Vorige week zaterdag heb ik toch wat meegemaakt… Ik ben naar het Lichtjesfeest van Kianjo en Djoeke geweest. M’n blog was nèt af, en toen stond de bus die Belle gehuurd had al voor de deur om me op te halen. Altijd gezellig, want sinds de zomer zijn er eigenlijk geen grote feesten meer geweest, dus ‘t was kattastisch om zoveel vrienden al in de bus tegen te komen en de hele rit naar Brabant lekker met elkaar bij te kunnen mauwen. Ik had nog nooit een Lichtjesfeest meegemaakt, dus was wel heel nieuwsgierig naar hoe dat zou zijn…
Kerssemusseboom
Onderweg hoorde ik al de mooiste verhalen van vrienden die al eerder naar zo’n feest waren geweest, maar toen ik de bus uitstapte en de huiskamer inwandelde werd ik echt even stil. Zo’n mooie kerssemusseboom had ik nog nooit gezien, en er stond een heel dorp in de kamer, en ik rook allerlei lekkere luchten. Die kwamen niet alleen van de boom, maar ook van alle lekkere hapjes die overal klaarstonden.
Maar ja, m’n moeder heeft me geleerd dat ‘t niet netjes is om als ik ergens binnen kom gelijk m’n bekkie vol te proppen, dus ik heb eerst de boom ‘s goed bekeken, en het hele kerstdorp met huisjes en lichtjes. Want zóveel heb ik bij mij in huis niet staan, dus ik keek m’n ogen uit en genoot. En er was natuurlijk een hoop bij te mauwen met alle vrienden die al op ’t feest waren, en dat kan ook niet met een bek vol.
Nadat ik een paar uurtjes bijgemauwd had met iedereen die ik al kende, een bakje heerlijk Brabants water had leeggelebberd (want al dat gemauw maakt behoorlijk dorstig) en een hapje had gegeten, kwam er een stoere kater naar me toe die mauwde dat ‘ie mij van m’n blogs en FB herkende. Ik had ‘m nog nooit eerder gezien en heel eerlijk, ik weet ook niet eens meer hoe hij heet. We raakten aan de mauw en hij wilde van alles van me weten. ‘t Leek wel of ik geïnterviewd werd, want hij gaf me weinig kans om iets aan hem te vragen. Dus de lol van een goed gesprek was er al snel van af.
Na een tijdje wilde ik wel weer terug naar ‘t feest, want daar was ik tenslotte voor gekomen. Maar ik kwam maar niet van ‘m af, dus ik besloot het vragenvuur te eindigen door ‘m uit te nodigen voor een drankje. Bij de bar zouden vast en zeker wel vrienden staan waar ik nog wat mee bij te mauwen had, zodat ik op een vriendelijke manier van m’n toch wel wat opdringerige ‘fan’ afscheid zou kunnen nemen.
Ketnipwijn
De stoere kater bood aan om in de rij te gaan staan om drinken te halen, terwijl ik met Djoeke en Kianjo stond te mauwen hoe mooi ik hun Lichtjesfeest vond. Dus ik bestelde nog een bakje van dat heerlijke water, en nadat de kater me die gebracht had nam hij afscheid en maakte zich uit de poten. ‘k Heb ‘m daarna ook niet meer gezien, en ik was opgelucht eindelijk van ‘m af te zijn.
Er zat een vreemd luchtje aan ‘t water dat voor me neergezet was, en toen ik m’n tong erin stak voor een eerste slokje vond ik het raar smaken. En na het tweede slokje wist ik zeker dat dit geen Brabants watertje was, maar de beroemde ketnipwijn moest zijn!
Nou ben ik inmiddels al een katermans van twintig maanden, en ik weet hoe lekker ketnip is. Maar dat ken ik alleen in de droge versie van m’n likbal, of m’n muizen. Maar in wijn? BLEUGH, dát was écht vies!
Na een paar minuten had ik ‘t gevoel alsof ik met dubbele tong begon te mauwen en er watjes in m’n oren zaten want iedereen klonk heel ver weg. En ik kreeg ook slaap, ik kon m’n ogen bijna niet openhouden.
Zo goed en zo kwaad als ‘t kon mauwde ik iedereen gedag omdat ik echt even een dutje moest doen en wankelde naar de kerssemusseboom, waar ik uiteindelijk in een hele diepe slaap viel.
Hamertjes
De volgende ochtend werd ik al vroeg wakker van de schoonmaakploeg, die de restjes van wat een geweldig feest moet zijn geweest aan het opruimen was. Er zaten kleine hamertjes in m’n kop, en de lichtjes die de dag ervoor nog zo mooi straalden deden nu pijn aan m’n ogen.
‘t Eerste wat ik deed toen ik weer op m’n poten stond was een enorme grote bak water naar binnen slokken, die ik zelf had getapt. En daar knapte ik gelukkig wat van op.
Terwijl ik m’n best deed om te helpen met opruimen, hoorde ik de verhalen over het feest.
Er was nog heel wat gebeurd terwijl ik onder de kerssemusseboom lag te slapen, en ik heb daar echt waar werkelijk helemaal niks van meegekregen.
Na een stevig ontbijtje begon ik me gelukkig steeds beter te voelen. Ik ging wat rond vragen of iemand wist wie die stoere kater op het feest was, maar niemand scheen ‘m te kennen…
Nou ja, wat ik van het feest heb meegemaakt voordat ik die twee slokjes nam was geweldig, dus ik hoop er volgend jaar weer bij te zijn. Alleen weet ik nu wel heel zeker dat ik ver weg blijf van de ketnipwijn, want die viel echt niet lekker. Ik hou ‘t liever gewoon bij water en limonade, want ik hoef helemaal geen stoere kater te zijn.
‘k Blijf liever gewoon wie ik ben…
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
Nou, ik hoop dat jullie deze nieuwe blog allemaal nog gewoon op je eigen vertrouwde plekje voorgelezen krijgen of zelf kunnen lezen, en dat niemand met Sinterklaas naar Spanje is vertrokken…
Gelukkig was het droog die avond, maar na een uurtje of wat begon ik toch kouwe poten te krijgen. En daar hou ik niet van, dus ik nam afscheid van m’n vrienden en ben maar weer naar huis gelopen. Ik had wel trek in een paar brokjes, en m’n personeel was toch nog wakker want ‘t licht in de woonkamer was nog aan. Voor de zekerheid heb ik eerst even vanaf de tuintafel naar binnen zitten gluren of er écht geen drukte bij mij thuis was, maar m’n personeel zat gewoon lekker rustig in de bank en alles zag er vertrouwd uit.
Dat was nog niet alles, ik kreeg ook nog een pakje in m’n poten gedrukt. Nou ben ik zelf wat onhandig met pakjes openmaken, dus m’n personeel hielp een beetje mee en maakte het papier aan één kant voor me open. Ik stak m’n neus erin, want er kwam me een heerlijke lucht tegemoet die ik gelijk herkende: kattenkruid!
Het is voor mij een bijzondere dag want vandaag, op de dertigste van deze maand, mag ik precies m’n dertigste blog aan jullie presenteren.
Intussen ben ik er achter gekomen dat het gevoel dat ik toen had, alles te maken bleek te hebben met iemand heel erg missen. Ik heb daar lang met m’n personeel over zitten mauwen, en zij herkenden het wel. Ze zijn al héél veel ouderderder dan ik en hebben al heel veel meer lieverds over de Regenboogbrug moeten laten gaan. Elke keer weer voelden ze die enorme leegte, zoals ik die ook had gevoeld in ‘t afgelopen jaar. Ze mauwden me dat alle mooie herinneringen die je samen gemaakt hebt zorgen dat iemand voor altijd in je hart blijft wonen, ook als je ze nooit meer kunt knuffelen, of kopjes geven. En dat ze stilletjes nog steeds naar al die mooie sterren knipogen, omdat andere tweebeners het vaak maar raar vinden als ze ineens naar een ster zouden gaan staan zwaaien.
En zo ben ik alweer dertig blogs verder. De zeven zaterdagen nadat Bert vertrokken was en alle dagen daartussen in heb ik veel nagedacht. Over vrienden, over ‘t leven, over de Regenboogbrug. Maar ook welk natvoer favoriet is en waarom ik sommige speeltjes in huis helemaal niet leuk meer vind en andere juist ineens wel.
Van de week is m’n krabpaal eindelijk weer naast de bank opgehangen. Je weet wel, die hele lange zak van Quapas, waar ik bijna helemaal vanaf de grond tot aan ‘t plafond in kan klimmen om een mooi overzicht te krijgen van alles. Niet alleen van wat er buiten in m’n achtertuin gebeurd, maar ik kan ook prima zien wat er op de eettafel staat en op ‘t aanrecht ligt. En dat laatste is best wel handig, omdat ik al regelmatig boven op de grote tafel m’n inspectie doe, maar ‘t nog steeds niet waag om vanaf de vloer op ‘t aanrecht te springen.
Dat komt eigenlijk door Senior. Want omdat hij heel lang is, staat het keukenblok ook een flink stuk hoger dan wat de standaard is, zodat hij niet gebukt aan ‘t aanrecht hoeft te staan. Fijn voor hem, maar tot nog toe onmogelijk voor mij. Want ik heb werkelijk geen idee waar ik op terecht kom. En dat aanrecht is ook niet zo heel diep, dus dikke kans dat ik dan, als ik er zomaar op zou springen, direct vol in de remmen moet om niet met m’n snufferd in de pollepelhouder te belanden, m’n stapel stenen etensbakjes om te gooien of door te schuiven tegen de witte tegeltjes op de achterwand. Want op zo’n aanrecht heb ik helemaal niks om m’n nagels in uit te slaan, dus dat wordt dan doorglijden tot ik ergens tegenaan bots of me in allerlei bochten wringen om gelijk weer naar beneden te springen. En heel eerlijk gemauwd, dat is me eigenlijk teveel moeite.
kijken als de koelste kater van de wereld met m’n staart omhoog naar m’n drinkbak, neem een paar slokjes, knabbel wat brokjes en dan neem ik m’n positie in tussen de stoelen.
Bijna anderhalf jaar geleden kreeg ik m’n eigen FeestBoek pagina. Onder personeelstoezicht natuurlijk, want ik was toen nog veels te jong om zelf allenig de hele wereld over te gaan. Ik had ook nog helemaal geen snekkies gegeten van leptopgebruik, dus alle hulp was welkom. Want ik mauwde geen tweebenerstaal, en ik had m’n personeel hard nodig om m’n verhalen om te zetten naar letters die tweebeners met een beetje ervaring konden lezen. Of voorlezen, natuurlijk.
Verenigde Staten en andere landen waar ik nog nooit van gehoord had. Maar ook dichter bij huis werd ik ‘ontdekt’.
Advertenties