Er staat voor mij altijd een bakje brokjes, niet dat ik die eet want het zijn geen lekkere brokjes, maar stel dat ik bijna flouw fal van de honger dan zau ik ze kunnen eeten, in een noodgefal dus, forige week dinsdag stonden die fiese brokjes niet waar ze altijd staan, en mijn mensen kwamen niet, hoe hard of zacht of zielig ik ook toeterde, ze deeden net alsof ze sliepen, ik probeerde ook nog een beetje te slaapen maar dat is moeilijk als je keiveel honger hebt.
Tuin
Toen mijn mensen eindelijk opstonden zei mijn vrouw Ga maar in je tuin kijken Keef!, dus dat deed ik, ook al zag ik niets biesonders, na een tijdje kwam mijn vrouw naar me toe, we liepen Saame naar de tuindeur en ik wist dat ze me eeten zau geefen, ineens tilde ze me op, dat hoeft voor mij niet zo maar ik find het ook niet erg, pas toen ze met mij in haar armen ging loopen en ik in de gang die stomme bus zag staan begon ik te friemelen en tegen te stribbelen, maar het was al te laat: ik zat in de bus.
We gingen met zijn drietjes in de trem, en ik had natuurlijk AL LANG door dat we naar de dierendokter gingen, ik kon geen kant op, ik piepte wel de heele tijd maar ik moest in mijn bus blijfen zitten.
Uit de bus
Bij de dokter moest ik uit mijn bus maar dat wilde ik niet, ik zit toch nog liefer in die bus dan op de taafel van de dokter, maar ze tilde me eruit en ging oferal kijken waar dat niet hoort, en foelen en trekken en nog veel meer, ik kreeg een prik en toen kwam het moeilijkste: mijn bloed moest eruit, om te kijken naar mijn gezond, oooo en ik deed trappelen en wringen en ik ging zelfs grommen, echt waar hoor!, maar toch had de dokter mijn bloed al gefonden.
In de bus
Daarna mocht ik EINDELIJK weer in mijn bus, die foelde ineens heel feilig aan, en mijn mensen en ik gingen met de trem naar huis, zooo heee ik was blij toen we thuis waren!, ik moest de hele tijd tetteren en toeteren en piepen en brommen en oferal kijken en alles tsjekken en dan kwam ik weer terug bij mijn mensen voor knuffels, ik was helemaal heppie, tot in de PUNTjes van mijn teenen!
Mijn bus werd weer geparkeerd in de kast, en als het aan mij ligt blijft hij daar heeeeeel lang, laater op de dag belde de dierendokter dat mijn bloed helemaal piekoo belloo in orde was, mijn mensen waren opgelugt, ik ook, want ik wilde liefer niet terug naar de dokter, ook al is ze heel aardig en zei ze dat ze dat ik zo groot ben en erg lief, maar eerlijk waar: ik blijf liefer in mijn tuin.
Ferwerken
De folgende twee daagen was ik ineens helemaal van mijn slag, want WAT een afontuur had ik meegemaakt!, ik was keibang geweest en dat gefoel was niet zomaar weer weg, ik
was stilletjes en ik at niet veel, ik was in mijn tuin maar ik rende niet en ik speelde niet, ik was aan het ferwerken, ik kreeg ekstraveel knuffels en aandagt, ik sliep veel in mijn mand onder het bed, meer dan anders, ik speelde niet eens spieraal in de nacht, zo moe was ik van mijn afontuur, pas na twee daagen deed mijn toeter het weer, ik was weer gewoon Kever en mijn moeilijke gefoelens waren geparkeerd, net als die bus.
Ik tetter ALTIJD door voor vreede, ik geef het nooit op!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.
Nawoord van mevrouw Kever:
Kever heeft zijn jaarlijkse vaccinaties gekregen, en een seniorencheck.
Hij is te dik, maar verder was alles prima.
Van mezelf ben ik niet heel druk, ik ben meer een fieseloofies ingestelde katerman die nadenkt over het leefen, de weereld en hoe ik meer eeten kan krijgen, dat laatste is belangrijk omdat ik elke dag minder krijg dan ik zau willen en veel minder dan ik noodig heb, mijn vrouw zegt dat dat niet waar is, folgens haar zau ik dan niet te dik zijn, maar wie is er hier nau te dik?!, ik niet in ieder gefal!
bang dat ik dan stiekum terug werd gebracht naar het aasiel, en toch was ik na twee weeken een kieloo ronder geworden, mijn mensen snapten er niks van, en ik ook niet want ik dacht er niet eens over na, ik wilde alleen maar eeten en aandagt, en als ik dan aandagt kreeg moest ik bijten of krabben.
Niet netjes
Naast mijn huis en mijn tuin heb ik oferal buuren, alleen niet onder me, aan één kant woont een keigrote hond, ECHT een hele grote hond, ik zau makkelijk onder hem door kunnen loopen maar dat doe ik niet, en dat mag ook helemaal niet van mijn en zijn mensen, want de hond is gefaarlijk voor katten: hij probeert ze te fangen en dan keihard te bijten.
iedereen vrienden kon zijn, mooi he?, hij noemde me op de blog altijd Keverkat en gaf me een lik over mijn neus, dat fond ik zoooo leuk, ik deed vaak een beetje moes op mijn neus zodat hij het af kon likken!


nau… toen keek ze wel!
nog vaak ferstopte onder het bed, ik ben de eerste kat die hier woont die muziek maakt op de spieraal van het bed, dat is toch biesonder?, dat beteekent niet dat ik mezelf beeter find dan anderen hoor, echt niet, zo ben ik niet en ik hau daar ook niet van dus ik ga nooit een patser worden, zeker weeten van niet!
Mijn vrouw zei dat niemand beeter is omdat ie meer kan dan een ander, en dat iemand die niet zo veel kan ook niet minder is, dat hoe je je gedraagt veel belangrijker is dan wat je allemaal kunt en hebt, dat we allemaal gelijk zijn, en dat ze trots op me is omdat ik zo lief ben, ze noemde me besch-eiden en vriendelijk, zooo heee ik was er helemaal heppie van!