Categorie archieven: Uit het leven van Bert

In de vensterbank (filmpje)

Als het zo heel erg warm is, lig ik voor de ventilator. Ik beweeg mijn rechtervoorpoot een beetje. Of mijn linkervoorpoot. Soms ga ik op mijn andere zij liggen. En verder lig ik te liggen. Tot ik opeens denk: ik wil in de vensterbank.

Dat is moeilijk, hoor. Want als kat hoor je in de zon als die schijnt. Dat is geluk. Lekker hangen in de warmte. Ik heb een heeeele lange vensterbank en daar lig ik graag in.

Nou moet ik even uitleggen hoe ik dan woon. Ik heb twee vensterbanken over de lengte van de kamer en tussen die twee heeft mijn vrouw een plank laten maken. Dus ik hoef niet te springen ik kan gewoon doorlopen. Of halverwege blijven staan en denken ga ik naar rechts of ga ik naar links.

Lekker hoor, een goede vensterbank.

Maar als het zomer is en ik heb het keiheet dat ik wel wil maar toch warm ben, dan is de vensterbank best ver weg.

Alleen wil ik toch ook niet de hele tijd liggen te liggen. Daar ben ik toch te jong voor. Of tenminste zo voel ik me van binnen.

Dus na een tijdje ventilatoren wil ik in in de vensterbank. Ook om te zien wat er in de straat gebeurt. Ik ben best nieuwsgierig van mezelf. Dus ik spring.  En ik ga lekker zitten. Dan voel ik het al. Dat hete. Soms ga ik weer liggen. En soms probeer ik het toch. Zit ik daar mezelf te verschroeien. Bleeeh. Dan maar weer terug naar de ventilator.

Maar na een tijdje…

Nou, dat is dan mijn worsteling met de hittegolf. Ook vind ik eten en drinken moeilijk. Eigenlijk weet ik gewoon niet zo goed wat ik met mezelf aanmoet. Gelukkig is de ventilator er. Hitte is gewoon moeilijk, vin ik.

Maar soep lust ik niet (blog)

Als het om snacks gaat, sla ik niks af. Dus toen mijn vrouw een schoteltje met nieuwe snoepjes bracht, heb ik ze allemaal achter elkaar opgegeten. Nou lekker hoor. Ik had er nog wel meer gelust. Alleen daarna gebeurde er iets geks.

Ik moet eerst zeggen dat de snoepjes van Whiskas waren.  Daar kreeg ik vroeger weleens een kauwstaafje van. Toen ik hier pas woonde, was het avondeten soms van Whiskas en na alles wat er na de snacks gebeurde, snap ik waarom ik het nooit meer krijg.

Ik heb een review ervan geschreven. Toen wist ik nog niet hoe het verder zou gaan.

Na de snacks kreeg ik opeens dorst. Echt serieus dorst. Ik heb twee keer uit de badkamer water van de flessen gelikt, dat moest mijn vrouw er dan eerst op doen. Ik ga dan even miauwen, dan doet ze de douche aan. Ja, misschien is het gek maar dat vind ik nou eenmaal lekker drinken. Na de badkamer zette ze een glas water neer. Ik ook drinken.

Zo raar opeens.
Het had met de snacks te maken, kan niet anders. De hele tijd keek mijn vrouw ongerust naar me. Is ook geen pretje.

Die avond kreeg ik op de gewone tijd mijn avondeten, alleen zag het er anders uit. Het leek wel soep. Er zat veel extra water in. Ik keek ernaar. Toen ging ik erbij zitten en staarde naar mijn vrouw. Ik eet geen soep. Daar ben ik heel zeker over.

Binnen vijf minuten stond er een nieuw bord eten voor mijn neus, en ze had sorry gezegd. Dit was met hompen rund en dat lust ik graag. Dus dat heb ik opgegeten.

Ik ben een flexibele huiskater, met mij kun je alle kanten op maar ik eet geen soep. Dat weiger ik. Die snoepjes heb ik minder gekregen en nou heb ik ook minder dorst . Zo hebben we alletwee onze zin gekregen. Dat is ook samenwonen, tenminste zo gaat het bij mij thuis.

Wanneer is het tijd voor een ander?

Toen ik bij mijn vrouw kwam wonen, was ze ongeveer zes weken alleen geweest. Ik bedoel zonder kat. Voor mij was Tim er. Ik weet dat mensen tegen haar zeiden: dat is ook snel. Maar ja, wanneer is het tijd voor een ander?

Je kunt wel denken ja dat is per mens en per situatie verschillend. Dat is alleen zo aan de buitenkant. Soms wil iemand de hele tijd zitten huilen of het huis opnieuw verven of eerst op wereldreis omdat het nou kan. Ik zeg: moet je doen. Mijn vrouw heeft geloof ik veel tonijn gegeten, dat mocht Tim niet hebben vanwege zijn dieet en toen heeft zij het natuurlijk ook niet gegeten.

Waar het om gaat is dat je van binnen een nieuwe kat in je leven welkom moet kunnen heten. Dus dat je weet: deze is anders. Het gaat om je hart. Daar moet ruimte zijn. En in je huis.

Ik was de nieuweling hier in huis maar het ging best goed. Want:

  • Ik hoefde alleen mezelf te zijn en  ik mocht ook anders zijn dan Tim
  • Er waren dekentjes en kussens speciaal voor mij en ook een nieuwe bak
  • Ze vertelde me over Tim en toen voelde ik me trots dat ik zo’n bijzondere kater mocht opvolgen
  • We namen alletwee de tijd om elkaar te leren kennen

Nou merkte ik soms wel dat ze soms verdriet had. Dan kwam ze bij me zitten en zei “O Bertje” en dan legde ze haar gezicht op mijn vacht en dan kwamen daar natte plekken in. Het duurde nooit lang dus ik vond het goed. Ze was ook altijd zo dankbaar.

Ik zal kort zeggen wanneer het tijd is voor een andere kat: wanneer u ruimte heeft in uw hart en in uw huis. Dan kan het.

Op de berging (blog)

“Nou vooruit dan maar,” zei mijn vrouw. Ik stond al voor de zoveelste ochtend bij de deur van de berging te miauwen. En eindelijk mocht het. Ze opende de deur: “Toe maar.” Ik zette een stapje vooruit en dacht, misschien wil ik het toch niet.

De berging is boven, bij de slaapkamer. De deur is altijd dicht, behalve heel erg soms als ik op de berging wil. Waarom ik dat wil, weet ik niet goed. En wat ik daar ga doen, weet ik nog minder. Het gaat elke keer hetzelfde. ‘s Morgens gaan we de slaapkamer uit en dan zie ik de deur naar de berging en ik weet: oja!! De berging!!

Ik sta bij de deur en miauw. Mijn vrouw zegt nou niet. Ik miauw en miauw als ik nog een keer miauw, krijg ik mijn zin. Dan gaat de deur toch open en ik zie een groot donker hol en ik ruik allerlei vreemde geuren. Het is spannend en griezelig en ik voel dat ik het niet durf maar van binnen is er iets dat zegt: erheen, ruiken, verkennen.

Dus ik zet een stapje naar voren. Maar dan zegt mijn huiskatergevoel, Bertje ga toch beneden op je kussen slapen, dat is veel veiliger en dan krijg je nog knuffels ook. Dus ik zet weer een stap naar achter. Dan zegt mijn oerkatergevoel: Bert jongen, doe effe normaal en duik erin, wat kan je gebeuren. Ik weer naar voren. En naar achter. Net als mijn vrouw denkt die deur gaat dicht, weet ik wat ik doe. De berging op!! Achter die trap langs, onder de dozen door, over die deken heen, verkennen. Ik wil weten wat er is, hoe het ruikt en wat ik ermee kan. Maar ik snap het nooit echt, die berging. Elke keer is het anders.

Vanmorgen hoorde ik een stem helemaal uit de verte komen. Die stem riep mijn naam: Bertje…. Bertje…. Ik stond stil en luisterde. Het was mijn vrouw. Ze vroeg of ik terug kwam want dan konden we in de huiskamer aan de dag beginnen. Ik wilde wel, maar ik wist niet meer hoe. Toen kwam ik ergens te staan op een stapel van iets en ik zag haar. “Ga hier langs,” zei ze en ze wapperde met haar hand. Dat deed ik. Daarna sloop ik onder een trap door en ik was van de berging af.

Beneden heb ik meteen brokjes gegeten. Mijn vrouw zei dat ze zich trots voelde en dat ik een sterke avontuurlijke kater was. Daarna ben ik op mijn kussen gaan slapen. Want al die emoties waren best vermoeid geweest voor mij.

(Dit blog verscheen met andere blogs bij de Vereniging Kattenzorg)

Waarom je grenzen moet stellen

Kijk, je kunt dan wel een huisdier zijn, maar daarmee hoef je nog niet alles goed te vinden. Je bent als huisdier ook iemand. Een persoon. En iedere persoon heeft het af en toe nodig om grenzen te stellen. Ik ook.

Als je geen grenzen stelt, dan durf je dat nog niet. Omdat je bang bent voor ruzie of boosheid of ellende van wat voor soort ook. Maar dat hoeft niet, hoor. Ik zal uitleggen hoe je grenzen stelt.

Als mijn vrouw te lang aait op een manier die ik niet zo fijn vind, dan kijk ik haar even diep aan. Dat ik echt staar, zeg maar, en dan kijk ik heel verwijtend. Dus dan geef ik een eerste signaal dat ze moet stoppen. Het eerste signaal moet klein en eenvoudig zijn. Dat die ander denkt: o ja, nou oke, dan niet. Niks aan de hand. Maar soms aait mijn vrouw door, dan is ze een beetje in gedachten. Wat doe ik dan?

Tweede signaal. Dat is wat duidelijker. Ik ga dan op mijn andere zij liggen. Dus ik trek me terug. Dan kan het nog gebeuren dat ze het niet snapt. Ze aait dan gewoon mijn andere kant. Dus dan ga ik even ergens anders liggen. Het derde signaal moet duidelijk zijn en dat is het ook.  Ik heb een grens gesteld. Niks aan de hand.

Nog een voorbeeld?

Soms vind ik het avondeten vies. Dat ik denk: getsie, wie heeft dat uitgebraakt, dat ga ik niet eten. Dus dan zet ik een paar stappen weg van mijn bord en kijk mijn vrouw aan. Zij: “Wat is er Bertje, lust je het niet?” Ik hef een voorpootje omhoog, hou het in de lucht en miauw kort. Zij weet dan zeker dat er iets aan de hand is. En het duurt soms een halve minuut maar de juiste oplossing komt elke keer: een nieuw bord eten. Iets lekkers.

Zo gaat dat met grenzen stellen. Je trekt je terug en je houdt contact. En je moet ook geduld hebben zodat die ander snapt wat je bedoelt.