Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Er is iets met mijn tanden

tanden Mijn vrouw is slimmer dan ik. Want ik voel me raar in mijn bek en toen ging ik achter de kastjes liggen om op mezelf te zijn.  Ze snapte dat er iets was. Nou moet ik een operaazie.

Het is al snel.

Vind ik het moeilijk ja en nee.

 

Telefoon

Mijn vrouw ging met de dokter aan de telefoon praten. Ze had een foto gestuurd waarop ik gaapte. Dat was gewoon voor leuk en voor Feesboek maar niet voor anderen dus privacy was er niet bij voor deze jongen.

De dokter zei dat ze kon zien dat ik een zwerfkater op straat was geweest. En dat mijn tandvlees de verkeerde kleur had. En over onderzoek en foto’s maken en over de toekomst en over dinsdag komen de hele dag en over morfiene en toen dacht ik o dat is superspul om te wiewen.

Ik hou van wiewen. Dat je je superontspannen voelt op een  superduperfijne manier. Dus dat is het fijne.

Uit huis

Alleen wil ik liever niet uit huis. Maar het moet zegt mijn vrouw. Dat we in een taxi gaan heen en terug. En ik moet misschien ook een kalmerend middel dat zit in een capsule. Zij denkt dat ik dat zomaar opeet. Nou dat denk ik niet.

Mijn verkering Loesje heeft het ook aan haar tanden gehad. Nou heeft ze nog maar een paar tanden en ze kan daarmee heel goed eten, zelfs brokjes, hoe ze het doet weet ik niet maar ze doet het. Dus misschien wil ze me dat leren. Als er bij mij tanden uitmoeten, dat weet nog niemand. De dokter zei iets over last in de toekomst.

Knuffels

Thuis krijg ik nou extra knuffels en zacht aaien. Vind ik fijn. Ik voel nou opeens dat er echt wat aan de hand is met me. En dan heb je steun van thuis nodig en dat krijg ik gelukkig ook.

Nog steeds niet op schoot

op schoot  Ik durf nog steeds niet op schoot. Stom, hè? Mijn vrouw vraagt het soms aan mij met zo’n zachte stem. “Bertje, kom je?” Maar het gaat niet.

Ik ben hier nou drie jaar en ik ben nog nooit bij haar op schoot geweest.

Vroeger

Voor mij woonde Tim hier, een kleine rode kater. Hij had ook angstklachten, maar hij ging wel op schoot. En soms als mijn vrouw op de bank lag, dan ging hij zomaar op haar liggen en dan sliepen ze samen terwijl ze hem zachtjes vasthield. Dat heeft ze aan me verteld. Toen dacht ik meteen, moet ik dat ook, maar het hoefde niet.

Ik hoef alleen te doen wat ik durf, zei ze. En wat ik fijn vind.

Ze vertelde ook dat als Tim bang was, dat hij dan aanviel met bijten en woest kijken. Als ik bang ben, maak ik me klein en ik hou me stil. Iedere kater is weer anders.

Proberen

Ik heb best geprobeerd om op schoot te gaan. Een keer zat ik op de bank achter haar stoel en toen schoof ze de stoel tegen de bank aan. Zij keek. Ik keek. “Toe maar,” zei ze. Ik zette een pootje vooruit en daarna mijn andere poot en toen moest ik overstappen maar ik kan niet door de lucht lopen dus het ging niet. En ik snap een schoot ook niet, volgens mij sta je dan niet stevig en dat moet wel.

Dus ik zette een stap terug. Ze gaf me knuffels en ze zei dat het niet gaf maar ik voelde me toch raar van binnen. Want ik wist dat ze het graag wilde en ik deed het toch niet dus dat was moeilijk voor mij. Als je samenwoont moet je dingen voor elkaar doen.

Misschien

Drie jaar is best jaar om te oefenen. Misschien lukt het wel nooit. Ze zegt dat het niet geeft. Ik wil het wel en ik wil het niet. Raar hè?

Superlange knuffels zijn mijn ideaal

Superlang aaien vind ik het fijnste. Dat het de hele tijd doorgaat en dat je dan helemaal slap bent van binnen en je voelt dat je heel erg fijn samen bent. Lange knuffels zijn mijn ideaal.

Soorten knuffels

Ik heb geleerd dat er heel veel soorten knuffels zijn. De ochtendknuffel is altijd nadat ik brokjes uit de brokjesbal heb gegeten. Dan ga ik op mijn kussen liggen en dan komt mijn vrouw erbij. Ze zegt dan haast niks. Dat hoort ook bij de ochtendknuffel dat je samen heel voorzichtig aan de dag begint.

De avondknuffel heb ik voordat de dag afgelopen is dus dan gaan we naar boven om te slapen. Die is ook op de bank maar dan met praten. Dan zegt ze van alles met een speciale knuffelstem. Vind ik superfijn. Dat is knuffelen voor mijn binnenkant. Ik heb dat ook nodig, maar daar gaat het nou niet over.

Tussendoor

Dus dat zijn mijn vaste knuffels. Ochtendknuffel en avondknuffel. Maar er zijn ook tussendoorknuffels die horen er ook bij.

Na het avondeten wil ik dat ze me aait en dat ze zegt hoe goed ik kan eten en waarom dat zo belangrijk is. Dan ga ik erbij spinnen.

En in het weekend of als de zon schijnt of als we alletwee moe zijn dan gaan we op mijn tapijtje liggen voor een lange knuffel. Ik bedoel dat ik op mijn tapijtje lig en zij ligt bij me en dan gaat ze me kroelen en knuffelen. Het filmpje is van dit weekend dat we zo lagen. Dan vind ik van alles fijn, op mijn buik en ook borstkroelen en dat ze een beetje me heen en weer schudt met haar hand en dan heel zachtjes.

Ja  en dan zijn er ook kleine tussendoorknuffels en ik word af en toe ook even geaaid en dan geef ik ook kopjes. Volgens mij ben ik een knuffelkater.

Is het zielig als je de enige kat in huis bent?

enige kat Is het zielig als je de enige kat in huis bent? Daar dacht ik weer over na. Want Loesje schrijft dat ze met meer katten woont en dat ze het heeft geleerd, hoe dat moet bedoel ik.

En toen dacht ik of ik dat ook wilde. Misschien is het fijn na het wennen.

Maar ik wil het liever niet.

Andere katten

Vroeger toen ik nog in het asiel woonde, kreeg ik best vaak tijd om vrij rond te lopen. Ze hadden daar een buiten. Ik liep er niet alleen er waren ook andere katers en poezen. Daar kon ik wel tegen ik bedoel dat ik geen ruzie maakte maar ik wilde ook geen vrienden maken. Ik was nogal op mezelf.

Misschien ook omdat ik van binnen alles niet zo goed wist. Want ik kwam van de straat af en daar was alles moeilijk geweest, dus als je dan binnen zit bemoei je je liever niet met de rest, je kunt nooit weten. Ik was dus nog een beetje straatkater.

Die andere katten, nee.

Thuis

Nou en toen kwam ik hier. Hier, dat is in dit huis met kamers en trappen en er is één mens dat is een vrouw en wij wonen dus samen. Er zijn geen andere dieren.

Soms gaat mijn vrouw weg, ze zegt dat ze geld voor brokjes moet verdienen. Ik heb liever dat ze thuis blijft.

Met haar kan ik wel samen zijn. Een vrouw is toch anders dan een kat. Van binnen voel ik me nou ook zekerder, dat is omdat ik snap hoe het leven hier gaat. Elke dag is bijna hetzelfde als de andere dus dat is goed.

Ander

Daarom wil ik er ook niemand anders bij. Mijn leven is nou rustig en ik voel me veilig en het is zij en ik samen en dat is serieus waar genoeg voor mij.

Alles is weer normaal volgens mij

normaal Alles is weer normaal volgens mij. Ik bedoel dat de hitte weg is en ik weer van alles kan doen. Alleen nou weet ik niet meer wat normaal was.

Het liefste wil ik dat ik op de bank lig te slapen en dat mijn vrouw me dan aait of gewoon haar hand op me legt en dat ik dan zo slaap. Maar ze zegt dat ze ook wil computeren en dat ik een eigen dagbesteding moet hebben.

Vensterbank

Dus ik ben nou op zoek naar een dagbesteding. Ik zit graag in de vensterbank, dat is om te zorgen dat het in de straat rustig blijft maar ook omdat ik wil weten wat er gebeurt. En ik vind het fijn om als het donker is naar de autolampen te kijken. Die lampen. Ze bewegen en ze zijn opeens weg. Dan zijn er weer andere en die zijn dan ook opeens weg. Kan ik uren naar kijken, vooral ’s nachts dan is het huis stil. Ik slaap ook wel met mijn vrouw mee maar niet de hele tijd.

Spelen

Dus dan heb je overdag. Ik zit op feesboek en ik slaap wat extra wegens de nacht, en ik kijk naar de straat en ik voel dat ik nog helemaal geen zin in spelen heb. Misschien is dat weg door de hitte.

Als ik goed naar de bak ben geweest dan ren ik wel en ik hang dan ook aan de krabpaal maar dat is geen spelen, dat is gewoon iets dat ik doe.

Laatst wapperde mijn vrouw met een lintje. Vond ik altijd heel erg leuk maar nou keek ik alleen even.

Knuffels

Dus het enige dat ik nou echt wil is knuffels en aaien. Gewoon voor het fijne gevoel op mijn vacht en ook om te voelen dat alles weer gewoon is en dat we weer echt samen zijn.