Ken je dat? Zo halverwege de eerste maand van het nieuwe jaar wordt ‘t zó rustig, dat ik eigenlijk even niks bijzonders te mauwen hebt. Alles in huis is weer zoals het altijd was, personeel is gewoon weer brokjes aan ‘t verdienen, de kerstcadeautjes liggen in m’n mand onder tafel bij ‘t andere speelgoed en buiten is ‘t koud. Alles gaat gewoon weer z’n gangetje, alsof er nooit kerssemus en nieuwjaar is geweest…
Eigenlijk is dat maar goed ook. Want als ik elke dag van die extra lekkere hapjes voor ontbijt, lunch en diner zou krijgen als dat ik af en toe aan ‘t eind van het vorige jaar kreeg, zou ik niet meer kunnen rennen door ‘t huis maar zou m’n personeel me kunnen rollen. En da’s niet goed voor een jonge kater.
Rennen
Dus ik ben nu buiten wat meer aan het rennen over ‘t achterpad om die eindejaarsgrammetjes er weer af te krijgen. Gewoon op m’n gemakkie hoor, want nu ‘t nog steeds koud is buiten is ‘t best wel lekker om een extra laagje binnenvoering in m’n jas te hebben. Maar als ik straatcontrole loop dan maak ik graag even een paar extra rondjes om m’n conditie weer wat te verbeteren. Want als het straks voorjaar wordt hoop ik dat de muizen terug zijn in m’n weiland, en dan wil ik snel genoeg zijn om ze te kunnen vangen.
En weer los te laten natuurlijk, want anders blijft er geen muis over als ik in de zomer weer een Weilandfeest zou willen geven.
Ahhh, zomer… Weet je, ik kijk er al weer naar uit om lekker buiten te zijn zonder dat ik kouwe poten krijg. Heerlijk dutten in de zon op de grote tafel in de tuin of in m’n bloempot onder m’n kersseboom. En ik kijk alweer uit naar ‘t moment dat ik kuilen kan helpen graven om nieuwe plantjes in te zetten, samen met m’n personeel. Want zij komen pas weer buiten zitten als ‘t warmer wordt, net zoals alle andere tweebeners langs m’n achterpad.
Warm
‘t Is nu dan ook best wel een beetje stil buiten. De meeste katten blijven denk ik ‘s nachts ook liever binnen bij de verwarming zitten, maar ik wil dan juist graag buiten zijn, al is ‘t maar even een rondje van de voordeur naar de achterdeur, of andersom. Even een frisse neus halen voor ‘t ontbijt geserveerd wordt is altijd lekker. Ik stop dan ook altijd wel even om naar al m’n vriendjes achter de Regenboogbrug te zwaaien, al valt dat de laatste dagen niet altijd mee omdat ik ze niet zie knipogen door de wolken die boven de grond blijven hangen. Maar ik voel gewoon dat ze dichtbij zijn, en dat voelt goed.
Af en toe kom ik op m’n rondes de overbuurkatten tegen, en dan wisselen we de laatste nieuwtjes over de buurt uit. Altijd gezellig. We weten intussen alle beschutte warme plekjes in de straat te vinden om lekker even bij te mauwen, en voordat ik er dan erg in heb wordt ‘t alweer licht en is ‘t de hoogste tijd om m’n personeel wakker te tetteren.
Dutje
Als m’n personeel uit bed is en aan de koffie zit, heb ik al lang de grote poetsbeurt achter de poot en duik ik in het lege grote bed om lekker een dutje te doen. Want na een nachtje buiten is ‘t altijd heerlijk om met ‘t ontbijt achter de kiezen even wat tijd voor mezelf te nemen. En als ik dat gedaan heb is m’n personeel ook weer schoon en hebben ze hun nachtvacht voor de dagvacht omgeruild, dus dan is het speeltijd.
Daar heb ik niet altijd even veel zin in, maar ik wil m’n personeel toch ook niet verwaarlozen dus even een uurtje actie in huis. Ze gooien dan balletjes door de gang heen, waar ik achteraan ren. Het duurde even voordat ze doorhadden dat ze die balletjes dan ook weer zelf moeten opruimen, want ík breng ze toch écht niet terug.
Of we gaan met de vis spelen, die aan een elastiek aan ‘t plafond hangt. En elke keer als ik met die vis m’n personeel weet te raken zodra ik ‘m loslaat scoor ik een punt. En als ik de vis vang scoor ik ook een punt, dus meestal win ik dat spel. Maar ik ben ook de beroerdste kater niet en soms laat ik hullie winnen. Worden ze altijd blij van, en dan weet ik gewoon dat ik een paar snekkies krijg als troostprijs. Dus eigenlijk win ik altijd, zelfs als ik verlies.
Nadenken
Knuffeltijd is altijd wel de hele dag door, zeker als er even geen brokjes verdiend hoeven te worden. Meestal ben ik daar wel voor te vinden en dan lig ik op ‘t grote bed of in de vensterbank als ik aaien of knuffels wil hebben, of gewoon lekker op de bank of in een luie stoel. Plekjes waar m’n personeel makkelijk bij me kan komen.
Maar soms heb ik ook wel ‘s even geen zin in al die aandacht omdat ik druk bezig ben om over dingen na te denken, of nog even wil dutten. Ik ga dan lekker in m’n mandje onder ‘t bed liggen, of op de benedenverdieping van m’n rieten villa. Dat zijn precies de plekjes waar m’n personeel niet zomaar bij kan komen om me te storen, want ze zijn allebei geen twintig meer en ze kraken als ze door de knieën gaan, dus dat zullen ze niet zo snel doen. Ze zien me vanzelf wel weer verschijnen als ik klaar ben voor de volgende portie aandacht of wil spelen, want ík weet ze altijd wel te vinden in m’n huis…
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
Precies een week nadat ik op mezelf ben gaan wonen kreeg ik een eigen Feestboekpagina, omdat er anders binnen een jaar een hele boekenplank vol met fotoalbums zou staan te verstoffen.
Heel eerlijk gemauwd, toen ik eindelijk uit huis ging om op mezelf te gaan wonen, dacht ik helemaal niet aan foto’s of leptops. Ik had m’n personeel uitgekozen omdat ze lief waren, heel goed konden knuffelen en lekker rustig waren. Er werden wel genoeg foto’s en filmpjes van me gemaakt hoor, met dat ding waar ze ook hele gesprekken mee hadden. Maar om nou op zo’n klein schermpje samen alles te bekijken was toch net effe wat anders.
En ik ben er inmiddels achter gekomen dat ik niet elke dag iets op Feestboek hoef te schrijven, want de vrienden die ik daarop heb zijn hele lieve vrienden die zelf soms ook andere belangrijke dingen te doen hebben.
Nou is het nieuwe jaar alweer vier dagen oud, en alles begint weer een beetje normaal te worden in huis. De kerssemusseboom is weer ingepakt, net als alle kleine lichtjes. Er staan alleen nog wat kaarsen met van die knopjes aan de onderkant, het soort waar ik rustig aan kan snuffelen zonder m’n snorharen kwijt te raken. En dat is wel zo prettig. O, en m’n eigen rode kralen kerssemusseboom heb ik ook nog steeds staan hoor, want die vind ik altijd leuk. Is gewoon een klein dingetje waar m’n personeel lichtjes doorheen gevlochten heeft, maar ik denk dat ‘ie vooral mag blijven omdat ze die draadjes met piepkleinere dan piepkleine lichtjes niet meer tussen die kraaltjes uit krijgen.
tussen het werken door veel geslapen, maar dat komt misschien ook wel door ‘t sombere weer van de laatste tijd. Want ‘t is nou niet al te best geweest, al hebben we vorige maand toch heus wel een echte witte kerssemus gehad, die bijna een hele week bleef hangen. Tenminste, dat vond ik.
Terwijl ik langzaam in slaap begon te sukkelen hoorde ik m’n personeel praten over mist, en dat de wereld wel heel erg klein was die dag. Mist? Ik tilde m’n kop op, want hier wilde ik toch wel even meer van weten…
Nog drie nachtjes slapen, en dan is volgens m’n personeel dit jaar alweer voorbij. Gelukkig komt daar achteraan dan wel weer een heel nieuw jaar, alleen het laatste cijfer van de vier is dan anders. En dat is toch een hele geruststelling.
Stel je voor, vorig jaar om deze tijd bestond mijn hele wereld uit de slaapkamer, de gang, de badkamer, de zijkamer, de woonkamer en de keuken. En heel veel vensterbanken, waar ik toen al heerlijk kon liggen dutten.
heeft gedaan. Tsjonge, wat kan die poezendame mooi schrijven, zeg. Ik heb nu nog niet alle verhalen voorgelezen gekregen, maar ik weet zeker dat Bram vanachter de Regenboogbrug katertrots is op z’n zus.
Deze week heb ik precies één keer in ‘t zonnetje kunnen liggen. Dat was dinsdagmiddag, precies een haf uur lang.
buiten helemaal wit is, en dat het een leuk geluid maakt als je er overheen loopt. ‘t Schijnt alleen wel koud te zijn aan de poten als je te lang buiten bent en je laat sporen na, dus iedereen kan zien waar je bent geweest. Wat m’n vrienden daarmee bedoelen weet ik niet, maar ze mauwden dat ik dat wel zou snappen als ‘t ooit nog ‘s wit gaat worden buiten.
achterdeur om naar terug te gaan. We boffen. Dus m’n personeel en ik vinden dat ook de dakloze diertjes geholpen moeten worden en rond de kerst juist nog meer dan in andere maanden. Want uit eigen ervaring weet ik dat er in dit seizoen weinig muizen te vinden zijn. En slapen met een knorrend buikje is niet goed.