Categorie archieven: Joep

Joep is weer helemaal zichzelf

De afgelopen week ging ik me gelukkig weer steeds beter voelen na m’n bezoek aan de lieve dierendoktermevrouw, waar ik in m’n vorige blog over mauwde.

Al weet ik nog steeds niet helemaal zeker hoe het nou kwam dat ik me niet helemaal fit voelde. Misschien wel omdat m’n personeel zich ook niet helemaal lekker voelde want Junior liep te blaffen als een zieke zeehond en Senior was aan het snotteren en niezen vanwege alle pollen die in z’n neus kwamen.

Uithalen

En misschien kwam het ook wel omdat ik een flinke aanvaring had gehad met de grote boze zwarte kater uit een andere wijk in m’n dorp. Ik heb natuurlijk wel geprobeerd om dat voor m’n personeel verborgen te houden, want ze vinden het niet fijn als ik met andere katten in gevecht raak.
Maar dat doe ik alleen uit zelfverdediging, want ik ben helemaal geen vechtersbaas. Wanneer ik me ongemakkelijk of bedreigd voel ren ik altijd liever weg dan een katfrontatie aan te gaan, en omdat ik heel hard kan rennen vanwegens dat ik al sinds m’n kittentijd op m’n achterpad geoefend heb zit ik zo weer veilig in m’n eigen tuin. Alleen kon ik deze keer even niet anders dan uithalen naar die grote boze kater. Want soms moet je toch even aan de ander laten weten dat wat hij doet niet okee is. En ik dacht dat ik er prima mee weggekomen was want ik kwam zonder gaten of scheuren in m’n jas weer thuis.
‘t Is dat Junior tussen twee hoestbuien door een heleboel zwarte haren onder de nagel aan de zijkant van m’n rechtervoorpoot zag zitten die duidelijk niet van mij waren want ik heb alleen rode en witte haren aan m’n jas.
Tsja, volgende keer moet ik dan toch beter opletten en m’n nagels goed schoonmaken voordat ik weer naar binnen kom…

Barbeknoei

Het vorige weekend heb ik lekker vrij genomen en dat was maar goed ook want m’n personeel had besloten om de barbeknoei uit de schuur te halen. Dan blijf ik altijd graag in de buurt omdat daar dan vaak hele lekkere luchten vanaf komen.
Jammer genoeg voelde ik me dat weekend nog niet helemaal katlekker genoeg om een paar muizen in ‘t weiland te gaan vangen voor op de barbeknoei, en daar doe ik m’n personeel toch geen plezier mee. Maar zij vonden het zaterdag helemaal niet erg om allebei een stukje van hun zalm voor me te bewaren, dus ik heb rond etenstijd heerlijk zitten smullen en m’n etensbakje kon daarna zo weer de kast in terwijl ik nog lekker in de zon heb liggen uitbuiken.
Nou dacht m’n personeel waarschijnlijk dat ik die sappige stukjes zalm als avondeten zou zien, want om zeven uur was er nog steeds geen diner voor me geserveerd. Gelukkig had ik ook nog geen honger, maar toen ik om 10 uur ‘s avonds nog steeds geen natvoer had gehad heb ik er toch wat van gemauwd. Natuurlijk had ik ook gewoon wat van m’n brokjes kunnen knabbelen, maar ik ben nou eenmaal een gewoontekater. Dus ‘s avonds wil ik gewoon een blikje of een kuipje of een zakje, want dat ben ik nou eenmaal zo gewend.
Na vijf minuten mauwen begreep Senior uiteindelijk dat ik m’n eten wilde en kreeg ik een blikje met kip en kaas, waarvan ik zeker zes happen heb gegeten voordat ik weer tevreden buiten in de tuinstoel ging liggen. Het gaat tenslotte om het katcipe van twee keer per dag natvoer geserveerd krijgen, en daar hou ik aan vast. En nee hoor, ik ben helemaal geen verwende kater. Ik heb gewoon goed personeel uitgezocht.

Weilandmuizen

Maandag voelde ik me al een stuk beterderder dan de week ervoor, dus ben ik het weiland ingegaan om de lege potten pindakaas op te halen en er weer een paar nieuwe potten neer te leggen. Gelukkig heb ik nog een flinke voorraad in de schuur staan dus daar kom ik de elf weken tot aan het GWF wel mee door. Hier en daar zijn zelfs al een paar proeverijen geweest met andere soorten satémuizen en die vielen prima in de smaak, dus ik heb hoge verwachtingen van de pindakaasgevoerde Woelige Weilandmuizen.
Ik moet er alleen op letten dat ik niet teveel potten tegelijk in het weiland leg, want dan eten de muizen niks anders meer als pindakaas. En dat komt het kat-en-muisspel in juli niet ten goede, want dan zijn ze te dik geworden om nog weg te kunnen rennen. ‘t Zou dan een hele oneerlijke jacht worden, omdat we ze dan alleen maar op hoeven te rapen en in de koelwagens te leggen en daar is natuurlijk geen eer aan te behalen voor de topteams van Muisbezorgd.

Spotje

Over Muisbezorgd gemauwd, van de week had onze katlega Spotje ineens de poten genomen. Niemand wist waar ze uithing, en iedereen heeft geholpen met zoeken en hun best gedaan om haar personeel te troosten. Zelf heb ik uren op de uitkijk gezeten, omdat ik dacht dat ze misschien wel naar het weiland zou komen om alvast wat muizen te jagen, want een paar dagen voordat ze verdween had ze vol trots haar allereerste muis gevangen.
Gelukkig stond ze na vijf dagen midden in de nacht weer thuis voor de deur en kon iedereen eindelijk opgelucht adem halen.
Ik vind het elke keer weer moeilijk wanneer een vriend over de Regenboogbrug vertrekt, maar wanneer iemand spoorloos verdwijnt is dat ook zeker niet makkelijk. Ik begrijp nu ook beter hoe m’n eigen personeel zich voelde toen ik met Pasen zelf de poten nam, en ik ga m’n best doen om dat nooit meer te doen. Maar ik kan natuurlijk niks beloven…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep en zijn nieuwe dierendoktermevrouw

Wat een week was het weer… Eindelijk lente, er zwemmen alweer kleine eendjes in de sloot naast m’n achterpad, en in een weiland verderop heb ik een heleboel kleine beebieschaapjes zien stuiteren, maar daar blijf ik toch liever uit de buurt.
Want die zijn me toch een partij druk met rennen en springen… En ik moet er niet aan denken om, als ik even niet goed op zou letten, onder zo’n bolletje wol op pootjes terecht te komen.

Soepie

Maandagavond na ‘t eten voelde ik me ineens niet zo lekker. Ik was een beetje loom en had geen trek in m’n snekkies, al ben ik ‘s nachts wel weer lekker naar buiten gegaan. Niks aan de poot, dacht ik nog. Maar de volgende ochtend heb ik bij thuiskomst m’n ontbijt overgeslagen en ik kreeg geen brokje door m’n keel dus ik ben gelijk op ‘t grote bed gaan liggen en heb bijna de hele dag geslapen. Voor de lunch heb ik nog wel m’n soepie opgelebbert, want dat sla ik eigenlijk nooit over.
Zeker niet wanneer het bij me op het grote bed geserveerd wordt. ‘s Avonds heb ik maar een paar hapjes natvoer op voordat ik weer naar buiten ben gegaan. Het was zulk heerlijk weer, en er moest nog een pindakaaspotteninspectie in ‘t weiland gedaan worden want dat was er de nacht ervoor niet meer van gekomen. Dit weekend moet ik al een paar lege potten vervangen, want de Wilde Weilandmuizen zijn er werkelijk dol op. Dus dat belooft wat voor het derde Grote Weiland Feest.

Afspraak

Intussen was mijn personeel dinsdagochtend al ongerust geworden omdat ik m’n natvoer na een paar hapjes liet staan en geen brokjes meer at. En drinken had ik eigenlijk ook niet zoveel trek in, dus ze besloten zonder eerst even met mij te overleggen een afspraak voor me te maken bij de dierendokter. Dat is, sinds die lieve dierendoktermeneer waar ik m’n hele leven al kwam vorig jaar met pensioen is gegaan, een dierendoktermevrouw geworden, maar die heb ik nog nooit ontmoet. En heel eerlijk gemauwd, ik zat daar ook helemaal niet op te wachten.
Maar ja, ongerust personeel is ook niet alles, dus terwijl ik lekker buiten in de zon zat hebben ze geprobeerd om een afspraak voor me te regelen. Vroeger konden we gewoon dezelfde dag nog naar het inloopspreekuur gaan, maar dat is er niet meer. En de eerste mogelijkheid om langs te komen zou pas gisteren zijn, en dat vond m’n personeel veuls te lang duren.
Plus dat Junior anderhalf uur aan de telefoon heeft gezeten, drie keer automatisch doorgeschakeld werd tussen de twee vestigingen (en dus weer drie keer in een nieuwe, langere wachtrij kwam), waar ze ook niet echt blij van werd.

