Soms dan heb je van die dagen dat je gewoon helemaal niks bijzonders te mauwen hebt. Neem nou de afgelopen week. De eerste paar dagen woeide ik gewoon uit m’n jas en kwam ik nat thuis, soms zelfs met twee paar kouwe poten. En dan heeft ‘s morgens stiletto’s scherpen aan de krabpaal naast de bank voor mij ook helemaal geen zin totdat de tenen weer een beetje warm zijn geworden.
Da’s net zoiets als binnenkomen met kouwe oren, dan weet m’n personeel intussen ook wel dat ik helemaal geen zin heb om naar hun woordjes te luisteren. Niet dat ik de rest van de dag wel luister hoor, want ik ben nou eenmaal een eigenwijze katermans en geen gehoorzame blaffer, zoals mijn buurhond Bubbles.
Maar die ben ik nu stiekum aan het leren om ook net te doen alsof hij z’n baasjes niet hoort als ze ‘m roepen en ik kan je verzekeren dat je een oudere hond echt wel nieuwe kunstjes kan leren.
Rustig
Gelukkig snapt Senior heel goed dat hij ‘s morgens niet teveel geluid hoeft te maken tegen me, terwijl Junior voordat ze m’n ontbijt eindelijk serveert al hele verhalen tegen me begint. Dat ze blij is om me weer te zien, dat ik zo’n mooie en lieve katermans ben. Dat weet ik intussen zelf ook wel, maar om een beetje aardig te blijven krijgt ze dan wel een paar kopjes van me tegen haar been terwijl ze naar m’n voorraadkast loopt. Je moet de
hand die je natvoerverpakking open maakt tenslotte nooit bijten of negeren.
Soms pakt ze in elke hand een verpakking natvoer, en dan krijg ik te eten waar ik als eerste aan gesnuffeld heb. Volgens mij heeft ze nu nog steeds niet door dat ik niet kan lezen wat er op de etiketten staat, laat staan dat ik ruik wat er in zit. Maar ik herken wel of ze een blikje of een kuipje of een zakje vasthoudt.
En wanneer die allebei van de middelste kastplank afkomen maakt het me nooit zoveel uit en snuffel ik aan een willekeurige verpakking, om haar het idee te geven dat ik zelf m’n ontbijt gekozen heb. Daar wordt ze dan elke keer weer blij van, en blij personeel is natuurlijk ook een blije katermans, want dat levert altijd wel iets extra’s op.
Binnen
Maar zodra Junior op haar tenen gaat staan om een blikje of een zakje van de bovenste plank uit m’n voorraadkast te pakken dan hou ik scherp in de gaten in welke hand die gaat. Want daar zit meestal wel iets met kaas in, en dat is op dit moment m’n favoriete eten. Dat kan vanavond of morgen natuurlijk weer helemaal anders zijn, al wacht ik vaak wel tot de voorraad weer helemaal aangevuld is voordat ik laat merken dat ik er helemaal geen trek meer in heb. Voor de lieve vrede neem ik dan nog wel een paar hapjes of lik ik de nattigheid tussen de stukjes vlees vandaan voordat ik demonstratief aan m’n brokjesmix begin, die trouwens ook elke ochtend vers in m’n andere etensbak wordt geserveerd. Want als ik helemaal niks eet, dan gaat m’n personeel zich zorgen maken en sta ik binnen de kortste keren weer op de tafel bij die nieuwe lieve dierendoktermevrouw. En daar heb ik de komende tijd geen zin in.
Maar goed, deze week heb ik dus behalve de dagelijkse eet-, dut- en knuffelmomenten en straatcontroles niet zoveel bijzonders meegemaakt. Het weer was er ook gewoon niet naar, dus ik ben overdag bijna de hele tijd lekker binnen gebleven. En dat beviel me eigenlijk best, want ik kon weer helemaal in het ritme van de routines van m’n personeel komen.
Tot gisteren. Toen had ik alweer genoeg gezien en gehoord en ben ik ook overdag lekker naar buiten gegaan. Gewoon, omdat de zon weer scheen, de wind weg was en m’n personeel ook lekker lang in de tuin bleef. En dat is altijd gezellig, zelfs als er een paar druppels vallen. Want onder het balkon van de bovenburen zitten we lekker droog, gezellig saame.
Muizenstand
Vannacht ben ik, nadat ik eindelijk weer ‘s kon zwaaien naar alle vriendjes achter de Regenboogbrug, ook nog lekker op stap gegaan om de muizenstand en de potten pindakaas te controleren. Ik heb zelfs vanmorgen m’n personeel verwend met twee muizen, die ik piepend vers speciaal voor hullie uit het weiland heb meegenomen. Want eigenlijk zouden zij zelf ook ‘s moeten proeven hoe kattastisch lekker de pindakaasmuizen nu al zijn. En dan eet ik vanavond hun zalm wel, dat lijkt me best wel een prima ruil.
