Morgen gaan Ollie en ik terug naar ons knusse kleine huis, waar alles bekend en vertrouwd is, tenminste, dat hoop ik.
We zijn dan ruim twee weken in een andere woning geweest. Hier zitten we een grote flat op zes hoog, met buren naast, onder, boven en opzij van ons. In het weekend is er bij de bovenburen ruzie met geschreeuw dat door de muren reist. Elke woning heeft eigen geluiden, leren Ollie en ik, en deze geluiden hebben we thuis niet.
Thuis
Maar waar is thuis, lijkt nu de vraag. Niet helemaal hier en toch al een beetje. Veel meer daar en toch al wat minder.
Gisteren zag Ollie er rustig uit, hij leek zich tevreden te voelen. Als ik ’s middags weg ga, blijft hij gewoon in de kamer zonder zich onder de bank te verstoppen. Het bange is weg.
Hij komt nu ’s avonds in de ruimte badkamer liggen, gestrekt op een handdoek, klaar liggend voor knuffels. Zo begint hij een nieuwe routine te ontwikkelen. ’s Morgens ligt hij graag op een matje in de vensterbank, rustig te kijken naar het verkeer ver beneden.
En juist nu gaan we terug, naar een huis met weer andere geluiden en waar je anders loopt en ligt, gewoon omdat het huis anders is.
Daar heb ik zorgen over. Hoe dat zal gaan. Of hij het huis herkent als thuis en zich er veilig en gewoon voelt. Of hij zijn hobby tapijtbewerken weer oppakt.
Rust
Pas sinds een paar dagen ken ik de stand van zaken van de renovatie. Veel is af. Niet alles. Maandag gaan ze de kozijnen bij de onderbuurman vervangen, dan hebben we herrie. Wat ook nog moet is de vervanging van de kozijnen in de dakkapel en dat betekent een dag met klusmannen door het huis. Wanneer, weten ze daar nog niet. Dan komen de schilders de boel van buiten aflakken. En daarna is er hopelijk dertig jaar rust.
Wennen
Zaterdag gaan we terug. Met beleid. Eerst het huis weer gewoon maken met spullen en geuren; zo zet ik een bak met licht gebruikt grind neer. Dan morgen met Ollie in zijn reismand over de hoge galerij, in de lift en dan in de taxi naar huis. Van zijn dokter kreeg ik Gabapentine, om de dag van verkassen gemakkelijker te maken. Misschien moeten we wennen, maar daar woonden we langer dan hier en we zijn saame, dat scheelt hopelijk alles.
Hier een voortgangsbericht uit huize Ollie. Hij is nu aan het wennen, maar het blijft een vreemd huis. Hij durft meer, zijn zelfvertrouwen is aan het groeien en toch voelt hij zich niet echt thuis, dat zie ik ook.
Als kater zijnde hoef ik niet te luisteren, weeges ik ben geen hond en met luisteren bedoel ik dat mijn vrouw zegt wat ik moet doen en dat doe ik dan of ik doe het helemaal niet dat is meestal het gefal. Je hebt je eer als kater dat maakt wat uit.
Ik weet haast niet meer hoe was mijn leefe toen mijn poot gewoon mijn poot was maar mijn vrouw zegt dat het nou 5 maanden geleden is toen het begon.
Ik ben een kater alleen dus ik heb geen friend in huis die ook kater is of poes, dat maakt me niks uit, maar als kater alleen heb je meer regten. Dat is mijn mening.