Kennis maken

Om een lang verhaal wat in te korten, m’n personeel heeft besloten dat ik dichter bij huis naar een dokter mag waar ze niet anderhalf uur naar een bandje hoeven te luisteren voordat ze een tweebener kunnen spreken. En daar ben ik donderdag al kennis mee gaan maken.
Het hielp zelfs niet dat ik woensdag m’n ontbijt en diner weer helemaal heb opgegeten en water heb gedronken, m’n personeel zegt dat ik elk jaar best wel even langs de dokter mag om te kijken of alles goed met me gaat. Ik werd dus zonder pardon net na m’n lunch in m’n reismand geholpen en mocht op schoot bij Senior mee voor een ritje in dat bromding. Ik heb ze onderweg zachtjes gemauwd dat ik me écht alweer een heel stuk beter voelde en dat ik naar huis wilde om daar lekker te dutten, maar ze reden gewoon verder.

Toch ben ik blij dat ik even geweest ben om kennis te maken. Want om te beginnen werd ik niet door een grote hand uit m’n reismand gehaald, maar ging de bovenkant los en mocht ik zelf beslissen of ik op tafel wilde komen of lekker op m’n kussentje bleef liggen.
M’n nieuwsgierigheid won het, en ik ging lekker op de koele tafel liggen terwijl de lieve dierendoktermevrouw naar m’n hart en longen luisterde. Die klonken allebei goed en ze vond de binnenkant van m’n oren prachtig, m’n tanden zagen er prima uit en m’n ogen stonden helder. En dat ik sinds vorige zomer 300 gram ben aangekomen was geen enkel probleem omdat ik een grote katermans ben en nog steeds op een normaal gewicht zit.
Misschien kreeg ik daarom ook wel een paar snoepjes van de dokter, maar ik heb van m’n moeder geleerd om niets van vreemde tweebeners aan te nemen. Al heb ik er natuurlijk wel even aan gesnuffeld, want je weet maar nooit.

Uitstapje

Nadat m’n temperatuur was gecontroleerd vond ik het tijd om even een wandelingetje door de onderzoekskamer te maken terwijl m’n gegevens in de leptop gezet werden. Nou, er was genoeg te zien en te snuffelen, al kon ik niet overal bij. Maar dat komt de volgende keer wel, want volgende maand heb ik alweer een tweede date staan omdat het dan tijd is voor de spuit die ik als huis- tuin- en weilandkater elk jaar krijg.
Ik sprong net weer terug op de tafel toen de bovenkant van m’n reismand weer werd vastgeklikt. Zonder me te bedenken wandelde ik naar binnen en nestelde me lekker op m’n kussentje, klaar om naar huis te gaan. Want dit soort uitstapjes zijn leuk, maar moeten me niet te lang duren. Ik heb thuis altijd nog genoeg te doen…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep en het Derde Grote Weiland Feest

Eindelijk, het lijkt erop dat de lente er nu toch echt aankomt. Tenminste, zodra de zon schijnt, want dan kan ik heerlijk in m’n tuin genieten van de warmte op m’n vacht.
Maar als het hard waait dan kies ik er toch nog even liever voor om overdag lekker in de vensterbank achter glas te genieten van de zon want ik heb er een hekel aan om buiten uit m’n jas te waaien.

Aanpoten

Dit weekend wordt ‘t voor mij hard aanpoten, want de potten met pindakaas die een tijdje geleden zijn binnengekomen wil ik in het weiland gaan uitrollen. M’n personeel heeft al toegezegd om de potten voor het grote hek dat om ‘t weiland heen staat neer te zetten en de deksels er af te halen. Dat laatste is belangrijk, niet alleen omdat ik die dingen er zelf niet afgedraaid krijg, maar ook omdat Senior al jaren doppen en deksels spaart voor de opleiding van hulpblaffers. En Junior spaart dapper mee sinds ze elkaar kennen. Het is een goed doel waar ik, totdat het idee van die potten pindakaas voor de Weilandmuizen bij me opkwam, nooit een bijdrage aan kon leveren omdat er op mijn eten en drinken nooit een bruikbare dop zit. Maar daar gaat nu dus eindelijk verandering in komen. Mede dankzij de Weilandmuizen die de potten leeg eten, en deze eigenwijze kater. En wie weet hoeveel meer van mijn vrienden ook nog plastic doppen sparen. Stel je toch voor, dat we dan over een tijdje kunnen mauwen dat we met z’n alle saame een paar puppieblaffertjes naar school hebben kunnen sturen. Dat zou toch kattastisch zijn…

Muizen

Maar goed, terug naar de muizen en de pindakaas. Had ik al ‘s gemauwd hoe die combinatie eigenlijk ontstaan is?
Je weet waarschijnlijk al dat ik zelf gek ben op kaas. Gisteravond zat ik zelfs nog te smullen van een blikje tonijn met kip en kaas. En dan lik ik m’n bakje altijd zo goed schoon dat ‘t gelijk weer terug de kast in zou kunnen, als m’n personeel niet al m’n bakjes na gebruik altijd onder heet water wil afspoelen.
Jarenlang heb ik dus altijd gedacht dat ik zo goed was in muizen vangen omdat ik naar kaas rook als ik op jacht ging. Want muizen hebben daar een neus voor.  Totdat ik van de buurtkatten hoorde dat muizen en kaas niet de allerbeste combinatie is. Maar wat muizen dan wel aten kon niemand me mauwen, want de buurtkatten bestuderen geen muizengedrag, ze vangen ze alleen maar. En tot het Eerste Weiland Feest waren ze ook niet echt de fijnproevers die ze nu intussen geworden zijn, want muis was voor hun gewoon muis. Rauw uit het pootje, want anders kenden ze nog niet.

Saus

Maar toen werd de eerste Weilandmuis van de gril geserveerd, en maakten ze kennis met veel van de andere muizensoorten die we met de teams van Muisbezorgd overal in het land en daarbuiten vingen. Niet alleen van de gril, maar ook van de barbeknoei. En de satésaus bleek niet aan te slepen te zijn tijdens de feesten.
Nou werd die saus altijd door anderen klaargemaakt, dus ik had geen idee wat daar in zat. Maar dat het heel errug lekker was, daar was iedere bezoeker het over eens.
Het brokje viel bij mij pas toen m’n personeel een keer zelf saus maakte voor over hun kip op een stokje. Gelukkig lusten zij geen muis, anders was m’n eigen voorraad in de vriezer al snel op geweest. Maar ik heb vanaf de eettafel zitten volgen hoe ze hun saus klaarmaakten, met melk en een paar flinke lepels pindakaas uit een hele grote pot.

Natuurlijk zou ik voor het komende Weiland Feest nu dus zelf liters satésaus kunnen maken, met flink wat kattenmelk en pindakaas. Maar ik ben een hele praktische katermans geworden, dus ik bedacht dat als de Weilandmuizen pindakaas zouden eten, dat dat heel veel tijd zou schelen omdat de saus dan al in de muis getrokken zou zijn in plaats van dat we die er na het garen nog ‘s overheen zouden moeten gieten. Dat zou ook heel veel vieze poten en schoonmaakbeurten schelen, want die poetstijd kan altijd beter gebruikt worden voor gezellig saame feesten.
Het duurde dan ook niet lang voordat het onderzoeksteam van Muisbezorgd de poten ineen sloeg en de eerste proefmuizen gevuld met pindakaas van de gril kwamen. En iedereen was het er over eens dat die Weilandsatémuizen dit jaar op geen enkel feest mochten ontbreken…

Pindakaas

Tsja, het is natuurlijk wel even werk om al die grote potten pindakaas dit weekend naar kategische plekken in het weiland te rollen, maar dat heb ik er graag voor over. En ik weet ook dat er op meer plekken in het land grote potten pindakaas worden uitgezet, zodat er op het Derde Grote Weiland Feest een ruime variatie aan satémuizen verkrijgbaar zal zijn.
Wanneer de eerste potten pindakaas leeg zijn en de Weilandsatémuizen daarna gevangen kunnen worden ga ik zelf ook nog wat katsperimenteren. Want ik begin al te watertanden bij de gedachte alleen al om die overheerlijke muizen op ‘t feest onder een dekje van gesmolten kaas op een bedje van kattengras te kunnen serveren…
Katbitie om zelf ooit een restaurant te openen heb ik niet, maar smakelijke recepten verzinnen en uitwisselen is altijd leuk. Voorlopig nog wel even lekker achter glas vanuit de vensterbank op deze vroege zaterdagmorgen, want ‘t waait me buiten nog net iets te hard om de potten pindakaas nu al het weiland in te gaan rollen.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep weet meer over het voorjaar

Heel eerlijk gemauwd, ik ben de afgelopen week niet al te best begonnen… Niet dat er iets met me was hoor, maar onbedoeld heb ik m’n personeel een hele slechte eerste Paasdag en -nacht bezorgd. Echt, ik stond er helemaal niet bij stil dat zij zo ongerust zouden zijn, anders had ik het natuurlijk nooit gedaan.

Buiten

Je moet weten, ik vind het heerlijk om rond 10 uur in de avond naar buiten te gaan. Da’s in de afgelopen jaren een vaste gewoonte geworden, behalve als het in de winter heel errug koud is. Want dan ren ik vanuit de achterdeur even het weiland in om dat te bewateren en bemesten en ben ik binnen een kwartier weer terug. Vaak nog voordat m’n personeel het rolgordijn in de woonkamer omlaag heeft gedaan en het grote licht uitgaat.
Want ik heb een hekel aan kouwe poten, dus dan kies ik er liever voor om lekker in huis, in de vensterbank boven dat grote warme ribbelding of in het grote bed tussen m’n personeel in te slapen.
En mocht m’n uitstapje dan toch ‘s wat langer duren, dan weet ik dat ik me altijd nog bij de voordeur kan melden. Eén of twee zachte mauwtjes van mij zijn al voldoende voor m’n personeel om uit bed te springen en de deur voor me open te maken. En daar heb ik ze niet eens op hoeven trainen, dat deden ze gewoon ineens uit zichzelf dus daar maak ik nog steeds graag gebruik van.

Voorjaar

Maar als het niet al te koud is of wanneer ik straatcontroledienst heb met de buurtkatten, dan blijf ik net zo lief lekker buiten. Het is ‘s nachts heerlijk rustig hier op straat en in alle tuinen, en vaak ga ik dan ook nog even kijken hoe het met de Weilandmuizenstand is. Want ook dat moet bijgehouden worden natuurlijk.
Vorige week zaterdag was het heerlijk weer, en ik kon het voorjaar echt al ruiken. Dus rond tien uur ‘s avonds, nadat ik nog wat gedronken en geknabbeld had, vertrok ik door de achterdeur voor m’n gebruikelijke nachtelijke wandeling. Eerst via m’n catwalk naar het schuurdak, om te zwaaien naar al m’n vriendjes achter de Regenboogbrug. Daarna mauwde ik m’n personeel welterusten en wandelde de tuin uit, nog voordat zij richting het grote bed vertrokken.

Zoeken

De volgende ochtend was Senior om acht uur uit bed maar ik zat niet, zoals gewoonlijk elke ochtend, op de tuintafel naast de achterdeur te wachten om naar binnen te gaan voor de eerste knuffels, aaien en m’n ontbijt. M’n buurblafvriendje Bubbles blafte me later dat hij Senior heeft horen roepen naar me en dat hij tegen elf uur zelfs met m’n snacktrommel heeft lopen rammelen over het achterpad, langs het huizenblok tot aan de voordeur. Maar dat heb ik helemaal niet gehoord.
Toen Junior tegen lunchtijd weer thuiskwam was ik er nog steeds niet, en zijn ze samen door de wijk gelopen om me te zoeken tussen struiken en onder de geparkeerde auto’s voor de deur. Volgens Bubbels waren ze toen al heel ongerust, want gewoonlijk sla ik natuurlijk nooit m’n ontbijt of lunch over. Behalve dan op die Paaszondag…

