Frou Frou: “Midden in de nacht toen het donker er nog was, werd ik wakker van een geluid dat zo door de stilte heen sloop. Nog half in dromenland met mijn oogjes op een kier keek ik naast me, naar de grote mensenmand, en jawel, het was onze mensenbroer die mijn catnap furstoorde. Hij lag te frummelen met de dekens en draaide en draaide maar het hielp niks.
Weer draaide ‘ie mijn kant op met zijn ogen half open en zag dat mijn oogjes ook al half open waren. ‘Ha lieve Frou Frou’, klonk het bijna fluisterend ‘het is nog lang geen tijd, maar ik denk dat mijn grote dut voorbij is.’
Hij tilde de dekens op en meteen wist ik wat me te doen stond. Gewoonlijk hoeft hij niet eens te gebaren. Ik rekte me eens goed uit en strekte mijn pootjes tot over de houten rand van mijn mandje. Nog een beetje wankel van het abrupt wakker worden liep ik naar de grote mensenmand en stak mijn neus onder de dekens. ‘Kom maar bij me knuffelen, misschien slapen we Saame nog even verder’. Hij zei het zachtjes in de hoop dat Jajim niet wakker zou worden, want dan is het meestal gedaan met de nacht. Slaperig en tevreden kroop ik onder de warme dekens en draaide drie rondjes voordat ik wist hoe ik moest liggen.
Uiteindelijk was dat purrcies tussen zijn hoofd en schouder in, ook al had ik nog geen zin om zijn haren te wassen, of die van wie dan ook. Mijn meest favoriete deel van de dag is nog steeds dat moment vlak na het wakker worden, wanneer we Saame nog even blijven liggen om te knuffelen. Maar vandaag was het zelfs voor mij een beetje vroeg.”
Stille nacht
Jajim: “Ze deden dus kei stil, zo stil dat het vanaf mijn mandje bij het raam nauwelijks te horen was. Kunnen ze doen, toch had ik het wel door hoor. Ik zat gewoon nog middenin mijn droom en die moest eerst af. Mijn maag rammelde immers nog niet, dus even verder slapen kon best. Pas toen de eerste zonnestralen voorzichtig tussen de gordijnen door glipten, deed ik mijn ogen open.
Meteen volgde een gaap en een MAUW en ik strekte mijn pootjes goed uit om me klaar te maken voor de dag. Met één blik op de grote mensenmand zag ik dat onze mensenbroer wakker was, dus zoals altijd sprong ik van mijn plekje af en trippelde miauwend naar hem toe. Zon door de gordijnen en een wakkere mensenbroer betekent knuffel-en-ontbijt tijd.”
Erwt
Frou Frou: “Mijn meest favoriete slaapplekjes zijn altijd heel zacht. Het beste ligt mijn mandje bovenop de grote mensenmand of een dik kussen. Daarom noemt onze mensenbroer mij ook wel de prinses op de erwt. Purrsoonlijk weet ik niet waar hij het over
heeft want er ligt toch helemaal geen erwt in mijn mand? Dan zou ik er echt niet gaan liggen hoor.
Het schijnt iets te zijn wat mensen zeggen als je een luxepoes- of kater bent. Met luxepoes-zijn is niks mis, vind ikzelf. Onze mensenbroer zegt dat zijn mensenmand niet zacht genoeg meer ligt sinds het gedoe met het Paasei op zijn poot. Zou hij nu dan de prins op het ei zijn?”
Jajim: “Wat er allemaal gebeurt en waarom hij eerder wakker is, snappen we niet zo goed. Iets met een erwt of een ei dus, maar dat klinkt toch helemaal niet logisch? Hoe dan ook, we hadden het vroeger heel gezellig gevonden hoor, om ‘s nachts Saame te knuffelen en te spelen.
Maar Frou Frou en ik zijn geen kittens meer, nu we allebei senior zijn hebben we onze extra catnap nodig. En dat is wel eens knap lastig met zo’n wakker mens om je heen.”
Wilde haren
Jajim: “Nadat ik Frou Frou’s restjes heb opgeruimd en mijn snorharen heb afgelikt, kom ik furhaal halen bij onze mensenbroer. Want waarom is hij tegenwoordig tijdens het donker alweer wakker? Die tijd was toch voorbij sinds dat gedoe met de klok? Hij ging op de bank zitten, klopte op zijn been en zei ‘kom maar hier, Poes’. Dus ik sprong omhoog en nestelde me bij hem op schoot terwijl hij furtelde.
Frou Frou lag op haar troon naast ons en spitste haar oortjes. ‘Het heeft niets te maken met een erwt, meisjes’ zei hij tegen ons allebei. ‘Soms hebben mensen iets waardoor ze veel meer wakker zijn en het heet in-som-nia’. Furvolgens ging hij verder met zijn uitleg. Toen ik nog een jonge poes was bezorgde ik hem iets soortgelijks zei die, maar toen kwam het niet vanuit hem zelf. Het had te maken met mijn wilde haren. Hij furtelde dat ik heel veel wilde spelen en ontdekken.
Nu hij het zegt, herinner ik het me weer. In het donker is alles ook gewoon veel spannender toch? Het liefst sloop ik onder de grote mensenmand door om te ontdekken wat daar allemaal lag en of er niet ergens een furpakking lag die open kon. Of om te spelen met
krakend plastic, op de grote mensenmand te springen alsof het een springkasteel is en spulletjes van het nachtkastje te meppen. Het maakte mij niet uit hoe laat het was, er was altijd tijd voor ontdekking.”
Frou Frou: “Mijn grote zus was echt heel lang speels en dan vooral in de nacht. Zelf was ik als kitten al rustig. Spelen doe ik alleen met een hengeltje met touwtjes eraan, of ik roetsj keihard omhoog naar de hoge kast via de krabpaal als mijn energie eruit moet.
Maar waar ik echt een neusje voor heb, is doorhebben wanneer onze mensenbroer wakker is. Want als de wijzers in de klok zitten, zal er geknuffeld worden.”
Wat doe jij als je mens (wel of niet) slaapt?
Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou
Miauw lieve lezers, de week zit er weer bijna op dus wij mogen weer letters miauwen. De ene keer maken we van alles aan avontuur mee en de andere week is het rustig. Nu zaten we in de rustige week dus we hadden mini-avontuurtjes. Dat is voor de balans denken we.
eerst even furbaasd naar mijn poot te kijken voelde ik mijn instinct opkomen en begon tikkertje te spelen met de mier. Spannend dat het was! Want de mier was best wel snel en ik moest heel goed kijken omdat ‘ie zo klein was. Heel even zat hij stil en toen deed ik ‘PATS’ met mijn pootje.
Frou Frou: “Eigenlijk had ik dus gewoon een mini-avontuur van het spel met de mier. Maar heb ik mezelf furraden door de mier niet op te eten of katdo te doen. Ik deed er gewoon niks mee. En toen gingen er alarmbellen rinkelen, zo noemen tweevoeters dat. Die van ons was het wel opgevallen dat mijn buikje platter werd en dat ik na een paar likjes genoeg had van welke lekkernij dan ook.
Miauw lieve allemaal, het zal geen van onze furriendjes ontgaan zijn. Deze week hadden we een speciale dag. Heel Nederland kleurde oranje. Er werd feest gevierd zelfs tot achter de regenboogbrug, en hoe.
naar zijn wang. Met een paar zachte tikjes er tegenaan kreeg ik hem wakker. Slaapdronken begon ik meteen over de lessen van Willem te tetteren en miauwde over de dag van de Koning. ‘Wat een timing, kleintje’ geeuwde mijn mensenbroer. ‘Was Willem uitgerekend vandaag in jouw droom?’ Geen idee wat hij nou purrcies bedoelde. Ik sprong in de vensterbank van de slaapkamer om wat anders te gaan doen en zag iets wat me vaag bekend voor kwam. Allemaal tweevoeters, furkleed in oranje. Rijen met rood-wit-blauwe kraampjes en er speelde ergens al Nederlandstalige muziek. ‘Leve de Koning!’ schreeuwden de letters op de gevel van het buurtcafé. Purrcies de kreet die ook in mijn droom voor kwam. Zou het weer die tijd zijn voor dat ene feest waarvan Willem altijd miauwde dat het iets met hem te maken had. Of heeft?”
veld kwam de geur van gefrituurde snackies je tegemoet. Ondanks dat het steeds drukker werd, viel er plotseling een stilte. Alleen het geknetter van de frituur was nog te horen. Alle koppen draaiden om. Lege bekertjes stuiterden op de grond, de menigte schoof uiteen en maakte plek in het midden. Op een hoge troon furscheen hij, Willem. Waarop de katermannen weer miauwden: “leve de Koning!” Willem zwaaide terug met zijn staart en miauwde: ‘de barbeque is geopend! Mrrrauw’, om daarna uit de hoge mand te springen en mee te doen met het feest. Ook al moeten wij Willem hier beneden missen, regenboogland is een Koning rijker.”
spullen. Er gaan deuren open die normaal gesloten blijven en we krijgen onze weekend-brunch. Weekend is wel leuk want er hoeft niks en er is meer tijd om saame te zijn. Eens in de zoveel zaterdagen komt er een grote, kartonnen doos binnen. Die doos zet mensenbroer dan eerst in het halletje zodat we kunnen snuffelen en wennen. Ik ga laag bij de grond staan en wacht wel af wat er gebeurt. Jajim niet, die loopt mieuwsgierig en een beetje ongeduldig langs me heen om te kijken.”
of hij op wil schieten met dat blikje. Onze mensenbroer moet lachen en maakt één van de nieuwe blikjes open. Kalkoen mousse, mijn lievelings.”
Miauw lieve furrienden, we hadden pas geleden een kort furhaaltje met een hele rare vis, weten jullie het nog? Deze week gaan we miauwen over wat je kan doen in zulke gevallen, namelijk wanneer je een veilige plek nodig hebt om naartoe te gaan.
Voor mij purrsoonlijk hoeft het allemaal niet zo moeilijk, ik ben snel tevreden. Een paar dekens met een kuil in het midden kan al wonderen doen.
geen zorgen te maken over die bromvlieg die nog op mijn to-do lijst staat. Zelf lig ik het meest veilig in een lig holletje of krabton. Van die krabbeltonnen hebben we er twee staan en ze komen regelmatig goed van pas. Dat is vooral als de reismand tevoorschijn komt of als onze mensenbroer anders doet dan gewoonlijk en zogenaamd met een snack aan komt en met een net iets te onschuldige stem zegt ‘kijk eens wat ik voor jullie heb?’ Nog voor onze mensenbroer de vloeistof of pil of wat dan ook heeft gedruppeld of in mijn bek heeft gestopt voel ik al nattigheid. Tijd voor de veilige plek dus, ik trek een sprintje naar één van de twee krabtonnen.