. Maar ik moet het ook gewoon doen met wat ik in m’n etensbak geserveerd krijg, want eten weggooien in mijn huis gebeurd zelden. Behalve dan wanneer m’n personeel niet goed opgelet heeft en er iets met gelei opengetrokken wordt. Dat hoef ik dan ook echt niet op te eten, al duurt het soms wel ‘s een heel half uur voordat ik een bakje met ander natvoer krijg.
Maar omdat ik dan heel zielig kan kijken krijg ik daarna dan iets dat ik wel veel lekkerderder vind. Want als volwassen katermans moet je wel je poot stijf houden om geen gelei te willen eten. En een beetje inspelen op ‘t schuldgevoel van je personeel. Dat werkt hier in huis altijd prima.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep gaat om met veranderingen

Jaaaaa, het lijkt er echt op dat mijn vriend Kever helemaal gelijk had toen hij in z’n blog mauwde dat hij de lente al voelde aankomen. Ik heb volop kunnen genieten van het lekkere warme weer van de afgelopen paar dagen na al die miezer nattigheid met behoorlijk wat wind eerder deze week.

De dag

Want nu ik ook het voorjaar voelde, ging ik ‘s morgens na m’n ontbijt al gelijk op de leuning van de grote stoel bij de voordeur liggen wachten tot de zon boven het dak van de overburen uitkwam, en daar bleef ik dan lekker liggen totdat de warmte om de hoek van m’n huis verdween.
Vervolgens strekte ik rustig de  rug en poten, om daarna op m’n gemak naar ‘t achterpad te wandelen en daar dan weer lekker op ‘t bankje achter de schuur te gaan liggen.
Na de lunch klom ik dan lekker op m’n catwalk om wat in beweging te blijven, en daar bleef ik dan uiteindelijk net zo lang liggen tot de zon weer achter de bomen verdween en het tijd werd om naar binnen te gaan om te kijken of m’n diner al klaar was om geserveerd te worden.

Weiland

Het waren dus een paar kattastische eerste dagen met de zon, en ‘t voordeel van m’n plekje op de catwalk is dat ik een heel mooi uitzicht heb over m’n weiland omdat ik daar lekker hoog lig.
En ik moet mauwen, er komt zelfs overdag nu steeds meer leven in ‘t weiland. Ik zag in een dag al meer muizen rennen dan ik dit hele jaar gezien had, en ook de hazen joegen met scherpe bochten achter elkaar aan door ‘t gras. Ik vraag me trouwens af hoe haas van de barbeknoei smaakt, want daar heb ik nog geen enkele ervaring mee. Misschien dat iemand van Muisbezorgd daar tips voor heeft? Ik weet in elk geval al zeker dat er geen mol op ‘t feestmenu komt, want daar hou ik zelf niet van. Hopelijk zijn er begin juli wel alweer verse knoeperts te vangen in de tuin van vriend Kever.
Tegen die tijd zal denk ik ook de feestboekpagina van Muisbezorgd wel klaar zijn, zodat de katmunicatie over met wie, hoe, waar en wanneer we aan ‘t werk gaan soepeltjes verloopt.

Straatcontroles

In m’n geheugen staan nu in elk geval al alle plekjes waar de muizen zitten gegrift, zodat ik weet waar ik later deze nieuwe maand de potten pindakaas strategisch voor ze kan neerzetten. En daarna moet ik waarschijnlijk nog een maandje of twee goed observeren voordat ik met m’n vriend Japie en de catlega’s van Muisbezorgd de eerste proefexemplaren kan gaan vangen. En wanneer die dan helemaal goedgekeurd zijn dan heeft m’n personeel nog tot half juli de tijd om op hun gemak hun eigen voorraad uit de lades van m’n grote vriezer op te eten, want ik denk dat dit jaar alle ruimte nodig is voor de voorraad muizen voor het Derde Grote Weilandfeest die dan, gemarineerd en wel, krakend vers ingevroren kunnen worden tot de grote dag.
Maar voorlopig kan ik nog even lekker genieten zolang de zon schijnt en de temperaturen in de nacht ook in de dubbele cijfers blijven. Want nu is ‘t weer een feest om ‘s nachts de straatcontroles te doen zonder kouwe poten te krijgen. M’n buurtvrienden komen ook weer langzaam maar zeker bij de kachel vandaan, en we hebben na zoveel weken winter ook best veel bij te mauwen terwijl we door de wijk wandelen.

Verandering

Een nieuwtje dat ik in elk geval kan delen is dat er weer ‘s een verandering in m’n woonkamer is geweest.
Ik heb het daar nooit zo op wanneer m’n personeel iets anders neerzet, want ik hou niet van veranderingen. En zeker wanneer ze m’n kaktuskrabpaal ineens ergens anders in de woonkamer neerzetten kan ik daar best een beetje sjagadinges van worden. Want stel je voor, je gaat ‘s middags nietsvermoedend even naar buiten om de plantjes in je tuin te bewateren en bemesten, maakt nog even een ommetje door de wijk, doet wat katditietraining in ‘t weiland en komt voor het avondeten terug om je hele kaktus ineens aan de andere kant van de tuinkamerdeur terug te vinden. Zonder een mauw van overleg of toestemming van mij, gewoon zomaar verplaatst…
Je snapt natuurlijk dat ik duidelijk heb laten merken dat ik het met die hele gang van zaken absoluut niet eens was, en ik heb een paar dagen lekker niet naar die kaktus omgekeken, gewoon uit protest.

Verbetering

Totdat Senior me gisteren van divagedrag beschuldigde en ineens oppakte om me in ‘t mandje van m’n kaktuskrabpaal te zetten. Nou, dat heeft ‘ie geweten hoor want ik heb uit alle macht geblazen naar ‘m, en met ingetrokken stiletto’s een paar flinke tikken op z’n hand gegeven. Want personeel beschadigen, daar ben ik niet zo’n voorstander van. M
aar ik moest als katermans des huizes natuurlijk wel even duidelijk maken dat ik het helemaal niet eens was met de gang van zaken.
Toch ben ik ‘t mandje blijven liggen, omdat het eigenlijk een prima uitkijkpunt is om te zien wat er in de keuken en de woonkamer gebeurt. En als ik me omdraai heb ik ineens een veel beter uitzicht naar de tuin en een deel van ‘t weiland dan vanaf de plek waar de kaktus eerst stond.
Dus al met al is de verplaatsing een verbetering gebleken, al heb ik dat natuurlijk nog niet laten merken aan m’n personeel. Want anders loop ik misschien de kans dat ik een volgende keer bij binnenkomst m’n eigen woonkamer niet meer herken omdat alles weer ergens anders staat, en daar hou ik gewoon niet van.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep