
Toen het fierus kwam, verlieten de mensen mijn straat. Het werd stiller. Maar toen kwamen de vogels. Nou is alles anders.
Oer
Van mezelf weet ik dat ik bang kan zijn maar toch ook oer. Dan komt er een gefoel vanuit mezelf en dan moet ik dingen doen. Dat heb ik soms na de bak, dan ga ik rennen en heel erg rauw en hard miauwen. Of als iets heel fijn is dan ga ik rollen. Oer is iets van heel vroeger toen alle dieren wild en oersterk werken en altijd wisten wat ze moesten doen en dat deden ze ook al waren ze misschien bang.
Toen de vogels kwamen wist ik dat ik niet zo oer was als ik dacht. Misschien helemaal niet.
Andere vogels
Dit zijn andere vogels van voor het fierus. Die waren gewoon en als ik in de vensterbank zat dan keek ik naar ze. Soms miauwde ik. Ging vanzelf. Maar deze vogels…
- ze zijn groot en brutaal, ze gaan op de rand van mijn huis zitten en dan kan ik ze net niet zien dus dat is spannend
- soms als ik net een knuffel krijg dan hoor ik een geluid van buiten en dan moet ik gewoon kijken dus dan voel ik de knuffel niet meer
- ik zie heel vaak door het raam een beweging en dan weet ik ze zijn er weer
Ik vind deze vogels eng. Een vriend op Facebook zei dat ik als katerman zijnde hun natuurlijke vijand ben maar dat gefoel heb ik niet en de vogels ook al niet. Hoe kan dat nou?
Mijn oer-gefoel is er helemaal niet. In de vensterbank durf ik geeneens altijd. Erg, hè?
Steun
Van thuis krijg ik nou steun hierbij. Dan gaat mijn vrouw naast me op het tapijt zitten en als ik moet kijken, dan kijkt ze ook. Of ze aait me een beetje. Zachtjes tegen me praten doet ze ook. Mijn oer-gefoel blijft weg, dat is raar, maar ben dan toch wat rustiger in mezelf daardoor dus dat is toch wel fijn.

Wanneer je zoals ik een seeniejor-katerman bent, dan ben je anders dan een kitten. Ik weet veel beter dan je voorzichtig moet zijn en dat ben ik dus. Ook als er zon is.
