Categorie archieven: Joep

Joep schreef 25 blogs

Nou, daar issie dan… M’n 25ste blog!
Wat is de tijd toch snel gegaan, ‘t lijkt wel alsof ‘t gisteren was dat ik met Junior achter de leptop mocht om m’n allereerste bijdrage aan de site van Huiskater Bert te mauwen. Ik was toen nog niet eens een jaar oud, maar Bert had in zijn oneindige wijsheid bedacht dat ik de aangewezen kittenkater was om de blogdag over te mogen nemen van Kater Bram, die een week eerder veel te vroeg over de Regenboogbrug was gegaan omdat zijn leef-tijd op was.

Spannend

Je mag best weten, ik vond het heel erg spannend om met schrijven te beginnen.
Want al mijn collegabloggers waren veel wijzerderder en ervarender dan dat ik was. En zouden de lezers van Bert z’n blogs wel op de belevenissen van zo’n jong, onervaren katertje zitten te wachten? Ik was nog maar net begonnen om m’n eerste stappen helemaal alleen buiten te mogen zetten dit voorjaar, dus eigenlijk had ik nog helemaal niet veel échte avonturen om over te mauwen. Maar Bert had er alle vertrouwen in dat ik het kon, dat bloggen. En ik voelde dat Brammie met me meekeek en meeluisterde, bij elk woord dat ik tegen Junior mauwde. ‘t Was alsof hij naast me zat en in de gaten hield of ‘t allemaal goed ging, want Junior en ik moesten nog heel veel leren over bloggen.
Gelukkig was Bert ook een hele goeie leermeester, want van hem leerde ik dat ik m’n blogs niet zo lang hoefde te maken en niet elke zin met een uitroepteken hoefde af te sluiten.

Reacties

M’n allereerste blog leverde me maar liefst 45 reacties op, en je snapt wel dat ik die week met de staart stoer omhoog door m’n huis liep. Het hele weekend heb ik m’n best gedaan om iedereen terug te mauwen maar ja, daar blijk ik achteraf niet altijd zo heel erg goed in geweest te zijn. Dus al die blogs later wil ik toch nog m’n excuses aanbieden aan iedereen die ik nooit teruggemauwd heb in de afgelopen maanden. Ik krijg al jullie mooie letters, met de nodige spellings- en gramaticafouten van Junior, altijd netjes doorgemauwd maar soms komt het er gewoon niet meer van om samen achter de leptop te gaan zitten en iedereen te beantmauwen. Ik hoop ook niet dat m’n moeder daar ooit achter komt want dan zou ik, zo groot als ik nu ben, alsnog een stevige poot om m’n oren krijgen van haar, omdat ze me echt wel netjes opgevoed heeft voordat ik op mezelf ging wonen.

Kitten

Intussen ben ik niet meer de kitten die zich eind maart voor het eerst voorstelde op de blog van Bert. ‘k Heb nieuwe lieve vrienden ontmoet, waar ik heel erg blij mee ben. Maar ik heb ook afscheid moeten nemen van vrienden die me dierbaar waren, en dat viel écht niet mee. Gelukkig kan ik elke avond naar ze zwaaien als er geen wolken in de lucht hangen, en dan zijn we weer even SAAME…
Ik heb m’n allereerste Grote Weilandfeest gehouden en geholpen om een tweede Weilandfeest te organiseren. Dat was best wel veel werk, maar zeker voor herhaling vatbaar om iedereen gezellig te ontmoeten en neus aan neus, oog in oog bij te mauwen.
Ik heb nagedacht over ouder worden, heb de hele zomer bijna dag en nacht buiten gezeten, genoten van de zon, de maan en de sterren en veel nieuwe dingen geleerd, buurkatten ontmoet en mooie plekjes in de buurt ontdekt. Allemaal belevenissen van een opgroeiende kittenkater die ik graag met jullie, de (voor-)lezers van m’n blog, gedeeld heb. En daar hoop ik nog heeeel lang mee te kunnen door gaan.

Binnen

Dankzij Ollie, die nu bij mevrouw Bert in huis woont sinds Bert over de Regenboogbrug naar zijn Loesje is gegaan, ben ik sinds kort weer terug om op zaterdag te bloggen. Maar dat hadden jullie vast al gemerkt. Wat ben ik blij dat Ollie ook een schrijver wil zijn, want daardoor heeft hij ons toch maar mooi weer bij elkaar gebracht. Niet alleen de vrienden die graag bloggen maar ook de vrienden die onze blogs graag lezen. Of voorgelezen krijgen. Want zeker nu ‘t buiten kouder gaat worden vind ik ‘t zelf ook heel gezellig om lekker binnen, op schoot bij m’n personeel, al die oude en nieuwe verhalen te horen en de foto’s te bekijken. En als ik dan ook nog zachtjes achter m’n oren of onder m’n kin gekriebeld wordt doe ik soms lekker even m’n ogen dicht en geniet van die heerlijke momenten terwijl ik lig te luisteren. Gewoon, omdat we weer saame zijn.

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep kwam van het dak af

Afgelopen week ben ik druk bezig geweest om het nieuw gelegde achterpad te verkennen. Alle tegels liggen weer netjes, maar allemaal in een andere volgorde dan zoals ik gewend was. Dus er is een hele hoop te snuffelen. Zo ruik ik dat een paar stenen die eerst bij mijn achtertuin lagen nu bij allebei m’n buren liggen, en ik heb een paar tegels voor m’n poort waar de barbecue van de buren op de hoek altijd op gestaan heeft. En die ruiken me toch lekker! Ik lig daar nu elke dag wel even op, zeker als de zon schijnt. Dan is ‘t net alsof ‘t weer even zomer is…

Schutting

Senior heeft ook niet stilgezeten. Samen met de andere buurman heeft hij eindelijk de schutting tussen onze tuinen kunnen plaatsen. En nou moet ik dus he-le-maal omlopen om in hun tuin te komen als ik bij ze naar binnen wil gluren. Want ze hebben een hele verkeerde schutting gekocht, eentje waarvan de planken van boven naar beneden lopen. Of van beneden naar boven, net hoe je ‘t bekijkt. Ik had nog zó gemauwd dat ik een schutting wilde die ik als ladder kon gebruiken, maar luisteren? Ho maar. Dus ik moet het hier de komende jaren maar mee doen. Nou ja, het is wel een ideale schutting om m’n nagels overheen te halen, want hij heeft lange planken waar ik helemaal rechtop tegen aan kan staan om de nagels van m’n voorpoten aan te scherpen, dus dat is dan weer wel een voordeel. Al heb ik wel gehoord dat dát niet de bedoeling is, want ik heb volgens m’n personeel meer dan genoeg krabpalen in huis staan, en er hangt zelfs een krabplank buiten naast de achterdeur. Maar ja, ‘t is natuurlijk altijd veel leuker om dingen juist te gebruiken op een manier waar ze volgens tweevoeters eigenlijk niet voor bedoeld zijn. En m’n personeel moet ook niet gaan zeuren dat ik m’n poten veeg op de kokosmat bij de achterdeur voordat ik weer naar binnen ga, want dat doen zij zelf ook. Ik kan ‘t toch ook niet helpen dat zij hun teennagels niet kunnen uitslaan op die mat om ze te scherpen, en ikke wel?

Toezicht

Nou ben ik inmiddels wel gewend aan de nieuwe schutting tussen mijn tuin en die van de buren hoor, maar Senior wilde ook gelijk de schutting aanpakken die hij zelf naast de schuur getimmerd had. Dus hij had de balk waarmee die schutting aan de schuur vast stond alvast weggehaald, want dan kon hij er de volgende dag makkelijker bij, had ‘ie gezegd. Allemaal leuk en aardig, maar de schutting stond toen wel een beetje wankel…
Nou hou ik best van een uitdaging, dus ik was ‘s avonds lekker tegen die schutting omhoog geklommen en heb me boven op de smalle plank tussen alle druiventakken door gewurmd om vanaf ‘t schuurdak te kunnen gluren naar de buren, die op ‘t achterpad aan ‘t barbecuen waren. Per slot van rekening hoort toezicht houden ook bij de achterpad inspectie die ik dagelijks uitvoer, en zo kon ik alles goed in de gaten houden zonder de indruk te wekken dat ik met ze wilde mee eten, want m’n eigen avondeten had weer prima gesmaakt en er kon eerlijk gemauwd geen hapje meer bij.
Maar ja, toen ik weer van ‘t dak af wilde bleek dat niet zo gemakkelijk te zijn als er op komen. Ik heb namelijk een enorme hekel aan wiebelende dingen, plus dat ik de druiventakken waar ik me op de heenweg naar ‘t dak tussendoor gewurmd had veel te dun vond om op te gaan staan om via dezelfde weg weer naar beneden te komen. Ik heb nog steeds al m’n negen levens, en daar ben ik heel zuinig op.
Na wat heen en weer lopen over de rand van ‘t schuurdak en heel hard mauwen kwam m’n personeel met een ladder aanzetten. Nou ja, ‘t was m’n eer te na om zo van ‘t schuurdak afgehaald te worden, dat snap je natuurlijk wel. Dus ik heb even zachtjes met m’n voorpoot een paar tikken op de hand van m’n personeel gegeven en duidelijk gemaakt dat ‘t me heus wel zelf zou lukken om van de schuur af te komen, zonder hun hulp. Ik ben tenslotte al een grote kater en geen kleine kitten meer.

Donker

Intussen begon ‘t aardig donker te worden. De buren waren al uitgegeten, hadden de barbecue weer opgeruimd en waren naar binnen gegaan. M’n personeel zei dat ‘t nou toch écht wel tijd werd om van dat dak af te komen, omdat ik daar niet de hele nacht kon blijven zitten want ‘t zou écht koud gaan worden. Ik mauwde terug dat ik een prachtig uitzicht had om nog even te zwaaien naar alle sterren die ik zag, en dat ze voor mij niet op hoefden te blijven. Maar diep in m’n hart wilde ik toch eigenlijk ook wel graag naar binnen, want ik begon al aardig koude poten te krijgen op dat dak en de gedachte om op ‘t grote bed tussen m’n personeel in te kunnen dutten werd steeds aantrekkelijker.
Net voordat m’n personeel naar binnen ging heeft Senior de paal, die hij eerder die dag van de schutting had gehaald, schuin tegen ‘t dak van de schuur aangezet. En ik kan je mauwen, toen de achterdeur open ging ben ik nog voordat m’n personeel één voet over de drempel kon zetten keihard naar binnen gerend en ben op ‘t grote bed neergeploft. En dat lag toch een heel stuk lekkerderder dan die kouwe steentjes op ‘t schuurdak.

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep denkt na of hij binnenkater wil zijn

Nog maar 7 weken geleden werd ‘t ineens stil. Geen wekelijkse blog meer bij Bert om te mauwen, geen dagelijkse verhalen meer van vrienden en vriendinnen. Bert had met de laatste letters voor z’n vertrek over de Regenboogbrug zijn blog afgesloten, het was een hele mooie tijd geweest…

Kriebelen

En toen kreeg ik ineens een mailtje van mevrouw Bert, vorig weekend. Of ik het leuk zou vinden om weer te komen bloggen op de nieuwe site van Ollie, de huiskater die nu bij haar woont. Want Ollie had haar laten weten dat hij ook letters wilde maken, en z’n eerste blog was al klaar.
Het begon weer te kriebelen bij mij. Ik had zoooveel verhalen in m’n kop, dat ik gewoon niet zo goed wist waar ik moest beginnen.
En zou dit dan weer m’n eerste blog worden, of zou ik door mogen tellen en deze m’n vierentwintigste mogen noemen? Of toch m’n drieëntwintigste, omdat ik m’n allerlaatste blog aan Bert nooit op zijn site heb geschreven maar als afscheid en eerbetoon aan hem op m’n eigen FB pagina heb gezet?
Hoe dan ook, ik ben heel blij dat Ollie bij mevrouw Bert heeft aangegeven dat hij ook letters wil gaan maken en katkatkat, hij is een natuurtalent dat ons weer allemaal samen brengt op z’n nieuwe site.

Kouder

Inmiddels is volgens m’n personeel de herfst al begonnen en zijn de blaadjes aan m’n kersenboom rood aan het kleuren. De bruine blaadjes van andere bomen in de buurt waaien door m’n tuin heen en over ‘t achterpad, en ik heb er bijna een dagtaak aan om die allemaal te vangen. Ze maken ook zo’n leuk geluid als ik ze te pakken heb, precies als één van m’n speelgoedmuizen binnen, als ik daarmee in gevecht ben. Of zoals ‘t matje op de armleuning van de bank, als ik daar op spring.
Er is zóveel te ontdekken nu, ‘t is ook pas m’n allereerste herfst buiten. Want vorig jaar om deze tijd was ik nog maar een kitten van een half jaar jong en bekeek ik de wereld vanaf de vensterbank binnen. ‘k Had ook helemaal geen tijd om me bezig te houden met wat er buiten allemaal gebeurde, want ik was té druk bezig met spelen, eten en slapen. En alle hoekjes van m’n eigen huis te ontdekken, te knuffelen met m’n personeel en groter en sterker te worden. Maar ik geloof dat me dat allemaal toch wel aardig gelukt is.
Nadeel van de herfst is dat ‘t nu ook best kouder wordt, vooral ‘s nachts. En als ik ergens een hekel aan heb dan is ‘t wel aan koude pootjes. En wind. Ik denk dat ik meer een lente- en zomerkat ben, hoewel ‘t begin van de herfst toch ook best wel leuk is. Maar als straks de kachel weer aan gaat dan wordt ‘t toch hoog tijd dat ik m’n kleedje boven de verwarming weer ga opzoeken.

Eerste zomer

M’n eerste zomer buiten is ook eigenlijk best wel een succes te noemen. Ik leerde de buurkatten kennen, heb de buurt aan de achter- én voorkant van m’n huis verkend en kennis gemaakt met de grote en kleine tweevoeters die in m’n huizenblok wonen. Maar het allerlekkerste van de zomer vond ik ‘t toch om de hele dag buiten in de zon te liggen. En als me dat te warm werd, lekker onder de hortensia’s een plekje in de schaduw te zoeken. ‘s Avonds en ‘s nachts bleef ik ‘t liefst in de tuinstoel op ‘t kussen naar de sterren te kijken. Heel eerlijk gemauwd, ik kwam weken lang alleen maar binnen als ik hoorde dat m’n voorraadkast open ging. Want ik had al snel door dat het drinken wél, maar het eten níet op het terras geserveerd werd. Dat is trouwens nog wel even een dingetje om volgend voorjaar toch ‘s over te hebben met m’n personeel, want die service is best wel voor verbetering vatbaar…
Zelfs het knuffelen en spelen met m’n personeel gebeurde van de zomer buiten, want ook zij waren elk moment dat ze maar even konden in de tuin te vinden. En da’s altijd wel lekker, als je weet waar je personeel uithangt.

Binnen

Nu de dagen korter en de nachten langer worden loop ik m’n straatcontroles meestal alleen, en er valt eerlijk gemauwd weinig te beleven. M’n buurkatten zitten bijna allemaal alweer binnen als ‘t regent en de tuinen zijn leeg, want ook de tweebeners hebben hun tafels, stoelen en de barbecues alweer in de schuur gezet. En dat is best wel even wennen, zo zonder die gezellige drukte langs ‘t achterpad.
Gelukkig was er deze week naast alle nattigheid ook nog wat zon, en dan leek het weer even zomer. Tot de volgende bui weer losbrak en de temperatuur flink daalde. Brrr… Dan denk ik er toch hard over om ook maar weer lekker huiskater te worden.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep weet hij is geen kitten meer

Om maar gelijk met het kattenluik in huis te vallen: m’n personeel maakt zich soms een beetje zorgen om me. Omdat ik minder zoomies door het huis maak dan dat ik vroeger deed, omdat ik overdag veel slaap en omdat ik niet altijd elke dag m’n bakje met natvoer helemaal leeg eet.

Maar wat ze vergeten is dat ík, terwijl zij opgekruld in het grote bed bomen liggen om te zagen, de hele nacht aan het werk ben om de buurt veilig te houden. En dat is een grote verantwoordelijkheid, die ik heel erg serieus neem. M’n tuin, ‘t achterpad, ‘t weiland, dat is me nogal een groot gebied. Als ik dan al even een pauze neem op ‘t grote kussen onder ‘t afdak in de tuin of onder m’n kersenboom slaap ik met één oog open, omdat ik wel alert moet blijven natuurlijk. Want dan kan m’n personeel rustig blijven slapen. Dat hebben ze ook nodig, na een dag hard werken om m’n brokjes, natvoer en snekkies te verdienen, het huishouden te doen en m’n voorraadkast gevuld te houden. Ze zijn tenslotte ook al lang geen 20 meer.

Wennen

M’n personeel moet er denk ik gewoon nog aan wennen dat ik, nu het wat minder warm is geworden de afgelopen week, ook overdag best graag veel buiten ben.
Met de hitte die we hadden bleef ik na ‘t ontbijt graag binnen, in de buurt van de kattilator of dat grote zwiepding aan ‘t plafond. Toen was er tijd genoeg voor knuffels, kroelen, eten en spelen, maar nu m’n vakantie weer voorbij is ging ik de afgelopen dagen na m’n ontbijt graag nog even naar buiten in plaats van binnen te blijven dutten. Gewoon om een kletsmauwtje maken met de kat van de overburen, of om te kijken hoe de nieuwe buren bezig waren met het leegtrekken van hun achtertuin. Want zonder ook maar even met me te overleggen hebben ze inmiddels gewoon het beste oerwoud van de hele buurt uit de grond getrokken en in vuilniszakken gestopt…
Gelukkig hebben ze daar wel een paar dagen over gedaan, dus ik heb er nog tot het laatste sprietje de grond uitging van kunnen genieten. Maar nu is ‘t dan écht leeg. Geen hoog gras meer om in te springen, geen kleine bloemetjes meer om aan te ruiken. Maar wat nog veel erger is, er zijn nu ook bijna geen vliegdingen meer om te vangen of spinnetjes om urenlang naar te kijken. Alles moest uit de grond, want volgens de nieuwe buurvrouw was ‘t allemaal onkruid.

Buiten

Zelf zag ik dat toch wel anders, want sinds de vorige buurman in november naar Spanje vertrok begon er van alles in die achtertuin te groeien. En toen ik in maart eindelijk naar buiten mocht werd de buurtuin een heerlijke plek om te spelen en te ontdekken terwijl de nieuwe buren druk in huis aan ‘t klussen waren. Uren heb ik daar doorgebracht, ik heb er geleerd hoe ik me ‘t beste kon verstoppen om vanuit een hinderlaag heel veel vliegen te vangen. Daar heeft Chef Tiga toen nog heerlijke croetons van gemaakt voor in de ketnipsoep.
Ik kon lekker door ‘t hoge gras rollen en me verstoppen als er een vreemde kat over het achterpad liep. Want als kitten vond ik andere katten toen best nog wel een beetje eng, omdat ze véél groterderder waren dan ik. Maar dat is allemaal snel goed gekomen, ik weet intussen wel wie aardig is en bij wie ik beter uit de buurt kan blijven.
Maar nou is m’n speeltuin dus gewoon leeg…
Misschien ben ik daardoor wel een beetje van slag de laatste tijd. Want ‘t was wel iets uit m’n kittentijd dat nu helemaal verdwenen is.

Groterder

Misschien is ‘t ook wel omdat ik merk dat ik eigenlijk ook niet echt meer dezelfde kitten ben die in ‘t voorjaar voor ‘t eerst naar buiten mocht om de buitenwereld te gaan ontdekken. Ik ben groterder geworden, sterker. En ik heb heel veel ontdekt. De schutting in m’n eigen tuin is geen hindernis meer maar een hele brede ladder om op de schuur te komen, waar ik een prachtig uitzicht heb over ‘t weiland. Ik spring met gemak in en uit de grote bloempot waar m’n kersenboom in staat en van de week ben ik zelfs op een oud tafeltje in de tuin gesprongen waar ik nooit op durfde omdat die helemaal vol staat met grote en kleine bloempotten. Niet dat ‘t echt interessant was voor mij, maar ik was gewoon even nieuwsgierig wat daar nou in stond.
M’n volgende uitdaging wordt om vanaf dat oude tafeltje tussen de aardbeienplanten te springen, want die hangen aan kettinkjes in mandjes aan de schuur dus die bewegen. Ik heb er al naar gekeken, maar volgens mij wordt dat een makkie. M’n personeel zegt dat kleine kittens nou eenmaal groot worden. En misschien hebben ze wel gelijk. Want ‘t is niet alleen m’n buitenkant die groterder is gegroeid, ik heb ook al heel veel geleerd waardoor ik nu meer durf dan toen ik nog klein was. Al ben ik nog steeds voorzichtig hoor, want ik loop maar in één sloot tegelijk.

Opgroeien

O wacht, ik hoor dat er verse brokjes in m’n bak geschept worden, dus ‘t is nú tijd om naar de keuken te gaan. En zo te horen is er vandaag mousse uit blik voor ontbijt. Komt mooi uit, want daar heb ik wel trek in. En dan daarna even knuffelen met m’n personeel, mauwen dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Ze moeten gewoon nog even wennen aan ‘t idee dat ze een opgroeiende katermans in huis hebben.
En na dat knuffelen ga ik misschien nog wel een uurtje ofzo wat puberen. Schijnt er ook bij te horen, dus ik denk dat ik maar verder ga om die afgrijselijke spiegelfolie van ‘t raam af te trekken, om er daarna nog even een rondje mee door ‘t huis te rennen. De hoekjes zitten al los…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep denkt na over vakanties

Achteraf gezien had ik de afgelopen week ook nog best wel vakantie kunnen nemen, want het was de laatste dagen nog steeds heel erg stil in m’n straat. En dit weekend zal dat nog niet zoveel anders zijn, want daarna is ’t pas de laatste week van de grote vakantie hier in m’n dorp. Maar ik verwacht dat binnen een paar dagen zo’n beetje alle blikken weer op de parkeerplaats staan en iedereen weer gewoon thuis is.

Personeel

Toen ik nog maar net op mezelf woonde is m’n personeel ook een keer met vakantie gegaan. Meer dan twee halve dagen en een hele nacht had ik alle kamers in ‘t huis toen helemaal voor mezelf alleen. Nou ja, samen met de lieve overbuurvrouw dan, die m’n avondeten en ontbijt kwam neerzetten en m’n drinkbak vulde met lekker vers water. Ze bleef dan gezellig bij me tot ik m’n natvoer op had en klaar was met m’n wasbeurt. Daarna kwamen de knuffeltjes en aaien, en speelden we totdat ik zó moe was da’k niet eens merkte dat ze alweer naar haar eigen huis was gegaan…
Natuurlijk heb ik m’n eigen personeel een paar uur niet aangekeken toen ze de volgende dag pas tegen de avond eindelijk weer thuiskwamen. Want hoe dúrfden ze, om op vakantie te gaan zonder mij mee te nemen?

Vakantie

Eigenlijk begreep ik toen al helemaal niet waarom tweebeners zo nodig met vakantie moeten. Ze beginnen dan met een koffer en een tas inpakken, gaan weg, komen terug en dan pakken ze alles weer uit en stoppen het in de wasmaasjiene. Kunnen ze toch net zo goed thuis blijven en hun vuile wisselvacht gewoon gelijk in de wasmand gooien?
M’n personeel was niet ver weg geweest, maar ze roken toen ze thuiskwamen naar hond. En katten. En kippen, ezels en paarden. Maar ‘t ergste was nog dat ze naar barbecue durfden te ruiken en niet eens een stukje vlees voor me hadden meegenomen!
Nou ja, ik ben niet lang boos gebleven hoor, ‘k was eigenlijk veuls te blij dat ze er weer waren. Maar ik heb toch wel even heel duidelijk gemaakt dat ze niet meer zonder mij op vakantie mochten. Even de deur uit om op jacht te gaan is prima hoor, ik ga dan lekker liggen slapen en zie wel weer waar ze mee thuiskomen.
Maar als ze een hele nacht wegblijven wordt dat natuurlijk een heel ander verhaal. ‘k Heb niet voor niets een reismand, een tuigje en een rugzak met uitzicht klaarliggen, en m’n drink- en etensbakken zijn zó ingepakt. Nog een extra koffertje voor m’n eigen eten, wat extra snekkies (‘t ís dan tenslotte vakantie) en speelgoed, m’n eigen dekentje en de kattenbak met wat extra grit en ik sta al bij de voordeur, helemaal klaar voor vertrek.

Thuis

Hoewel… Ik mauw dat nou wel allemaal heel gemakkelijk, maar eigenlijk weet ik niet eens zo zeker of ‘t écht wel zo leuk is om op vakantie te gaan.
Want hier thuis heb ik m’n eigen dekentjes in de vensterbanken liggen, diverse krabpalen, lekkere stoelen, een heel groot bed en nog veel meer plekjes waar ik heerlijk kan dutten. En ik weet waar m’n bak met brokjes staat, en m’n waterbak. En ik weet ook precies waar ik twee keer per dag m’n bak met natvoer kan vinden, al staat die vaak wél een paar centimeter meer naar rechts, links, onder of boven op m’n placemat dan de keer daarvoor. Maar daar wil ik verder niet over mauwen, dat kan nou eenmaal gebeuren.
M’n kattenbak staat rechts om de hoek onder de wastafel in de badkamer, m’n speelgoedmand onder de tafel bij de grote bank en ik weet wat ik kan verwachten als ik door de voor- of achterdeur ga, of gewoon de makkelijkste weg naar buiten neem via ‘t open slaapkamerraam.

Tuin

In m’n achtertuin heb ik ook m’n favoriete plekjes op de tuinstoel, de tafel, onder m’n kersenboom, op de schutting of soms gewoon lekker op ‘t pad of onder de struiken. Ik ken de buurtpoezen inmiddels, en ‘t is altijd heerlijk om met hun even de laatste nieuwtjes in de wijk uit te wisselen.
En over m’n wedstrijdbad tussen het achterpad en het weiland hoef ik denk ik niks meer te mauwen, want daar heb ik ‘t al veel vaker over gehad.
Als m’n personeel thuis is kan ik gaan en staan waar ik wil, en als ‘t donker wordt ben ik graag buiten. Tenminste, zolang het nog lekker warm is. Want ik kan je nu al mauwen dat als ‘t straks kouder wordt dat ik dan liever lekker met m’n billen boven de verwarming ga liggen. Maar nu nog even niet, want de kachel staat nog niet eens aan.
En dat is dus een heel groot voordeel hè…
Dat ik thuis alles weet te vinden omdat hier alles staat waar ‘t altijd staat. Want eigenlijk ben ik niet zo van de verandering.

M’n tuigje hangt al maanden te verstoffen aan de kapstok, want die heb ik hier buiten helemaal niet meer nodig omdat ik de weg weet. En de rugzak met uitzicht die ik dit jaar voor m’n verjaardag heb gehad… nou, die is voor ‘t mooie alweer te klein geworden. Natuurlijk kan ik volgend jaar wel een buggy voor m’n verjaardag vragen, maar ik denk niet dat ik die ooit ga gebruiken. Want ik wil wandelen, rennen, snuffelen en ontdekken als ik buiten ben. Maar dat gaat natuurlijk niet vanuit zo’n rolbak. En zeker niet met een tuigje om.
Nee hoor, thuis blijven is eigenlijk prima wat mij betreft. En als ik verder wil dan m’n eigen buurt dan stap ik wel in m’n reismand om een eindje te gaan blikrijden met m’n personeel.

Weet ik in elk geval zeker da’k weer op tijd thuis ben voor m’n avondeten…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep.