Categorie archieven: Willem & Jajim & Frou Frou

Jajim en Frou Frou over het tropenschema

Miauw lieve lezers, wat een omslag he? Een week of 2 geleden hadden we het nog koud en nu vallen de mussen van het dak. Spreekwoordelijk dan. Vandaag gaan we miauwen hoe wij de tropische temperaturen doorkomen in ons appartement.

Jajim: “Ons hele schema furandert met het weer mee en dat zal bij onze furriendjes vast niet anders zijn. Waar we met gewoon rustig lenteweer lekker de hele dag de ren in en uit kunnen lopen wanneer we willen, gaat nu ‘s middags de deur dicht.
Daar vind ik wat van want het liefst lig ik met al mijn poten gestrekt op de campingstoel in het zonnetje te dommelen. Met vogelgeluidjes op de achtergrond en het getik van spelende duiven op het dak van de buren hiernaast. Er valt zoveel te bekijken en te beleven vanaf onze furdieping, we zitten purrcies op vlieghoogte van de vogels dus we hebben altijd aanspraak.”

Afkoelen

Frou Frou: “Jullie vragen je vast af waarom we dan niet gewoon naar buiten mogen om in de zon te relaxen, zoals een heleboel tweevoeters nu doen. Het komt omdat onze mensenbroer zegt dat het buiten te heet is, zelfs nog heter dan binnen.
De afgelopen nachten bleef het warm, waardoor ik de lentekriebels weer kreeg en midden in de nacht voelde; ik moet NU spelen. We hebben zo’n ballenbaan en als je er een slinger aan geeft, tikken die balletjes keihard tegen elkaar aan, zo van PATS. Onze mensenbroer was purr direct wakker toen ik ging spelen maar hij vond het niet erg. Hij zei dat het nu tenminste genoeg was afgekoeld voor een spelletje en speelde even mee.”

Avontuur

Jajim: “Nadat Frou Frou was uitgespeeld en het binnen genoeg was afgekoeld ging onze mensenbroer slapen. Eindelijk, want nou kan het avontuur beginnen. Ik ging in de deuropening van het balkon zitten. De geluiden klinken anders in de donkere nacht. Er ritselde een blaadje in de goot en ik sloop er naartoe, om furvolgens vliegensvlug toe te slaan. Het was een blaadje met een zaadje erin maar dat maakte me niet uit, het kraakte lekker tussen mijn slachttanden en het had wel wat bijzonders.
Na het vangen moest ik even uitrusten in de campingstoel, die ene met liquid snack houder. Maar er was geen snackie meer te bekennen. Scheelt dat we een furzameling aan plantjes hebben staan waar ik (op dat aardbeienplantje van laatst na) nog niets mee gedaan had, tot nu toe. Terwijl je daar ook heerlijk je tanden in kan zetten. Ons kattengras had de hitte namelijk niet helemaal goed doorstaan, het sappige was eruit. Katzijdank stond er verse rucola en de aardbeienplantjes die ervoor stonden waren furschoven. Nu was mijn kans, er stond me niks meer in de weg. Het was dan wel geen kattengras, toch leek wat groens me wel smakelijk. Met mijn snorharen tikte ik het plantenpotje aan en voorzichtig nam ik een hapje uit één van de groene bladeren. En nog eentje, en nog eentje.
Hmm, anders dan kattengras, het was een beetje kruidig maar best een purrima alternatief. Tot onze mensenbroer wakker werd van het gerinkel, het plantje stond op een bord voor het water. ‘Poes toch, die is niet voor jullie… die rucola was voor in mijn salade’ zei hij met een slaperige stem. De reserve-aardbeienplant werd ervoor geschoven zodat het rucola plantje veilig was voor mijn tanden. ‘Als het ochtend is, krijgen jullie weer een extra smakelijk ontbijtje, beloofd’, hij gaf me een aai en ging terug naar bed.”

