
Categorie archieven: Ollie
Toen hoorde ik iets achter de muur
Nou moet ik eerst uitleggen dat ik heel graag in de keuken ben saame. Het is daar klein en daar ligt zeil en ik heb er een krant om op te liggen. Dus ik find, dat is intiem. En we doen er altijd de laatste knuffel van de afond dan gaan we saame op het zeil liggen en we zijn stil.
Stil is goed.
Dan foel je van binnen dat je saame bent.
Geluid
Alleen nou is het anders geworden.
We lagen gewoon te liggen en toen hoorde ik iets achter de muur.
Ik zat meteen rechtop.
“Wat nou Ollie?” zei mijn vrouw weeges ze hoorde niks en het is gewoon zo een kater hoort beter dan een vrouw daar kan ze niets aan doen maar het is zo.
Ik keek naar de muur heel intens.
Zij ook.
Weer een geluid het was een klein geluid, soms hield het eefe op en dan was het er weer.
Ik bewoog helemaal niet meer dan kan ik beter luisteren.
Muur
Toen stond ze op en ze zette het rek weg: “Nu kun je erbij Ollie.” Ik sloop naar de muur toe en toen bleef ik er staan.
Geluid weg.
Dat kwam niet door mij eerlijk echt waar niet.
Oer
De afond erna was ik er klaar foor. Ik ging bij de koelkast liggen en ik dacht als ik eronder kruip kan ik beter luisteren. Maar alleen een poot lukte.
Er kwam geen geluid.
Daarna weer wel.
Ik weet niet wat het is. Geen muis die geluiden snap ik. Geen mensen die geluiden snap ik ook. Mijn vrouw heeft buiten gekeken voor mij en ze zei alles is hetzelfde.
En nou is het elke afond dat we in de keuken zijn anders. Ik wacht op het geluid achter de muur en zij wacht tot ik wat hoor. En ik weet geeneens wat foor geluid het is. Alleen dat het spannend is en in mij zegt het oer van opletten Ollie, je weet het niet.
PS Weeges priefee mag ik geen foto uit de keuken hier zetten
Toen er een monteur in huis kwam
“Straks komt er iemand, Ollie,” zei mijn vrouw. “Een monteur. Hij gaat alleen naar de ketel kijken op de berging en dat gaat hij weer weg.”
Nou het deed me niks eerlijk waar niet.
Weeges ik wist niet wat een monteur was.
Tot hij kwam.
Aan de deur
Het begon al dat er beneden iemand aan de deur stond en die wilde naar binnen, waar ik dus was. Dat hoort niet ik wist het meteen. Er komt nooit iemand weeges wij wonen hier al en dan hoeft er niemand bij dat is gewoon zo.
En toch deed mijn vrouw de voordeur open en er kwam een man naar binnen, ik hoorde zijn stem en hij ging de trap op. De monteur.
Ik rende meteen naar boofe naar de slaapkamer en ik dook onder het bed. Daar ligt nog mijn deken van toen ik hier pas was en alles eng vond.
Dus ik ging erachter liggen.
Veilig.
Dacht ik.
Herrie
Daar lag ik en ik hoorde de monteur dichterbij komen. Mijn vrouw zei van een kater en angstig en opletten en ik dacht dat gaat ofer mij.
De monteur mocht op de berging en hij maakte herrie.
Ik bewoog geen poot.
Hij zei van ik zie geen kater.
En mijn vrouw zei dat kan.
Toen ging hij weg, beneden hoorde ik de deur.
“Ollie Ollie!” riep mijn vrouw.
Maar ik foelde nog eefe niet.
Knuffels
Pas later durfde ik weer naar beneden en toen wilde ik ook knuffels. Die kreeg ik ook. We gingen samen op het kussen liggen en ze zei soms moet het Ollie, maar nou zijn we weer samen, en zo was het ook.
Maar foor mij hoeft het niet een monteur.
Ollie moest zijn vertrouwde krabplank missen

Toen wist ik: nou moet ik helpen
Het was een gewone ochtend en ik lag gewoon op mijn kussen van wat zal ik doen, nog eefe doezelen of al in de vensterbank, of zal ik beneden gaan ruiken van hoe is de straat. Als huiskater zijnde had ik mijn gewone dingen al gedaan. Ik had kopjes gegeven. Ik was mee naar de badkamer geweest. Ik had mijn hapje op. En ik had achter de muis gerend.
Dus dan is het gewoon tijd om te liggen en aan de dag te denken.
Dat dacht ik tenminste.
Haast
Net toen ik had bedacht wat ik ging doen, stond mijn vrouw opeens op van haar werktafel en ik zag er is iets.
Ze ging naar de keuken en terug. En dan heel snel.
“Ik heb haast, Ollie,” zei ze, “ik moet zo weg.”
Toen wist ik: nou moet ik helpen.
Dus toen ze vlug naar de slaapkamer ging, rende ik foor haar uit. Dat ze wist ik ben erbij en ik help alles vlug te doen.
Zij naar beneden en ik ook.
Zij weer naar de keuken en ik ook.
Ik hielp mee haast maken.
Alles gaat het sneller als je het saame doet, dat is mijn mening.
Soms riep ze: “Ollie!” dan wist ik, ze weet dat ik help en het is een compliement.
Nieuw gefoel
Toen ze weg was de foordeur uit ging ik weer op mijn kussen liggen. Ik was best moe van het mee-rennen en soms liep ze ook rond mijn poote of ze sprong ofer me heen, dat was gek dat ze opeens kunstjes deed.
Op mijn kussen liggend foelde ik een nieuw gefoel, het leek op tefreedenheid maar het was meer. Ik wist dat ik goed had geholpen, dat ik ook wat kon, met mij erbij was er meer haast gekomen dat was presies wat ze nodig had en ik kon het geefe.
En opeens dacht ik, misschien kan ik nog wel een goede huiskater worden, dat kan best.