Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Aaien helpt altijd tegen alles behalve soms

aaien

Als knuffelkater hou ik van aaien. Voor elk moment van de dag en soms ook ’s nachts is er een andere aai. Zacht aaien met een beetje friemelen heb ik graag na het eten. Ben ik naar de bak geweest dat wil ik een stevige hand met gesprek. Over mijn kop heb ik het liefste een of twee vingers, niet meer.

Als je een knuffelkater bent dan betekent dat niet dat je alle knuffels altijd goed vindt. Het betekent dat je verstand van knuffels hebt. En dat je er precies in bent. Het is net als mensen die heel graag eten, die lusten ook niet altijd alles.

Rustig

Aaien helpt mij ook om rustig te worden. Zacht en langzaam en dan heel soms een lief woordje erbij. Ik begin te gapen, ik rek een pootje uit, ik zucht en dan wil ik in slaap doezelen en dan moet ze erbij blijven voor de gezelligheid. Want ik slaap wel maar ik weet dat soort dingen toch. Daar ben ik knuffelkater voor.

Spanning

Alleen als ik schrik dan wil ik niks aan mijn lichaam.  Hoor ik een knal dan moet ik opletten en tegelijkertijd wil ik dat niet want ik vind het eng. Dus dan heb ik spanning. Omdat ik twee dingen tegelijkertijd voel. Dat is moeilijk. En dan kan ik er eerlijk waar niks meer bijhebben. Dus ook geen aaien. Ik moet dan wachten tot het weer kan.

Bijkomen

De spanning komt heel snel maar gaat heel langzaam weg. Daarna moet ik bijkomen, en dan wil ik zacht aaien van kop tot staart en terug. Maar dan geen gekus op mijn pootjes of gefriemel met mijn staart, wat mijn vrouw zo leuk vindt om te doen. Ik kijk even van: hè-gets, en dat snapt ze meteen.

Vorig jaar waren er heel veel knallen en nou ook en zo komen we er doorheen, dat we op elkaar letten en mijn vrouw zegt ook met hulp van Boven.  Ik hoop dat we allemaal veilig blijven en dat we kunnen bijkomen.

Wat moet je doen als je bang bent en je wilt je veilig voelen?

Ik ben een grote kater die er heel stoer uitziet, al zeg ik het zelf, maar ik ben best snel bang. Dus daar heb ik ervaring mee. Ik ga vertellen wat ik doe om me veilig te voelen.

En ik hoop dat iedereen die een tip heeft reageert. Dan hebben we straks een helehoop tips en dat helpen we elkaar.

Ik begin met mijn tips.

Onzeker

Wanneer ik voor het eerst bang was, weet ik niet meer. Volgens mij zat het altijd al in me. Ik voel me onzeker. Dat ik van binnen zo klein ben in mijn hart. Net of ik heel veel dingen van het leven niet geleerd heb die voor andere katten gewoon zijn. Ik was heel bang in het asiel vooral in het begin en toen ik hier kwam wonen was ik ook gespannen dat kwam ook door bang zijn.

En weet u wat het is als je onzeker of bang bent, dan heb je hulp nodig. Hulp van anderen of van jezelf.

Hulp

Dit is wat mij helpt als ik bang ben:

  • dat ik een rustige plek heb alleen voor mij. Dus als er een monteur komt en ik ga onder de tafel, dan mag er niemand bijkomen ook niet ervoor.
  • dat mijn vrouw een normale stem heeft, dus niet dat ze hoog gaat praten maar gewoon rustig daar heb ik houvast aan.
  • valeriaan in iets waarmee ik kan rollen, dit van hiernaast is van Jacob Hooy en dat koopt mijn vrouw dan bij de drogist. Het is dus valeriaanwortel. Supergoed spul.
  • vroeger had ik spul van Bach Rescue Remedy dat werkte ook goed
  • samenzijn dus dat ik weet dat mijn vrouw er is en dat ik haar kan zien, ik hoef niet meteen te aaien

Bijkomen

Als ik niet meer bang ben, voel ik nog wel dat ik het ben geweest. Dan moet ik bijkomen. Een beetje rondlopen, hier kijken, daar ruiken, gewoon tijd voor mezelf om te voelen dat alles weer gewoon is.

Ja, en dan wil ik wel aaien. En gesprekjes met dat ze dan haar lieve stem heeft. En bankhangen en samen slapen en als ik dan wakker wordt, dan is alles weer zoals het hoort te zijn en ik ook.

Oproep

Dit waren mijn tips. Nou doe ik een oproep. Wie heeft er een tip om minder of niet meer bang te zijn? Wat kun je doen om je veilig te voelen?

Toen kreeg ik opeens een Kerstkado

kerstkado

“Bertje kom eens hier,” zei mijn vrouw. Ik keek even want ik lag net lekker te liggen. “Kijk eens,” zei ze toen. Ze wapperde met iets. Er kwam een bekende lucht af.

Geur

Ik sprong van de bank en liep naar de geur toe. Een zachte geur van spul was het, ik kende die geur wel. “Dit is je Kerstkado Bert,” zei mijn vrouw en ze legde een banaan op mijn kraakpapier. Ja, daar kwam die geur vandaan. Die had ik vroeger ook gehad in een banaan maar die banaan had ik helemaal stuk gespeeld en toen was hij opeens weg.

Nou had ik weer een banaan met spul. Een nieuwe.

Nieuws

Eigenlijk wil ik nooit iets nieuws. Dat is moeilijk. Ik moet dan wennen en het huis is niet meer hetzelfde omdat ik weet dat er iets anders dan anders is. Kan best dat het nieuwe iets gevaarlijks is en dat ik dan moet wegrennen, je weet het nooit van te voren dus het is altijd opletten met iets nieuws. Heb ik met alles. Gelukkig verandert er thuis nooit iets, alleen komt er soms een monteur. Dan kan ik het beste onder tafel gaan zitten daar komt de monteur nooit.

Beter

Ik had eerlijk waar helemaal niet gedacht dat ik een kerstkado zou krijgen. We hebben thuis geeneens een boom en heel veel van mijn feesboekvrienden wel. En een kado is vaak iets nieuws dus dat hoef ik niet.

Maar deze banaan wel.

Nou ontdekte ik dat iets nieuws ook iets fijns kan zijn. Dat je voelt dat er iets is dat goed is en dat je toch niet hoeft weg te rennen. Zulke dingen zijn best moeilijk om te leren. Voor mijn kraakpapier was ik eerst bang en daarna vond ik het leuk en nou zit ik er elke dag op dat is mijn hobby.  Hoe dat kan snap ik eigenlijk niet.

Ik wil toch het liefste gewoon

gewoon

Het gaat nou de hele tijd over feestdagen en over kerstmis. Soms is mijn vrouw heel zenuwachtig en dat voel ik. Dus ik heb het liever gewoon. Dat is rustiger.

Spanning

Spanningen in huis vind ik moeilijk. Dan voel ik me raar en ik weet niet wat ik moet doen om me weer goed te voelen. Dus dan ga ik heel diep slapen want dan ben ik er eigenlijk niet. En nou heeft mijn vrouw pas gezegd: “Bert, wij doen geen feestdagen, wij doen gewone dagen, dus hetzelfde als altijd.” En toen moest ze zuchten en ik gaapte dat was van de opluchting.

Ochtend

Dus we zijn gewoon met ons tweetjes. We beginnen samen aan de dag, zij wil dan altijd praten en voor mij hoeft dan niet meteen maar ja ik luister toch alleen wel met een half oor. Dan gaan we naar beneden en ik wil uit de badkamer water drinken, dus zij moet eerst dat water maken en dan moet ik erlangs, en ze moet erbij blijven want ik wil niet alleen zijn op de badkamer. Daarna wil ik een knuffel. En helemaal als ik een brokje of wat heb gegeten. Als zij terug komt van de badkamer weer, dan ga ik slapen. En zij gaat aan haar werktafel zitten. En als ik even wakker ben kan ik haar zien. Dan weet ik dat we samen zijn en dat ik veilig ben.

Middag

Het liefste heb ik de middag zoals de ochtend maar soms gaat ze toch weg. Als ik het niet meer uithou ga ik in de vensterbank zitten kijken of ze al terugkomt.

Avond

Na het avondeten wil ik weer een knuffel. Eerst eten en dan aaien, dat is ideaal. Ik speel af en toe dat ik wat met papier scheur of met een muis rol.

Voordat we gaan slapen krijg ik een snek. Knuffels. En dan gaan we naar de slaapkamer en ik ben het eerst op bed. Ze vraagt dan of ik een fijne dag heb gehad nou dat is zo zeker weten, want het was een gewone dag en die zijn het beste.

Maar toen rook ik mijn avondeten

avondeten

Gisteren had ik best een fijne dag. Beetje slapen. Beetje hangen. Knuffelen. En later dacht ik nou heb ik echt trek in avondeten. Maar toen rook ik het.

Slanker

Een hele tijd terug na mijn eerste operazie moest ik anders eten wegens mijn gezondheid. Dus ik aan de sportbrokken en de zakjes sportvoeding. Lekker spul, vond ik. Bij mijn tweede operazie zei de dokter dat ik gezonder en slanker was geworden. Dus punten voor Bertje.

Maar ja hoe ga je dan verder.

Eten

Ik ben nou weer een beetje in mijn gewone doen na de tweede operazie. Er zijn twee kiezen uit maar ik kan gewoon brokjes eten. Alleen die zakjes sportvoeding…. ik rook eraan en alles in mij voelde: nee. Dat spul eet ik niet.

“Probeer het eens,”  zei mijn vrouw. Ze keek naar mij en ik naar haar en dan ben ik zo slap van binnen dat ik het nog ga proberen ook. Maar ik rook het en voelde: nee. Toen ging ik op een afstand van het bord zitten en keek van:  nou moet jij iets doen. En dat deed ze.

Lekker

Ze ging naar de keuken en maakt een bordje met mijn gewone eten. Wat ik voor de operazies had. Man, wat was dat lekker.  Ik kon niet meer ophouden met eten, het ging steeds sneller en sneller naar binnen en daarna heb ik het bord schoongelikt.
Even later moest ik overgeven.
Daarna had ik keihard veel knuffels nodig en die kreeg ik gelukkig ook.

Wat nu

Ja, en wat nu. Het sportetenzakjes hoef ik niet meer van thuis. Mijn vrouw zei, dat ik een smaakverandering had. Deftig he!! Dat is dat je even op je eten bent uitgekeken. Het oude eten mag ik eigenlijk niet wegens de gezondheid. Dus morgen gaat ze op zoek naar nieuw sporteten uit zakjes.

Bem benieuwd waar ze mee thuis komt.