Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Ik heb een talent (blog)

Kort geleden zei mijn vrouw opeens tegen me: “Bertje, wat kun je toch van alles genieten, dat is een talent, hoor.” Het was tijdens het aaien voordat we gaan slapen. Dan verwacht je zoiets niet. Maar het was wel waar.

Thuis ben ik degene die het meeste van alles geniet. Zij zit altijd aan de computer. Ik lig op de bank te slapen, of ik miauw dat ik aandacht wil. Dan gaan we samen iets doen. Spelen. Of aaien. Of bankhangen, net waar ik dan het meeste zin in heb.

Eigenlijk vind ik alles fijn.

Vooral het avond-aaien, dat doen we de laatste maanden.

Het gaat zo. Als het tijd is om te slapen, ga ik miauwen en rondlopen. Dan hoor ik altijd iets van “Jaja, nou nou.” Ik trek me er niks van aan, want ik weet wat er komt. Ze gaat al gauw bij de deur naar de slaapkamertrap staan. Ik erbij. Aaien en klein gesprekje. Dan is het hele fijne al begonnen. Ik ren keihard de trap op en halverwege stop ik om op haar te wachten en voor de complimenten: dat ik zo goed ben op de trap. Dan moet ik al spinnen.

Komt de overloop. Ik geef de boekenkast een paar kopjes en de doos die er staat ook. Mijn vrouw kijkt toe en zegt dat ik er steeds beter in word. Is ook zo. Dus als ik op de slaapkamer ben, geniet ik al zo van alles dat ik meteen ga liggen en rollen en spinnen. Meestal begint het aaien als ik lig en soms pas als ik op bed spring. Daar ligt een dekbed dat helemaal voor mij is. Het is mijn eigen plek.

Ik ben als eerste op het bed. En ik ga meteen liggen, klaar voor de actie. Wanneer mijn vrouw dan naast me gaat zitten, knijp ik mijn ogen dicht, steek mijn kop naar voren en begin hard te spinnen. Vooraf genieten omdat je weet wat er gaat komen, dat hoort er ook bij.

En dan het aaien zelf!! Over mijn lichaam, over mijn kop, achter mijn oren, man, man, het is zo heerlijk.

Daarna gaat ze slapen. Ik weer de trap af om daar in de vensterbank naar het verkeer te gaan kijken. Daar geniet ik ook van. Later ga ik weer terug naar boven, samen slapen is gezellig. In de ochtend worden we wakker, en dan krijg ik een kus.

Ik vind het fijn dat ik een talent heb. Maar ik hoop dat u kunt genieten van wat er is, ook al heeft u misschien geen talent zoals ik.

(Dit blog verschijnt evenals andere blogs bij de Vereniging Kattenzorg)

In de vensterbank (filmpje)

Als het zo heel erg warm is, lig ik voor de ventilator. Ik beweeg mijn rechtervoorpoot een beetje. Of mijn linkervoorpoot. Soms ga ik op mijn andere zij liggen. En verder lig ik te liggen. Tot ik opeens denk: ik wil in de vensterbank.

Dat is moeilijk, hoor. Want als kat hoor je in de zon als die schijnt. Dat is geluk. Lekker hangen in de warmte. Ik heb een heeeele lange vensterbank en daar lig ik graag in.

Nou moet ik even uitleggen hoe ik dan woon. Ik heb twee vensterbanken over de lengte van de kamer en tussen die twee heeft mijn vrouw een plank laten maken. Dus ik hoef niet te springen ik kan gewoon doorlopen. Of halverwege blijven staan en denken ga ik naar rechts of ga ik naar links.

Lekker hoor, een goede vensterbank.

Maar als het zomer is en ik heb het keiheet dat ik wel wil maar toch warm ben, dan is de vensterbank best ver weg.

Alleen wil ik toch ook niet de hele tijd liggen te liggen. Daar ben ik toch te jong voor. Of tenminste zo voel ik me van binnen.

Dus na een tijdje ventilatoren wil ik in in de vensterbank. Ook om te zien wat er in de straat gebeurt. Ik ben best nieuwsgierig van mezelf. Dus ik spring.  En ik ga lekker zitten. Dan voel ik het al. Dat hete. Soms ga ik weer liggen. En soms probeer ik het toch. Zit ik daar mezelf te verschroeien. Bleeeh. Dan maar weer terug naar de ventilator.

Maar na een tijdje…

Nou, dat is dan mijn worsteling met de hittegolf. Ook vind ik eten en drinken moeilijk. Eigenlijk weet ik gewoon niet zo goed wat ik met mezelf aanmoet. Gelukkig is de ventilator er. Hitte is gewoon moeilijk, vin ik.

Maar soep lust ik niet (blog)

Als het om snacks gaat, sla ik niks af. Dus toen mijn vrouw een schoteltje met nieuwe snoepjes bracht, heb ik ze allemaal achter elkaar opgegeten. Nou lekker hoor. Ik had er nog wel meer gelust. Alleen daarna gebeurde er iets geks.

Ik moet eerst zeggen dat de snoepjes van Whiskas waren.  Daar kreeg ik vroeger weleens een kauwstaafje van. Toen ik hier pas woonde, was het avondeten soms van Whiskas en na alles wat er na de snacks gebeurde, snap ik waarom ik het nooit meer krijg.

Ik heb een review ervan geschreven. Toen wist ik nog niet hoe het verder zou gaan.

Na de snacks kreeg ik opeens dorst. Echt serieus dorst. Ik heb twee keer uit de badkamer water van de flessen gelikt, dat moest mijn vrouw er dan eerst op doen. Ik ga dan even miauwen, dan doet ze de douche aan. Ja, misschien is het gek maar dat vind ik nou eenmaal lekker drinken. Na de badkamer zette ze een glas water neer. Ik ook drinken.

Zo raar opeens.
Het had met de snacks te maken, kan niet anders. De hele tijd keek mijn vrouw ongerust naar me. Is ook geen pretje.

Die avond kreeg ik op de gewone tijd mijn avondeten, alleen zag het er anders uit. Het leek wel soep. Er zat veel extra water in. Ik keek ernaar. Toen ging ik erbij zitten en staarde naar mijn vrouw. Ik eet geen soep. Daar ben ik heel zeker over.

Binnen vijf minuten stond er een nieuw bord eten voor mijn neus, en ze had sorry gezegd. Dit was met hompen rund en dat lust ik graag. Dus dat heb ik opgegeten.

Ik ben een flexibele huiskater, met mij kun je alle kanten op maar ik eet geen soep. Dat weiger ik. Die snoepjes heb ik minder gekregen en nou heb ik ook minder dorst . Zo hebben we alletwee onze zin gekregen. Dat is ook samenwonen, tenminste zo gaat het bij mij thuis.

Wanneer is het tijd voor een ander?

Toen ik bij mijn vrouw kwam wonen, was ze ongeveer zes weken alleen geweest. Ik bedoel zonder kat. Voor mij was Tim er. Ik weet dat mensen tegen haar zeiden: dat is ook snel. Maar ja, wanneer is het tijd voor een ander?

Je kunt wel denken ja dat is per mens en per situatie verschillend. Dat is alleen zo aan de buitenkant. Soms wil iemand de hele tijd zitten huilen of het huis opnieuw verven of eerst op wereldreis omdat het nou kan. Ik zeg: moet je doen. Mijn vrouw heeft geloof ik veel tonijn gegeten, dat mocht Tim niet hebben vanwege zijn dieet en toen heeft zij het natuurlijk ook niet gegeten.

Waar het om gaat is dat je van binnen een nieuwe kat in je leven welkom moet kunnen heten. Dus dat je weet: deze is anders. Het gaat om je hart. Daar moet ruimte zijn. En in je huis.

Ik was de nieuweling hier in huis maar het ging best goed. Want:

  • Ik hoefde alleen mezelf te zijn en  ik mocht ook anders zijn dan Tim
  • Er waren dekentjes en kussens speciaal voor mij en ook een nieuwe bak
  • Ze vertelde me over Tim en toen voelde ik me trots dat ik zo’n bijzondere kater mocht opvolgen
  • We namen alletwee de tijd om elkaar te leren kennen

Nou merkte ik soms wel dat ze soms verdriet had. Dan kwam ze bij me zitten en zei “O Bertje” en dan legde ze haar gezicht op mijn vacht en dan kwamen daar natte plekken in. Het duurde nooit lang dus ik vond het goed. Ze was ook altijd zo dankbaar.

Ik zal kort zeggen wanneer het tijd is voor een andere kat: wanneer u ruimte heeft in uw hart en in uw huis. Dan kan het.

Op de berging (blog)

“Nou vooruit dan maar,” zei mijn vrouw. Ik stond al voor de zoveelste ochtend bij de deur van de berging te miauwen. En eindelijk mocht het. Ze opende de deur: “Toe maar.” Ik zette een stapje vooruit en dacht, misschien wil ik het toch niet.

De berging is boven, bij de slaapkamer. De deur is altijd dicht, behalve heel erg soms als ik op de berging wil. Waarom ik dat wil, weet ik niet goed. En wat ik daar ga doen, weet ik nog minder. Het gaat elke keer hetzelfde. ‘s Morgens gaan we de slaapkamer uit en dan zie ik de deur naar de berging en ik weet: oja!! De berging!!

Ik sta bij de deur en miauw. Mijn vrouw zegt nou niet. Ik miauw en miauw als ik nog een keer miauw, krijg ik mijn zin. Dan gaat de deur toch open en ik zie een groot donker hol en ik ruik allerlei vreemde geuren. Het is spannend en griezelig en ik voel dat ik het niet durf maar van binnen is er iets dat zegt: erheen, ruiken, verkennen.

Dus ik zet een stapje naar voren. Maar dan zegt mijn huiskatergevoel, Bertje ga toch beneden op je kussen slapen, dat is veel veiliger en dan krijg je nog knuffels ook. Dus ik zet weer een stap naar achter. Dan zegt mijn oerkatergevoel: Bert jongen, doe effe normaal en duik erin, wat kan je gebeuren. Ik weer naar voren. En naar achter. Net als mijn vrouw denkt die deur gaat dicht, weet ik wat ik doe. De berging op!! Achter die trap langs, onder de dozen door, over die deken heen, verkennen. Ik wil weten wat er is, hoe het ruikt en wat ik ermee kan. Maar ik snap het nooit echt, die berging. Elke keer is het anders.

Vanmorgen hoorde ik een stem helemaal uit de verte komen. Die stem riep mijn naam: Bertje…. Bertje…. Ik stond stil en luisterde. Het was mijn vrouw. Ze vroeg of ik terug kwam want dan konden we in de huiskamer aan de dag beginnen. Ik wilde wel, maar ik wist niet meer hoe. Toen kwam ik ergens te staan op een stapel van iets en ik zag haar. “Ga hier langs,” zei ze en ze wapperde met haar hand. Dat deed ik. Daarna sloop ik onder een trap door en ik was van de berging af.

Beneden heb ik meteen brokjes gegeten. Mijn vrouw zei dat ze zich trots voelde en dat ik een sterke avontuurlijke kater was. Daarna ben ik op mijn kussen gaan slapen. Want al die emoties waren best vermoeid geweest voor mij.

(Dit blog verscheen met andere blogs bij de Vereniging Kattenzorg)