Categorie archieven: Willem & Jajim & Frou Frou

Jajim en Frou Frou over slapen en wakker zijn

Frou Frou: “Midden in de nacht toen het donker er nog was, werd ik wakker van een geluid dat zo door de stilte heen sloop. Nog half in dromenland met mijn oogjes op een kier keek ik naast me, naar de grote mensenmand, en jawel, het was onze mensenbroer die mijn catnap furstoorde. Hij lag te frummelen met de dekens en draaide en draaide maar het hielp niks.

Weer draaide ‘ie mijn kant op met zijn ogen half open en zag dat mijn oogjes ook al half open waren. ‘Ha lieve Frou Frou’, klonk het bijna fluisterend ‘het is nog lang geen tijd, maar ik denk dat mijn grote dut voorbij is.’
Hij tilde de dekens op en meteen wist ik wat me te doen stond. Gewoonlijk hoeft hij niet eens te gebaren. Ik rekte me eens goed uit en strekte mijn pootjes tot over de houten rand van mijn mandje. Nog een beetje wankel van het abrupt wakker worden liep ik naar de grote mensenmand en stak mijn neus onder de dekens. ‘Kom maar bij me knuffelen, misschien slapen we Saame nog even verder’. Hij zei het zachtjes in de hoop dat Jajim niet wakker zou worden, want dan is het meestal gedaan met de nacht. Slaperig en tevreden kroop ik onder de warme dekens en draaide drie rondjes voordat ik wist hoe ik moest liggen.
Uiteindelijk was dat purrcies tussen zijn hoofd en schouder in, ook al had ik nog geen zin om zijn haren te wassen, of die van wie dan ook. Mijn meest favoriete deel van de dag is nog steeds dat moment vlak na het wakker worden, wanneer we Saame nog even blijven liggen om te knuffelen. Maar vandaag was het zelfs voor mij een beetje vroeg.”

Stille nacht

Jajim: “Ze deden dus kei stil, zo stil dat het vanaf mijn mandje bij het raam nauwelijks te horen was. Kunnen ze doen, toch had ik het wel door hoor. Ik zat gewoon nog middenin mijn droom en die moest eerst af. Mijn maag rammelde immers nog niet, dus even verder slapen kon best. Pas toen de eerste zonnestralen voorzichtig tussen de gordijnen door glipten, deed ik mijn ogen open.
Meteen volgde een gaap en een MAUW en ik strekte mijn pootjes goed uit om me klaar te maken voor de dag. Met één blik op de grote mensenmand zag ik dat onze mensenbroer wakker was, dus zoals altijd sprong ik van mijn plekje af en trippelde miauwend naar hem toe. Zon door de gordijnen en een wakkere mensenbroer betekent knuffel-en-ontbijt tijd.”

Erwt

Frou Frou: “Mijn meest favoriete slaapplekjes zijn altijd heel zacht. Het beste ligt mijn mandje bovenop de grote mensenmand of een dik kussen. Daarom noemt onze mensenbroer mij ook wel de prinses op de erwt. Purrsoonlijk weet ik niet waar hij het over heeft want er ligt toch helemaal geen erwt in mijn mand? Dan zou ik er echt niet gaan liggen hoor.
Het schijnt iets te zijn wat mensen zeggen als je een luxepoes- of kater bent. Met luxepoes-zijn is niks mis, vind ikzelf. Onze mensenbroer zegt dat zijn mensenmand niet zacht genoeg meer ligt sinds het gedoe met het Paasei op zijn poot. Zou hij nu dan de prins op het ei zijn?”
Jajim: “Wat er allemaal gebeurt en waarom hij eerder wakker is, snappen we niet zo goed. Iets met een erwt of een ei dus, maar dat klinkt toch helemaal niet logisch? Hoe dan ook, we hadden het vroeger heel gezellig gevonden hoor, om ‘s nachts Saame te knuffelen en te spelen.
Maar Frou Frou en ik zijn geen kittens meer, nu we allebei senior zijn hebben we onze extra catnap nodig. En dat is wel eens knap lastig met zo’n wakker mens om je heen.”

