Categorie archieven: Ollie

Wat de dokter zei

Het was moeilijk en spannend en raar toen mijn vrouw gisteren zei van we gaan in een taksie naar de dokter. Ik wilde niet. Maar als huiskater weet je diep in jezelf ik moet toch.

Ik kreeg een hapje en daar zat spul in dat snapte ik meteen toen ik het schoteltje leeg had en daaran snapte ik het nog beter weeges ik werd helemaal sloom en langzaam, ik wilde hangen en liggen en de tijd ging ook langzaam daar weet ik eigenlijk niet meer heel veel van.
Dat had mijn vrouw bedacht. Met dat spul heb je minder spanning en dat is ook zo.

In de reiskorf vond ik niks aan ik wilde niet en ik duwde eefe terug en toen ging ik gewoon liggen.
In de taksie zei ik geeneens mew.
Bij de dokter lag ik gewoon maar ik luisterde wel mee wat ze zeiden.

Tanden

Of er iets met mijn tanden was, vroeg mijn vrouw want fan mij mag ze nooit in mijn bek kijken. De dokter keek. Ik wilde bijten maar het lukte niet.
‘Wil hij zijn tanden laten borstelen ‘ vroeg de dokter.
Ik dacht dat wil ik niet.
‘Dat wil hij niet,’ zei mijn vrouw.
Het hoefde niet.
Nou moet ik spul tegen plak ik weet nog niet of ik het lust.

Tummie

Er was ook kontroole op mijn gewigt. Ik moest op de weegschaal.
“Hij is een grote jongen,” zei mijn vrouw trots en dat is zo, dat weet ik gewoon.
De dokter keek moeilijk.
“Hij heeft een tummie,” zei ze, dat is als je tefeel buik aan je lighaam hebt.
Nou toen kwam er een groot ferhaal dat ik te zwaar was en er waren riesiekoos en nog meer en ik moet afvallen.
Wij weer in de taksie naar huis.

Fietaal

En thuis gingen we hangen en bijkomen en ’s avonds kreeg ik een gesprek. Dat ik heel goed kon eete en dat het toch te veel was geweest. En dat ik weer meer moest spelen, treenen is goed voor de katerman dus ook voor mij. En dat we langzaam gingen doen en saame en dat ik dan fietaal ga worden dat ik weer ga rennen.
Ja en toen wist ik weer, rennen, dat je wind maakt in je vagt rnakt, dat is fijn. Dat wil ik wel. Dus nou is mijn plan ik ga Fietaal worden, wie doet er mee?

Toen hoorde ik iets achter de muur

Nou moet ik eerst uitleggen dat ik heel graag in de keuken ben saame. Het is daar klein en daar ligt zeil en ik heb er een krant om op te liggen. Dus ik find, dat is intiem. En we doen er altijd de laatste knuffel van de afond dan gaan we saame op het zeil liggen en we zijn stil.
Stil is goed.
Dan foel je van binnen dat je saame bent.

Geluid

Alleen nou is het anders geworden.
We lagen gewoon te liggen en toen hoorde ik iets achter de muur.
Ik zat meteen rechtop.
“Wat nou Ollie?” zei mijn vrouw weeges ze hoorde niks en het is gewoon zo een kater hoort beter dan een vrouw daar kan ze niets aan doen maar het is zo.
Ik keek naar de muur heel intens.
Zij ook.
Weer een geluid het was een klein geluid, soms hield het eefe op en dan was het er weer.
Ik bewoog helemaal niet meer dan kan ik beter luisteren.

Muur

Toen stond ze op en ze zette het rek weg: “Nu kun je erbij Ollie.” Ik sloop naar de muur toe en toen bleef ik er staan.
Geluid weg.
Dat kwam niet door mij eerlijk echt waar niet.

Oer

De afond erna was ik er klaar foor. Ik ging bij de koelkast liggen en ik dacht als ik eronder kruip kan ik beter luisteren. Maar alleen een poot lukte.
Er kwam geen geluid.
Daarna weer wel.
Ik weet niet wat het is. Geen muis die geluiden snap ik. Geen mensen die geluiden snap ik ook. Mijn vrouw heeft buiten gekeken voor mij en ze zei alles is hetzelfde.

En nou is het elke afond dat we in de keuken zijn anders. Ik wacht op het geluid achter de muur en zij wacht tot ik wat hoor. En ik weet geeneens wat foor geluid het is. Alleen dat het spannend is en in mij zegt het oer van opletten Ollie, je weet het niet.

PS Weeges priefee mag ik geen foto uit de keuken hier zetten

Toen er een monteur in huis kwam

“Straks komt er iemand, Ollie,” zei mijn vrouw. “Een monteur. Hij gaat alleen naar de ketel kijken op de berging en dat gaat hij weer weg.”
Nou het deed me niks eerlijk waar niet.
Weeges ik wist niet wat een monteur was.
Tot hij kwam.

Aan de deur

Het begon al dat er beneden iemand aan de deur stond en die wilde naar binnen, waar ik dus was. Dat hoort niet ik wist het meteen. Er komt nooit iemand weeges wij wonen hier al en dan hoeft er niemand bij dat is gewoon zo.
En toch deed mijn vrouw de voordeur open en er kwam een man naar binnen, ik hoorde zijn stem en hij ging de trap op. De monteur.

Ik rende meteen naar boofe naar de slaapkamer en ik dook onder het bed. Daar ligt nog mijn deken van toen ik hier pas was en alles eng vond.
Dus ik ging erachter liggen.
Veilig.
Dacht ik.

Herrie

Daar lag ik en ik hoorde de monteur dichterbij komen. Mijn vrouw zei van een kater en angstig en opletten en ik dacht dat gaat ofer mij.
De monteur mocht op de berging en hij maakte herrie.
Ik bewoog geen poot.
Hij zei van ik zie geen kater.
En mijn vrouw zei dat kan.
Toen ging hij weg, beneden hoorde ik de deur.
“Ollie Ollie!” riep mijn vrouw.
Maar ik foelde nog eefe niet.

Knuffels

Pas later durfde ik weer naar beneden en toen wilde ik ook knuffels. Die kreeg ik ook. We gingen samen op het kussen liggen en ze zei soms moet het Ollie, maar nou zijn we weer samen, en zo was het ook.
Maar foor mij hoeft het niet een monteur.