Categorie archieven: Japie

Japie: als een vis in het water

Japie! Nee!
Wachten, Japie!
Japie, laat Cato rustig eten.
Iedere ochtend hetzelfde liedje.

Ontbijttijd

Na de nachtelijke kattiviteiten voor Muisbezorgd soes ik rond het ochtendgloren onder de prikkelbosjes. Bij de eerste buzzer schiet ik overeind. Ik weet dat die over een paar minuten weer klinkt. En nog een keer. Dan pas springt mijn mens uit bed. Nou ja, springen, met haar strammer wordende lijf hijst ze zich eruit. Voordat zij rechtop staat en slaapdronken de trap af is gestommeld, ben ik al vanaf de straatzijde om ons huis heen gerend, onder heg door en klababber door het kattenluik. Zo komen we precies tegelijk in de keuken aan. Fijn dat je er bent, Japie zegt ze dan en geeft me liefkozend een aai over m’n bol. Dan pas komt mijn broer aangerend om luid miauwend om de benen van ons mens te gaan draaien. Ik heb al em al zo vaak gezegd dat hij de boel juist stagneert met zijn gedrentel. Het is tegen dovekatersoren. ‘Eerst de bakjes en zakjes en lekkere hapjes, jongens’, zingt ze steevast. Wat dat betreft heeft ze geen ochtendhumeur. Er volgt gegarandeerd een struikelpartij. Want Foppe loopt zigzaggend voor Mo uit als zij onze ontbijtspullen klaar zet. Na een paar pirouetjes kan ze dan toch aan de slag. Blèrend springt mijn broer tegen de koelkast aan, alsof hij in jaren geen eten heeft gehad. Zo onpotig, want in de koelkast staan juist de meest exquise lekkernijen. Die worden daar bewaard, omdat ik de koelkast niet eigenpotig open krijg.

Lekkerbekkend

In het eerste bakje gaat van die furrukkullukke liquid snack. Met een paar goed bedoelde smakeloze druppeltjes die de klierende klier van m’n tante minder laten klieren. Het water loopt me in de bek als ik dat ruik. Mijn broer en ik rennen smachtend achter dat bakje met lekkers aan. Tevergeefs. Tante Cato zit braaf onder aan de trap te wachten. Met een zwierige zwaai en ‘dames gaan voor’ zet Mo het smikkelgoedje voor haar neus. Als een waakhond blijft ze er net zo lang bij staan tot m’n tante het bakje likje voor likje voor likje voor likje voor likje leeg heeft gemaakt. Voor ik het kan afwassen grist Mo het razendsnel van de grond. Terug naar het aanrecht. Eindelijk worden dan alle bakjes gevuld met vlees. Of nog beter, ik ruik vis. Mijn lievelings. Het kwijl loopt langs mijn bek.
Met twee bakjes balancerend boven haar hoofd loopt Mo weer eerst naar de eetplek van tante Cato. Die rustig aan de vis begint te likken. Foppe springt omhoog om alvast zijn bakje te pakken te krijgen. Ik ren er achter aan in de hoop dat het op de grond klettert. Als een ware acrobaat zet ons mens het met wat omwegen voor hem neer onder de tafel in de woonkamer. Mijn broer trekt een vieze snoet. Alweer dieetvoer. Mo ziet zijn beteuterde koppie en zegt zoals iedere ochtend ‘Sorry, ventje, anders krijg je buikpijn.’ Met lange tanden begint hij er aan, terwijl ook hij liever vis eet. Terug naar de keuken waar ik e i n d e l i j k mijn ontbijt krijg. Dat het afdankertjes zijn van m’n tante daar kan ik mee leven. Die zijn altijd beter dan het niet te vreten dieetvoer van mijn broer. Hap slik hap slik en weg is het. Ik kuier naar de woonkamer om het bakje van Foppe toch maar af te wassen. Iemand moet het doen, toch?!

Berisping

Voor ik naar de gang kan sluipen, hoor ik het. ‘Japie! Nee!’ Ik snap er niks van. Waar is Mo? Ik zie haar niet, maar hoor haar wel. Haar stem gaat rustig maar kordaat verder: ‘Wachten, Japie!’ Ik zet een poot naar achter. ‘Goed zo, lieverd.’ Twee stappen naar voren. ‘Japie, laat tante Cato eens rustig eten.’ En zo gaat het door. M’n tante kijkt onrustig om zich heen, ziet mij liggen en geeft zich gewonnen. Voordat zij zich kan omdraaien om er ijlings vandoor te gaan, zit de vis al in mijn buik. Die lekkernij kan maar binnen zijn. De reprimande die er op volgt, deert me niet. Tante Cato krijgt heus wel nieuw eten. Als ik dan maar niet achter het net vis.

Koppie van Japie

Japie: een tekennest heeft ook voordelen

Van alle kanten komt de vraag: ‘Hoe gaat het met de kriebelbeestjes?’ Tja, wat zal ik daar eens op miauwen?! Het is maar hoe je het bekijkt. Het gaat goed. En het gaat niet goed. Zal ik met het slechte meows beginnen? Het gaat niet goed met de beestjes. Met de kriebelaars zelf bedoel ik.
Al is mijn mens van een vredelievend soort ze heeft ze allemaal om zeep geholpen. Dat is best raar, want er kwam geen sop aan te pas. Daarmee kom ik gelijk op het goeie meows. We zijn verlost van al die naarlingen. Tot op zekere hoogte. Ik zal jullie miauwen hoe dat komt.

Pineut

Vorige keer furtelde ik dat we alle drie zo’n koud, nat, stinkend goedje in onze nek hebben gekregen. Geheel tegen onze zin! Het heeft nul komma nul effect om op de barrikatten te gaan. Op dit punt is ons mens onverbiddelijk. Het is voor een goed doel, vindt ze. De kleine gluiperdjes houden namelijk niet van dit spul. En zij houdt niet van kleine gluiperdjes.
Eerlijk gemiauwd, houden wij ook niet van die jeuk. Je krabt je suf. Tegen beter weten in. Want die ieniemienie beestjes weten keer op keer te ontsnappen om vervolgens een paar centimeter van je krabbende poot verder te gaan met irriteren. Mijn broer en tante hebben mazzel. De kriebelbeestjes vinden mij het allerallerlekkerst. Daarom ben ik extra de pineut. Dat ik per ongeluk op het huis ga liggen waar ze wonen, blijkt ook niet zo potig. Van hun verblijf naar mijn jas is het slechts één minisprong. Daarna tijgeren ze massaal tussen mijn lange haren door met als ultieme uitdaging: een slokje van mijn bloed. Daar zit nou net het venijn.

In de nesten

Zo ziet het tangetje eruit

De verre familie van Dracula laat zich niet afschrikken door de cocktail uit het pipetje. Dat dacht mijn mens lange tijd. Dat de geur – dat spul ruikt helaas niet naar kattenkruid – zo overweldigend zou zijn dat kriebelbeestjes als vanzelf uit mijn buurt zouden blijven. Niets is minder waar. Pas als ze met dat goedje in aanraking komen, krijgen ze hun vleugels. Daarvoor moeten ze eerst hun tanden in mijn huid zetten. De smaak kan niet anders dan afschuwelijk zijn. Het lijkt erop dat ze zo schrikken van wat ze proeven dat ze vergeten mij los te laten. De hoektandjes van hun kleine kaakjes zetten zich muurvast. En blijven vast. Voor altijd.
Tenzij mijn mens die kaakjes open wrikt en mij bevrijdt van die monsterlijke types. Al doe ik nog zo mijn best met mijn vlijmscherpe stiletto’s het lukt me met geen mogelijkheid om ze los te krijgen. Het enige dat gebeurt is dat ik kramp krijg in mijn achterpoot, dreadlocks draai van mijn haar en mezelf open krabbel. Daarom inspecteert Mo me tig keer per dag. Haar vingers gaan pijlsnel door mijn vacht op zoek naar bobbeltjes. Purcies op die plek vouwt ze m’n lange haren voorzichtig opzij om de snoodaard op te sporen. Met een speciaal haakje wipt ze hem – of haar – eruit. Soms istie kleiner dan klein en glipt tussen het haakje vandaan.
Wat volgt is operatie pincet. Ik doe mijn uiterste best om me in te houden. Want van al dat gefrunnik krijg ik juist weer kriebels. Het liefst sla ik al mijn nagels uit en klauw ze diep in haar handen. ‘Zachtjes Japie,’ zegt ze dan, ‘zachtjes’. Vanuit het niets tovert ze kipsnackjes tevoorschijn. Tijdens die afleidingsmanoeuvre slaat ze toe en rukt de barbaar uit mijn jas.
Nu ik er zo over na denk, zijn die extra snoepies best een goeie deal. Hoogste tijd om mezelf maar weer eens in de nesten te werken.

Koppie van Japie

Japie: mijn mens krijgt de kriebels


Het zachte gekriebel onder mijn wangen maakt me soezerig. Traag glijden de vingers heen en weer, steeds weer, tot ik knikkebol. Ken je dat gevoel, dat je kop naar beneden valt, terwijl je eigenlijk wakker wilt blijven om te genieten van het moment? Voor mijn ogen langzaam dichtvallen kijk ik naar haar op. ‘Wat is dit lang geleden, Mo,’ verzucht ik, ‘dat we Saame op de bank zaten.’ Mijn mens streelt mijn kop en drukt me dichter tegen zich aan. ‘Dat is het zeker, lieve Japie, ik heb jou ook zo enorm veel gemist.’ Zou ze speciaal voor mij die lekkere zachte broek met pantervlekken aan hebben getrokken? Die is kattastisch om tegen aan te slapen. Ik voel mijn lijf steeds meer ontspannen, terwijl haar vaardige vingers purcies de juiste plekjes aaien. Vergeten en vergeven is haar vele afwezigheid. Nu is ze er. En ze is helemaal van mij. Niets kan dit gelukzalige moment verstoren. Of toch wel?!

Schijnwerper

‘Wat is dat bij je oor, Japie?‘ Traag til ik een ooglid op. Wat nu weer? We hebben het net zo fijn met elkaar. Ik voel hoe zo over me heen buigt, om het beter te kunnen zien. ‘Er zit echt iets in je oor hoor!’ Dat weet ik, het kietelt er al een tijdje, en het boeit me niks. Niet nu ik zo lekker lig. Kan het niet wachten?! Ze pakt die verfoeide telefoon die ze eindelijk eens had weggelegd. Daar was ze de laatste tijd zo druk mee. Met bellen en typen en gedoe. Nu blijkt er ook nog een schijnwerper op dat apparaat te zitten. Ze richt het felle licht op mijn oor en slaakt een kreet in de net nog zo serene ruimte. Weg is de rust. ‘Jakkie Japie, er kruipen vlooien uit je oor!’ Dat was het dus wat ik steeds voelde. Lekker laten zitten, probeer ik nog, maar het is tegen dovemans oren. Ze luistert niet, springt van de bank, rent naar de kast, rukt een laatje open en komt terug gesneld met iets in haar hand. Voor ik het weet, drukt ze een koud goedje in mijn nek. Ik ben te verbouwereerd om te protesteren. Dat ze tegelijkertijd een handvol kipsnackjes onder mijn snufferd legt, helpt misschien wel poesitief mee.

Van kwaad tot erger

Nadat ze mijn broer en tante ook heeft overvallen met zo’n goor pipetje begint ze aan het fleecekleed te trekken, waar ik net zo lekker op lig. ‘Ga er eens af, Japie, het moet in de was. Nu!’ In allerijl verzamelt ze onze mandjes en propt ze in de wasmachine. Als daarna de stofzuiger tevoorschijn komt, is de sfeer definitief verpest. Ons momentje van geluk Saame was van korte duur. Ik kan me maar beter met katse dingen gaan bezig houden en duik de geheimen van het donker in.
De volgende avond ligt het kleed fris gewassen op de bank. Vlak voor ze naar bed gaat, kruip ik bij haar. Alles lijkt weer normaal. Totdat Mo me begint te aaien. In een fractie van een seconde sta ik wederom in de spotlights. Misschien had ik eerst even moeten miauwen dat ik per ongeluk op een tekennest was gaan liggen. Maar het is al te laat. Ze weet dat ik een bloedhekel heb aan kammen en toch waagt ze het om met dat stalen ding door mijn jas te gaan. Laat ik het erop houden dat we daarna weinig gezellig doen tegen elkaar. Haar stem gaat steeds een paar octaven hoger als ze me maant om mee te werken. Ik trek alles uit de kast om dat tegen te gaan. Katzijdank zijn mijn stiletto’s in optima forma. Zij houdt mij in een houtgreep, ik haar. Ondertussen gillen we tegen elkaar. Dat er niemand aanbelt om te vragen wat er aan de poot is, is een wonder.

Weer bij zinnen

Tot diep in de nacht trekt ze wederom de stofzuiger op de hoogste stand achter zich aan. Geen enkel plekje ontkomt aan het brullende zuigmonster. De wasmachine draait op volle toeren. Ieder hoekje wordt minutieus onderzocht op sporen van beestjes. Kasten worden uitgesopt. Alles wat schoon en droog is, gaat in vuilniszakken die hermetisch worden dichtgeknoopt. Nergens een zacht plekje, zelfs het matras gaat van bed. Als na een paar

Tante Cato vraagt waar ze moet liggen

licht en donkers van grondig boenen de eerste herfststorm losbarst, kijkt tante Cato ons mens vragend aan. ‘Waar moet ik slapen? Ik kan toch niet met mijn magere botjes op de harde grond liggen?’ Verdoofd door slaapgebrek kijkt Mo om zich heen en ziet ons half ontmantelde huishouden. Dat is het moment dat Mo na dagen van waanzin langzaam bij haar positieven komt. In allerijl scheurt ze de vuilniszakken open waar de schone manden uit buitelen. Met tranen in haar ogen tilt ze m’n tante op en legt haar voorzichtig op het dikste en zachtste kleed. Foppe krijgt een paar ferme zoenen, terwijl ze goedmakende woorden in zijn vacht fluistert. Dan ben ik aan de beurt. Zachtjes wrijf ik tegen haar handen die ruw zijn geworden van het soppen. ‘Sorry ventje,’ zegt ze met gesmoorde stem, ‘ik wil zo graag met je kroelen, maar ik krijg ook nog steeds jeuk van je.’ Ik doe alsof ik dat niet gehoord hebt en kruip zo dicht mogelijk tegen haar aan. Dat is gewoon de beste remedie tegen dit soort kriebels.

Koppie van Japie

Japie: schrijven we Saame geschiedenis?

Protoypes

De Gouden Lepel Furkiezing heeft heel wat poten in de kattenbak gehad. Wat begon met een terloopse opmerking over een blikopener door Yep en Demi groeide uit tot iets (te) groots waar ik van tevoren niet goed over had nagedacht. Mijn broer miauwde dat hij ook weleens zoiets in izjn enthousiasme had gedaan. Toen was de aanleiding een vraag van een soortgenoot aan een grote fabrikant of ze kattenvoer in muissmaak verkochten. Het antwoord was dermate teleurstellend dat Foppe in actie kwam. Saame met Oom Sjaak en tante Luna lanceerde hij de inmiddels befaamde Mouse Mousse. Het spul ging een eigen leven leiden en werd op unieke wijze een ongekend succes. Er zijn katten onder ons die nog steeds over Mouse Mousse miauwen. Ook dat startte door iets terloops. Net als de Gouden Lepel Furkiezing.

Afgrijselijk

Het begon als een grapje toen ik bij toeval een gouden lepel op de kop wist te tikken. Eerlijk gemiauwd vond ik het ding foeilelijk. Ik stond er verder niet bij stil, omdat ik dacht dat het bij een fotomomentje en een furhaal zou blijven. Hoe had ik kunnen bedenken dat het een furkiezing zou worden waar het katbinet jaloers op kan zijn. Na een slome start kwam het boemeltje op stoom, schakelde over naar diesel, transformeerde naar een TGV met een eindsprint die tot de allerlaatste seconde zo spannend was dat niemand meer kon slapen. En toen hadden we opeens vijf – ik miauw VIJF – winnaars. Die kon ik toch niet zo’n afgrijselijke lepel toesturen?!
Avonden lang tuurde ik met Mo naar het beeldscherm op zoek naar ander bestek. Iets dat de Gouden Lepel Furkiezing eer aan zou doen. Ik stond te popelen om op pad te gaan, zeker nu het vroeger donker wordt. Maar ik mocht pas weg als we geslaagd waren. Uiteindelijk vonden we superschattige lepeltjes met een poezenkopje en pootjes die over de rand van een kopje bungelen. Om het feest compleet te maken, waren ze verkrijgbaar in goud, zilver en brons. Purcies wat ik nodig had. Ik drukte op de bestelknop en sprintte naar buiten. De rest was van latere zorg.

Twijfel

Doosjes maken

Ik was in de veronderstelling dat ze per stuk in een mooie verpakking zouden zitten. Kaartje erbij, postduif inschakelen, iedereen blij. Het liep anders. Ze kwamen binnen in plastic zakjes. De lepeltjes waren geweldig, maar niet geschikt om zo op te sturen naar de top drie van de genomineerden. Mijn inspectierondes moesten er opnieuw aan geloven. Ieder donker zat ik met Mo te prutsen om purrachtige doosjes te maken die winnaarwaardig waren. Het aantal prototypes dat in de prullenbak verdween, is niet op vier poten te tellen. Ze waren te lang of te kort, te breed of juist te dik. Moet ik iets miauwen over lijm en lange haren? Of is deze opmerking voldoende om beeld te krijgen bij dubbelzijdig tape tussen mijn tenen en poten die vastgeplakt zaten aan karton?
Terwijl de tijd doortikte, sloeg de twijfel toe. Bij alles wat ik deed, vroeg ik me af of het wel leuk zou zijn. Misschien moest ik die hele prijsuitreiking maar gewoon afblazen? Daar stak Tante Cato een poot voor. ‘Je hebt A gemiauwd, Japie, dan moet je ook B miauwen!’ Ze posteerde zich op de hoek van het bureau om de vorderingen nauwgezet in de gaten te houden. Eerlijk is waar, ze gaf ons creatieve aanwijzingen. Toen de doosjes purfect waren, dacht ik dat het klaar was. Weer bemoeide ze zich ermee. ‘Hoort er geen officieel document bij? Zo weet niemand waar het voor is.’ Pas toen de certificaten goedgekeurd waren en een begeleidend kaartje eigenpotig geschreven, kon alles eindelijk in een envelop. Tante Cato knikte goedkeurend en plakte er poeszegels op. Op een holletje bracht ik ze naar de brievenbus voor ik me zou bedenken.

Op de post

Saame

Degenen die hopen dat dit een jaarlijkse traditie gaat worden, zal ik gelijk maar uit de droom helpen. Er zit heel veel liefde in dit project. Niet alleen van mezelf. Juist van iedereen die met zoveel enthousiasme heeft meegedaan. Doordat we het Saame deden, werd het een kattastisch geheel. De lieve woorden die zijn gedeeld, de gulle donaties die zijn gedaan. Dank jullie meow daarvoor. Jullie maakten de GLF tot iets bijzonders. Toch blijft het een unieke actie. Misschien gaat de Gouden Lepel Furkiezing wel net als de Mouse Mousse geschiedenis schrijven. Dat zal de tijd uitwijzen.

Koppie van Japie

Japie: Nek-aan-nek bij de Gouden Lepel Furkiezing

Jeetje, lieve furriendjes, wat een gekkenhuis met die Gouden Lepel Furkiezing. Wat zo simpel leek toen ik het in mijn vorige furhaal opperde, bleek in de praktijk serieuze kost. Het begon met dat vele vierpoters te bescheiden waren om te reageren. Dat stond zo haaks op wat ik had gehoord op het Grote Weiland Feest. Daar miauwden en blaften juist iedereen dat zij het allerliefste mens hadden. Maar na mijn oproep bleef het akelig stil. Daar zat ik dan met die Gouden Lepel. Een aantal stelde voor dat ik em aan Mo moest geven, maar mijn mens was uitgesloten van de Furkiezing. Dat had ik misschien even in de kleine miauws moeten zetten. Na een nieuwe oproep kwam de trein op gang. En hoe!?

Genomineerden

Purrachtige furhalen stroomden binnen. Vaak veel te bescheiden. Sammy en Snoopy dachten dat hun mens niet in aanmerking kon komen, omdat ze nooit een lepel gebruikt met het opscheppen van hun knabbels. KeverT had het idee dat er mensen zouden zijn die veel meer biesonder zijn dan zijn eigen lieve man en vrouw. Snap je dat nou? De snorders van Anja droegen hun mens voor omdat ze zo goed voor haar eigen dierentuintje zorgt èn voor oppaspoesjes. Lucky (mijn katlega met wie ik een duobaan heb op de blog) stelde ons voor aan Karin, het mens van Jill, met haar grote hart voor veel dieren. Muissie wilde het wel van de daken miauwen dat zij het zo getroffen heeft na een pittige tijd. Haar mensen zetten de immunotherapie voort die in de opvang al was gestart. Dit is nodig om te voorkomen dat Muissie allemaal wonden krijgt. Petje af voor haar mensen!
Figo wist het niet, maar mocht gewoon meedoen. Casper, Noor, Lili, Dauwe, Ejlin & Teddy dachten dat die lepel heel potig zou zijn om nog sneller hun bordjes te vullen. Want wanneer de laatste gevuld wordt, is de eerste alweer schoon(gelikt). Yep en Demi, onze furrienden uit Den Haag, waren vol lof over de opvang waar zij maandenlang vol liefde zijn furzorgd. En dat doen ze voor heel veel dieren zonder thuis. Zo lief dit. Zal ik nog even doorgaan met de andere genomineerden?

Nog meer genomineerden

Lord Teuntje en Caramel (tip: zoek ze op op Beestboek. Ze beleven de meest (on)waarachtige avonturen) gaven de eer aan de vrouw van Ollie, die het zo getroffen heeft bij haar thuis. Terwijl Ropi juist tante Luna in het zonnetje wilde zetten. Daar zorgen ze zo goed voor alle erfdieren. Wie kent Anna nog niet? Dat is de oudste poes (20+) die wij kennen. Zij stuurde een heel epistel: ik nomineer mem, ze klaagt niet als ik midden in de nacht eten wil, ondanks dat er brokjes zijn. Ze klaagt niet als ik over heb gegeven, ze zegt gewoon: geeft niks mem ruimt het wel op. Ze wordt ook niet boos als ik mijn pilletje voor snelwerkende schildklier niet wil nemen, ze zegt dan gewoon ohh deed mem het alweer verkeerd. Ze klaagt zelfs niet als ik een beetje teveel graaf in mijn wc. Miauw nou zelf, zo’n mem wil toch iedereen! Spike en Amigo, twee Rotterdams katers, zijn meer dan tevreden over hun mens, terwijl Crazy Kees zijn Blondie niet voor goud wilde nomineren, maar voor zilver, omdat ze wel eens een steekje laat vallen. Tjilla hield een purracht pleidooi voor hun mensenmeisje: Wij dragen ons mens voor, zij doet alles voor ons, we eten alledrie andere dieetbrokjes, ze sjeest steeds met ons naar de dokter als we niet eten of andere rare dingen hebben, ze heeft een hele lijst gemaakt met wie wat op welke tijd moet, we eten wel hetzelfde dieet-natvoer, Tjaiia eet haar dieet-natvoer in 2 x dus ze moet het dan wegzetten anders eet Tjessi het op, Ik krijg liquidsnacks en supplementen en Tjessi is een knuffelaar met dieet en ze mag helemaal niks anders of erbij, we hebben allemaal eigen plekjes en eigen speelgoed, ze gaat nooit op vakantie want met ons thuis en een zonnetje is ook vakantie zegt ze en we hebben een heel mooi en groot buiten en ze zegt ook heel vaak dat ze heel veel van ons houdt   en wij houden ook heel veel van haar. Ook daar is geen speld tussen te krijgen!

Muisbezorgd

Laat ik voorop stellen dat alle mensen die goed voor dieren zorgen de allerbesten zijn. Daar kan geen Gouden Lepel tegen op. Toch heb ik deze beloofd. Katzijdank hoefde ik niet zelf te kiezen. Dat hebben mijn furrienden op Beestboek gedaan. Ik kan jullie miauwen, het was reuze spannend. Berichten werden gedeeld en de stemmen gingen in de rondte. De spanning was om te snijden met de nek-aan-nek-race tussen Yep en Demi en tante Luna, op de staart gevolgd door Anna, de T’tjes, KeverT en de dierentuin van Véronique. Als je wilt weten wie De Gouden Lepel krijgt thuis gestuurd, kijk dan op mijn Beestboek. Daar heb ik gisteren de uitslag opgezet. Onthoud dat jullie stuk voor stuk toppers zijn. Liefde, onvoorwaardelijke liefde, dat is waar het om gaat. En dat is onbetaalbaar.
Deze furkiezing is me niet in de koude vacht gaan zitten. Ik denk dat ik het beter bij Muisbezorgd kan houden.

Koppie van Japie

Japie op Facebook: https://www.facebook.com/japiehalfbakkenkoen