Wilde haren

Jajim: “Nadat ik Frou Frou’s restjes heb opgeruimd en mijn snorharen heb afgelikt, kom ik furhaal halen bij onze mensenbroer. Want waarom is hij tegenwoordig tijdens het donker alweer wakker? Die tijd was toch voorbij sinds dat gedoe met de klok? Hij ging op de bank zitten, klopte op zijn been en zei ‘kom maar hier, Poes’. Dus ik sprong omhoog en nestelde me bij hem op schoot terwijl hij furtelde.
Frou Frou lag op haar troon naast ons en spitste haar oortjes. ‘Het heeft niets te maken met een erwt, meisjes’ zei hij tegen ons allebei. ‘Soms hebben mensen iets waardoor ze veel meer wakker zijn en het heet in-som-nia’. Furvolgens ging hij verder met zijn uitleg. Toen ik nog een jonge poes was bezorgde ik hem iets soortgelijks zei die, maar toen kwam het niet vanuit hem zelf. Het had te maken met mijn wilde haren. Hij furtelde dat ik heel veel wilde spelen en ontdekken.
Nu hij het zegt, herinner ik het me weer. In het donker is alles ook gewoon veel spannender toch? Het liefst sloop ik onder de grote mensenmand door om te ontdekken wat daar allemaal lag en of er niet ergens een furpakking lag die open kon. Of om te spelen met krakend plastic, op de grote mensenmand te springen alsof het een springkasteel is en spulletjes van het nachtkastje te meppen. Het maakte mij niet uit hoe laat het was, er was altijd tijd voor ontdekking.”

Frou Frou: “Mijn grote zus was echt heel lang speels en dan vooral in de nacht. Zelf was ik als kitten al rustig. Spelen doe ik alleen met een hengeltje met touwtjes eraan, of ik roetsj keihard omhoog naar de hoge kast via de krabpaal als mijn energie eruit moet.
Maar waar ik echt een neusje voor heb, is doorhebben wanneer onze mensenbroer wakker is. Want als de wijzers in de klok zitten, zal er geknuffeld worden.”

Wat doe jij als je mens (wel of niet) slaapt?

Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou over een kat-en-mousse spel

Miauw lieve lezers, de week zit er weer bijna op dus wij mogen weer letters miauwen. De ene keer maken we van alles aan avontuur mee en de andere week is het rustig. Nu zaten we in de rustige week dus we hadden mini-avontuurtjes. Dat is voor de balans denken we.

Mini-avontuur

Jajim: “Nu denk je vast, wat is een mini-avontuur? Het kan van alles zijn en het furschilt per katerman of poezendame wat bij je past. Zelf houd ik ervan om overal bij te zijn. Bij het tanden poetsen, eten, plantjes verpotten, met spulletjes rommelen, ochtend- middag- en avondrituelen; ik wil het allemaal zien en meemaken. Onze mensenbroer noemt mij dan ook wel een miauwsgierige poes maar dat moet hij zelf weten. Ik vind dat als je er niet bij bent, alles zo alleen voelt. Saame is alles toch veel gezelliger?
Mensenbroer zegt wel eens dingen als ‘kijken doe je met je oogjes poes, niet met je neus’ en ‘jemig, poes, wil je niet zo tussen mijn benen door rennen als ik met hete koffie rondloop?’. Hij zegt nog veel meer hoor, soms te veel. Dit zijn voorbeelden van het weekend toen ik meehielp met koffie zetten. Waargebeurd dus. Je zou denken dat het gewaardeerd wordt als je overal bij helpt? In mijn geval is dat niet altijd zo. ‘Je kan ook overdrijven’, vindt onze mensenbroer.”

Mier

Frou Frou: “Van mezelf houd ik meer van rust en voorspelbaarheid. Mijn zus Jajim is al miauwsgierig genoeg en is overal bij. Dan hoef ik alleen nog alles vanuit mijn mandje in de gaten te houden, waar ik af en toe mijn ogen even dicht laat vallen. Waar ik wel graag bij help is tuinieren en dat wordt wel gewaardeerd hoor. Alleen al door onze lavendelplant want die ziet er veel beter uit nadat ik ‘m onder poten heb genomen. Dat was aan het begin van dit weekend niet anders. Het was purrachtig weer en ik stond al op de deurmat toen onze mensenbroer thuis kwam. Een hoge ‘MIEUW’ tegen de nog dichte balkondeur en onze mensenbroer (en portier) begreep het; die deur moet open.
Meteen toen die open zwiepte, sprong ik met een boogje HUP de drempel over naar buiten. Ik kon niet wachten om hallo te zeggen tegen alle plantjes op het balkon en de bijen in de frambozenstruik. Net toen ik bij de reserve aardbeienplant stond, voelde ik iets kriebelen op mijn pootje. Het was een mier en hij liep zo over mijn witte sokje heen. Na eerst even furbaasd naar mijn poot te kijken voelde ik mijn instinct opkomen en begon tikkertje te spelen met de mier. Spannend dat het was! Want de mier was best wel snel en ik moest heel goed kijken omdat ‘ie zo klein was. Heel even zat hij stil en toen deed ik ‘PATS’ met mijn pootje.
Toen ik mijn poot weer optilde deed de mier niet meer zo veel. Net op dat moment liep onze tweevoeter naar buiten en bekeek mijn beteuterde snuitje. ‘Kop op meisje, het zonnetje schijnt. Wat is er aan de poot?’ Vroeg hij. En toen zag hij de kleine mier in het gootje. Jajim zou ‘m al lang opgevroten hebben, maar ik had niet zo’n trek in mier. Eigenlijk had ik sowieso niet veel trek.”

Furrandering

Jajim: “Ik lag net lekker in de zonnestraal weg te dromen toen mijn schoonheidsslaapje verstoord werd. Onze mensenbroer had de kastdeurtjes vlak naast mij open getrokken en was mompelend aan het schuiven met zakjes en blikjes.
‘Nee niet die, ook niet die…’ Hij leek gestresst. Normaal gemiauwd is hij veel vrolijker als hij ons een weekend hapje geeft. Dus ik stak vragend mijn koppie tussen de blikjes. ‘Het is je zusje, Frou Frou, ze heeft haar prooi in de goot laten liggen’ legde hij uit en zocht verder naar de ultieme, sappige lievelings mousse terwijl hij furtelde waarom. En láng dat het duurde, dat zoeken. Een beetje ongeduldig gaf ik kopjes tegen zijn hand wat ‘schiet nou op’ betekent.”

Frou Frou: “Eigenlijk had ik dus gewoon een mini-avontuur van het spel met de mier. Maar heb ik mezelf furraden door de mier niet op te eten of katdo te doen. Ik deed er gewoon niks mee. En toen gingen er alarmbellen rinkelen, zo noemen tweevoeters dat. Die van ons was het wel opgevallen dat mijn buikje platter werd en dat ik na een paar likjes genoeg had van welke lekkernij dan ook.
Maar het laten liggen van mijn prooi was de spreekwoordelijke druppel. Vorige week haalde ik ook mijn neusje al op voor een verse bromvlieg. Ondertussen had ons mens blijkbaar gevonden wat hij zocht tussen de berg blikjes want hij liep naar de keuken en Jajim volgde hem op de voet. Soms denk ik dat Jajim door blikjes heen kan ruiken want ze weet het al voordat zo’n blikje met een KLAK open gaat.

‘TIK TIK TIK’ klonk het vanuit de keuken. Altijd klinkt hetzelfde lokgeluidje als we wat lekkers krijgen, ook al hoeft Jajim niet gelokt te worden. ‘Eéétenstijd!’ Jajim maakte van ongeduld een paar schijnbewegingen naar het bakje, gevolgd door een langgerekte miauw. Voor de vorm liet ik toch een paar klanken van het kattenconcert horen. Probeer daar maar eens een snorhaar tussen te krijgen.
Een paar tellen later stond het bakje met kalkoen-konijn mousse voor mijn neus, mijn lievelings. Enthousiast nam ik het ene hapje na het andere en liet het deze keer maar voor de helft staan. Zo ga je van een rustige dag met een mier opeens naar een avontuur met furplicht extra mousse eten.”

Hebben jullie ook weleens dat je dag onfurwachts verandert, en wat doe je dan?

Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou over de speciale dag

Miauw lieve allemaal, het zal geen van onze furriendjes ontgaan zijn. Deze week hadden we een speciale dag. Heel Nederland kleurde oranje. Er werd feest gevierd zelfs tot achter de regenboogbrug, en hoe.

“Laat mij het maar even demonstreren, Frou Frou. Jij en Jajim moeten er nog van leren” klonk het wijs vanachter zijn lange snorharen. Hij likte zijn slachttanden af en keek strak vooruit. Willem stond met zijn buik laag bij de deurmat, vier knieën gebogen, klaar om te springen zodra het doelwit dichtbij genoeg was. ‘Brzzzz-TIK, TIK, TIK’, de kleine zwarte schim vloog wild en wanhopig heen en weer tussen het hoge raam en het gordijn. Zijn vrijheid lag een halve meter naar rechts, waar de balkondeur nog open stond. Onze brommende vriend had geen idee meer waar binnen of buiten was. Zonder een snorhaar te bewegen, zo stil, hielden we de vlieg in de gaten. ‘PATS’, met een razendsnelle beweging greep Willem tussen het gordijn en het raam, purrcies op het moment dat de bromvlieg binnen pootbereik was. Beet! “Leve de Koning, leve de Koning!” riepen al onze furriendjes. Plots stonden we op een groot, zonnig grasveld waar de barbeque al werd aangemaakt en de tafels waren gedekt. Klaar om onze rammelende maagjes te vullen met de furschillende lekkernijen van Muisbezorgd. Met de krakend verse bromvlieg als voorgerecht.”

Wake up call

Frou Frou: “en toen klonk het van ‘TRRR TRR TRRR’. De wekker. Met een zacht piepje tilde ik mijn koppie op en keek naast me. Geen barbeque of grasveld, maar een mens. Een slapend mens. Wat teleurgesteld keek ik naar zijn toen nog gesloten ogen en stak een pootje uit naar zijn wang. Met een paar zachte tikjes er tegenaan kreeg ik hem wakker. Slaapdronken begon ik meteen over de lessen van Willem te tetteren en miauwde over de dag van de Koning. ‘Wat een timing, kleintje’ geeuwde mijn mensenbroer. ‘Was Willem uitgerekend vandaag in jouw droom?’ Geen idee wat hij nou purrcies bedoelde. Ik sprong in de vensterbank van de slaapkamer om wat anders te gaan doen en zag iets wat me vaag bekend voor kwam. Allemaal tweevoeters, furkleed in oranje. Rijen met rood-wit-blauwe kraampjes en er speelde ergens al Nederlandstalige muziek. ‘Leve de Koning!’ schreeuwden de letters op de gevel van het buurtcafé. Purrcies de kreet die ook in mijn droom voor kwam. Zou het weer die tijd zijn voor dat ene feest waarvan Willem altijd miauwde dat het iets met hem te maken had. Of heeft?”

Koning

Jajim: “hoe het nou helemaal werkt, daar zijn we nog steeds niet achter. We weten nu wel dat het feest door blijft gaan, ook nu onze Willem naar regenboogland is afgereisd. De tweevoeters en sommige viervoeters vieren met al hun poten op aarde zijn feest. Er blijkt een mensenman te zijn die ook Willem heet en toevallig ook een Koning is. Dat furzin je toch niet? Hoe dan ook, jullie hoeven je geen zorgen te maken. In regenboogland is Willem’s feest minstens zo uitbundig en gezellig Saame met alle andere sterrenfurriendjes.”

Vrijmarkt

Frou Frou: “oeps, even was ik weer in dromenland gesukkeld, zo op de vensterbank met de zon in mijn vacht. Hoe mijn droom verder ging? De ochtenden in regenboogland zijn altijd zonnig en purrcies warm genoeg. Kittens hadden hun fleece kleedjes al uitgerold met furschillende afdankertjes erop om te furkopen voor een extra brokje. Van licht fursleten mandjes tot kitscherige voerbakjes, eigen creaties of kraampjes met verse snackies, het liefst in oranje. Of een spelletje ‘vang het lichtje’ en een rondje in de krabbelton voor 50 cent. Vandaag mocht het allemaal. Toen de klok 12 uur sloeg, rolden de fleece kleedjes op en ontstond er een polonaise van volwassen katermannen en poezendames rond het grasveld. De kattenmelk en catnipwijn waren niet aan te slepen en op elke hoek van het veld kwam de geur van gefrituurde snackies je tegemoet. Ondanks dat het steeds drukker werd, viel er plotseling een stilte. Alleen het geknetter van de frituur was nog te horen. Alle koppen draaiden om. Lege bekertjes stuiterden op de grond, de menigte schoof uiteen en maakte plek in het midden. Op een hoge troon furscheen hij, Willem. Waarop de katermannen weer miauwden: “leve de Koning!” Willem zwaaide terug met zijn staart en miauwde: ‘de barbeque is geopend! Mrrrauw’, om daarna uit de hoge mand te springen en mee te doen met het feest. Ook al moeten wij Willem hier beneden missen, regenboogland is een Koning rijker.”

Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou over weekend dagen

Miauw lieve furriendjes en tweevoeters, we moesten onze hersenpannetjes laten kraken voor inspiratie voor een nieuwe blog. Al dagenlang zijn we druk bezig met genieten van het purrachtige weer, de geluiden van de lente en met het kijken naar alle vogels die langs komen. We hebben door de zon het vakantiegevoel en dat was afgelopen weekend net zo.

Weekend

Frou Frou: “Weekenden zijn hier vaak wat avontuurlijker dan de andere dagen, en we zijn meer Saame. Hoe wij merken dat het weekend is? Komt omdat onze mensenbroer dan meer bij ons is en vaak met kleine klusjes bezig gaat. Zoals dat hij gaat rommelen met spullen. Er gaan deuren open die normaal gesloten blijven en we krijgen onze weekend-brunch. Weekend is wel leuk want er hoeft niks en er is meer tijd om saame te zijn. Eens in de zoveel zaterdagen komt er een grote, kartonnen doos binnen. Die doos zet mensenbroer dan eerst in het halletje zodat we kunnen snuffelen en wennen. Ik ga laag bij de grond staan en wacht wel af wat er gebeurt. Jajim niet, die loopt mieuwsgierig en een beetje ongeduldig langs me heen om te kijken.”

Jajim: “Het is gewoon van, je weet nooit purrcies wat er in de doos zit. Daarom doen we aan controle zodra er weer een groot pakket in onze hal furschijnt. Ruiken, krabben en proeven.”

Avontuurlijk

Jajim: “Dit weekend was trouwens extra avontuurlijk. We konden naar een ruimte we zelden komen; de CV kast. Wat dat purrcies is weet ik ook niet maar er staan daar nog meer dozen en spullen. Een stapel waar ik niet op mag klimmen. ‘De stapel is veel te gammel voor jouw lijfje’ zegt onze mensenbroer dan. Nou ja zeg, met mijn postuur moet die klim toch gewoon goed gaan? Dit weekend zegt hij niks en pakt er een paar dozen uit. Hij tikt op het pakket in de hal. ‘Kom eens meisje. Wat zou hier in zitten?’ Hij zegt het alsof hij dat zelf niet weet. Ik krab nog eens vlak langs de opening en steek mijn nagels weer in de tape en begin met beide poten te trekken. Met een KRRRSJ laat de klep los. Met rammelende maag steek ik mijn hoofd tussen het karton. In tegenstelling tot Frou Frou ben ik best handig met verpakkingen openen. Ik zie allemaal blikjes, hele stapels. Vandaar dat ik met mijn neus geen infurrmatie kon ontdekken. Er komen nog wat dingen tevoorschijn die me op dit moment niet boeien. Speelgoed of mandjes komen straks wel. Ik begin mijn kattenconcert, of hij op wil schieten met dat blikje. Onze mensenbroer moet lachen en maakt één van de nieuwe blikjes open. Kalkoen mousse, mijn lievelings.”

Frou Frou: “‘Ik kom kijken wat er aan de poot is, het betekent vaak veel goeds als mijn grote zus zingt. Met een piepje huppel ik wat onzeker door de woonkamer richting mijn brunch plekje. Mijn bakje staat al voor me klaar. Mousse. Ik lik er een paar keer aan, kijk naar mijn mensenbroer en kijk weer naar het bakje. Wel lekker hoor, die mousse, maar echt honger heb ik niet dus ik loop naar de krabpaal om mijn pootjes te strekken. Dan pakt mensenbroer iets uit de blikjesdoos. Het is een hengel met een veren eraan. Het veren ding vliegt met een zwiep door de kamer en ik spring er achteraan. De tweede keer strek ik mijn pootjes hoger en lukt het al bijna. Het is geen bromvlieg maar hiermee kan ik ook prima oefenen, denk ik terwijl ik met twee pootjes rakelings langs de veer terug op de laminaatvloer neer plof. Ondertussen doet Jajim mijn afwas. Nieuw of anders of avontuur is niet purr se mijn lievelings, maar er zijn altijd uitzonderingen.”

Planten

Jajim: “Verder was ons weekend gewoon en rustig en met onze normale weekend routine. Beetje zonnebaden, een catnapje hier en daar, eten. Na een dag werd dat wel wat eentonig zal ik eerlijk miauwen. Ik begon me te furvelen. Dus ik ging avontuur opzoeken en dat doe ik graag op ons balkon. Daar is, zeker nu met lekker weer, sowieso wat te beleven. Vanaf daar zijn er vogels te zien en te horen, en soms speel ik met een vlieg of een boomblaadje, dat furschilt. Dit weekend was er iets met de plantjes die onze mensenbroer laatst op het balkon had verpot. Ze waren gegroeid. De wind liet de blaadjes een beetje heen en weer bewegen en ik kon het niet weerstaan om er met mijn poot tegenaan te tikken. Ik werd enthousiast en van het een kwam het ander, voor ik het wist zat het hele plantje in mijn maag. Nu staat er een bakje naast met kattengras, speciaal voor ons. Elke dag moet ‘ie gesnoeid worden dus nu kunnen we saame tuinieren, daar draaien we onze poot niet voor om.”

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou over de veilige plek

Miauw lieve furrienden, we hadden pas geleden een kort furhaaltje met een hele rare vis, weten jullie het nog? Deze week gaan we miauwen over wat je kan doen in zulke gevallen, namelijk wanneer je een veilige plek nodig hebt om naartoe te gaan.

Net thuis

Frou Frou: “Van een veilige plek heb ik best wat furstand dus ik kan er genoeg over furtellen. Een veilige plek, of furstopplek dat is bijna hetzelfde, moet een paar eigenschappen hebben om het te laten slagen. Zo is het heel belangrijk dat je ergens tegenaan kan kruipen, tegen je mens als die furtrouwd voelt, of je kruipt ergens onder. Voor mij purrsoonlijk hoeft het allemaal niet zo moeilijk, ik ben snel tevreden. Een paar dekens met een kuil in het midden kan al wonderen doen.
Onze mensenbroer legt er meestal nog een knuffel voor me in met een lekkere geur, of een dekentje waar ik al op gelegen heb. En als ik echt een héle veilige plek nodig heb en er is niks wat heel hoog is, dan moet ik ergens onder kunnen zitten. Met rugdekking dus, en een soort kijkgaatje. Het liefst tussen zoveel mogelijk spullen in eigenlijk.

Toen ik net thuis kwam wonen had ik er ook één. Niet alleen een plek, het was een hele kamer! Eentje met furschillende plekken om uit te proberen. Er stond een bankje, een bed, een tafeltje en een kledingrek. Allemaal spullen die ik nog niet kende uit de kennel, maar die ik al gauw leerde kennen, want ik heb alle plekjes uitgeprobeerd. Onze mensenbroer kende ik al, toch ging ik voor de zekerheid op mijn veilige plek liggen als hij de kamer in kwam. Terwijl hij veilig is, maar dit huis kende ik nog niet dus het voelde anders. Vooral in het begin deed ik aan schuilen. Het allermeest veilig was heel ver weg in een hoek onder het bankje dat er stond.
Daar zat Willem ook graag, maar dan aan de andere kant. Minder geschikt was voor mij het tafeltje. Onder een tafeltje heb je geen afgeschermd stuk voor je rug tenzij er een tafelkleed overheen ligt, en dan nóg. Als ik me van mezelf al best veilig voel zou het wel kunnen. Als er zonnestralen op schijnen dan ga ik er wel even liggen om mijn vachtje op te warmen en weg te dromen. Oja, iets wat voor mij en voor veel katers en poezen ook goed werkt is een hoge plek. Liefst één waar geen mens goed bij kan en waar je een goed overzicht hebt.
Mijn lievelings veilige plek voor als er sporadisch bezoek komt, is in het allerhoogste mandje. De klimpaal zit eraan vast en het is maar een milliseconde klauteren voor ik er ben en me met een opgeluchte ‘PRRR’ kan neerleggen. En een veilige plek kan ook gewoon je lievelingsplek worden, zo is het bij mij want dat bovenste mandje is naast veilig, gewoon kattastisch.

Mijn veilige plek is geslaagd zodra ik tevreden ben en mijn motortje aan zet zo van ‘PRRR PRR PRRR’, dan weet onze mensenbroer genoeg.”

Furschil

Jajim: “Frou Frou en ik furschillen ook qua veilige plekjes best veel van elkaar. Dat is mooi, want zo hebben we allebei altijd een plekje die we niet hoeven te delen. Van mezelf vind ik mijn eigen geur erg belangrijk op mijn veilige plek. Of catnip, dat mag ook. En ik moet meteen aan snackies denken, daar heeft mijn zusje helemaal niets over gemiauwd.
Met een gevulde maag voel ik mij altijd direct een stuk zekerder van mezelf en hoef me geen zorgen te maken over die bromvlieg die nog op mijn to-do lijst staat. Zelf lig ik het meest veilig in een lig holletje of krabton. Van die krabbeltonnen hebben we er twee staan en ze komen regelmatig goed van pas. Dat is vooral als de reismand tevoorschijn komt of als onze mensenbroer anders doet dan gewoonlijk en zogenaamd met een snack aan komt en met een net iets te onschuldige stem zegt ‘kijk eens wat ik voor jullie heb?’ Nog voor onze mensenbroer de vloeistof of pil of wat dan ook heeft gedruppeld of in mijn bek heeft gestopt voel ik al nattigheid. Tijd voor de veilige plek dus, ik trek een sprintje naar één van de twee krabtonnen.
Zodra hij bij me is met het pipetje al geopend, krijgt hij een waarschuw-grom. Zo waarschuw ik hem alvast voor mijn vers gepedicuurde, aangescherpte stiletto’s, want ik zal ze gebruiken als het moet. Het voordeel aan zo’n ton met holletjes is dat je mens wel kan proberen je eruit te pakken, maar dat je je makkelijk met vier poten tegelijk kan verweren. Wel moet ik eerlijk miauwen dat, los van die momenten waarop we een pil of koude druppels moeten, er weinig momenten zijn waarop we een veilige plek nodig hebben. Alleen als de monteur komt. Dat was dit jaar drie keer.
En dan deden we iets wat we niet vaak doen; Frou Frou ging in het middelste mandje liggen en ik ging op datzelfde mandje naast haar staan. We liggen nooit bij elkaar maar als er iets raar of nieuw is dan vinden dan zoeken we toch steun bij elkaar, dan is het toch fijn dat je Saame bent. Gelukkig is onze hele woning nu een veilige plek zolang we met onze eigen mensenbroer zijn.”

Heb jij ook een veilige plek? Als je niet weet wat je veilige plek is, moet je je eens voorstellen dat de bel gaat. Waar zou jij als eerste naartoe rennen?

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou