Van alle kanten komt de vraag: ‘Hoe gaat het met de kriebelbeestjes?’ Tja, wat zal ik daar eens op miauwen?! Het is maar hoe je het bekijkt. Het gaat goed. En het gaat niet goed. Zal ik met het slechte meows beginnen? Het gaat niet goed met de beestjes. Met de kriebelaars zelf bedoel ik.
Al is mijn mens van een vredelievend soort ze heeft ze allemaal om zeep geholpen. Dat is best raar, want er kwam geen sop aan te pas. Daarmee kom ik gelijk op het goeie meows. We zijn verlost van al die naarlingen. Tot op zekere hoogte. Ik zal jullie miauwen hoe dat komt.
Pineut
Vorige keer furtelde ik dat we alle drie zo’n koud, nat, stinkend goedje in onze nek hebben
gekregen. Geheel tegen onze zin! Het heeft nul komma nul effect om op de barrikatten te gaan. Op dit punt is ons mens onverbiddelijk. Het is voor een goed doel, vindt ze. De kleine gluiperdjes houden namelijk niet van dit spul. En zij houdt niet van kleine gluiperdjes.
Eerlijk gemiauwd, houden wij ook niet van die jeuk. Je krabt je suf. Tegen beter weten in. Want die ieniemienie beestjes weten keer op keer te ontsnappen om vervolgens een paar centimeter van je krabbende poot verder te gaan met irriteren. Mijn broer en tante hebben mazzel. De kriebelbeestjes vinden mij het allerallerlekkerst. Daarom ben ik extra de pineut. Dat ik per ongeluk op het huis ga liggen waar ze wonen, blijkt ook niet zo potig. Van hun verblijf naar mijn jas is het slechts één minisprong. Daarna tijgeren ze massaal tussen mijn lange haren door met als ultieme uitdaging: een slokje van mijn bloed. Daar zit nou net het venijn.
In de nesten

De verre familie van Dracula laat zich niet afschrikken door de cocktail uit het pipetje. Dat dacht mijn mens lange tijd. Dat de geur – dat spul ruikt helaas niet naar kattenkruid – zo overweldigend zou zijn dat kriebelbeestjes als vanzelf uit mijn buurt zouden blijven. Niets is minder waar. Pas als ze met dat goedje in aanraking komen, krijgen ze hun vleugels. Daarvoor moeten ze eerst hun tanden in mijn huid zetten. De smaak kan niet anders dan afschuwelijk zijn. Het lijkt erop dat ze zo schrikken van wat ze proeven dat ze vergeten mij los te laten. De hoektandjes van hun kleine kaakjes zetten zich muurvast. En blijven vast. Voor altijd.
Tenzij mijn mens die kaakjes open wrikt en mij bevrijdt van die monsterlijke types. Al doe ik nog zo mijn best met mijn vlijmscherpe stiletto’s het lukt me met geen mogelijkheid om ze los te krijgen. Het enige dat gebeurt is dat ik kramp krijg in mijn achterpoot, dreadlocks draai van mijn haar en mezelf open krabbel. Daarom inspecteert Mo me tig keer per dag. Haar vingers gaan pijlsnel door mijn vacht op zoek naar bobbeltjes. Purcies op die plek vouwt ze m’n lange haren voorzichtig opzij om de snoodaard op te sporen. Met een speciaal haakje wipt ze hem – of haar – eruit. Soms istie kleiner dan klein en glipt tussen het haakje vandaan.
Wat volgt is operatie pincet. Ik doe mijn uiterste best om me in te houden. Want van al dat gefrunnik krijg ik juist weer kriebels. Het liefst sla ik al mijn nagels uit en klauw ze diep in haar handen. ‘Zachtjes Japie,’ zegt ze dan, ‘zachtjes’. Vanuit het niets tovert ze kipsnackjes tevoorschijn. Tijdens die afleidingsmanoeuvre slaat ze toe en rukt de barbaar uit mijn jas.
Nu ik er zo over na denk, zijn die extra snoepies best een goeie deal. Hoogste tijd om mezelf maar weer eens in de nesten te werken.
Koppie van Japie

de geheimen van het donker in.



Jeetje, lieve furriendjes, wat een gekkenhuis met die Gouden Lepel Furkiezing. Wat zo simpel leek toen ik het in mijn vorige furhaal opperde, bleek in de praktijk serieuze kost. Het begon met dat vele vierpoters te bescheiden waren om te reageren. Dat stond zo haaks op wat ik had gehoord op het Grote Weiland Feest. Daar miauwden en blaften juist iedereen dat zij het allerliefste mens hadden. Maar na mijn oproep bleef het akelig stil. Daar zat ik dan met die Gouden Lepel. Een aantal stelde voor dat ik em aan Mo moest geven, maar mijn mens was uitgesloten van de Furkiezing. Dat had ik misschien even in de kleine miauws moeten zetten. Na een nieuwe oproep kwam de trein op gang. En hoe!?
Nog meer genomineerden
te kiezen. Dat hebben mijn furrienden op Beestboek gedaan. Ik kan jullie miauwen, het was reuze spannend. Berichten werden gedeeld en de stemmen gingen in de rondte. De spanning was om te snijden met de nek-aan-nek-race tussen Yep en Demi en tante Luna, op de staart gevolgd door Anna, de T’tjes, KeverT en de dierentuin van Véronique. Als je wilt weten wie De Gouden Lepel krijgt thuis gestuurd, kijk dan op mijn Beestboek. Daar heb ik gisteren de uitslag opgezet. Onthoud dat jullie stuk voor stuk toppers zijn. Liefde, onvoorwaardelijke liefde, dat is waar het om gaat. En dat is onbetaalbaar.
Geeuw, gaap, rek, strek. Als jullie dit lezen, zijn alle sporen van het Tweede Grote Weilandfeest uitgewist. Een feest dat nog leuker was dan de vorige edities. Dat kan bijna niet en toch is het zo. Alles was tot in de puntjes verzorgd en het liep op purrrfect lopende rolletjes.
had ze zich extra opgedoft. Glanzende vacht, glimmende snorharen, staart parmantig in de krul en een zachtroze sjaaltje om. Met vlinders in haar buik vertrok ze.
prikken enorm in je jas. En aan de zakjes waar het ons voer meestal in zit, komt bijna geen blikopener aan te pas. Dat bracht me op de gouden lepel. Onze mensen gebruiken heel vaak een lepel om ons eten in de bakjes te doen. Wie zou jij willen voordragen voor de gouden lepel? Miauw, schrijf, teken, zing je reactie in de onderstaande reacties. Of op mijn eigen Beestboek of de pagina van Ollie, onder het bericht met dit furhaal. Dan wacht ons de moeilijke taak om hèt mens te kiezen dat deze bijzondere eer verdient.