De komende dagen ga ik blij zijn dat ik m’n voorjaarsjas al heb aangetrokken, al ben ik wel een beetje bang dat m’n personeel met blote achterpoten in de tuin gaat zitten vanwege de temperaturen die beloofd zijn. Om bij te kleuren, zeggen ze dan.
Maar ik blijf het best een raar gezicht vinden hoor, die kale bleke velletjes zodra de zon schijnt. Dan zie ik toch liever m’n eigen harige witte sokken.
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
Ik weet het even niet meer. Dagenlang heb ik genoten van de zon op m’n vacht, waardoor ik dacht dat ik m’n winterjas al wel kon verspreiden over m’n diverse kleedjes en kussentjes in huis, het grote bed, de bank en de stoelen en niet te vergeten m’n favoriete plekje, de schone en bij voorkeur donkere was van m’n personeel. Want het waren een paar heerlijke warme dagen, dus het werd tijd voor m’n zomerjas. Dacht ik.
Toch ben ik deze week ook wel buiten geweest, want de nachtelijke straatcontroles moesten toch gedaan worden. Ik had vroege diensten, dus ik hoefde pas om drie uur ‘s nachts te beginnen. Dat kwam mooi uit omdat rond die tijd een van m’n personeelsleden meestal wel opstaat om naar hun eigen bak te gaan, hoewel ik ze toch ook een paar keer wakker heb moeten maken om op tijd aan ‘t werk te kunnen.
Daarom denk ik dat ik maar lekker binnen boven dat ribbelding blijf dutten de komende dagen. Afwachten wat ik ‘s morgens en ‘s avonds in m’n etensbak vind. En korte straatcontroles doen, want ik vind er buiten even niks aan. Ik wil voorjaar, zon, warmte op m’n zomerjas. Lekker buiten in de tuinstoel kunnen liggen, achter de muizen aanjagen of lui op m’n catwalk kunnen hangen. Samen met Senior in de tuin werken en zonder kouwe poten weer binnenkomen na een nachtje stappen met de buurtkatten.
De afgelopen week ging ik me gelukkig weer steeds beter voelen na m’n bezoek aan de lieve dierendoktermevrouw, waar ik in m’n vorige blog over mauwde.
aan te gaan, en omdat ik heel hard kan rennen vanwegens dat ik al sinds m’n kittentijd op m’n achterpad geoefend heb zit ik zo weer veilig in m’n eigen tuin. Alleen kon ik deze keer even niet anders dan uithalen naar die grote boze kater. Want soms moet je toch even aan de ander laten weten dat wat hij doet niet okee is. En ik dacht dat ik er prima mee weggekomen was want ik kwam zonder gaten of scheuren in m’n jas weer thuis.
best gedaan om haar personeel te troosten. Zelf heb ik uren op de uitkijk gezeten, omdat ik dacht dat ze misschien wel naar het weiland zou komen om alvast wat muizen te jagen, want een paar dagen voordat ze verdween had ze vol trots haar allereerste muis gevangen.
Wat een week was het weer… Eindelijk lente, er zwemmen alweer kleine eendjes in de sloot naast m’n achterpad, en in een weiland verderop heb ik een heleboel kleine beebieschaapjes zien stuiteren, maar daar blijf ik toch liever uit de buurt.
geworden, maar die heb ik nog nooit ontmoet. En heel eerlijk gemauwd, ik zat daar ook helemaal niet op te wachten.
Nadat m’n temperatuur was gecontroleerd vond ik het tijd om even een wandelingetje door de onderzoekskamer te maken terwijl m’n gegevens in de leptop gezet werden. Nou, er was genoeg te zien en te snuffelen, al kon ik niet overal bij. Maar dat komt de volgende keer wel, want volgende maand heb ik alweer een tweede date staan omdat het dan tijd is voor de spuit die ik als huis- tuin- en weilandkater elk jaar krijg.
Eindelijk, het lijkt erop dat de lente er nu toch echt aankomt. Tenminste, zodra de zon schijnt, want dan kan ik heerlijk in m’n tuin genieten van de warmte op m’n vacht.
altijd onder heet water wil afspoelen.
Wanneer de eerste potten pindakaas leeg zijn en de Weilandsatémuizen daarna gevangen kunnen worden ga ik zelf ook nog wat katsperimenteren. Want ik begin al te watertanden bij de gedachte alleen al om die overheerlijke muizen op ‘t feest onder een dekje van gesmolten kaas op een bedje van kattengras te kunnen serveren…