Categorie archieven: Ollie

Toen wist ik: nou moet ik helpen

Het was een gewone ochtend en ik lag gewoon op mijn kussen van wat zal ik doen, nog eefe doezelen of al in de vensterbank, of zal ik beneden gaan ruiken van hoe is de straat. Als huiskater zijnde had ik mijn gewone dingen al gedaan. Ik had kopjes gegeven. Ik was mee naar de badkamer geweest. Ik had mijn hapje op. En ik had achter de muis gerend.
Dus dan is het gewoon tijd om te liggen en aan de dag te denken.
Dat dacht ik tenminste.

Haast

Net toen ik had bedacht wat ik ging doen, stond mijn vrouw opeens op van haar werktafel en ik zag er is iets.
Ze ging naar de keuken en terug. En dan heel snel.
“Ik heb haast, Ollie,” zei ze, “ik moet zo weg.”
Toen wist ik: nou moet ik helpen.

Dus toen ze vlug naar de slaapkamer ging, rende ik foor haar uit. Dat ze wist ik ben erbij en ik help alles vlug te doen.
Zij naar beneden en ik ook.
Zij weer naar de keuken en ik ook.
Ik hielp mee haast maken.
Alles gaat het sneller als je het saame doet, dat is mijn mening.
Soms riep ze: “Ollie!” dan wist ik, ze weet dat ik help en het is een compliement.

Nieuw gefoel

Toen ze weg was de foordeur uit ging ik weer op mijn kussen liggen. Ik was best moe van het mee-rennen en soms liep ze ook rond mijn poote of ze sprong ofer me heen, dat was gek dat ze opeens kunstjes deed.
Op mijn kussen liggend foelde ik een nieuw gefoel, het leek op tefreedenheid maar het was meer. Ik wist dat ik goed had geholpen, dat ik ook wat kon, met mij erbij was er meer haast gekomen dat was presies wat ze nodig had en ik kon het geefe.
En opeens dacht ik, misschien kan ik nog wel een goede huiskater worden, dat kan best.

Mijn ferhaal van vijf maanden hier

Het is nou helemaal presies 5 maanden dat ik hier woon dat was toen de dag dat ik uit het asiel ging en in de taksi en dat ik hier kwam.
En nou ben ik al best goed gewend en ook al meer dan ik zei toen ik 4 maanden hier woonde.
Dus dit is mijn updeet.

Wat is posietief

Posietief is dat ik sinds ik de baas van de knuffels ben ik me veel gemakkelijker foel. Dus soms wil ik het niet en dan is een zacht pootje genoeg, dan snapt mijn vrouw het ook. Dus daarom heb ik het rustiger in huis en er is minder spanning dat is ook fijn.

Positief is ook dat ik thuis gesprekken heb gehad en nou snap ik dat ik me moet uiten op mijn manier. Wat mijn gefoel is. En wat ik fijn vind. Dat mag dus dat weet ik nou.
Wat ik het fijnste vind dat is ’s avonds heel laat saame op de keukenfloer zitten en liggen en dan niet aaien en niet praten en gewoon naast elkaar zijn. Het heet erbij zijn. Bij elkaar. Als ik ook maar eefe denk ze gaat aaien dan zwiep ik meteen met mijn staart dat is ook je gefoel uiten. “Ik doe niks Ollie,” zegt ze daarom en ik ben weer rustiger.
Echt als je spanningen in je kop hebt dan moet je daar steeds op letten dat is belangrijk.

Deze week ben ik aan het oefenen om ook ’s nachts op bed te slapen. Dus samen. Eerlijk waar het is best moeilijk. Want ik weet nog niet waar ik kan liggen. Ik wil dus erbij maar ze moet stil liggen anders beweegt het bed en dan heb ik mijn rust niet. Wat ik nou doe is op bed springen, trappelen, op haar liggen en dan ga ik naar mijn eigen bed dat staat tegenofer het grote bed, dan heb ik toch dat ik erbij ben.

Pillies

Ik neem nog steeds pillies.
Ik ben nog steeds soms opeens bang en ik heb ook spanningen van froeger.
Dat is er ook.
Maar ik find, het gaat best goed.

Misschien ben ik gewend

Ik lag boofe op het bed te slapen, gewoon eefe niks aan mijn kop en breed slaape, mijn poote alle kanten uit, dat kan op het bed dat is groot en ik ben ook groot, waar was ik. O ja. Nou ik lag dus te slaape en toen hoorde ik beneden geluiden.
Mijn vrouw was thuis.

Vraag

Ik van het bed af, bonk op de trappen, naar beneden, een knuffel brengen. Vind ze fijn, weet ik. Dus ik doe dat.
“Ben je gewend, Ollie,” vroeg ze, “dat je helemaal uit jezelf boven gaat slapen?”
Ik gaf nog een kopje dat was foor de afleiding.
Want het was een moeilijke vraag.

Ben ik gewend of niet en hoe weet ik dat. Het is wel zo dat ik de dag snap. Wat er eerst komt en daarna en dat ik naar de badkamer mee wil en dat mag ook. Als de dag anders gaat, dan zegt ze dat dus dan is het ook weer gewoon.
En als het nacht is staan de deuren open, ik kan oferal heen en dat doe ik.
Ik wil heel feel niet en heel feel wel en ik weet, mijn mening telt ook mee daarom foel ik me ook geruster in mijn kop.
Dat ik erfaren heb hier ben ik feilig en hier ben ik ook iemand.

Bang

Maar eerlijk waar ik heb het ook dat ik soms opeens bang ben. Dan is er in de straat iets. Of oferdag ben ik alleen en ik denk opeens misschien komt ze nooit meer terug wat moet ik dan en als ze dan toch terug komt ben ik ekstra blij. En ik neem nog elke dag mijn pillies tegen bang zijn en spanning dat heeft ook met froeger te maken en daar kan ik niks ofer zeggen.
Dus misschien ben ik nog niet helemaal gewend dat kan ook.

Het is alleen wel zo dat ik nou heb ontdekt boofe op het grote bed kan ik goed slapen en dat doet deze jongen dan ook!! Alleen het mag niet op de foto zegt ze weeges prifee.

Een hapje dat moet kunnen

Pas ging ik naar boofe het was ochtend en ik dacht ik ga kijken is ze wakker of is ze het niet. “Ollie!” zei ze dus wat doe ik, op bed springen en erbij. Het aaien begon meteen.

Hapje

Nou is het zo met aaien, ik find het fijn dan ga ik knorren en het is ook zo dat ik er soms spanning van krijg en dan moet ik ook knorren, dus dat is ferwarrrend als je zoals ik helemaal niet zo goed bent met gefoelens.
Ik zag een hand en ik gaf dus een hapje.
Lekker, eefe mijn tanden ergens in.
“Wat lief Ollie,” hoorde ik toen moest ik meer knorren en ik gaf nog een hapje alleen nou met meer tanden.
“Ollie”, zei ze en ik weer knorren en bijten, alleen nou met mijn tanden achterin mijn bek, daar pak ik ook altijd mijn muizen mee. En dan lekker eefe hard dat je foelt ik ben wel huiskater maar ik heb oer nog in mijn lighaam.
Ze riep wat hardop en toen mocht het opeens niet meer. Dat fond ik stom want ik moet me kunnen uiten, als ik kopjes geef dan mag het altijd wel. En bijten kan soms wel en soms niet, dat is ferwarrend.

Oefenen

Ik find een hapje dat moet kunnen.
Dus daarom ben ik er thuis mee aan het oefenen.
Ik bijt in haar vingers. Eerst eefe. Dan langer. Of harder. Kijken wat lukt. Als ik moet ophouden dan hoor ik het wel en dan doe ik eefe aan pauze maar ik weet in mijn kop straks bijt ik gewoon ferder.

In voeten bijten dat doe ik niet, wel spring ik op voeten maar alleen als ik ze onder het dekbed opeens zie komen, dan is het een spelletje dat is anders dat weet iedereen.
En ik bijt ferders alleen op stokjes met een smaak en in muizen dat ze weten Ollie is de baas.
Ja en soms op vingers dus wat ik zeg, dat moet toch kunnen.