
Als huiskater ben ik altijd thuis, dus dan is het belangrijk dat je dingen voor jezelf hebt. Voor mij als seniejor is het ekstra belangrijk dat ik goed kan liggen. Maar waar?
Vaste plekken
Ik heb natuurlijk vaste plekken. Op de bank heb ik een kussen en daar ligt een handdoek op. Boven op bed heb ik ook een handdoek en daar ligt een lap op. En in mijn doos heb ik flanel liggen. O ja ik heb ook een dekentje op de bank liggen. In de vensterbank heb ik niks en dat wil ik ook niet, als ik daar lig dan moet ik zekerheid onder me hebben en dat is de vensterbank. Soms lig ik ook op mijn tapijtje dat is alleen voor mij. Of middenop het tapijt dan kan ik alles overzien.
Gefoel
Maar laatst zei mijn gefoel: Bert, ga eens aan de andere kant van de kamer liggen. Ik deed het want je moet luisteren naar je gefoel, dat zegt Loesje ook.
Dus ik daar liggen.
En toen?
Nou, niks.
Raar
Ik lag er te liggen en ik foelde me geeneens fijn. Want het was een rare plek, ik kon de bank achter me niet zien, alleen zag ik goed een stuk de werktafel van mijn vrouw, maar daarvoor kan ik beter op het krukje liggen dat erbij staat. Dat was ik nog vergeten te noemen.
Dus ik stond maar weer op en ik ging op de bank liggen.
Raar, hè.
Zekerheid
Op de bank lag ik meteen goed. Dus ik kon nadenken en dit is wat ik bedacht: dat liggen iets is met gefoel en dat moet je onderzoeken. Soms heeft je gefoel gelijk en soms ook niet, maar dat weet je nooit. Nou had ik geleerd dat ik niet aan die ene kant van de kamer hoef te liggen. Aan de andere kant weer wel, en dat is nou mijn zekerheid.



