Nou, ik hoop dat jullie deze nieuwe blog allemaal nog gewoon op je eigen vertrouwde plekje voorgelezen krijgen of zelf kunnen lezen, en dat niemand met Sinterklaas naar Spanje is vertrokken…
Vorig jaar in december was ik een klein kittenkatertje van net geen acht maanden oud en kwam ik nog niet buiten. Ik kende dus helemaal geen andere katten die mauwden over Sinterklaas en Zwarte Pieten, en ik wist werkelijk waar helemaal niet van hun bestaan af, omdat in mijn huis geen kleine kinderen wonen waar Sint en Pieten langs komen. En ik kreeg eigenlijk elke dag al wat lekkers en af en toe een nieuw speeltje, gewoon van m’n personeel dat bij me in huis woont, zonder dat ik ooit van Sinterklaas gehoord had.
Buurtkatten
Maar dit jaar was het anders, omdat ik de buurtkatten buiten hoorde mauwen dat hun hele huis op stelten stond. Overal lagen sinds een week of wat kartonnen dozen waar ze niet eens in mochten gaan liggen, inpakpapier dat ze niet mochten scheuren, cadeautjes die duidelijk niet voor katten bedoeld waren en alle tweebeners deden heel geheimzinnig.
En ik snapte daar niks van, want bij mij thuis was alles nog gewoon, zoals altijd. Gelukkig legde een buurkat uit dat er elk jaar een feest is op 5 december, vooral als er ook kindjes in huis wonen. Dan komen er ‘s avonds vreemde tweebeners, die er heel anders uitzien dan ‘t eigen personeel, en die gooien handen vol met vreemd ruikende mislukte bolletjes door de kamer heen, waar de kindjes dan achteraan rennen om die te pakken te krijgen en op te eten. En het is dan een enorme herrie in huis mauwden ze, dus dan maakten ze altijd liever dat ze weg kwamen.
Door de wijk
Afgelopen donderdag had ik met een paar buurtkatten afgesproken om na ‘t eten een wandeling door de wijk te gaan maken en bij alle huizen waar ‘t licht aan was naar binnen te loeren. En de buurkat had gelijk, het was druk in sommige woonkamers. Vrolijke muziek, lachende grote tweebeners en dansende kleine tweebenertjes. ‘t Zag er allemaal best wel heel gezellig uit, maar ik was blij dat ik met m’n vrienden lekker buiten stond omdat ik gewoon niet zo van al die drukte hou.
M’n buurkat mauwde dat er later die avond, als we weer naar huis zouden gaan, ook vast wel een katdootje en iets lekkers voor ons zou zijn, maar dat iedereen nu eigenlijk liever buitenshuis bleef tot het binnen weer rustig was.
Thuis
Gelukkig was het droog die avond, maar na een uurtje of wat begon ik toch kouwe poten te krijgen. En daar hou ik niet van, dus ik nam afscheid van m’n vrienden en ben maar weer naar huis gelopen. Ik had wel trek in een paar brokjes, en m’n personeel was toch nog wakker want ‘t licht in de woonkamer was nog aan. Voor de zekerheid heb ik eerst even vanaf de tuintafel naar binnen zitten gluren of er écht geen drukte bij mij thuis was, maar m’n personeel zat gewoon lekker rustig in de bank en alles zag er vertrouwd uit.
Al snel ging de tuindeur open en na m’n vaste ritueel van eerst binnen aan de krabpaal m’n stiletto’s even aanscherpen werd ik opgepakt en kreeg ik een heleboel knuffels van Senior en werden m’n pootjes lekker opgewarmd in z’n dikke trui, terwijl Junior met snekkies voor me aankwam. Nou, dat was even rielekst thuiskomen, en snekkies zijn natuurlijk altijd nóg lekkerderderder dan m’n alledaagse brokjes.
Schapenmuis
Dat was nog niet alles, ik kreeg ook nog een pakje in m’n poten gedrukt. Nou ben ik zelf wat onhandig met pakjes openmaken, dus m’n personeel hielp een beetje mee en maakte het papier aan één kant voor me open. Ik stak m’n neus erin, want er kwam me een heerlijke lucht tegemoet die ik gelijk herkende: kattenkruid!
‘t Duurde niet lang voor ik het hele pakje open had en er een muis met een heel raar vachtje uit kwam. Volgens m’n personeel was dit een Duitse Schapenmuis, een soort die in Nederland best wel zeldzaam schijnt te zijn, maar over de grens veel voorkomt.
Nadat ik er een tijdje mee gespeeld had en de nieuwe muis helemaal goedgekeurd was, ging ik op zoek naar m’n oude grijze huismuis. ‘t Leek me best een goed idee om die twee kennis met elkaar te laten maken. En dan kon ik ze vannacht allebei meenemen als ik op ‘t grote bed ging slapen.
Muis
Maar hoe ik ook zocht, m’n oude muis was nergens te vinden! Terwijl ik toch zeker wist dat ik ‘m de laatste keer onder de eettafel had achtergelaten. Zelfs m’n personeel heeft mee lopen zoeken, maar zonder resultaat.
Nu heb ik m’n nieuwe muis maar als lokmuis op de bank gelegd, en ik hoop elke keer als ik de woonkamer inkom dat ik dan twee muizen aantref. Maar ook vanmorgen lag de Schapenmuis moederziel alleen op me te wachten.
M’n personeel heeft beloofd om me de komende dagen te helpen zoeken, meubels te verschuiven en alle kasten en lades na te kijken. En als we die grijze muis dan nog niet gevonden hebben, ga ik ‘m toch als vermist aanmelden.
Of weet iemand van jullie het adres van Sinterklaas in Spanje?
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
Het is voor mij een bijzondere dag want vandaag, op de dertigste van deze maand, mag ik precies m’n dertigste blog aan jullie presenteren.
Intussen ben ik er achter gekomen dat het gevoel dat ik toen had, alles te maken bleek te hebben met iemand heel erg missen. Ik heb daar lang met m’n personeel over zitten mauwen, en zij herkenden het wel. Ze zijn al héél veel ouderderder dan ik en hebben al heel veel meer lieverds over de Regenboogbrug moeten laten gaan. Elke keer weer voelden ze die enorme leegte, zoals ik die ook had gevoeld in ‘t afgelopen jaar. Ze mauwden me dat alle mooie herinneringen die je samen gemaakt hebt zorgen dat iemand voor altijd in je hart blijft wonen, ook als je ze nooit meer kunt knuffelen, of kopjes geven. En dat ze stilletjes nog steeds naar al die mooie sterren knipogen, omdat andere tweebeners het vaak maar raar vinden als ze ineens naar een ster zouden gaan staan zwaaien.
En zo ben ik alweer dertig blogs verder. De zeven zaterdagen nadat Bert vertrokken was en alle dagen daartussen in heb ik veel nagedacht. Over vrienden, over ‘t leven, over de Regenboogbrug. Maar ook welk natvoer favoriet is en waarom ik sommige speeltjes in huis helemaal niet leuk meer vind en andere juist ineens wel.
Van de week is m’n krabpaal eindelijk weer naast de bank opgehangen. Je weet wel, die hele lange zak van Quapas, waar ik bijna helemaal vanaf de grond tot aan ‘t plafond in kan klimmen om een mooi overzicht te krijgen van alles. Niet alleen van wat er buiten in m’n achtertuin gebeurd, maar ik kan ook prima zien wat er op de eettafel staat en op ‘t aanrecht ligt. En dat laatste is best wel handig, omdat ik al regelmatig boven op de grote tafel m’n inspectie doe, maar ‘t nog steeds niet waag om vanaf de vloer op ‘t aanrecht te springen.
Dat komt eigenlijk door Senior. Want omdat hij heel lang is, staat het keukenblok ook een flink stuk hoger dan wat de standaard is, zodat hij niet gebukt aan ‘t aanrecht hoeft te staan. Fijn voor hem, maar tot nog toe onmogelijk voor mij. Want ik heb werkelijk geen idee waar ik op terecht kom. En dat aanrecht is ook niet zo heel diep, dus dikke kans dat ik dan, als ik er zomaar op zou springen, direct vol in de remmen moet om niet met m’n snufferd in de pollepelhouder te belanden, m’n stapel stenen etensbakjes om te gooien of door te schuiven tegen de witte tegeltjes op de achterwand. Want op zo’n aanrecht heb ik helemaal niks om m’n nagels in uit te slaan, dus dat wordt dan doorglijden tot ik ergens tegenaan bots of me in allerlei bochten wringen om gelijk weer naar beneden te springen. En heel eerlijk gemauwd, dat is me eigenlijk teveel moeite.
kijken als de koelste kater van de wereld met m’n staart omhoog naar m’n drinkbak, neem een paar slokjes, knabbel wat brokjes en dan neem ik m’n positie in tussen de stoelen.
Bijna anderhalf jaar geleden kreeg ik m’n eigen FeestBoek pagina. Onder personeelstoezicht natuurlijk, want ik was toen nog veels te jong om zelf allenig de hele wereld over te gaan. Ik had ook nog helemaal geen snekkies gegeten van leptopgebruik, dus alle hulp was welkom. Want ik mauwde geen tweebenerstaal, en ik had m’n personeel hard nodig om m’n verhalen om te zetten naar letters die tweebeners met een beetje ervaring konden lezen. Of voorlezen, natuurlijk.
Verenigde Staten en andere landen waar ik nog nooit van gehoord had. Maar ook dichter bij huis werd ik ‘ontdekt’.
Advertenties
Brrr, wat was het de afgelopen dagen frisjes… En er hingen zelfs wolken in m’n weiland, op m’n achterpad en in m’n straat. En weet je wat het gekke was? M’n vacht werd er hartstikke nat van, terwijl het helemaal niet regende…
in hun mand stapten…
mensenmand, precies tussen de twee bulten die onder ‘t dekbed lagen. Ik kreeg gelijk een handdoek over me heen, en m’n personeel begon me zachtjes droog te aaien. Met een volle buik had ik geen puf meer om te mauwen dat ik dat helemaal niet wilde, en eigenlijk was ‘t ook best wel lekker. Ik voelde ‘t laatste restje kou van buiten helemaal uit m’n vacht trekken, en ik had moeite om m’n ogen open te houden.