Ik speel elke dag en als ik me sterk foel dan speel ik lang, en nou vooral met muis aan de hengel. Soms ook met een lintje. Maar die muis dat is het spannendste en ik kan er steeds meer mee.
Wat ik kan
- helemaal in de licht springen met alle poote los van de grond en dan pak ik met een voorpoot de muis en dan spring ik ferder
- keihard rennen en dan neem ik een aanloop van de trap fan beneden en dan BAM op de bank, en terug naar de andere kant van de kamer en weer terug
- op een kussen springen als de muis daar uit piept ik pak de muis, ik rol door en ofer me eigen heen en ik heb de muis dus ik heb dan gewonnen
- en ik kan ook op mijn meubel springen daar ligt de muis, en helemaal bofenaan kan ik ook alleen dan moet ik eefe langer zitten en kijken hoe doe ik dat
- en ook kan ik muis onder de doos door, dat is graven en rollen,
- het is iets anders dan muis in de doos, dat is aksie in een doos,
- soms doe ik ook muis uit de pantoffel dat is klein en gezellig maar je moet wel weete wat je doet en dan weet ik
- Dus ik kan heel goed speele, dat is mijn mening en het is gewoon zo.
De bank
Alleen de bank is nou stuk. En ik heb het gedaan. Weeges steeds de muis van de bank halen en dan met mijn poote en mijn nagels.
“Wacht even Ollie,” hoorde ik thuis en toen ging mijn dekentje van de bank en eronder was het kussen helemaal stuk. Er kwam van alles uit waarfan ik dacht wat is dat. Ik wilde dus meteen mijn poote erin steken maar dat mocht niet. Ik moest wachten tot het weer gemaakt was. Ze deed er een hoes omheen. Toen was de bank weer gewoon en ik kon weer met de muis en dat deed ik.
Mijn mening
Het is helemaal niet erg als iets stuk gaat in huis, dat weet ik nou. Ik speel weer muis ofer de bank en in de doos en fan alles, maar soms hoor ik ook weer “Ollie wacht even,” en dan wacht ik, want ik find ook saame leefe is meer dan saame spelen, je moet ook naar elkaar luisteren.
Eigenlijk begon het al oferdag dat weet ik nu. Ik kreeg lekkere hapjes, meer dan anders, en van die hapjes werd ik langzaam en sloom, dat ik ging liggen en slap in mijn lichaam was. Er zat spul in dat wist ik toen niet. Spul dat je gemakkelijker in de reiskorf gaat maar het was toch moeilijk.
Ik ben een nette jongen, dat weet ik van mezelf, en dat betekent wassen en wassen en naknagen van plekjes in mijn vacht waarvan ik denk dat moet netter. Wassen is ook fijn, ik krijg dan rust in mijn kop. Dus ik was me graag en ook veel.
“Kijk eens Ollie,” zei ze, “we hebben nieuwe spullen van Ikeeja.” Ik keek naar de doos en ze fertelde van een lamp en een deken en ook dat er een wekker was. Ze zette alles op het tapijt. En ik kijken. Ruiken. Nieuwe dingen ik weet het niet, ik ben geeneens helemaal gewend ik hoef geen nieuwe dingen, ik ben zelf nieuw.
In het asiel krijg je gewoon eete, dat weet iedereen. Je eet en dat is het en dan ga je nog eens op de bak en is je eete op dan komt er nieuw eete. Toen ik in het asiel zat dacht ik er nooit zo over na. Maar toen kwam ik hier.