Vermist

‘s Middags heeft m’n personeel me via internet als vermist opgegeven bij een landelijke organisatie die contact heeft met dierenambulances en opvangadressen. En nog wat later stond ik op alle lokale FB pagina’s zodat het hele dorp naar me uit kon kijken.
Er zijn zelfs tweebeners gekomen die meehielpen om me te zoeken, maar ik wist zeker dat ik helemaal niet kwijt was. Ik had het gewoon even te druk met andere dingen en dacht helemaal niet aan huis of m’n personeel. Alleen wisten zij dat toen niet.
En in hun ongerustheid waren ze ook even vergeten dat ik niet in zeven sloten tegelijk loop en al m’n negen levens nog steeds heb. Maar ik kan me nu wel voorstellen dat ze begin van de week een hele slechte dag en nacht hebben gehad zonder me, al heb ik ze ook gemauwd dat wanneer het katermansinstinct eenmaal naar boven komt het heel moeilijk is om daar dan niet aan toe te geven.

Ontbijt

Toen ik maandag morgen vroeg m’n tuin weer in wandelde omdat ik trek had in m’n ontbijt, stond m’n personeel me bijna juichend op te wachten. Ik kreeg knuffels en aaien en lieve woordjes nog voordat ik m’n stiletto’s aan m’n krabpaal naast de bank bij kon scherpen. En er werd meteen, nadat ik van kop tot staart gecontroleerd was op verwondingen, een heerlijk ontbijt voor me neergezet dat ik niet in drie, niet in twee maar in één keer helemaal op at, want zoveel buitenlucht maakt nou eenmaal hongerig. Daarna ben ik op de vensterbank in de zon in slaap gevallen, want ik was ook best wel een beetje moe.
M’n lunch heb ik zelfs overgeslagen en ik werd pas wakker toen ik geroepen werd voor het avondeten. Heel even twijfelde m’n personeel nog om me daarna weer naar buiten te laten, maar na lang aandringen deden ze toch de deur open. Ik ben die avond niet verder geweest dan m’n eigen achtertuin, want dat vond ik al ver genoeg…

Praaivesie

Waar ik in die vier-en-dertig uur geweest ben en wat ik heb gedaan hou ik vanwegens praaivesieredenen voor mezelf, en m’n personeel begrijpt dat gelukkig en vraagt er ook niet naar. Ze hebben me alleen op ‘t hart gedrukt om nooit meer zo lang weg te blijven zonder me tussendoor even thuis te melden, zodat ze zich niet ongerust hoeven te maken over me. Ik heb ze gemauwd dat ik m’n best ging doen maar dat ik niks kon beloven want de combinatie lente en ik, als jonge katermans die morgen alweer z’n derde verjaardag viert, dat kan altijd wel weer een avontuur zijn dat ik niet wil missen.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep mauwt over zijn honderdste blog

Volgens mijn personeel is nul brokjes niks. Dus dan moeten twee nullen wel een hele lege etensbak zijn als ik er zo over nadenk.
Maar wanneer er een één voor die twee nullen staat, dan is het ineens best wel een hele bak vol met brokjes, denk ik dan.

Honderd

Zo gaat dat ook met blogs. Nul blogs is niks, maar honderd blogs, da’s echt wel een heleboel veel verhalen vol letters over heel veel lief en soms ook een beetje leed. Letters die over avonturen gaan, of belevenissen. Of m’n personeel. Of over vragen die me al bezighielden vanaf dat ik een beebiekittenkatertje was tot aan vandaag, nu ik een volwassen katermans ben geworden en m’n honderdste blog voor jullie mag gaan mauwen.
Nou ben ik niet van plan om vandaag al die voorgaande negenennegentig verhalen uit de sloot te halen, want jullie kunnen alles tot aan nu zelf op de saait van Saame.nl terug vinden. En mocht je die pagina’s nog nooit gezien hebben dan kan ik je aanraden om daar echt ‘s te gaan kijken, want elke dag staat er weer een nieuw verhaal op van één van m’n katlega-bloggers. En ik kan je furzekeren dat dat goed is voor urenlang leesplezier.

Keuken

Nee, ik dacht dat het misschien wel ‘s leuk zou zijn om een kijkje in de keuken te geven over hoe ik mijn blogs maak. En dat is bijna letterlijk in de keuken, want de eettafel waar ik wekelijks m’n verhaal aan mauw staat dan wel in de woonkamer, maar daar zit geen muur tussen. M’n personeel noemt dat een open keuken, maar je kunt het eigenlijk net zo goed een open woonkamer noemen. M’n huis is niet zo heel erg groot, maar ik ben heel erg blij met die grote woonkeuken. Of is het eigenlijk toch de keukenkamer?
Hoe dan ook, ik heb vanaf diverse plekjes een heel mooi overzicht van wat er allemaal in die ruimte gebeurd. Al hoor ik zelfs als ik aan de andere kant van m’n huis op ‘t grote bed lig wanneer m’n voorraadkast open gaat, of wanneer er een blikje of een zakje of een kuipje of m’n snektrommel geopend wordt. Want ik hoor alles.

Leptop

Maar, ik dwaal af. Terug naar m’n verhaal.
M’n blogs mauw ik door aan Junior, en die vertaalt het dan weer naar tweebenertaal, zodat jullie personeel dat dan weer voor kan lezen. Want je zult, net als ik, die tweebenertaal ook echt wel snappen, maar om het allemaal zelf te schrijven, daar heb ik gewoon geen tijd voor.
Dus dat doen we altijd saame, ook al omdat de vingers van Junior veel beter op de toetsen van de leptop passen dan mijn eigen poten. En waar heb je anders personeel voor, toch?
Meestal zit ik naast de leptop op de eettafel en kijk dan mee hoe de letters op het beeldscherm komen. Maar soms mauw ik m’n verhaal ook vanaf de bank, die naast de eettafel staat. Of als ik echt lui ben, lekker vanuit de vensterbank. Dan kan ik gelijk in de gaten houden wat er in m’n tuin, op ‘t achterpad of in ‘t weiland gebeurt.

Furtrouwen

Maar soms zijn er van die dagen dat ik geen idee heb waar ik het in m’n blog over wil hebben. Dan is ‘t niet dat ik in de week ervoor helemaal niks meegemaakt heb, want voor een huis- tuin- en weilandkater als ik valt er altijd wel wat te beleven. Nee, het gaat er dan om dat ik thuis niet alles hoef te vertellen wat ik doe als ik buiten ben, of wat ik denk wanneer ik ergens in huis lig te dutten. Want ik hoef ook niet alles te weten van wat mijn personeel doet wanneer ik op ‘t huis blijf passen. Niet dat we geheimen hebben voor elkaar, maar we respekteren hier in huis elkaars praivesie. Ik heb m’n eigen negen levens, en zij hun ene. Da’s een kwestie van elkaar furtrouwen dat we voorzichtig zijn, niet met verkeerde vrienden omgaan en altijd weer heelhuids thuiskomen.

Wanneer ik dan uiteindelijk toch nog gemauwd heb over wat ik kwijt wil dan leest Junior het hele verhaal nog ‘s aan me voor. Soms volg ik dat niet meer helemaal, omdat ze een zin dan net weer iets anders wil neerzetten, of ergens nog een komma wil plaatsen of juist weg wil halen. Ik zit dan geduldig te wachten totdat ze eindelijk klaar is, want meestal heeft ze ook nog ‘s te veel letters in de blog staan. En dan moeten we gaan schrappen voordat m’n blog doorgestuurd kan worden naar Ollie en zijn vrouw.
Daarna gaan Junior en ik foto’s voor in de blog uitzoeken, en dat is altijd leuk. Soms, als ik over vroeger gemauwd heb, moet Junior heel ver terug in m’n archief om de beste foto erbij te zoeken, en dan neem ik zelf even de tijd om wat te knabbelen of te drinken, of naar buiten te gaan om de poten te strekken of juist even een dutje te doen. Want ik weet dat er toch geen foto naar Ollie en z’n vrouw wordt doorgestuurd voordat ik ze goedgekeurd heb.

Snekkies

Nu deze honderdste blog alweer bijna klaar is, ga ik toch even inspecteren of er misschien honderd brokjes in m’n etensbak liggen. Of dat er al wel honderd snekkies in m’n snoeptoren zitten.
En misschien trakteer ik m’n personeel vanavond voor ‘t diner zelfs wel op een blikje kip met kaas uit m’n eigen voorraadkast.
Want honderd blogs, dat moet hier thuis natuurlijk wel gevierd worden omdat we dat saame toch maar weer gedaan hebben.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep.