
Ineens is de lente in mijn tuin gekoomen, er waaren een paar daagen met zoveel zon dat ik er helemaal frolijk van werd, de eerste dag was ik zó blij dat ik keihard fanuit mijn tuin naar binnen rende, BOEM!, zó door mijn luikje heen, ik galoppeerde door de kaamer, zo noemen mijn mensen het, dat is rennen met ekstraa veel geluid, het is een beetje zoals stampen, je zet je voeten goed hard neer zodat je bonk bonk bonk hoort.
Sinjaal
Tijdens dat rennen tetterde ik, en na een tijdje sloeg ik mijn naagels in de bank en ging daar keihard aan krabben, daarna aan het kleed, ik zag een speelmuisje dat op de grond lag, pakte dat tussen mijn tanden en gooide het omhoog, dat is het sinjaal dat ik wil speelen en wel NU!!

Dus gooide mijn vrouw mijn muisjes door het huis en rende ik ze achterna, daarna heb ik de feer wel honderd keer gefangen, ik heb mijn ketnipmuis keihard gebeeten en daarna mijn vrouw keihard gekrabd, maar dat was per ongeloos, dat gebeurt wel eens als ik een tijger ben, geeft niets zei mijn vrouw, ze deed er iets op dat het niet meer bloedde en we zijn gewoon door gegaan met speelen.
Die afond wilde ik alWEER speelen, mijn man gooide de muisjes en bewoog de feer, die feer is trauwens biesonder, mijn vrouw had twee van die feeren besteld omdat ze heel steefig zijn, andere feeren gaan altijd zo snel kapoo maar deze niet, ze zijn van een hele grote vogel die aadelaar heet fertelde mijn vrouw, zelf heb ik nooit zo een vogel gezien maar als ik zie hoe groot de feeren zijn moet ie wel gieganties zijn!
Tuin
De folgende morgen toen mijn vrouw tee zat te drinken ging ik weer rennen en tetteren, eerst in de tuin en efen laater binnen, mijn vrouw was helemaal ferbaasd, maar we hebben weer gespeeld met de muisjes en de feer, daarna ben ik op mijn stoel in de tuin gaan liggen totdat ik mijn vrienden de duifen zag, ik ferstopte me een beetje, en toen ze op de grond liepen sprong ik ineens te foorschijn, de duifen kennen mij en ze gingen gewoon een stukje ferderop zitten, ze weeten dat ik ze niets doe en waarom zau ik?, het zijn mijn vrienden.
Ferder kwam Pokon nog een paar keer in mijn tuin en moesten we rennen en elkaar tikken, Juultje zat stiekum bij de buuren in de tuin en dat fond ik keigezellig, mijn kleine vriendje uit Sieprus was op het dak van het schuurtje, ik moest aan alle stoelen krabben en oferal graafen, zooo heee ik had het echt heel erg druk, en TOCH heb ik in de afond nog Saame met mijn man gespeeld.
Nok aut
Daarna ging ik folkoomen nok aut, maar gelukkig werd ik wel op tijd wakker om spieraal te speelen terwijl mijn mensen sliepen, dat moet ik natuurlijk niet ferwaarloozen, taalent alleen is niet genoeg: je hebt ook dissiepliene noodig.
Eigenlijk was het wel prima dat het de folgende ochtend begon te reegenen, zo kon ik tenminste efentjes bijslaapen in mijn mand, en op kragten koomen, ik ben toch al een audere katerjongen van ongefeer dertien jaaren en heb mijn rust hard noodig.
Maar ik heb ook zon noodig, en ik ben klaar voor de lente, die gaat helemaal top worden, dat weet ik nau al.
—-
Ik tetter weer voor vreede, dat is iets dat ik NOOIT op ga geefen!
Iedereen die iemand mist stuur ik zachte kopjes, en ik zwaai naar Fons die een straalende nieuw ster is geworden.
Ook al is het soms nog best kaud, (en heb ik zelfs weer witte flokken gehad!), toch foel ik dat de lente in de buurt is, ik ruik het in de lucht, het is een frisse geur van groen en jong en bloempjes, alle dieren ruiken het en weeten: het is zofer, de lente komt er aan!
Toen ik hier kwam woonen wist ik dat allemaal nog niet, ik wist helemaal niets van planten en bloemen af, maar hier in mijn tuin heb ik alles geleerd, Bolle heeft me geholpen want ik kon oferal nog ruiken dat hij er had geloopen en daardoor wist ik waar ik moest zijn, hij had in alle stammen van de struiken gekrabd en met zijn naagels geschreefen wat ik moest doen om zijn landgoed bij te hauden, en zo gaf Bolle zijn tuin aan mij door.
Ik heb nieuwe kennis opgedaan die eigenlijk heel aud is: het is de kennis van de natuur, en die kan je alleen leeren als je goed oplet en geduld hebt, als je foorzichtig bent en goed voor je tuin zorgt, dus dat doe ik allemaal.
De laatste weeken had mijn mensen me niet echt gekamd, alleen maar geborsteld, en toen mijn vrouw me een paar daagen geleeden weer eens met mijn spesjale kam kamde kwamen er wel een miljoen haaren van me af, ze merkte dat er ook al wat klitten in mijn fagt zaaten, daarom zei ze Geef je been eens, Keef en pakte alfast mijn voet, ik stak meteen mijn been uit en legde het in haar hand, zodat ze me goed kon kammen, daarna draaide ze me om en stak ik mijn andere been uit, het deed een beetje pijn en ik moest me goed fasthauden aan mijn krabkarton om tegendruk te geefen, ik piepte een keertje dat het echt niet fijn was, maar ik bleef netjes liggen.
Boos
De meeste nieuwe dingen doe ik binnen in mijn huis, omdat ik daar meestal ben, mijn tuin is nog steeds te kaud om er lang te zijn, daarom ferzin ik van alles in mijn huis om toch afontuuren mee te maken, want anders find ik het een beetje saai worden, zo zonder mijn tuin.
dat?
Deze week was ik een beetje sip, ik had gehoopt dat het eindelijk lente zau worden maar er waren ineens weer van die witte flokken, ik snap er niks van hoe dat allemaal kan en ik find er ook niks aan, nau kan ik wéér niet in mijn tuin liggen!, ik doe het wel hoor, maar niet te lang want het is nog steeds heel erg kaud.
niet klaar om te slaapen, ik wil iets anders en ik weet heel goed wat ik wil: ik wil in mijn gras liggen in de warme zon, ik wil mijn vrienden de duifen zien en een beetje plaagen, ik wil op mijn stoel zitten en rondkijken, ik wil dat mijn vrienden Mikkie, Juultje en Pokon buiten op het dak van het schuurtje zijn en dat we Saame een snekkie eeten.
buiten kijken, dat find ik veels te moeilijk, en bofendien: ik woon toch binnen in mijn huis?, waarom zau ik dan op straat kijken?, ik kom daar nooit, ik ken daar helemaal niets en niemand en dat wil ik zo hauden.