Categorie archieven: Willem & Jajim & Frou Frou

Jajim en Frou Frou over weekend dagen

Miauw lieve furriendjes en tweevoeters, we moesten onze hersenpannetjes laten kraken voor inspiratie voor een nieuwe blog. Al dagenlang zijn we druk bezig met genieten van het purrachtige weer, de geluiden van de lente en met het kijken naar alle vogels die langs komen. We hebben door de zon het vakantiegevoel en dat was afgelopen weekend net zo.

Weekend

Frou Frou: “Weekenden zijn hier vaak wat avontuurlijker dan de andere dagen, en we zijn meer Saame. Hoe wij merken dat het weekend is? Komt omdat onze mensenbroer dan meer bij ons is en vaak met kleine klusjes bezig gaat. Zoals dat hij gaat rommelen met spullen. Er gaan deuren open die normaal gesloten blijven en we krijgen onze weekend-brunch. Weekend is wel leuk want er hoeft niks en er is meer tijd om saame te zijn. Eens in de zoveel zaterdagen komt er een grote, kartonnen doos binnen. Die doos zet mensenbroer dan eerst in het halletje zodat we kunnen snuffelen en wennen. Ik ga laag bij de grond staan en wacht wel af wat er gebeurt. Jajim niet, die loopt mieuwsgierig en een beetje ongeduldig langs me heen om te kijken.”

Jajim: “Het is gewoon van, je weet nooit purrcies wat er in de doos zit. Daarom doen we aan controle zodra er weer een groot pakket in onze hal furschijnt. Ruiken, krabben en proeven.”

Avontuurlijk

Jajim: “Dit weekend was trouwens extra avontuurlijk. We konden naar een ruimte we zelden komen; de CV kast. Wat dat purrcies is weet ik ook niet maar er staan daar nog meer dozen en spullen. Een stapel waar ik niet op mag klimmen. ‘De stapel is veel te gammel voor jouw lijfje’ zegt onze mensenbroer dan. Nou ja zeg, met mijn postuur moet die klim toch gewoon goed gaan? Dit weekend zegt hij niks en pakt er een paar dozen uit. Hij tikt op het pakket in de hal. ‘Kom eens meisje. Wat zou hier in zitten?’ Hij zegt het alsof hij dat zelf niet weet. Ik krab nog eens vlak langs de opening en steek mijn nagels weer in de tape en begin met beide poten te trekken. Met een KRRRSJ laat de klep los. Met rammelende maag steek ik mijn hoofd tussen het karton. In tegenstelling tot Frou Frou ben ik best handig met verpakkingen openen. Ik zie allemaal blikjes, hele stapels. Vandaar dat ik met mijn neus geen infurrmatie kon ontdekken. Er komen nog wat dingen tevoorschijn die me op dit moment niet boeien. Speelgoed of mandjes komen straks wel. Ik begin mijn kattenconcert, of hij op wil schieten met dat blikje. Onze mensenbroer moet lachen en maakt één van de nieuwe blikjes open. Kalkoen mousse, mijn lievelings.”

Frou Frou: “‘Ik kom kijken wat er aan de poot is, het betekent vaak veel goeds als mijn grote zus zingt. Met een piepje huppel ik wat onzeker door de woonkamer richting mijn brunch plekje. Mijn bakje staat al voor me klaar. Mousse. Ik lik er een paar keer aan, kijk naar mijn mensenbroer en kijk weer naar het bakje. Wel lekker hoor, die mousse, maar echt honger heb ik niet dus ik loop naar de krabpaal om mijn pootjes te strekken. Dan pakt mensenbroer iets uit de blikjesdoos. Het is een hengel met een veren eraan. Het veren ding vliegt met een zwiep door de kamer en ik spring er achteraan. De tweede keer strek ik mijn pootjes hoger en lukt het al bijna. Het is geen bromvlieg maar hiermee kan ik ook prima oefenen, denk ik terwijl ik met twee pootjes rakelings langs de veer terug op de laminaatvloer neer plof. Ondertussen doet Jajim mijn afwas. Nieuw of anders of avontuur is niet purr se mijn lievelings, maar er zijn altijd uitzonderingen.”

Planten

Jajim: “Verder was ons weekend gewoon en rustig en met onze normale weekend routine. Beetje zonnebaden, een catnapje hier en daar, eten. Na een dag werd dat wel wat eentonig zal ik eerlijk miauwen. Ik begon me te furvelen. Dus ik ging avontuur opzoeken en dat doe ik graag op ons balkon. Daar is, zeker nu met lekker weer, sowieso wat te beleven. Vanaf daar zijn er vogels te zien en te horen, en soms speel ik met een vlieg of een boomblaadje, dat furschilt. Dit weekend was er iets met de plantjes die onze mensenbroer laatst op het balkon had verpot. Ze waren gegroeid. De wind liet de blaadjes een beetje heen en weer bewegen en ik kon het niet weerstaan om er met mijn poot tegenaan te tikken. Ik werd enthousiast en van het een kwam het ander, voor ik het wist zat het hele plantje in mijn maag. Nu staat er een bakje naast met kattengras, speciaal voor ons. Elke dag moet ‘ie gesnoeid worden dus nu kunnen we saame tuinieren, daar draaien we onze poot niet voor om.”

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou over de veilige plek

Miauw lieve furrienden, we hadden pas geleden een kort furhaaltje met een hele rare vis, weten jullie het nog? Deze week gaan we miauwen over wat je kan doen in zulke gevallen, namelijk wanneer je een veilige plek nodig hebt om naartoe te gaan.

Net thuis

Frou Frou: “Van een veilige plek heb ik best wat furstand dus ik kan er genoeg over furtellen. Een veilige plek, of furstopplek dat is bijna hetzelfde, moet een paar eigenschappen hebben om het te laten slagen. Zo is het heel belangrijk dat je ergens tegenaan kan kruipen, tegen je mens als die furtrouwd voelt, of je kruipt ergens onder. Voor mij purrsoonlijk hoeft het allemaal niet zo moeilijk, ik ben snel tevreden. Een paar dekens met een kuil in het midden kan al wonderen doen.
Onze mensenbroer legt er meestal nog een knuffel voor me in met een lekkere geur, of een dekentje waar ik al op gelegen heb. En als ik echt een héle veilige plek nodig heb en er is niks wat heel hoog is, dan moet ik ergens onder kunnen zitten. Met rugdekking dus, en een soort kijkgaatje. Het liefst tussen zoveel mogelijk spullen in eigenlijk.

Toen ik net thuis kwam wonen had ik er ook één. Niet alleen een plek, het was een hele kamer! Eentje met furschillende plekken om uit te proberen. Er stond een bankje, een bed, een tafeltje en een kledingrek. Allemaal spullen die ik nog niet kende uit de kennel, maar die ik al gauw leerde kennen, want ik heb alle plekjes uitgeprobeerd. Onze mensenbroer kende ik al, toch ging ik voor de zekerheid op mijn veilige plek liggen als hij de kamer in kwam. Terwijl hij veilig is, maar dit huis kende ik nog niet dus het voelde anders. Vooral in het begin deed ik aan schuilen. Het allermeest veilig was heel ver weg in een hoek onder het bankje dat er stond.
Daar zat Willem ook graag, maar dan aan de andere kant. Minder geschikt was voor mij het tafeltje. Onder een tafeltje heb je geen afgeschermd stuk voor je rug tenzij er een tafelkleed overheen ligt, en dan nóg. Als ik me van mezelf al best veilig voel zou het wel kunnen. Als er zonnestralen op schijnen dan ga ik er wel even liggen om mijn vachtje op te warmen en weg te dromen. Oja, iets wat voor mij en voor veel katers en poezen ook goed werkt is een hoge plek. Liefst één waar geen mens goed bij kan en waar je een goed overzicht hebt.
Mijn lievelings veilige plek voor als er sporadisch bezoek komt, is in het allerhoogste mandje. De klimpaal zit eraan vast en het is maar een milliseconde klauteren voor ik er ben en me met een opgeluchte ‘PRRR’ kan neerleggen. En een veilige plek kan ook gewoon je lievelingsplek worden, zo is het bij mij want dat bovenste mandje is naast veilig, gewoon kattastisch.

Mijn veilige plek is geslaagd zodra ik tevreden ben en mijn motortje aan zet zo van ‘PRRR PRR PRRR’, dan weet onze mensenbroer genoeg.”

Furschil

Jajim: “Frou Frou en ik furschillen ook qua veilige plekjes best veel van elkaar. Dat is mooi, want zo hebben we allebei altijd een plekje die we niet hoeven te delen. Van mezelf vind ik mijn eigen geur erg belangrijk op mijn veilige plek. Of catnip, dat mag ook. En ik moet meteen aan snackies denken, daar heeft mijn zusje helemaal niets over gemiauwd.
Met een gevulde maag voel ik mij altijd direct een stuk zekerder van mezelf en hoef me geen zorgen te maken over die bromvlieg die nog op mijn to-do lijst staat. Zelf lig ik het meest veilig in een lig holletje of krabton. Van die krabbeltonnen hebben we er twee staan en ze komen regelmatig goed van pas. Dat is vooral als de reismand tevoorschijn komt of als onze mensenbroer anders doet dan gewoonlijk en zogenaamd met een snack aan komt en met een net iets te onschuldige stem zegt ‘kijk eens wat ik voor jullie heb?’ Nog voor onze mensenbroer de vloeistof of pil of wat dan ook heeft gedruppeld of in mijn bek heeft gestopt voel ik al nattigheid. Tijd voor de veilige plek dus, ik trek een sprintje naar één van de twee krabtonnen.
Zodra hij bij me is met het pipetje al geopend, krijgt hij een waarschuw-grom. Zo waarschuw ik hem alvast voor mijn vers gepedicuurde, aangescherpte stiletto’s, want ik zal ze gebruiken als het moet. Het voordeel aan zo’n ton met holletjes is dat je mens wel kan proberen je eruit te pakken, maar dat je je makkelijk met vier poten tegelijk kan verweren. Wel moet ik eerlijk miauwen dat, los van die momenten waarop we een pil of koude druppels moeten, er weinig momenten zijn waarop we een veilige plek nodig hebben. Alleen als de monteur komt. Dat was dit jaar drie keer.
En dan deden we iets wat we niet vaak doen; Frou Frou ging in het middelste mandje liggen en ik ging op datzelfde mandje naast haar staan. We liggen nooit bij elkaar maar als er iets raar of nieuw is dan vinden dan zoeken we toch steun bij elkaar, dan is het toch fijn dat je Saame bent. Gelukkig is onze hele woning nu een veilige plek zolang we met onze eigen mensenbroer zijn.”

Heb jij ook een veilige plek? Als je niet weet wat je veilige plek is, moet je je eens voorstellen dat de bel gaat. Waar zou jij als eerste naartoe rennen?

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou: een ei en een nieuwe struik

Miauw lieve allemaal, hier zijn we weer met een hoop verse letters. Er valt zo veel te miauwen dat we moeite hebben met kiezen. Het waren natuurlijk bijzondere dagen met de Paashaas en zijn furstopte eieren. Daarover gesproken, we hadden al een situatie maar een ei hoort er blijkbaar ook bij. Onze mensenbroer heeft dus ook een ei, maar of dat voor Pasen was..?

Een speciaal ei

Jajim: “Het begon een paar dagen voor Pasen. De vogels waren al wakker en de zon kroop boven de daken uit. Ik rekte me uit met allevier mijn pootjes, gevolgd door een zachte geeuw. Onze mensenbroer deed het zelfde, nog niet wetende wat er komen ging. Het lag zo lekker zacht, die grote mensenmand. ‘Goeiemorgen Jajim en Frou Frou’ zei hij met een slaapstem. Hij was nog aan het sluimeren; dat betekent dat je tussen wakker worden en dromenland in zit. Hij trok de lakens nog eens om zich heen en draaide om. ‘AUW!’, klonk het plotseling door de vredige ochtendgeluiden heen. De vogeltjes floten rustig verder met hun ochtendlied alsof er niets aan de poot was. Maar dat was er wél. Iets aan zijn poot. Ik schrok op van mijn zachte picknickkleed en keek op. Normaal is onze mensenbroer nooit zo luidruchtig of snel in de ochtend. Een wandeling naar de keuken voor onze ochtendroutine zat er niet in ‘Jajim, moet je kijken, ik heb een ei op mijn poot!’. En inderdaad, zelfs vanaf mijn kleed zag ik het ook. Het leek wel zo’n speciaal ei zoals ze de afgelopen tijd in de supermarkt hadden liggen. Deze had ook allerlei kleuren, vooral donkerrood en paars. ‘Is dat zo’n Paas-ei?’ miauwde ik. ‘Qua timing wel, Jajim. Maar met dit ei kunnen we niets. Ik ga de witjas bellen’. Bij het horen van die woorden wist ik genoeg. Met een rotvaart klom ik ‘RATSJ’ omhoog, de plafondkrabpaal in. Ver bij de reismand vandaan. ‘Rustig maar Jajim, jij mag gewoon thuis blijven, Saame met Frou Frou’.”

Eieren zoeken

Jajim: “De witjas kreeg dus de opdracht om naar eieren te gaan kijken, en dat vlak voor het Paasweekend. Er werd van alles onderzocht en er gebeurde iets met een zwachtel. ‘Dit ei moet goed ingepakt worden wegens dat er geen beweging in mag komen’ zei de witjas voor mensen. En onze mensenbroer kreeg er een nieuw been bij, een ijzeren been. Dat is omdat hij niet op zijn poot kan staan en voor rust zei de witjas, het zal allemaal wel maar wij vinden het een eng ding. We hadden liever een normaal Paasei gehad zonder dat er een ijzeren been bij hoefde te komen. Doe ons maar een kauwstick in de plaats.”

Tuinieren

Frou Frou: “Voor de rest furliep ons Paasweekend rustig en waren we gewoon Saame, nog meer dan gewoonlijk zelfs dus dat betekende extra veel Saame-tijd. De vogeltjes leken net iets vrolijker te fluiten en de lentezon scheen net ietsjes feller. De ochtenden begonnen vrolijk, onze mensenbroer hoefde nergens heen en zei elke ochtend ‘hebben jullie zin in een Paasontbijt?’. Daar staan onze oren áltijd naar, dat hoeft hij toch niet te vragen? Dus elke dag startten we met kattentaart en onze mensenbroer met zijn gekookte Paasei en soms at hij zelfs een chocolade paashaas. Mensen hebben rare tradities, vinden jullie ook niet? Ieder zijn meug hoor, maar wie eet er nou chocola in de vorm van een haas of een ei?

In het Paasweekend was er ook meer tijd voor andere leuke dingen. We aten natuurlijk extra lekker en veel, want zo hoort dat met speciale dagen. Wegens de zon was het ook tijd voor andere leuke dingen. Onze mensenbroer zei ‘nu dat de jungle in de binnentuin uitgedund is, is het zaak dat er wat aan het balkon gebeurt’. Dus hij ging even van huis en kwam terug met allerlei spullen. Een grote zak zand, potten waar plantjes in konden groeien. ‘Voor de bloemetjes en de bijtjes’. En een nieuwe tak, die uiteindelijk een struik moest worden. Willem had ook zo’n struik en het was zijn lievelings ligplek om lekker te soezen in de half zon, half schaduw. Zijn frambozenstruik had het lang volgehouden hoor, maar uiteindelijk was ‘ie klaar met bloeien. Nu gaan we weer opnieuw beginnen met een nieuwe frambozenstruik, die schijnen lekker te liggen. Willem wist alles van goede ligplekjes en wist altijd de beste te bemachtigen. Ik kijk er nu al naar uit, wie weet helpt het de struik wel met groeien als ik erbij ga liggen. Jajim is meer van het relaxen onder de purrasol maar dat moet ze zelf weten vind ik. We hebben maar één struik dus stiekem komt het wel goed uit. Hoewel, eerst moet ‘ie natuurlijk nog groeien. Zou het me net zo goed af gaan als onze Willem, onder die verse frambozenstruik?”

Hebben jullie mensen ook andere gewoontes op bijzondere dagen?

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou: een vis op het droge

Miauw lieve lezers, deze week een wat kort purrichtje van ons wegens een situatie die even voor gaat. Maar we hebben toch iets te furtellen hoor, of beter gemiauwd, we hebben iets te laten zien en we zijn benieuwd wat jullie ervan denken.

Een vis op het droge

Jajim: “Hebben jullie ook weleens dat je mens van die goedbedoelde maar rare dingen furzint? Die van ons had weer wat nieuws bedacht en wij weten nog niet wat we ervan vinden. Hij heeft het niet in zijn eentje bedacht, eigenlijk is het een furzinsel van onze mensenopa en niet van onze mensenbroer. Opa ging op vakantie en nam een souvenir voor ons mee. Het beweegt en spartelt en het maakt ook nog geluid. We vinden het spannend maar stiekem toch ook wel interessant. We hebben er weinig woorden voor maar wel een filmpje! Op het filmpje zien jullie iets heel geks en het is geen rare vogel maar een rare vis. Frou Frou is er nog een beetje bang voor, maar ik heb ons nieuwe speelding al gevangen en er zelfs aan geroken. Deze vis heeft trouwens geen smaak of niks, wel zit er dus spul in dus daarom geef ik de vis voor nu het voordeel van de twijfel. Wie weet, went zoiets wel uiteindelijk?”

Frou Frou: “Nou lieve furriendjes, dat was het alweer voor deze week. Kort maar krachtig, net als de vis, en we hopen dat jullie het leuk vonden om onze nieuwe speelvis te zien. In onze volgende letters miauwen we weer een langer furhaaltje over onze avonturen. Voor nu wensen we iedereen een purrachtige week toe met veel zon en knuffels.”

Hoe zouden jullie reageren op zo’n rare vogel, eh, vis? Komen jullie mensen ook weleens met zoiets vreemds thuis dat je denkt van ‘wat is dit nou weer’?

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou over dromenland

Miauw lieve furriendjes op twee en op vier poten. We hebben weer letters gemaakt en wat hadden we nou weer voor iets geks de afgelopen week.

Burencontrole

Jajim

Jajim: “Jullie weten het vast al lang, de binnentuin en de achterburen controleren zijn twee van mijn hobbies. Dat doe ik vanaf ons balkon want doordat ik roekoeloos ben heeft onze mensenbroer die afgeschermd. Daardoor kan ik alleen naar de tuin onder ons kijken, en ook naar de buren, maar ik kan er niet naartoe. Onze tuin was echt een jungle geworden, helemaal dicht gegroeid. Er leefde altijd wel wat. Ik vond het purrachtig! Er kwamen veel vogels en soms liep er een rat als een stoute buur hun vuilniszak er even had geparkeerd en was furgeten. Nou, nu kwam daar furandering in, en hoe! Op een zonnige ochtend wilde ik rustig wakker worden op het balkon in de ochtendzon, beetje voor me uit turen, vogelgezang op de achtergrond, niks aan de poot. Maar nu komt het. Er was een vreemde vrouw in de binnentuin en ze was de jungle aan het kappen! Mijn groene vriendjes, de parkieten, vonden er niks aan en krijsten erop los. De vrouw gaf geen kik. Met een hoop bombarie vloog de groep naar een andere boom. Weg was mijn aanspraak. Even deed ik EKEKEK naar de vrouw maar ze deed alsof ze het niet hoorde. Die jungle is inmiddels gekapt en er staan nu stoeltjes, dus onze stadsjungle bestaat voorlopig alleen nog in mijn dromen.”

Dromenland

Frou Frou

Frou Frou: “Geen jungle-uitzicht meer is jammer. Gelukkig is er nog dromenland, daar kan je altijd overal naartoe waar je maar wil. Je kan aan al je hobbies doen, het gras is er altijd groen en je krijgt onbeperkt je lievelingssnackies. Ze hoeven niet eens light te zijn! Gewoon lekker is genoeg. Onze grote broer Willem is daar ook vaak, hij zit er te doen wat hij het liefste deed en dat is genieten van de zonnestralen in zijn cyperse vacht. En over de balkonvloer rollen met zijn wollige haren terwijl hij ‘MRRR’ zegt. Vanzelfmiauwend met af en toe een onderbreking voor een liquid snackje. Vaak als ik even in dromenland ben tijdens mijn catnap, ga ik Saame met Willem genieten van de zon en dwing ik poeslief een wasbeurt af. Omdat het dromenland is, draait hij daar zijn poot niet voor om. In dromenland mag en kan alles, iedereen is er vrolijk en heeft het naar hun zin. Ook naar buiten gaan en de wereld furkennen kan allemaal gewoon. Daarom heeft mijn grote zus Jajim een trappetje vanaf ons balkon naar beneden, de tuin in, zodat ze de boel van dichtbij kan furkennen en haar stiletto’s ‘KRRRGSJ KRRRGHSJ’ aan de bloesemboom kan scherpen en achter de vogeltjes aan kan rennen. Al deze dingen laat ik aan Jajim over hoor, die vindt dat leuk. Voor mij is het balkon meer dan genoeg want de dingen buiten zijn al snel een beetje te spannend. Vanaf ons balkon ben ik binnen een halve tel weer veilig binnen als er bijvoorbeeld krijsende parkieten zijn.”

Keerzijde

Jajim: “Allemaal leuk en aardig en kattastisch, al die onbeperkte snackies, de tuincontrole van dichtbij en het tuinieren. Er is ook een keerzijde aan dromenland! Namelijk als je mens daar is en jij wakker bent. Ons is iets opgevallen en dat is dat een mens-nap veel langer duurt dan een catnap. Die van ons is soms echt uren achter elkaar aan het dromen en dan duurt een nacht lang kan ik je miauwen. Soms heb je tussendoor toch behoefte aan knuffels of een snack? Dan kan je ‘MAUWWW’ zeggen wat je wil maar als jouw mensenbroer of jouw vrouw ligt te dromen over bijvoorbeeld taart dan hebben ze daar meestal weinig boodschap aan. Frou Frou en ik hebben een stappenplan bedacht voor zulke situaties. De eerste stap is nog met zachte poot. Dan ga je vlakbij het hoofd van je mens gaat staan en ‘MAUWWW’ of ‘MIEW’ zeggen, steeds ietsje luider, net zolang tot er beweging onder de dekens komt. Staat je mens nog niet op, of erger, draait deze zich om? Dan is het zaak om op de salontafel te springen en er iets vanaf te gooien. In mijn geval was dat een potlood. Met wat dof gekletter viel het ding op de grond. Het fijne aan potloden is dat ze mooi door rollen. Hoe meer spulletjes erop staan, hoe groter de kans op succes. Als zelfs dat niet werkt dan springt Frou Frou in met haar skills.”

Frou Frou: “Ooit heb ik het al furklapt voor de workshops van het Grote Weilandfeest; naast knuffelpoes ben ik ook dol op het wassen en stylen van haren. Mensenharen vooral. Mensenbroer is soms wat lastig uit dromenland te krijgen als ‘ie daar eenmaal is. Jajim heeft heel veel trucjes, van de stille nacht doorbreken met een ‘MAUWWW’, naar spinnend naast zijn oor gaan liggen tot spullen van de tafel laten vallen. Maar een kapsel oppoetsen is mijn specialiteit. Als er geen redden meer aan is en Jajim heeft hulp nodig, spring ik met een vragende ‘PRR?’ op de grote mensenmand en loop via het slapende lijf van onze mensenbroer richting zijn hoofd. Mijn ‘PRRR PRR PRRR’ gaat steeds harder hoe dichterbij ik kom en ik zie al wat beweging. Een goed teken. Enthousiast begin ik zijn haren pluk voor pluk te wassen. Wat denk je? Meteen hoor ik een geluid. ‘Frou Frou…’ klinkt het mompelend vanonder de dekens. Hij is me dankbaar, voel ik. Dit is een gratis tip voor al onze furriendjes voor als jullie mens niet op tijd uit dromenland komt!”

Hebben jullie ook weleens dat je je mens wakker moet maken, en hoe doen jullie dit dan?

Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou