Ik moet dus afvallen dat zei de dokter vorige week toen ik er was en ze zei ook nog fan alles dat ik anders ziek kon worden dan was er riesiekoo. Dus mijn vrouw schrok, ik foelde het gewoon, en toen we thuis waren was ik nog sloom van het spul in mijn eete maar ik wist, nou gaat er iets gebeuren.
Treene
Die avond kreeg ik al wat minder brokjes.
Toen snapte ik het niet en het maakte me ook weinig uit.
Alleen de dag erna kreeg ik een gesprek. Alsdat ik elke dag ging treene en we deden het saame en het was leuk. Dus ik dacht dat kan ik.
En ik kreeg weer wat minder brokjes en de dag erna ook al. Het was raar en ik ging soms kijken van heb ik al wat bijgekregen.
Dat was nooit zo.
In het gesprek ging het ook ofer laifstail dat is je gewoonte van hoe leef ik. En nou kan ik wel lange knuffels maar het was ook de bedoeling dat ik erbij in de aksie ging. Dat treenen dus. Ook minder brokjes. Het eete gewoon bleef hetzelfde.
Fietaal
De eerste dagen deed ik treene. Achter dingen aanrennen, rollen, met mijn poote ergens naar slaan, met het ritselpapier, het was weer leuk net of ik het fergeete was.
Maar eerlijk waar daarna werd het minder leuk.
En daarna kreeg ik ook minder zin, ook al zwiepte mijn vrouw de hele tijd met de muis, ik kon niet elke keer rennen. Ook omdat ik best foel ik ben te dik froeger was ik dunner en toen kon ik langer rennen en al die dingen meer doen.
Daarom wil ik weer fietaal worden.
Dus ik hoop dat ik ook minder kan treenen. Ik doe nou elke ochtend meestal en soms niet en dan zo ’s avonds ook. Ik eet minder brokjes.
En ferder hoop ik dat ik ben afgefallen dat het dus gemakkelijker gaat.
Het was moeilijk en spannend en raar toen mijn vrouw gisteren zei van we gaan in een taksie naar de dokter. Ik wilde niet. Maar als huiskater weet je diep in jezelf ik moet toch.
Nou moet ik eerst uitleggen dat ik heel graag in de keuken ben saame. Het is daar klein en daar ligt zeil en ik heb er een krant om op te liggen. Dus ik find, dat is intiem. En we doen er altijd de laatste knuffel van de afond dan gaan we saame op het zeil liggen en we zijn stil.
“Straks komt er iemand, Ollie,” zei mijn vrouw. “Een monteur. Hij gaat alleen naar de ketel kijken op de berging en dat gaat hij weer weg.”