Sinds het een nieuw jaar is geworden is er elke dag iets anders in mijn tuin, de ene dag staat er een keiharde wind zodat mijn haaren bijna van mijn lijf waaien, de folgende dag zijn er van die witte flokken en knerpt mijn gras als ik er overheen loop, weer een dag laater is er reegen, reegen en nog eens reegen, tot er de folgende morgen ineens een beetje zon is maar mijn ooren en teenen toch ijskaud worden.
Pokon
Zau het door dat nieuwe jaar komen?, dat moet haast wel want wat zau het anders kunnen zijn?, ik denk dat het door al dat fuurwerk is gekomen en dat snap ik, als ik het weer was en ik had zoveel flitsen en lawaai meegemaakt dan zau ik ook in de war zijn.
Met die keiharde wind waaien dingen in mijn tuin soms om, er was een heeeele grote plant in een pot omgefallen en allemaal kleine plantjes die op mijn terras staan waren omfer gewaaid, maar er komt ook nog van alles uit de lucht fallen: blaadjes en kleine takjes, uitgedroogde bloempjes, zand en er lag zelfs zomaar een plestik tas in mijn tuin, en die was niet van mij!, maar er komt ook iets kleins en zwarts uit de lucht fallen, ja inderdaad: het is Pokon!
Pokon klimt op elke dag op het hek en laat zich dan gewoon naar beneeden fallen, zó in mijn planten, vaak zit ik al klaar op de plek waar hij teregt wil komen, en dan moet hij naar een ander stuk hek toe om zich fanaf te laten fallen, dat maakt hem niks uit, het lukt hem altijd.
Als hij in mijn planten teregt is gekomen ferstopt hij zich, ik ferstop me ook een beetje en dan wordt het spannend: wie beweegt het eerst?!, meestal is dat Pokon, hij kijkt om zich heen of hij mij ziet en neemt een sprong naar het midden van de tuin, en als hij daar is spring ik te foorschijn, als hij mij ziet gaat hij rennen en ik ren achter hem aan, ineens draai ik me dan om en ren een andere kant op en daardoor raakt Pokon in de war, hij blijft zitten waar hij zit, dus ik draai me om, ren op hem af en geef hem een tik (niet hard hoor, en zonder naagels!!), hij tikt mij terug en we gaan allebei weer rennen, en zo gaat het door.
Mijn tuin
Het is keigaaf om zo te speelen, fooral omdat ik meestal win, dat komt doordat ik mijn tuin beeter ken en ook meer geduld heb, en ik ben zo blij dat ik ineens snap hoe dat moet: speelen met een andere kat!, ik ben stiekum best een beetje trots dat ik soms slimmer ben dan Pokon, en ik krijg heeeeeeel veel kompliementen van mijn mensen, ze zeggen Zo ouwe tijger, je hebt het maar druk, en dat is helemaal waar.
Mijn vrouw zei tegen me dat ik ben gegroeid, en dat zie ik zelf ook, ik was al folwassen toen ik hier kwam wonen dus ik ben niet groter gegroeid, maar mijn buik is veel ronder geworden, o nau roept ze dat ze bedoelt dat ik psiegies ben gegroeid, wat is dat nau weer?, folgens mijn vrouw beteekent dat ik in mijn hoofd ben feranderd, dat ik nu meer voor mezelf op durf te komen, en dat ik wat meer fertrauwen heb in mezelf.
Ja ik denk dat dat waar is, ik foel nau dat ik in mijn tuin best een klein beetje de baas ben, en ik weet dat ik niet nerfeus of bang hoef te zijn, zelfs niet als er iemand uit de lucht komt fallen, want het is Pokon maar en hij komt om te speelen, en dat kan ik, logies want ik ben toch Kever!!
***
En natuurlijk blijf ik tetteren voor vreede, en ik stuur zachte kopjes naar Mio, dat hij beeter wordt!



Van forige jaaren weet ik nog dat er vlak na kersmus al weer een ander mensenfeest is, iets met een nieuw jaar, helemaal snappen doe ik het niet want wat is een jaar en wannneer is een jaar af?, dat zijn fraagen waar ik best heel lang over na kan denken en waar ik nog steeds geen antwoord op heb gefonden, toen ik het aan mijn mensen froeg zeiden die dat het nau eenmaal zo is afgesproken tussen mensen.



Toen ik deze keer mijn letters wilde gaan maken zei mijn vrouw: Keef, je moet eigenlijk wel iets over kerstmis schrijven!, o ja, daar had ik niet aan gedacht, dat komt omdat ik als kat niet aan zulke dingen doe, ik merk natuurlijk wel om me heen dat mensen er aan doen, en ik weet wat kersmus is, het is een feest van een beebiekindje dat werd gebooren en van lichtjes, van vreede en van SAAME.
Maar ik moest er over nadenken, want wat kan ik fertellen over een beebiekindje?, ik ken er geen en ik denk ook dat ik het moeilijk zau finden om er eentje te kennen, ik ben bang van mensen die niet mijn mensen zijn, maakt niet uit of ze jong of aud zijn.
Toen ik forige keer fertelde dat ik moeilijke dagen had gehad kreeg ik zoooooveel lieve woorden van iedereen, ik foelde ze in mijn hart, mijn hart werd helemaal fol en warm en daardoor was ik meteen weer frolijker, hoe kan je nau ferdrietig en sipjes blijfen als je zulke lieve vrienden hebt?, en zo ben ik nau weer Kever zoals ik altijd ben: een frolijke jongen met een goede toeter.
Toen kwam de dag dat mijn vrouw haar hand bewoog onder het dekbed en ik er naar keek en bleef zitten, ze gooide een muisje in de lucht en ik deed niets, mijn man rolde een balletje over de floer, het rolde tegen de muur aan en bleef daar liggen, dat kwam omdat feestKever weer weg was en gewone Kever weer terug, de Kever die fooral knuffels wil, heeeeeeel veel knuffels, en die gelukkig ook al die knuffels krijgt.