Categorie archieven: Joep

Joep over de kleur van zijn jas

Na even van Feestboek en andere pagina’s te zijn weggeweest vanwege drukte op ‘t werk bij m’n personeel ben ik deze week weer met ze voor de leptop gaan zitten, al blijft m’n personeel volhouden dat we er achter zitten. Daar snap ik werkelijk helemaal niks van, want als ik er achter ga zitten dan zie ik helemaal niks… Maar ik mauw daar niet meer over tegen hullie hoor, want ik weet zeker dat ik er nu voor zit en m’n personeel blijft volhouden dat we er achter zitten. En als zij daar gelukkig van worden vind ik dat helemaal prima. Want gelukkig personeel betekent gewoon meer kroelen en aaien en lieve woordjes. En natuurlijk niet te vergeten, vaak ook wat meer snekkies. Dus ik laat het maar zo.

Mijn wereld en die van tweebeners ziet er toch vaak wat anders uit. Zij houden al niet van muizen of kouwe soeppies, ze willen ‘s nachts juist altijd op het grote bed slapen in plaats van lekker in ‘t donker onder de sterren, of als ‘t regent nooit op een kussentje op de tuintafel onder het balkon zitten.
Ze kunnen vaak ook heel beleefd blijven tegen andere tweebeners waar ik zelf graag met een grote boog omheen loop. En ik vraag me af, waarom zien zij niet wat ik zie?

Blafvriend

Ik heb deze week flink nagedacht terwijl ik na de straatcontroles lekker op ‘t grote bed of op m’n kleedje in de vensterbank, of ergens anders in of rondom m’n huis lag, nadat ik een bericht voorgelezen kreeg van een goede blafvriend van me. Hij vertelde dat sommige tweebeners bang van hem en z’n zus zijn, en hij denkt dat ‘t komt omdat ze allebei groot zijn, lang haar hebben en een mooie diepzwarte jas dragen.
Nou, ik heb die twee al een paar keer meegemaakt op feestjes en ‘t zijn een paar van de liefste, zachtaardigste blaffers die je je kunt voorstellen. Met een heel groot hart op de juiste plaats. Hun baasje en vrouw houden heel erg veel van ze en ze hebben een hele goede opleiding gehad. Dus waarom zouden sommige tweebeners bang voor ze zijn?
Zelf heb ik nooit een opleiding gevolgd, ik heb alles wat ik moest weten geleerd van m’n moeder voordat ik op mezelf ging wonen. Daardoor kon ik al vanaf dag één m’n personeel trainen en hoewel ze nog lang niet uitgeleerd zijn doen ze het al prima.
En hoewel ik een stuk kleinerder ben dan mijn blafvriend en z’n zus, ben ik nog nooit een tweebener tegengekomen die bang van me is. Ze willen me juist altijd graag aaien, al ben ik daar niet altijd van gediend. Maar zelfs als ik naar sommige tweebeners blaas om ze uit m’n buurt te houden vinden ze me nog lief. En dat snap ik dus niet.

Mijn enige jas

Zou het er dan misschien aan kunnen liggen dat ik geen lang haar heb? Ik heb buurtkatten die ‘t hele jaar door lang haar hebben, maar daar is ook niemand bang van…
Het brokje viel bij mij pas toen ik op een avond laat binnenkwam, en m’n personeel in koor riep ‘ja hoor, daar is de mooiste rooie katermans van de buurt weer!’ Weet je, ik heb er nooit bij stilgestaan dat m’n vacht rood, of beter gemauwd, oranje is. Want het is de enige jas die ik heb, en ik ben er heel tevreden mee, hij zit als gegoten. Maar zou m’n personeel net zo lief zijn en zoveel van me houden als ik, laat maar mauwen, een hele witte, bruine of grijze jas had gehad? Of eentje met verschillende kleuren, zoals de jas van de poezenzus van m’n blafvriend? Of glanzend zwart, zoals sommigen van mijn vrienden?
Zouden er dan echt tweebeners bestaan die zo blind zijn dat ze alleen de buitenkant van iemand zien, en daar dan gewoon al een oordeel over hebben?

Gelukkig kent m’n personeel me intussen, en weet ik zeker dat ze me niet om de kleur of de lengte van m’n jas hebben gekozen. Nee, dat was enkel en alleen omdat ik, de eerste keer dat ze kwamen kijken naar mij en m’n broertjes en zusjes, in de hand van Senior zacht spinnend in slaap viel. Daarmee gaf ik aan dat ik hem wel graag als personeel wilde aannemen, en hij snapte dat. Junior kreeg ik er eigenlijk als bonus blikjes-, zakjes- en kuipjesopener bij, want hoewel ze me al vanaf de eerste keer dat ik haar in de ogen keek ook heel erg lief vond, heeft ze nog dagenlang volgehouden dat ze eigenlijk meer van de grote blaffers was en nog niet zo goed wist wat ze met zo’n kleine beebiekitten aan moest. Maar daarna was ze helemaal om en kreeg ik van alle twee evenveel kriebels en knuffels en lieve woordjes en lekker eten. Zoals goed personeel dat doet.

Zwarte jas

Maar ik begrijp nog steeds niet waarom blaffers en mauwers met een zwarte jas vaak als laatste uit het nest eigen personeel kunnen krijgen. Of voorbij gelopen worden in dierenopvangen. Want het gaat er helemaal niet om welke kleur je jas is, het gaat om karakter en een klik met toekomstig personeel.
En dat zit bij mij thuis wel snor, want zoals ik niet kijk naar hoe m’n personeel er uit ziet (maar breek me de bek niet open over ‘s morgens heel vroeg, want dat is soms best wel even schrikken), kijkt m’n personeel niet naar de kleur van m’n vacht. Want of die nou rood, bruin, grijs, wit, zwart, groen of pimpelpaars met een roze streep zou zijn, liefde maakt blind. En als blaffers en mauwers daar geen probleem van maken, zouden tweebeners dat ook niet hoeven te doen.
‘t Zou de wereld weer een stukje mooier maken…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep en zijn persoonlijke ochtendroutine

Katkatkat, wat is deze week weer omgevlogen… En heel eerlijk gemauwd, ik heb lekker veel liggen dutten. Zeker als ‘t buiten nat was en heel hard waaide, want dat is iets waar ik niet zo gek op ben.

Ik heb ook gemerkt dat ‘t ineens nog steeds donker is wanneer ik ‘s morgens weer richting huis wandel na m’n inspectierondes. M’n ingebouwde klok loopt misschien wel ‘s een paar minuten voor of achter, maar dat vind ik helemaal niet zo erg zolang ‘t buiten nog niet echt koud is. Dan ga ik lekker op m’n kussentje op de tafel in de achtertuin liggen en zodra binnen dan ‘t licht aangaat, druk ik m’n neus bijna tegen het grote raam en geef ik een mauwtje. Wel zachtjes natuurlijk, want de buren slapen dan meestal nog.

Buurtcontroleur

Terwijl m’n personeel dan op weg naar de tuindeur dat grote herrieding met kopjes op ‘t aanrecht aandrukt, rek ik me nog even uit op tafel en wandel op m’n gemak naar de grote mat die voor de deur ligt om m’n stiletto’s nog wat aan te scherpen na al die nachtelijke inspectiewandelingen door de wijk. Zodra de deur dan open gaat stap ik binnen, staart omhoog met het puntje gebogen, geef wat kopjes aan m’n personeel, krijg wat aaien en lieve woordjes en loop gelijk door naar m’n krabpaal, waar ik altijd m’n fitnessoefeningen doe voor ‘t ontbijt.
Want m’n conditie moet natuurlijk wel op peil blijven hè, als buurtcontroleur.

Oefening

Om te beginnen zet ik m’n nagels onderaan in de krabpaal, ga met m’n borst op de grond liggen terwijl ik met m’n achterpoten gewoon op de grond blijf staan. En dan ga ik voorpoot voor voorpoot steeds een beetje hoger de krabpaal in totdat m’n achterpoten op de bodemplaat van m’n krabpaal staan. Net zolang totdat ik helemaal gestrekt sta en met één voorpoot de bovenkant van de paal kan aantikken. Soms leg ik dan m’n andere voorpoot er ook nog naast, of ik wissel links en rechts af en rek ik me nog een keer helemaal uit, voordat ik m’n oefening in omgekeerde volgorde afsluit.
Tegen die tijd staat m’n personeel al bij m’n voorraadkast te bedenken of het een zakje, een kuipje of een blikje met natvoer voor ontbijt gaat worden, want ik krijg nooit twee keer achter elkaar ‘t zelfde.
Soms wordt de bak van de bovenste plank uit m’n voorraadkast gepakt, met de allerlekkerste hapjes van andere merken dan die op de plank daaronder staan. En dan weet ik gewoon dat ‘t een heerlijk ontbijtje wordt, want m’n personeel heeft de resterende blikjes kip met wortel aan één van de buurtkatten gedoneerd dus die hoef ik niet meer te eten.
Om m’n tevredenheid over de keuze van de bovenste plank te laten merken, geef ik dan kopjes tegen de personeelsbenen, totdat m’n etensbak op de grond wordt gezet. En pas als ik klaar ben is ‘t tijd voor knuffels en kroelen, want dat voelt altijd nóg lekkerderder met een gevulde buik. ‘t Heeft wel even geduurd voordat ik m’n personeel had aangeleerd dat ik ‘s morgens eerst op m’n gemak wil kunnen ontbijten voordat ik ze aandacht geef, maar ze wachten tegenwoordig geduldig tot ik klaar ben met eten en de wasbeurt die daar dan altijd nog achteraan komt.

Dutten

Wanneer dat ochtendritueel is afgesloten ga ik dutten op ‘t grote bed of in de vensterbank. Want ook m’n slaap is heel belangrijk om fit te blijven na een hele nacht hard werken. Meestal kan ik lekker tot aan de lunch ongestoord blijven slapen. Maar soms gaat m’n personeel ‘s morgens op jacht en dan komen ze me even gedag zeggen voordat ze met een lege tas de deur uitgaan, krijg ik knuffels en aaien en weet ik dat ik ‘t hele huis even voor mezelf alleen heb zodra de deur dichtgetrokken wordt. Heerlijk rustig!
Af en toe verhuis ik dan naar de grote vensterbank, want terwijl ik met een half oog de straat in de gaten hou, hoor ik ook gelijk wanneer het personeelsblik op wielen er weer aan komt. Dan heb ik nog tijd genoeg om me weer lekker even uit te rekken en op m’n gemak naar de voordeur te lopen om de tas of tassen bij binnenkomst te inspecteren. Dat doe ik al sinds ik kitten was, en hoewel ik als volwassen katermans niet meer zoveel belangstelling heb voor tassen, kan de inhoud toch vaak best wel interessant zijn…

Blaffertjes

Had ik trouwens al gemauwd dat er bij mij naast op de hoek nieuwe buren komen wonen? Ik ben al even kennis wezen maken, maar ze zijn nog druk bezig in hun huis met allerlei herrie-apparaten dus dan maak ik gelijk weer dat ik thuis kom want zulk soort herrie, da’s niks voor mij.
Toen ik een keer langsliep op weg naar ‘t weiland heb ik al wel een blaffertje in de tuin zien lopen, op hele dunne pootjes. M’n personeel vertelde dat ‘ie Bubbles heet, dus als de herrie straks voorbij is moet ik maar ‘s nader kennis met ‘m gaan maken. Eerlijk gemauwd had ik stilletjes gehoopt op tweebeners met een paar katten als buren, maar wie weet is Bub wel net zo aardig en lief als Ziva, het buurhondje dat aan de andere kant van me woont, en worden we ook goeie vriendjes.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep her-ontdekt de hengel

De hele week had ik allerlei dingen waarvan ik dacht ‘dát moet ik onthouden voor m’n blog op zaterdag, en dat, en dat…’
En nou zit ik hier met Junior achter de leptop, te staren naar een heel leeg scherm met een knipperend streepje.

Avondeten

Ik merk dat ik zelf met m’n ogen mee begin te knipperen, en dan lijkt het net of ‘t streepje stil staat terwijl ik in m’n kop de hele week nog ‘s doorloop.
Zo zou ik kunnen mauwen dat ik de afgelopen dagen drie keer een flinke bui over me heen heb gekregen, maar dat vind ik helemaal niet zo erg zolang het nog niet koud is buiten.
Of ik kan mauwen over dat ik ‘n keer m’n avondeten retour heb gestuurd naar de keuken omdat ik ‘t gewoon echt niet lekker vond. Kip met worteltjes, dat eet m’n personeel maar lekker zelf. Bléééhhh. Maar een vervangend diner geserveerd krijgen? Nou, echt niet hoor. Eten wat de pot schaft, noemt m’n personeel dat dan. En als me dat niet aanstaat, kan ik altijd verder met de restjes in m’n brokjesbak zeggen ze. Gelukkig werd er voordat ik die nacht aan m’n straatcontrole begon nog wel wat lekkers in m’n snoeptoren gedaan, anders was ik in m’n pauze tijdens m’n werk toch echt wel op zoek gegaan naar een lekkere sappige muis. Zonder worteltjes.

Hengel

Terwijl ik zo zit te mauwen waar ik het in deze blog juist even niét over wil hebben, tikt Senior tegen m’n nieuwe speeltje in de bank. Oooo, da’s waar ook, ik heb deze week weer een hengel gekregen! Daar kan ik ‘t wel even over gaan hebben want die hengel, da’s kittensentiment…
Misschien herinner je je nog wel dat ik vroeger, toen ik net op mezelf woonde, een uitschuifbare stok had, met aan ‘t eind een bosje veren. Kattastisch speelgoed vond ik dat, waar ik uren mee bezig kon zijn. En als ik dan moe was van ‘t spelen, schoof m’n personeel het uiteinde van de hengel tussen de kussens in de bank zodat ik, als ik weer uitgeslapen was, er ook zelf mee aan de slag kon.
Jammer genoeg hing de hengel binnen een jaar al van dik zwart plakband aan elkaar omdat niemand me ooit had geleerd dat ik niet op de stok moest gaan staan springen. Terwijl ‘ie juist dan zo lekker mee veerde onder m’n kittenpootjes.
Toen uiteindelijk ook bijna alle veertjes weg waren, verdween de oude opgelapte hengel in de vuilnisbak. Maar een nieuwe vinden, dat bleek nog niet zo gemakkelijk. Maandenlang heeft m’n personeel elke dierenwinkel die ze tegenkwamen afgejaagd, maar ze konden nergens meer zo’n zelfde hengel vinden. Totdat iemand de gouden tip gaf en er deze week ineens een pakketje voor me bezorgd werd.

Spelen

Ik snuffelde wat aan de verpakking, maar echt interessant vond ik het niet. Die nieuwe hengel was niet eens zoveel langerderder dan dat ik ben… Tot de verpakking er af ging en een tweede stuk uitgeschoven werd, en nog een derde. De hengel bleek bijna net zo groot als Senior te zijn, dus ik wilde er natuurlijk ook gelijk mee spelen. Springen, vangen, achteraan jagen zoals ik vroeger als kleine kitten al zo graag deed…
De rest van de ochtend zijn m’n personeel en ik met die hengel aan ‘t spelen geweest, ik kon er gewoon geen genoeg van krijgen. Tegen lunchtijd werd ‘ie op de oude vertrouwde plek in de bank tussen de kussens geschoven, omdat m’n personeel aan tafel ging.
Terwijl ik op de armleuning zat te genieten van hoe mooi die nieuwe hengel daar stond, stak ik voorzichtig een voorpoot uit om de hengel omlaag te trekken. Dat ging prima, en ik zette m’n andere poot erbij om te zien hoe ver de hengel kon doorbuigen. En dat had ik dus niet moeten doen…

Moe

Zelf denk ik dat er gewoon metaalmoeheid in die nieuwe hengel zat, maar volgens m’n personeel ben ik nu veel sterkerderder dan toen ik nog klein was. En ze mompelden ook nog iets over m’n gewicht, maar dat heb ik niet helemaal meegekregen.
Een beetje teleurgesteld keek ik naar de geknakte hengel en gaf ik nog een tikje tegen de veren die onderaan het draadje hingen voordat ik besloot om een dutje op de bank te doen, dicht in de buurt van de gebroken hengel die ik in m’n enthousiasme al binnen een paar uur gesloopt had.

Ik werd wakker van de heerlijke lucht van een bakje kaassoep voor de lunch, die ik bij hoge uitzondering voor een keer op de bank mocht opslobberen. Ik kreeg aaitjes, en m’n personeel verzekerde me dat het allemaal wel weer goed zou komen.
En nadat ik m’n lunch achter de kiezen had kwam Senior met die grote zwarte rol plakband, dat hij om m’n gebroken hengel begon te plakken. En wat denk je? Ik kan er nu gewoon weer mee spelen. Alleen zal ik onthouden dat ik er niet meer op moet gaan staan, of ‘m te hard naar beneden trekken. Want anders kan ik misschien wel weer een jaar wachten op een nieuwe hengel…

Catwalk

Gisteravond was het zulk lekker weer dat ik nog voordat ‘t echt donker werd al op m’n catwalk zat. Da’s tegenwoordig helemaal geen gemakkelijke klus om daar te komen, want er groeien sinds een paar weken enorme lange stengels, nog langerderder dan m’n nieuwe hengel, en daar komen volgens m’n personeel ook nog ‘s hele grote gele bloemen aan.
Nou ja, ‘t is in elk geval altijd heerlijk om hoog tussen al dat groen over m’n weiland heen te staren en te wachten tot ik naar alle mooie sterren kan gaan zwaaien.
Misschien zaten m’n gedachten nog wel bij al die lieve vrienden toen ik vanmorgen heel vroeg achter de leptop ging zitten om m’n blog door te mauwen. Maar volgens mij is het uiteindelijk toch nog goed gekomen, dankzij m’n nieuwe hengel waar ik nu heel zuinig op ga zijn…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep over een bewogen week

Afgelopen woensdag was ‘t alweer een jaar geleden dat het even heel stil werd op de site van Saame…
Mevrouw Bert schreef daar donderdag al een prachtige blog over, waarin ze zowel over Tim, de voorganger van Huiskater Bert, als Ollie, de opvolger van Bert, hele mooie letters schreef. Maar vooral over Bert, en zijn voor mij toch nog plotselinge vertrek naar over de Regenboogbrug.
Ik had net 22 blogs op m’n naam staan, dankzij het vertrouwen dat Bert in mij, toen nog een kittenkatertje van amper 1 jaar, had uitgemauwd. Toch nog wat onzeker maakte ik m’n eerste blog, maar na 22 keer had ik het toch wel behoorlijk onder de voorpoot, al mauw ik ‘t zelf. En toen ineens was m’n mentor, m’n grote voorbeeld, één van m’n allergrootste helden, aan z’n laatste reis begonnen.

Herinneringen

Dagen, wekenlang daarna ben ik van slag geweest. Geen zin om te spelen, geen zin om naar buiten te gaan. Ik lag binnen op ‘t grote bed, of op de bank of in de vensterbank. Te denken en te verzinnen hoe het eruit zou zien daar achter de Brug. Ik had contact met m’n vrienden op Feestboek die al meer ervaring hadden met dierbaren die vertrokken, en daar heb ik een heleboel van geleerd. Zo kon ik het gemis, de leegte en de verslagenheid een plaatsje geven, niet alleen van Bert maar ook van mijn lieve vriend Brammiesaurus, die zo’n vijf maanden eerder uit m’n leven verdween.
Sindsdien zijn ze allebei nog steeds heel dicht bij me, samen met al die andere sterren waar ik ‘s nachts naar zwaai. Want liefhebben is ook loslaten om daarna voor altijd diep in je hart alle mooie herinneringen met je mee te blijven dragen…

Planten

Wat ik voor de rest nog heb gedaan deze week? Nou, eigenlijk niet zo heel veel. Vooral buiten genoten van ‘t mooie weer, lekker in de zon gezeten en gewandeld. O, en toezicht gehouden op m’n personeel  tijdens ‘t poten van de laatste planten in de volle grond. Maar daarvoor moest eerst plek gemaakt worden, dus Senior ging enthousiast met de snoeischaar in de weer om de oude hortensidingessen in te korten. Precies, de planten die in m’n persoonlijke buitenkattenbak staan, en die ik al het hele jaar goed bemest en bewaterd heb. Dat leek me een mooi moment om even de poten te strekken en een pauze te nemen, want toezicht houden is best hard werken hoor.
Maar toen ik weer terugkwam in m’n achtertuin schrok ik best wel, want alle uitgebloeide bloemen en heel veel grote bladeren waren gewoon… WEG!
Geen enkele praaivessie dus meer tijdens m’n dagelijkse bakgang… Nou ja, er staat nu nog één hortensidinges, maar die staat écht te dicht op de schutting om even katfortabel achter te kunnen gaan zitten. En die nieuwe planten zijn gewoon nog te klein om onder te bemesten en bewateren, dat duurt nog jaren voordat ik daar onder pas…

Plank

Midden in de week ontdekte ik trouwens dat het best wel lekker rustig ligt op de plank in de grote kledingkast, dus daar heb ik uit protest voor het genadeloos snoeien en de inbreuk op mijn privaat twee ochtenden, tussen ontbijt en lunch, heerlijk liggen dutten. ‘t Duurde even voordat m’n personeel door had waar ik was gebleven, want ik had me tussen een heel smal spleetje van de schuifdeur doorgewurmd. Ze hebben uren naar me lopen zoeken en ik hoorde ze een paar keer langs lopen en gniffelde zachtjes in m’n voorpoten, terwijl ik lekker tussen de wollen vesten en de truien lag. Pas op de tweede dag zagen ze me uit de kast komen voor m’n lunch, dus toen was de lol er voor mij alweer af om me in de kast te verstoppen. Maar ik hou dat plekje zeker in gedachten voor als het straks weer winter gaat worden.

Reismand

En wat denk je? Gisteren werd ik vlak voor m’n avondeten ineens in m’n kladden gepakt en in m’n reismand gezet. Ik heb nog twee geslaagde pogingen gedaan om me er weer uit te wringen, maar de derde keer lukte het me niet meer. Daar zat ik dan, terwijl ik eigenlijk naar buiten had gewild om de restanten van de hortensidingessen te bewateren en bemesten, maar m’n personeel was onverbiddelijk. Ik werd op schoot bij Senior in dat blik op wielen gezet, en er was geen ontkomen meer aan.
Nog voordat we de straat uit waren begon ik alle liedjes die ik van Kianjo tijdens haar workshop op het GWF had geleerd te zingen, maar m’n personeel begreep me niet. Nou, en toen heb ik het matje in m’n reismand maar bemest en bewaterd, net toen we voor de deur van die lieve dierendoktermeneer gestopt waren. Terwijl ik m’n matje aan het dubbelvouwen was om toch nog droog te kunnen zitten, zag ik m’n personeel een beetje pips rond de neus worden en werden de deuren heel snel opengezet. Tsja, een verteerde muis ruikt nou eenmaal niet naar bloemetjes…
Gelukkig is de mat in de wachtkamer uit m’n mand gehaald, netjes in een vuilniszak gestopt en buiten bij ‘t restafval in de container gegooid, zodat ik met schone droge billen rustig kon wachten tot ik aan de beurt was.

Dokter

Misschien vraag je je nu af waarom ik ineens naar die lieve dierendoktermeneer moest? Nou, niks ernstigs hoor. Junior had even daarvoor tijdens het kriebelen onder m’n kin een heel klein roze bobbeltje ontdekt. En omdat ze niet wist wat ‘t was wilde ze ‘t na laten kijken.
De lieve dierendoktermeneer keek er naar, pakte een tangetje, draaide het bobbeltje uit m’n kin en legde ‘t in z’n hand. ‘t Was zó klein dat Junior er zelfs haar leesbril voor op moest zetten, en toen zag ze dat er pootjes aan ‘t bobbeltje bewogen. Bleek dat ik een teek gevonden had zonder dat ik ‘t door had!
Nou ja, voor alles is een eerste keer mauw ik dan maar…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep heeft gewone speciale wensen

Begin deze week was het eigenlijk meer van ‘t zelfde, een beetje zoals voorgaande weken… Zowel overdag als ‘s nachts lekker warm, dus prima weer om de hort op te gaan.

Avond

Op zulke dagen zie ik m’n personeel weinig, al probeer ik er wel voor te zorgen dat ik binnen ben voordat ze het rolgordijn laten zakken, de steen voor de tuindeur wegschuiven en de deur dicht doen. Want als ik te laat ben zit er niks anders op dan op de tuintafel te springen en onder ‘t gordijn door naar binnen te loeren, in de hoop dat ik opgemerkt wordt. Als me dat te lang duurt dan geef ik een hele harde mauw, en dan is er altijd wel iemand die de deur voor me open doet. Ik heb m’n personeel inmiddels best goed getraind, al mauw ik dat zelf.
Ze weten dat ik, voordat ze gaan slapen, altijd nog wel iets lekkers lust. Dat kan een knabbelstaafje zijn, wat snekkies in m’n snoeptoren of een cupje kattenmelk. En ik wil natuurlijk nog even met ze spelen, knuffelen en geaaid worden. Omdat ik ze op warme zomerse dagen al zo weinig zie wil ik niet dat ze zich genegeerd voelen, want ik vind ze nog steeds reuze lief. Maar ik ben met dat mooie weer ook zo graag buiten…

Nacht

Als ik m’n snekkies op heb en ‘t geknuffel en gekroel lang genoeg geduurd heeft, ga ik alvast op een tactische plek op ‘t grote bed liggen voordat m’n personeel instapt. En de eerste tijd lig ik dan lekker tussen hullie in, krijg ik van twee kanten kriebeltjes en kusjes en aaien, en doen we wie het eerste in slaap valt. Meestal win ik dat, maar zodra m’n personeel begint te snurken verhuis ik naar ‘t voeteneind van ‘t bed, leg m’n voorpoten over m’n oren en slaap ik lekker verder.
Meestal wordt m’n personeel midden in de nacht wakker om op hun eigen bak te gaan. Om een reden die ik nog steeds niet snap vertikken tweebeners het gewoon om, net als ik, de planten in de tuin of ‘t gras in ‘t weiland te bemesten en bewateren. Dat hoor ik ook van de buurtkatten die ik mauw. Ze blijven veel liever binnen op die rare stoel met stromend water zitten. Maar goed, wie ben ik om te mauwen dat ze dat niet mogen. Ze zijn er gelukkig mee, dus dan is ‘t goed.

Zodra m’n personeel uit bed stapt, weet ik dat ‘t tijd is om op te staan. Als volwassen katermans ken ik inmiddels de nachtelijke gewoontes van m’n personeel als de achterkant van m’n voorpoot. Ik blijf nog even lekker op ‘t grote bed liggen totdat ik hoor dat er een papiertje gescheurd wordt. Dat is het signaal om me even uitgebreid uit te rekken en te kijken of de rest van m’n personeel ook al wakker is. Tegen de tijd dat de personeelsbak dan wordt doorgespoeld zit ik al op de mat bij de voordeur en zodra de bakdeur open gaat hoef ik maar één mauw te geven om m’n personeel te laten weten waar ik ben en dat ik naar buiten wil.
‘t Heeft even wat tijd gekost hoor, om ze dit aan te leren. Want het liefste hebben ze eigenlijk dat ik de hele nacht gezellig tussen hullie in op ‘t grote bed blijf liggen als ik geen straatcontroledienst heb. Maar ja, als jager ben ik op m’n best tijdens de kleine uurtjes, dat zat al in de genen van m’n verre voorouders, dus bij mij begint ‘t dan ook te kriebelen en moet ik gewoon de deur uit.

Ochtend

Meestal kom ik dan ‘s morgens rond een uur of 5, 6, 7 weer thuis, en even afhankelijk van de route die ik gewandeld heb meld ik me dan weer met een mauw bij de voor- of achterdeur. Want tegen die tijd heb ik al best wel weer trek in een hapje brokjes of nog beter, een bakje met sappig natvoer. Soms heb ik geluk, want als Junior vroeg moet werken zit ik vaak al om half 6 aan m’n ontbijt. Maar op andere dagen kan het ook wel ‘s half 8 worden voordat ze eindelijk ‘t grote bed uit komen.
Mij hoor je daar niet over hoor, als m’n personeel wat later is. Maar van de week had ik best een drukke nacht buiten gehad, en was ik daarna lekker onder wat struiken in slaap gevallen. Ik schrok wakker van de buurkindjes die buiten kwamen spelen, en ik voelde m’n maag een beetje knorren. Toen ik m’n kop tussen de struiken door stak zag ik dat de zon al heel hoog boven me stond en ‘t was al behoorlijk warm, dus hoog tijd om naar huis te gaan voor m’n ontbijt. Tenminste, dat dacht ik.
Zodra ik het voortuinpad opliep zag ik dat het slaapkamerraam open stond, dus ik kon zonder gemauw naar binnen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was om zo laat thuis te komen, liep ik op m’n gemak door de gang naar de keuken, maar wat denk je? Er werd om 1 uur ‘s middags niet eens meer ontbijt geserveerd! Nee, ik kon een soeppie krijgen, of wat kattenmelk. Gelukkig was m’n bak met brokjes wel bijgevuld, anders was ik zeker verhongerd voordat ‘t avondeten werd opgeschept.

Ontbijt

Binnenkort maar ‘s even met m’n personeel om de tafel. Om ze te beloven dat ik ga proberen niet meer zo laat thuis te komen, want ze hebben zich urenlang zorgen gemaakt omdat ik niet kwam opdagen op de gebruikelijke tijd.
Maar ik ga ook m’n poot stijfhouden, want ik vind dat zodra ik na een nachtje buiten weer thuiskom, dat het gewoon tijd is voor een lekker nat ontbijtje, ongeacht het tijdstip van de dag.
Maar vandaag ga ik eerst even een dutje doen, na een heerlijk ontbijt. ‘t Is nu toch geen weer om buiten te zijn.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep