Na de eerste nacht samen, toen Bert op het hoofdkussen naast het mijne sliep, bleef hij voortaan beneden. De huiskamer was meer dan genoeg nieuw terrein, en ook toen hij wist wat er waar stond en wat hij ermee kon, bleef hij ’s nachts beneden.
Inzicht
Ik vond het eenzaam. Online las ik allerlei artikelen over katten die op hun vrouw sliepen, in haar armen, op haar hoofd, er was geen einde aan de combinaties, en intussen lag ik alleen in bed. Wel werd ik elke ochtend hartelijk begroet. Ja, beneden.
Het duurde even voor ik de oplossing vond. Die zat in mij. Wanneer ik ophield met verwachten en verlangen naar wat ik zo graag wilde, hield dat eenzame gevoel vanzelf op. Ook dat duurde even.
Leven met katten is lessen leren. Elke nieuwe situatie brengt inzichten over jezelf.
Uiteindelijk vond ik het innerlijk knopje dat ingedrukt moest worden voor kunnen loslaten. Dat kwam ook omdat ik me meer concentreerde op wat Bert wel te geven had: de knuffels overdag, de kopjes, dat ik mijn gezicht in zijn vacht mocht duwen en hoe warm en harig dat voelde. En hoe hij naar me keek, dan voelde ik, de liefde is wederzijds.
Geleidelijk werd ik tevreden.
Verandering
En zoals het dan gaat als je met katten leeft, wanneer alles vredig is, verandert het. Op een nacht stond Bert aan het bed. Mewww! Ik wakker. Hij wilde óók op het bed.
Niet op of naast me.
Niet op het tweede hoofdkussen.
Niet onder het dekbed.
Bert wilde erbij.
Dus bij mij, maar toch op zichzelf en toch ook samen.
Dat snapte ik wel. Een kater met angstklachten heeft behoefte aan nabijheid en ook aan een eigen terrein om daar veilig te zijn.
Er was maar één manier waarop dat kon.
In het donker
Ik legde het tweede kussen op het voeteneinde van het bed. Zelf sliep ik niet meer in de lengte, maar diagonaal, wat best ging. Zo lag ik onder oogbereik van Bert. En ik kon hem ook zien. Het leidde al gauw tot kleine gesprekjes in het donker:
– Ben je ook nog wakker?
– Meww.
– Nu gaan we slapen hoor
– KNORRR KNORRRR KNORRR
– Nou goed nog even achter je oor
– KNORRRRRR
– Bert, nu moeten we echt… nou nog heel even dan.
Soms werd ik ’s nachts wakker door een nabije miauw omdat hij een knuffel nodig had. Kan gebeuren. Dan lagen we daar in het halfduister van de slaapkamer, even aaien, wat zachte woordjes, wat knorren en dan konden we weer verder slapen, zo vervolgden we samen de nacht. Dat bleef ook zo toen Bert wat meer zelfvertrouwen had ontwikkeld. Ieder een eigen plaats in bed, logisch, en rechtuit in bed slapen lijkt me nog steeds een vreemde houding.
Het einde van december naderde en daarmee kwam het besef dat er een nacht kwam met vuurwerk, hoe moest dat met Bert? Een gevoelige kater met angstklachten hield vast nog minder van dat soort herrie dan ik. En in het asiel wisten natuurlijk ook niet hoe hij zou reageren. Dus we waren op onszelf aangewezen, met andere woorden op elkaar. Het nieuwe jaar 2016 was overmijdelijk, wilden we goed door die laatste nacht komen.
In mij zit een Bert-vormige ruimte, en daar leer ik nu mee leven. Ik hoop dat die ruimte straks vol stroomt met vreugde om alles wat er was tussen hem en mij, dus daarvoor moet ik de ruimte eerst leeg-huilen. Er is tot mijn verbazing iets van troost gekomen. Het leek wel of Bert een teken gaf. Dat ging zo.
In tegenstelling tot het algemeen gangbare idee dat katten graag hoog zitten, wenste Bert laag te blijven. Hoger dan de vensterbank hoefde voor hem niet. En ik dacht, misschien is dit een kwestie van wennen, hij woont pas drie jaar hier, iedereen heeft een eigen tempo, wie weet wat er morgen gebeurt.
Foto
Het idee dat een katerman, recht van lijf en leden, iets met zijn tijd van leven moest doen, had ik van Tim geleerd, de kleine rode kater die voor Bert bij me woonde.