Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Gouda opgelet: kater Pim wil naar huis

Evi en Pim
Evi en achter haar Pim

Daar zit Pim. Witte voetjes, witte borst. Hij wil naar huis. Ik kreeg een mail van zijn vrouw en zijn vriendin Evi.  Ze zoeken hem.  Wil iedereen in Gouda opletten? Want Pim is de weg naar huis kwijt.

Zijn vrouw schreef me hoe gezellig ze het samen altijd hadden en dat mag ik op mijn site zetten.

Boom

“Ik  ging bijna elke dag met Pim en Evi een stukje wandelen. Dat was zo fijn. Dan gingen we samen naar buiten en liepen naar een heel mooi plekje, aan het water gingen we zitten op een oude boomstronk.
Dat kun je zien op de foto. Dat was ons lievelingsplekje. Ik zat daar dan een poosje te mijmeren. Ook Pim en Evi vonden dit een fijn plekje. Er was een hoop te zien, de eendjes in het water, soms de paarden aan de overkant van de manege, of de schapen van de kinderboerderij.
Pim zat hier het allerliefst, hij liep er altijd gelijk naar toe. Evi was wat voorzichtiger, maar kwam wel als ik haar riep. En ze deed dan wat Pim ook deed. We liepen hier altijd een blokje om, als ik vrij was ook overdag, anders in de avond voor de schemering. De mensen die we tegenkwamen kenden ons wel, soms hielden ze een praatje, ze vonden het wel apart dat mijn poezen meeliepen. Ze vroegen dan of ik ze uitliet, maar ik zei altijd, nee hoor, we lopen gewoon gezellig samen.

Pim

Dit is Pim

is Pim
Ik genoot ervan en Pim en Evi ook. Pim ging steeds verder mee, een enkele keer ook een bruggetje over. Evi niet, die blijf wachten. Ik liep dan vaak verder en soms ging ik wel een uur lang verder wandelen. Ik vond dat heerlijk, maar ook wel moeilijk want ik maakte me eerst wel wat zorgen over mijn twee lieverds. Maar ik merkte dat ze gewoon bleven wachten op mij. Zo bijzonder. Als ik terugkwam na zo’n lange tijd, zaten ze samen in een hegje. Heel ontroerend. Ik kon hier gewoon op rekenen, dus ik ging mijn rondje doen en als ik terugkwam bij het bewuste hegje, dan riep ik ze. En ja hoor, daar kwamen ze aan gerend. Dat was zo prachtig, ik genoot erven en Pim en Evi ook. Want ze gingen altijd mee.

Ons huis

Nu is Pim sinds juni niet meer thuis gekomen. En ik loop dus nog steeds hetzelfde rondje, maar het is wel anders. Ik doe het niet meer zo vaak. In het begin wel, toen ging ik elke avond op zoek naar Pim. Evi liep mee, soms tot het hegje, soms wat verder. Maar ik durfde niet meer zo heel ver te gaan, ik was bang dat Evi dan misschien toch mee zou gaan en verdwalen. Ook Evi is wat minder avontuurlijk geworden, ze blijft nu altijd in de buurt van ons huis. Is niet lang meer buiten.

Dit weekend is het vijf maanden dat Pim weg is. Ik heb weer in heel Gouda flyers opgehangen, omdat ik hoop dat hij nog ergens is en dat iemand hem van de foto herkent. Verder heb ik voor Pim een pagina op Facebook gemaakt, met hulp want ik ben niet zo handig, Pim de Cyper, heeft de pagina. Ik hoop nog steeds dat iemand hem vindt, hoe moeilijk het ook is om vol te blijven houden met hopen.”


Heeft u Pim gezien? Dan kunt u mij mailen dan stuur ik het door. Pim heeft nou ook een eigen feesboek: Pim de Cyper.   Als u in de buurt van Gouda woont of in Gouda zelf, kijkt u dan even op straat en in gebouwen? Streepjes – witte vacht – witte pootjes. Pim.

Waarom ik plat op mijn kop ben

plat Waarom ik plat op mijn kop ben. Dat weet ik sinds kort.  Ik zal het meteen zeggen ik heb daar een plat stuk voor de knuffels.

Aaien

Toen ik  pas uit het asiel was en met mijn vrouw ging samenwonen, wilde ik alleen langzaam en zacht over mijn lichaam aaien. Daar werd ik van binnen rustig van. Want als je als katerman opeens samenwoont, dat is niet niks. Ik had zoveel spanning dat ik elke dag ook flink wilde spelen. Rennen, rollen, muis onder de lap, het moest en het zou en het gebeurde ook. Pas daarna kon ik aaien en slapen.

Oren

In het asiel deden de vrouwen daar iets fijns achter mijn oor. Dat was een speciale techniek waardoor ik vanzelf met mijn kop scheef ging hangen. Ze friemelden op een klein plekje met hun vingers en dan duwde ik mijn kop er zo tegenaan. Man, man, wat een gevoel.  Mijn vrouw probeert het ook maar het voelt toch anders. Kan ook door de situuazie komen, nou ben ik meer knuffels gewend. Of asielvrouwen kunnen iets extra’s,  dat ze geheim houden.

Plat

Aan samenwonen ben ik nou gewend en het is best fijn. Behalve dan dat ze soms weg gaat daar hou ik niet van. Ik ben een binnenkater dus dan moet zij een binnenvrouw zijn, eerlijk is eerlijk.

Hoe het gekomen is weet ik niet, maar er was een dag dat ze met een paar vingers over mijn kop ging. Zoefff en dan zonder mijn oren aan te raken. Zoefff. De vingers gleden over het platte stuk en mensen wat voelde dat goed, ik begon meteen te spinnen. Dat platte stuk was dáár dus voor bedoeld. Voor twee vrouwenvingers die zoeff deden.

Waarom wist ik dat niet eerder?

Mijn vrouw geeft me daar ook kussen. Dat laat ik toe. Voor háár. Zij vindt het fijn. Ik alleen als het zonder geluid is en als ze mijn oren niet raakt en niet duwt. Net als vingers dus, al zijn die beter.

 

Was het een kunstje of was het dat niet?

  Deze foto heb ik pas op mijn Feesboek gezet en ik schreef erbij dat het een kunstje was.  Iedereen vond het leuk.

Later vroeg mijn vrouw aan me: “Bertje, weet je wel héél zeker dat het een kunstje was?”

En toen wist ik dat ineens niet meer.

Hoe het ging

Thuis ga ik best vaak op de foto dus dat ben ik gewend. Ik kan stil zitten als het moet of iets anders doen als het nodig is voor de foto. Mijn verkering Loesje zegt dat ik een mediakater ben en volgens mij is dat ook zo.

Dus ik zat te poseren. Mijn kop zus. Dan weer zo.  En toen wilde ik me wassen en toch weer niet. Of ik moest gapen en toch weer niet. Er was iets maar ik weet geeneens meer wat. Iets dat begon en niet meer verder ging.

Dus toen stak mijn tong er een beetje uit en zo kwam ik op de foto.

Expres

Ik deed het dus maar  een beetje expres en volgens mij is een kunstje iets dat je helemaal expres doet.  Ook als er iemand om vraagt. Daar moet ik nog op oefenen, geloof ik.

Kunstjes

Wat ik wel kan als mijn vrouw het vraagt, is een kopje geven. Zacht of hard net wat ze wil dat doe ik dan. Volgens mij is dat ook een kunstje.
En ik spring op de bank als ze dat vraagt. Dan zegt ze dat ik dat goed kan, springen.

Tong

Maar dat met de tong dat deed ik vroeger niet. Ik bedoel toen ik hier kwam te wonen. Het is iets dat ik dus heb geleerd. Misschien is het dus toch een kunstje.

Het is best leuk dat ik iets kan. Dan voel ik me toch een kater van betekenis. Maar ik vind ook dat een kater geen hond is, en ik weet dat een hond veel van kunstjes doen houdt, maar voor een kater hoeft het eigenlijk niet. Misschien één kunstje.

Als ik wiew dan weet ik niet wat ik doe

wiew

Als ik wiew dan weet ik niet wat ik doe. Echt serieus waar niet. Op de foto ziet u dat ik zo’n leuk groen visje heb. Daar zat spul in. Ik scheurde het open. Toen scheurde ik met de krant. Daarna heb ik superheerlijk geslapen.

Spul

Mijn vrienden op Feesboek dachten dat er catnip in zat, dat is kattenkruid. Vroeger kreeg ik dat weleens om te proberen maar het deed me nooit veel. Het is wel lekker of nou ja, een beetje dan maar verder niks.

Toen op een dag kreeg ik spul dat was valeriaan. Nou ik wist niet wat ik rook. Het was geen mensen-valeriaan maar katten-valeriaan, dat is anders.

Dus die dag ontdekte ik het wiewen. Dat is wat er in je kop gebeurt als je spul ruikt.

Wiewen

Als ik wiew dan voel ik me raar en anders op een fijne manier. Wat doe ik dan:

  • rollen en dan net iets langer dan anders
  • liggen en dan kijk ik naar de geuren die tegen me praten
  • ik wil dan heel zacht en lang geaaid worden
  • ja en volgens mij ga ik nou ook scheuren met de krant

Scheuren

Dat scheuren is heel eenvoudig. Ik hap en ruk met mijn kop. Scheurrrrr. Zo, weer een stuk eruit. Ik spuug het ergens neer of ik schud met mijn kop dan valt het vanzelf. Dat doe ik een paar keer net tot ik het niet meer leuk vind.

Die krant ligt ervoor op de grond. Voor mij. Ik heb er al hele stukken uit gescheurd dus ik zie vanzelf waar ik ben gebleven.

Mijn vrouw heeft die krant al uit. Dus het kan. Thuis krijg ik de krant altijd als tweedes. Daar ga ik op liggen en daar kan ik mee scheuren.

Erna

Na het wiewen ga ik lekker slapen. Heerlijk. En als ik dan wakker word wil ik eten en knuffels. Mijn vrouw vraagt dan: “Heb jij dat gescheurd?” Ja, kan best. Als ik wiew, dan weet ik niet wat ik doe.

Waarom het belangrijk is dat je goed moet liggen

goed liggen

Waarom het belangrijk is dat je goed moet liggen. Nou dat is heel simpel anders kan je niet slapen. Als ik lig en voel: dit is het niet dan blijf je liggen zonder te slapen. Dus dat moet niet.

Bank

Beneden heb ik een vaste plek om te slapen en dat is mijn kussen op de bank. Soms krijg ik dan een dekentje over me heen, een beetje maar hoor. Is moeilijk voor mij. Ik voel me dan benauwd en bang, net of ik niet weg kan. Dus dan haalt mijn vrouw het weer weg. Als ik op mijn kussen lig, kan ik naar mijn vrouw kijken als ze aan haar werktafel zit. Dus dat is gezellig.

Maar ik heb nou een tweede plek. Die is op het andere einde van de bank. Dan lig ik wel op de bank maar anders. Ik lig dan dichter bij mijn vrouw en ik lig ook nog eens achter een plankenkastje, dus helemaal superveilig.

Alleen, hoe moet ik daar liggen.

Deken

Eerst  had ik een handdoek op een dekbed om op te liggen net als boven op het bed. Dus dat was wel fijn maar toch niet dat ik zeg o wat lig ik hier lekker. Een bed is anders dan een bank. Daar lag het aan. Ik heb het serieus geprobeerd want ik draaide en keerde wel honderd keer om en nog lag ik niet lekker.

Dus de handdoek ging weg. En ik kreeg een deken.

Dat was ook wennen. Want iets anders, dat is toch anders dan je gewend bent.

Wennen

Als ik moet wennen, dat duurt dat zolang het duurt, dat zegt mijn vrouw en volgens mij heeft ze gelijk.

  • eerst liep ik over de deken over het dekbed op de bank
  • o nee, eerst moest ik eraan ruiken en ernaar kijken
  • ik ging op de deken zitten en toen ging ik slapen op mijn kussen
  • en net toen mijn vrouw dacht hij vindt het niks, toen was ik gewend en kon ik op mijn deken lekker slapen

Het is een fijne deken. Ik lig er graag. Maar het allergraagste lig ik op mijn kussen en dat mijn vrouw dan haar arm om me heen legt en zegt dat we altijd en altijd samen blijven.