Koude traktatie

Frou Frou: “Zelf ben ik niet zo van het avontuurlijke zoals Jajim hoor, dat is me net iets te furmoeiend. Zoals altijd knuffel ik liever, hoewel het met de tropische warmte zelfs mij soms iets te warm wordt op schoot. En op het balkon wordt het me ook te heet onder de pootjes. Daarom heb ik bedacht om gewoon heel dicht bij onze mensenbroer te gaan zitten, dan aait hij mij vanzelf wel. De warmte is ook wel een ding met mijn gezondheid.
Begrijp me niet furkeerd hoor, ik ben een blije poes, alleen heb ik eerlijk gemiauwd ook mijn astma waardoor onze mensenbroer extra op mij let en meer lekkers geeft. Helemaal geen straf eigenlijk, want nu het kei heet is binnen én buiten krijgen we iets speciaals en wij noemen het kattensoep, of Catspacho. Het recept is heel simpel, ons favoriete natvoer wordt helemaal fijngeprakt met water, zodat we genoeg vocht binnen krijgen, en ook voor de furkoeling.
Jajim vindt het stom dat het gemixt wordt maar ik ben dol op Catspacho en ben meteen klaarwakker zodra het KLAK-geluid van het blikje klinkt. Het recept staat hieronder want er komen nog een heleboel keihete dagen aan dit jaar furmoed ik, en zo kan jouw mens het ook maken.

Catspacho:

1/2e blik van je favoriete natvoer
50ml water
Een vork en schoteltjes

Verdeel het natvoer over de schaaltjes met een vork. Nu kan je er water bij doen, voor de minder goede eters is het belangrijk dat er niet te veel water bij gaat want er zit al vocht in het eten. Daarom heet het natvoer.
Nou kan je mens alles goed fijn prakken. Water uit de kraan is prima want het moet niet te koud zijn voor je buikje.”

Momentje

Jajim en Frou Frou in koor: “We willen ook even een momentje nemen voor Tommy en zijn mensen. De ene dag kregen we zoals elke week een purrichtje van Tommy op ons furhaaltje en de dag erna hebben de sterren hem geroepen.
Onze lieve, trouwe vriend is nu bij alle andere stralende sterren, maar wat hadden we hem zo graag nog veel langer beneden gehad. We sturen heel veel troostende kopjes naar zijn voltijd- en deeltijd mensen die Tommy het allermeest missen. We furgeten hem nooit en weten zeker dat alle andere sterrenfurriendjes hem een (super)warm welkom hebben geheten.”

Hoe gaan jullie om met de hitte?

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou: hoe we aan onze namen komen

Miauw lieve allemaal, daar zijn we weer met onze donderdagse letters. We hebben pootje gedrukt om te bepalen waar we vandaag over gaan miauwen. Nu willen jullie natuurlijk weten wie er gewonnen heeft met pootje drukken?

De spanning was om te snijden, je kon een snorhaar horen vallen, zo stil was het in de kamer. Strak keek ik Frou Frou aan en fronste een beetje. Met mijn strenge frons, die ik extra aanzet met de witte bliksemschicht boven mijn neus, voor karakter. Ze keek me wat onzeker maar geconcentreerd aan, de kussentjes van onze linkerpoot stevig tegen elkaar aan gedrukt, maar we bleven allebei purrcies in het midden. Zo zaten we al zeker 6 minuten lang en Frou Frou is helemaal niet van de confrontaties. Ik houd daarentegen wel van een potje tikkertje, of in dit geval een serieuzer potje pootje drukken. Onder mijn andere drie poten waarmee ik op de tafel stond, begonnen zich kleine zweetdruppeltjes te vormen en ik voel mijn stand verslappen. Zou dat bij Frou Frou ook zo zijn? Als je je tegenstander maar genoeg vermoeid, komt de ofurwinning vanzelf. Ik zocht mijn moment uit en toen, als een verrassings-move, zette ik extra kracht met mijn poot tegen die van Frou Frou en BAP! Haar pootje ging met een klein plofje tegen de tafel. Laat die snackies maar komen.

Saame spelen

Jajim: “We spelen niet zo vaak Saame, Frou Frou en ik. Alleen met het klosje veren aan een touw en een stok, die dingen klapwieken ook zo indrukwekkend door de hele kamer heen. Vandaag deden we een intensief spel, pootje drukken. Dat speelde ik wel eens met Willem, Frou Frou is meer van de sierlijke spelvarianten zoals bromvlieg vangen of achter lintjes aan springen. Dus waaróm deden we dan aan pootje drukken? Dat komt omdat we Saame onze letters maken en deze keer wilden we allebei over iets anders schrijven. Nu ik gewonnen heb, gaan we het over onze namen en bijnamen hebben, en vooral hoe we daaraan komen. Voor ik verder typ, strek ik mijn pootjes uit en klauw met mijn nagels in de stof van een sierkussen. ‘Poes… poe-hoes’ klonk het meteen vanuit de keuken.”

Bijnaam

Jajim: “Vinden jullie het ook niet gek dat onze mensenbroer mij vaak Poes noemt, terwijl ik Jajim heet? Dat zit zo. Het is vanuit de tijd toen ik nog wilde haren had en als kitten door het huis rende. Ik was zo klein, wollig en snel dat onze mensenbroer vaak niet wist waar ik was. We woonden toen nog ergens met twee verdiepingen en ik kon rondjes rennen van de woonkamer naar de hal, linksom via de keuken terug met een sliding de woonkamer in. Beneden was een supurr plek voor furstoppertje. En als hij me dan bijna vond, was er nog een trap waar ik met mijn kittenpootjes keihard overheen kon rennen. Ik woonde pas net bij mijn mensenbroer en had nog geen naam. Ook niet in mijn poespoort. Op mijn furjaardag, geslacht en kruising na stond er niks. En onze mensenbroer wilde toch af en toe weten waar ik zat, of gewoon iets naar me roepen voor de gezelligheid. ‘Nu je hier woont heb je ook een naam nodig’, zei hij. Kort daarna kreeg ik een tijdelijke naam; Poes. Echt heel veel fantasie zit daar niet in vind ik, maar verder voelt de naam goed. Zo goed dat ik er nog steeds op reageer. Of ik er ook naar luister hangt van de situatie af. Pas na drie weken denken kwam er een naam in hem op. Twee zelfs: Jajim Robinson, want ik furdien ook een achternaam, zegt ‘ie. Jajim is niet echt een woord, het is helemaal furzonnen vanuit zijn kindertijd en het betekent eigenlijk biggetje, en het betekent ook mascotte en in Spanje noemen ze een huisdier ‘mascota’ dus dat lijkt erop. Ik vind het wel prima, het liefst heet ik Jajim Poes want die namen snap ik allebei.”

Kruimeltjes

Frou Frou: “Zo, mijn grote zus Jajim zit weer op de miauwmand. Als die eenmaal begint met miauwen…. Goed, het furhaal over hoe ook ik aan een naam kwam. Dat ging bij mij heel anders want ik kwam net van de straat en had niet eens een poespoort, dus niemand wist wie ik was. De lieve mensen die mij en mijn broertjes van een schoolpleintje hadden gered, gingen een poespoort voor ons maken, dat was nodig voor de witjas en voor het officiële. Omdat mijn broertjes en ik nog zulke mini kittens waren, leken we wel een stelletje kruimels. Zo kwamen mijn broertjes aan hun koekjes namen, zoals Oreo en Cookie. Nou moest er nog een derde koekjesnaam komen zodat iedereen wist dat we bij elkaar hoorden. Mijn mensenbroer en de andere kattenmensen gingen keihard nadenken en uiteindelijk hadden ze het; Frou Frou, dat spreek je uit als Froe Froe. Chique he? Plus, een koekjesnaam vind ik purrsoonlijk wel goed bij me passen want ik ben, al miauw ik het zelf, ook altijd zoet en nog steeds klein. Toen ik mijn gouden furrever mandje kreeg, kwam er ook een bijnaam bij. Op een dag toen onze mensenbroer mij weer eens liep te zoeken gebeurde het. Mensenbroer riep en riep, maar ik kwam niet. En opeens klonk het ‘Kruimeltje’, want hij had al heel vaak Frou Frou geroepen, en sinds die dag noemt hij me ook wel eens Kruimeltje, omdat ik zo klein ben en me goed kan furstoppen en zo zoet ben als een koekje.”

Hoe kom jij aan je naam?

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou over slapen en wakker zijn

Frou Frou: “Midden in de nacht toen het donker er nog was, werd ik wakker van een geluid dat zo door de stilte heen sloop. Nog half in dromenland met mijn oogjes op een kier keek ik naast me, naar de grote mensenmand, en jawel, het was onze mensenbroer die mijn catnap furstoorde. Hij lag te frummelen met de dekens en draaide en draaide maar het hielp niks.

Weer draaide ‘ie mijn kant op met zijn ogen half open en zag dat mijn oogjes ook al half open waren. ‘Ha lieve Frou Frou’, klonk het bijna fluisterend ‘het is nog lang geen tijd, maar ik denk dat mijn grote dut voorbij is.’
Hij tilde de dekens op en meteen wist ik wat me te doen stond. Gewoonlijk hoeft hij niet eens te gebaren. Ik rekte me eens goed uit en strekte mijn pootjes tot over de houten rand van mijn mandje. Nog een beetje wankel van het abrupt wakker worden liep ik naar de grote mensenmand en stak mijn neus onder de dekens. ‘Kom maar bij me knuffelen, misschien slapen we Saame nog even verder’. Hij zei het zachtjes in de hoop dat Jajim niet wakker zou worden, want dan is het meestal gedaan met de nacht. Slaperig en tevreden kroop ik onder de warme dekens en draaide drie rondjes voordat ik wist hoe ik moest liggen.
Uiteindelijk was dat purrcies tussen zijn hoofd en schouder in, ook al had ik nog geen zin om zijn haren te wassen, of die van wie dan ook. Mijn meest favoriete deel van de dag is nog steeds dat moment vlak na het wakker worden, wanneer we Saame nog even blijven liggen om te knuffelen. Maar vandaag was het zelfs voor mij een beetje vroeg.”

Stille nacht

Jajim: “Ze deden dus kei stil, zo stil dat het vanaf mijn mandje bij het raam nauwelijks te horen was. Kunnen ze doen, toch had ik het wel door hoor. Ik zat gewoon nog middenin mijn droom en die moest eerst af. Mijn maag rammelde immers nog niet, dus even verder slapen kon best. Pas toen de eerste zonnestralen voorzichtig tussen de gordijnen door glipten, deed ik mijn ogen open.
Meteen volgde een gaap en een MAUW en ik strekte mijn pootjes goed uit om me klaar te maken voor de dag. Met één blik op de grote mensenmand zag ik dat onze mensenbroer wakker was, dus zoals altijd sprong ik van mijn plekje af en trippelde miauwend naar hem toe. Zon door de gordijnen en een wakkere mensenbroer betekent knuffel-en-ontbijt tijd.”

Erwt

Frou Frou: “Mijn meest favoriete slaapplekjes zijn altijd heel zacht. Het beste ligt mijn mandje bovenop de grote mensenmand of een dik kussen. Daarom noemt onze mensenbroer mij ook wel de prinses op de erwt. Purrsoonlijk weet ik niet waar hij het over heeft want er ligt toch helemaal geen erwt in mijn mand? Dan zou ik er echt niet gaan liggen hoor.
Het schijnt iets te zijn wat mensen zeggen als je een luxepoes- of kater bent. Met luxepoes-zijn is niks mis, vind ikzelf. Onze mensenbroer zegt dat zijn mensenmand niet zacht genoeg meer ligt sinds het gedoe met het Paasei op zijn poot. Zou hij nu dan de prins op het ei zijn?”
Jajim: “Wat er allemaal gebeurt en waarom hij eerder wakker is, snappen we niet zo goed. Iets met een erwt of een ei dus, maar dat klinkt toch helemaal niet logisch? Hoe dan ook, we hadden het vroeger heel gezellig gevonden hoor, om ‘s nachts Saame te knuffelen en te spelen.
Maar Frou Frou en ik zijn geen kittens meer, nu we allebei senior zijn hebben we onze extra catnap nodig. En dat is wel eens knap lastig met zo’n wakker mens om je heen.”

Wilde haren

Jajim: “Nadat ik Frou Frou’s restjes heb opgeruimd en mijn snorharen heb afgelikt, kom ik furhaal halen bij onze mensenbroer. Want waarom is hij tegenwoordig tijdens het donker alweer wakker? Die tijd was toch voorbij sinds dat gedoe met de klok? Hij ging op de bank zitten, klopte op zijn been en zei ‘kom maar hier, Poes’. Dus ik sprong omhoog en nestelde me bij hem op schoot terwijl hij furtelde.
Frou Frou lag op haar troon naast ons en spitste haar oortjes. ‘Het heeft niets te maken met een erwt, meisjes’ zei hij tegen ons allebei. ‘Soms hebben mensen iets waardoor ze veel meer wakker zijn en het heet in-som-nia’. Furvolgens ging hij verder met zijn uitleg. Toen ik nog een jonge poes was bezorgde ik hem iets soortgelijks zei die, maar toen kwam het niet vanuit hem zelf. Het had te maken met mijn wilde haren. Hij furtelde dat ik heel veel wilde spelen en ontdekken.
Nu hij het zegt, herinner ik het me weer. In het donker is alles ook gewoon veel spannender toch? Het liefst sloop ik onder de grote mensenmand door om te ontdekken wat daar allemaal lag en of er niet ergens een furpakking lag die open kon. Of om te spelen met krakend plastic, op de grote mensenmand te springen alsof het een springkasteel is en spulletjes van het nachtkastje te meppen. Het maakte mij niet uit hoe laat het was, er was altijd tijd voor ontdekking.”

Frou Frou: “Mijn grote zus was echt heel lang speels en dan vooral in de nacht. Zelf was ik als kitten al rustig. Spelen doe ik alleen met een hengeltje met touwtjes eraan, of ik roetsj keihard omhoog naar de hoge kast via de krabpaal als mijn energie eruit moet.
Maar waar ik echt een neusje voor heb, is doorhebben wanneer onze mensenbroer wakker is. Want als de wijzers in de klok zitten, zal er geknuffeld worden.”

Wat doe jij als je mens (wel of niet) slaapt?

Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou over een kat-en-mousse spel

Miauw lieve lezers, de week zit er weer bijna op dus wij mogen weer letters miauwen. De ene keer maken we van alles aan avontuur mee en de andere week is het rustig. Nu zaten we in de rustige week dus we hadden mini-avontuurtjes. Dat is voor de balans denken we.

Mini-avontuur

Jajim: “Nu denk je vast, wat is een mini-avontuur? Het kan van alles zijn en het furschilt per katerman of poezendame wat bij je past. Zelf houd ik ervan om overal bij te zijn. Bij het tanden poetsen, eten, plantjes verpotten, met spulletjes rommelen, ochtend- middag- en avondrituelen; ik wil het allemaal zien en meemaken. Onze mensenbroer noemt mij dan ook wel een miauwsgierige poes maar dat moet hij zelf weten. Ik vind dat als je er niet bij bent, alles zo alleen voelt. Saame is alles toch veel gezelliger?
Mensenbroer zegt wel eens dingen als ‘kijken doe je met je oogjes poes, niet met je neus’ en ‘jemig, poes, wil je niet zo tussen mijn benen door rennen als ik met hete koffie rondloop?’. Hij zegt nog veel meer hoor, soms te veel. Dit zijn voorbeelden van het weekend toen ik meehielp met koffie zetten. Waargebeurd dus. Je zou denken dat het gewaardeerd wordt als je overal bij helpt? In mijn geval is dat niet altijd zo. ‘Je kan ook overdrijven’, vindt onze mensenbroer.”

Mier

Frou Frou: “Van mezelf houd ik meer van rust en voorspelbaarheid. Mijn zus Jajim is al miauwsgierig genoeg en is overal bij. Dan hoef ik alleen nog alles vanuit mijn mandje in de gaten te houden, waar ik af en toe mijn ogen even dicht laat vallen. Waar ik wel graag bij help is tuinieren en dat wordt wel gewaardeerd hoor. Alleen al door onze lavendelplant want die ziet er veel beter uit nadat ik ‘m onder poten heb genomen. Dat was aan het begin van dit weekend niet anders. Het was purrachtig weer en ik stond al op de deurmat toen onze mensenbroer thuis kwam. Een hoge ‘MIEUW’ tegen de nog dichte balkondeur en onze mensenbroer (en portier) begreep het; die deur moet open.
Meteen toen die open zwiepte, sprong ik met een boogje HUP de drempel over naar buiten. Ik kon niet wachten om hallo te zeggen tegen alle plantjes op het balkon en de bijen in de frambozenstruik. Net toen ik bij de reserve aardbeienplant stond, voelde ik iets kriebelen op mijn pootje. Het was een mier en hij liep zo over mijn witte sokje heen. Na eerst even furbaasd naar mijn poot te kijken voelde ik mijn instinct opkomen en begon tikkertje te spelen met de mier. Spannend dat het was! Want de mier was best wel snel en ik moest heel goed kijken omdat ‘ie zo klein was. Heel even zat hij stil en toen deed ik ‘PATS’ met mijn pootje.
Toen ik mijn poot weer optilde deed de mier niet meer zo veel. Net op dat moment liep onze tweevoeter naar buiten en bekeek mijn beteuterde snuitje. ‘Kop op meisje, het zonnetje schijnt. Wat is er aan de poot?’ Vroeg hij. En toen zag hij de kleine mier in het gootje. Jajim zou ‘m al lang opgevroten hebben, maar ik had niet zo’n trek in mier. Eigenlijk had ik sowieso niet veel trek.”

Furrandering

Jajim: “Ik lag net lekker in de zonnestraal weg te dromen toen mijn schoonheidsslaapje verstoord werd. Onze mensenbroer had de kastdeurtjes vlak naast mij open getrokken en was mompelend aan het schuiven met zakjes en blikjes.
‘Nee niet die, ook niet die…’ Hij leek gestresst. Normaal gemiauwd is hij veel vrolijker als hij ons een weekend hapje geeft. Dus ik stak vragend mijn koppie tussen de blikjes. ‘Het is je zusje, Frou Frou, ze heeft haar prooi in de goot laten liggen’ legde hij uit en zocht verder naar de ultieme, sappige lievelings mousse terwijl hij furtelde waarom. En láng dat het duurde, dat zoeken. Een beetje ongeduldig gaf ik kopjes tegen zijn hand wat ‘schiet nou op’ betekent.”

Frou Frou: “Eigenlijk had ik dus gewoon een mini-avontuur van het spel met de mier. Maar heb ik mezelf furraden door de mier niet op te eten of katdo te doen. Ik deed er gewoon niks mee. En toen gingen er alarmbellen rinkelen, zo noemen tweevoeters dat. Die van ons was het wel opgevallen dat mijn buikje platter werd en dat ik na een paar likjes genoeg had van welke lekkernij dan ook.
Maar het laten liggen van mijn prooi was de spreekwoordelijke druppel. Vorige week haalde ik ook mijn neusje al op voor een verse bromvlieg. Ondertussen had ons mens blijkbaar gevonden wat hij zocht tussen de berg blikjes want hij liep naar de keuken en Jajim volgde hem op de voet. Soms denk ik dat Jajim door blikjes heen kan ruiken want ze weet het al voordat zo’n blikje met een KLAK open gaat.

‘TIK TIK TIK’ klonk het vanuit de keuken. Altijd klinkt hetzelfde lokgeluidje als we wat lekkers krijgen, ook al hoeft Jajim niet gelokt te worden. ‘Eéétenstijd!’ Jajim maakte van ongeduld een paar schijnbewegingen naar het bakje, gevolgd door een langgerekte miauw. Voor de vorm liet ik toch een paar klanken van het kattenconcert horen. Probeer daar maar eens een snorhaar tussen te krijgen.
Een paar tellen later stond het bakje met kalkoen-konijn mousse voor mijn neus, mijn lievelings. Enthousiast nam ik het ene hapje na het andere en liet het deze keer maar voor de helft staan. Zo ga je van een rustige dag met een mier opeens naar een avontuur met furplicht extra mousse eten.”

Hebben jullie ook weleens dat je dag onfurwachts verandert, en wat doe je dan?

Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou

Jajim en Frou Frou over de speciale dag

Miauw lieve allemaal, het zal geen van onze furriendjes ontgaan zijn. Deze week hadden we een speciale dag. Heel Nederland kleurde oranje. Er werd feest gevierd zelfs tot achter de regenboogbrug, en hoe.

“Laat mij het maar even demonstreren, Frou Frou. Jij en Jajim moeten er nog van leren” klonk het wijs vanachter zijn lange snorharen. Hij likte zijn slachttanden af en keek strak vooruit. Willem stond met zijn buik laag bij de deurmat, vier knieën gebogen, klaar om te springen zodra het doelwit dichtbij genoeg was. ‘Brzzzz-TIK, TIK, TIK’, de kleine zwarte schim vloog wild en wanhopig heen en weer tussen het hoge raam en het gordijn. Zijn vrijheid lag een halve meter naar rechts, waar de balkondeur nog open stond. Onze brommende vriend had geen idee meer waar binnen of buiten was. Zonder een snorhaar te bewegen, zo stil, hielden we de vlieg in de gaten. ‘PATS’, met een razendsnelle beweging greep Willem tussen het gordijn en het raam, purrcies op het moment dat de bromvlieg binnen pootbereik was. Beet! “Leve de Koning, leve de Koning!” riepen al onze furriendjes. Plots stonden we op een groot, zonnig grasveld waar de barbeque al werd aangemaakt en de tafels waren gedekt. Klaar om onze rammelende maagjes te vullen met de furschillende lekkernijen van Muisbezorgd. Met de krakend verse bromvlieg als voorgerecht.”

Wake up call

Frou Frou: “en toen klonk het van ‘TRRR TRR TRRR’. De wekker. Met een zacht piepje tilde ik mijn koppie op en keek naast me. Geen barbeque of grasveld, maar een mens. Een slapend mens. Wat teleurgesteld keek ik naar zijn toen nog gesloten ogen en stak een pootje uit naar zijn wang. Met een paar zachte tikjes er tegenaan kreeg ik hem wakker. Slaapdronken begon ik meteen over de lessen van Willem te tetteren en miauwde over de dag van de Koning. ‘Wat een timing, kleintje’ geeuwde mijn mensenbroer. ‘Was Willem uitgerekend vandaag in jouw droom?’ Geen idee wat hij nou purrcies bedoelde. Ik sprong in de vensterbank van de slaapkamer om wat anders te gaan doen en zag iets wat me vaag bekend voor kwam. Allemaal tweevoeters, furkleed in oranje. Rijen met rood-wit-blauwe kraampjes en er speelde ergens al Nederlandstalige muziek. ‘Leve de Koning!’ schreeuwden de letters op de gevel van het buurtcafé. Purrcies de kreet die ook in mijn droom voor kwam. Zou het weer die tijd zijn voor dat ene feest waarvan Willem altijd miauwde dat het iets met hem te maken had. Of heeft?”

Koning

Jajim: “hoe het nou helemaal werkt, daar zijn we nog steeds niet achter. We weten nu wel dat het feest door blijft gaan, ook nu onze Willem naar regenboogland is afgereisd. De tweevoeters en sommige viervoeters vieren met al hun poten op aarde zijn feest. Er blijkt een mensenman te zijn die ook Willem heet en toevallig ook een Koning is. Dat furzin je toch niet? Hoe dan ook, jullie hoeven je geen zorgen te maken. In regenboogland is Willem’s feest minstens zo uitbundig en gezellig Saame met alle andere sterrenfurriendjes.”

Vrijmarkt

Frou Frou: “oeps, even was ik weer in dromenland gesukkeld, zo op de vensterbank met de zon in mijn vacht. Hoe mijn droom verder ging? De ochtenden in regenboogland zijn altijd zonnig en purrcies warm genoeg. Kittens hadden hun fleece kleedjes al uitgerold met furschillende afdankertjes erop om te furkopen voor een extra brokje. Van licht fursleten mandjes tot kitscherige voerbakjes, eigen creaties of kraampjes met verse snackies, het liefst in oranje. Of een spelletje ‘vang het lichtje’ en een rondje in de krabbelton voor 50 cent. Vandaag mocht het allemaal. Toen de klok 12 uur sloeg, rolden de fleece kleedjes op en ontstond er een polonaise van volwassen katermannen en poezendames rond het grasveld. De kattenmelk en catnipwijn waren niet aan te slepen en op elke hoek van het veld kwam de geur van gefrituurde snackies je tegemoet. Ondanks dat het steeds drukker werd, viel er plotseling een stilte. Alleen het geknetter van de frituur was nog te horen. Alle koppen draaiden om. Lege bekertjes stuiterden op de grond, de menigte schoof uiteen en maakte plek in het midden. Op een hoge troon furscheen hij, Willem. Waarop de katermannen weer miauwden: “leve de Koning!” Willem zwaaide terug met zijn staart en miauwde: ‘de barbeque is geopend! Mrrrauw’, om daarna uit de hoge mand te springen en mee te doen met het feest. Ook al moeten wij Willem hier beneden missen, regenboogland is een Koning rijker.”

Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou