Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Wat ik doe als het keiheet is

keiheet

Nou denkt u natuurlijk dat is simpel als het keiheet is ligt Bert de hele tijd in de zon. Maar dat is niet zo. En van thuis mag ik het ook niet.

Warm

Persoonlijk kan ik niet tegen keiheet. Gewoon warm dat is fijn genoeg. Dan kan ik slapen en overdag in de vensterbank naar de straat kijken en het eten smaakt lekker, dus dan heb ik een fijne dag want ik ka alles doen en het is warm.

Heet

Maar keiheet dat maakt alles anders. Meteen. Wat heb ik dan:

  • mijn vacht verhaart sneller en het kriebelt dus ik moet stevig geaaid worden ook met een natte hand. Dat is best fijn daar gaat het niet over, maar ik ben er wel door uit mijn gewone doen.
  • de ventilator komt in de huiskamer om het koeler te maken en ik heb daaruit wind om voor te gaan liggen dus dat doe ik ook al omdat ik best gauw moe ben als het keiheet is
  • eigenlijk lust ik minder goed avondeten. Sneks eet weer gemakkelijker alleen die krijg ik niet zoveel
  • thuis zegt mijn vrouw de hele dag dat ik genoeg water moet drinken en als ik drink dan gaat ze naar me staren, dat drinkt niet lekker hoor, probeer het zelf maar eens

Eigenlijk heb ik het dus liever gewoon warm en niet keiheet. En dan zon waar ik gemakkelijk in kan liggen slapen en dat ik me dan helemaal slap en warm voel en als ik dan uit de vensterbank kom dat dan het avondeten klaar staat en ik daarna een lange knuffel krijg. Dat is ideaal.

Keiheet is dus best moeilijk. Maar ik doe mijn best en van thuis krijg ik steun dus ik kom er wel doorheen. Soms drink ik ’s nachts. En ik slaap extra. En die ventilator is superfijn, eerlijk is eerlijk.

Waarom ik een doos eng vind (filmpje)


Volgens mij zijn alle katten helemaal dol op dozen. Behalve ik. Want ik vind een doos gewoon eng. Ik ging er alleen in toen mijn vrouw achterin de wiekentsnek legde.

Halve doos

Toen ik pas computertijd had, zag ik op het internet heel veel katten in een doos zitten of slapen. Ze zagen er tevreden uit. Wegens dat ze een doos hadden.  Een grote doos of een kleine waar ze dan zichzelf in duwden en die paste dan precies. Dat gevoel heb ik niet. Raar hè?

Ik heb wel een doos maar die is anders. Aan de voorkant en boven is het helemaal open dus het is eigenlijk een halve doos. Daar ligt flanel in en soms lig ik daar op. Het slaapt best lekker.

Oefenen

Nou woon ik met een vrouw die vindt dat je moeilijke dingen moet oefenen, juist omdat ze moeilijk zijn. Doet ze zelf ook, zegt ze. Dus als huiskater ben ik dan de klos kwa dozen. In het wiekent deed ze mijn snek achterin een doos en ze zei ga maar halen Bertje.

Nou daar sta je dan.

Ik rook het snoep. En ik had zo’n trek! Maar ik zag ook de doos en dat het donker was en er waren van die flappen aan de doos misschien gingen die wel dicht en dan kon ik geeneens meer er gewoon uit springen. Maar ja, snoep dat krijg ik helemaal niet zo vaak.

Dus ik in de doos, eten en er weer uit.

Punten voor Bertje!!!

Wennen

Dus ik vond die doos kan weer weg maar nee hoor die staat er nog. Om te wennen. Nou ik heb daar helemaal geen zin in. Dus ik doe of die doos er niet is. Ik kijk er geeneens naar. Ik loop er langs of er niks staat.  Want serieus waar ik heb niks met dozen. Van mij mag mijn vrouw er zelf in gaan zitten ik doe het niet.

Van de vrouw van Katrientje voor iedereen

katrientje

Hoi iedereen,

Dit is het moeilijkste blogje wat ik ooit heb geschreven.  Ik hoef jullie niet te vertellen wat een rottijd we achter de rug hebben. Iedereen die zijn/haar lieverd verloor weet waar ik doorheen ben gegaan. Eerst paniek, Katrien weigerde totaal eten. Oke, weekendarts bellen. Krijg je te horen dat je kan komen, maar dat het wel 100 euro kost om binnen te komen. Ja? En? We komen!! Wat kan mij dat geld schelen.

Er werken daar echt lieve mensen. Prikje hiervoor, dingetje daarvoor.  Ik had toen nog de hoop dat het goed zou komen.

Volgende dag naar de Overtoom gebeld. Ze mocht meteen komen. Geprobeerd bloed te laten prikken. Och wat vocht ze. Niet gelukt. Volgende dag weer. Toen lukte het wel. Wat waren we blij. Dan begint het wachten.

Blijven dwangvoederen, ondanks dat ze goed dronk toch water ook gegeven. Ondertussen ging er een mailstorm vanuit hier naar Loes, Bert en later ook Bolle. Op mijn verzoek hielden ze het stil. Ik wilde niet dat het bekend werd dat ze ernstig ziek was. Ik reageerde niet tot nauwelijks op (privé)berichten. Mijn kop stond er niet naar. Hoe lief de berichten ook waren, ik kon het niet. Ik wou het ook niet. Er waren buiten Loes, Bert en Bolle nog drie die wisten dat het fout ging. Natuurlijk Truke de Boer, en Mila en Jip. Hun vertelde ik het twee dagen van te voren pas. Ook zij respecteerde mijn wens om het stil te houden. Waarvoor mijn dank. Ik vroeg best veel. Te veel.

Donderdagmiddag ging het echt achteruit.
Veel gehuild, nog veel meer geknuffeld met Katrien. Vrijdagochtend half negen belde ik de dierenkliniek op de overtoom. Ik mocht kwart over tien komen. Ik wou Trien niet meer pesten met dwangvoederen. Mijn man belde om half zeven zijn werkgever op. Hij kon niets meer zeggen. Piepte wat. Wat een superwerkgever heeft hij. Hij kreeg gewoon meteen vrij. Ondanks dat er op vrijdag een personeelstekort is.

De tijd tussen half negen en tien uur vloog voorbij. Katrien lag in de slaapkamer. We tilde haar kwart voor tien op, belde een taxi en gingen naar Joyce.
We kwamen bij Joyce aan, er kwam een vrolijk pupje uit de behandelkamer. Moest best wel glimlachen om dat vrolijke hummeltje. Raar hè? Jong leven er uit, en mijn kat eindigde daar haar prachtleventje.
Joyce kwam op ons afgelopen. Ik begon gelijk te huilen. Ze sloeg een arm om me heen. We liepen naar haar behandelkamer en ik zei gelijk geen geprik, geen gepor. Niets.
Ze kreeg gelijk een slaapprikje. We gingen met Katrien naar een ander gedeelte in de praktijk. Joyce was zo lief voor ons en Katrien.

Katrien sliep in no-time. Zo snel. Ik zat op de vloer, Johan op zijn hurken naast me. Joyce gaf ons koffie. Ik nam er maar één slok van, gaf de rest aan mijn man. Ik kreeg een berg zakdoekjes. Op mijn verzoek kreeg Katrien nog een slaapprikje.

Opeens voelde ze kouder aan. Joyce kwam er aan gerend met een stethoscoop. Ze zei dat ze nog heel zwak ademhaalde. Na 5 minuten klapte Joyce de tafel uit. Ik had een badhanddoek neergelegd en daar werd ze opgelegd. Toen ze het laatste prikje in haar pootje kreeg was het over. Het prikje zat nog voor drievierde vol. Het is wel leeggespoten in haar.
Wat waren we blij voor haar dat het afgelopen was. Maar mijn God, mijn meissie. Zeventien  jaar lief en leed gedeeld. Over.

We bleven nog, geloof ik, nog ruim een half uur bij haar lijfje. Toen vroeg ik om de haartjes die van haar pootje was afgeschoren in een zakje. Nog even met Joyce gesproken. Ze zei dat het zo mooi ging, zo zachtjes. We zaten ook nog over de eerste keer te praten, dat zij Trien en Toot als eerste daar hun prikjes gaf. En hoe Trien als een malle over de behandeltafel vloog met dat prikje in haar nekje.
We legte de handoek over haar lijfje, gaven haar de dikste kus die we maar konden geven.
Katrien werd dezelfde dag opgehaald door het dierencrematorium. Ze is met meerdere andere diertjes de volgende dag gecremeerd.

Katrien is aan dezelfde ziekte overleden die haar zus Catoo  had. Plus haar levertje gaf het op. We gingen naar huis lopen. Geen zin om met roodbetraande ogen in een bus en tram te moeten zitten. Onderweg wel ff een terrasje genomen. Eventjes bijkomen. Even het lege huis uitstellen.
Bij thuiskomst meteen Bert, Loes en Bolle gemaild.
Klinkt misschien heel gek, maar we waren heel rustig, heel kalm. De stress om te knokken was over.
De vermoeidheid kwam. We hadden alles op stil gezet. Na een paar uur toch even kijken. Toen zagen we opeens echt zo veel berichtjes. We schrokken er zelfs een beetje van.
Al die berichtjes bij Loes en Bert en op Trien haar pagina. Zo lief. Ook op instagram zulke lieve berichten.  Zo hartverwarmend.  Onze dank daarvoor.  We konden ze alleen niet allemaal meteen lezen. Te pijnlijk. Te veel verdrietig. Soms lazen we er een paar, stopten dan even.
Dat zo’n klein katje zoveel los kon maken.
Vergeten doe ik dat kleine grote meisje nooit. Ze zit in mijn hart, samen met haar zus Catootje en de andere lieverds Grietje, Poekie en mijn hondje Sweety.

De dag dat Katrien 17 werd begon mijn nachtmerrie.
Ik was bang dat ze de 18 niet zou halen.
Poekie werd 12.
Catoo werd 12.
Griet werd 17. Bijna 18.
Mijn hondje werd 15.

KatrientjeKatrien had een prachtleeftijd gehaald. Ik had alleen gehoopt dat ze nog iets ouder mocht worden. Nog meer mocht beleven met haar hartjesdinnie Loes.
De hoedjesshow (idee van Loes) was super. Mijn hemel, wat zaten we ons suf te lachen. Op mijn verzoek maakte we er een tante en nichtjegebeuren van. Mila en bebiepeuterkleuterpuubertantebaikertjik Kyana deden mee. We lagen blauw van het lachen. De voorpret die we hadden. Maar wat jullie niet weten… er is nog een SSSST of 2.
Die komen gewoon. Geloof me, het gaat zo geweldig worden.  Katrien blijft ook gewoon in het boek. Zij is de bedenkster er van.
Jullie moesten eens weten hoeveel mails er rondgingen. Honderden!!

Arme Mevrouw Bert. Wat een werk. Door de spoedcursus hoe schrijf ik blogjes wist ik een beetje hoe het moest. Toch werd het best moeilijk. Want wat moet je nou precies schrijven. Ondertussen begon ik dus ook blogjes te schrijven. Oh wat erg. Ik was nerveus. En om eerlijk te zijn… de eerste blogjes waren verschrikkelijk. Niet om aan te zien. Toen ik wat meer zelfvertrouwen kreeg stroomde de woorden uit me.
Soms had ik binnen een uur een heel blogje geschreven. Schreef ik zelfs blogjes vooruit.
De mooiste vond ik de blogjes die een “staartje” kregen. Bijvoorbeeld het blogje van de dingen die ze niet mocht. Hoe stom ze dat ook vond. Ik zat hier, in mijn uppie, zo te schateren van het lachen. Ook toen Bert de volgende dag hetzelfde opbiechtte wat hij vernield had.
En dan het muisjes in de whiskas blogje.  Ik wist echt niet dat BBB het over had genomen en er een pracht van een 1 aprilgrap van had gemaakt. Ik had, heel serieus, informatie ingewonnen bij de whiskas.  Het is toch ook raar dat deze smaak niet bestaat.

Dan haar ellendige ellende vakantieblog. Alsof we haar zwaar verwaarloosde. Elke ochtend zag ik een boos katje die om eten zat te vragen op het nachtkastje.
En dan de kerstbloggen. Wat een werk!! Soms vervloekte ik mezelf er om. Ik moest met de bus naar het asiel omdat mijn man moest werken. Alleen reed de bus giga om. Het duurde ruim een uur eer ik er was, terwijl je er op de brommer zo bent. Er moesten foto’s gemaakt worden. Tigtallen. Het asiel werkte zo heerlijk mee. Ik mocht overal komen. En dan Loesje. Al die foto’s bewerken. En mijn verhaallijn afmaken. Maanden waren we bezig. In september zaten Loes en Trien al in kerstsfeer. Maandenlang jullie pesten met ssssst.
De nacht voor het uitkomen had ik weinig tot niet geslapen. Zo zenuwachtig was ik. En dan het eindbedrag. Super!!
Oorspronkelijk zou het maar een driedaags blogje worden. Maar het liep een beetje uit. Beetje maar.

En dan eindig ik met Bert, Loes en Floris.
Bert… sorry dat Katrien jou een beetje opzij duwde. De liefde tussen Katrien en Loes was diep en sterk. Kwam niet aan één van hun, want dan kreeg je de ander op je dak. Bert stond er bij en keek er naar hoe de liefde tussen de dames groeide. Katrien had respect voor de relatie tussen Bert en Loes. En Loes had hetzelfde respect voor de relatie tussen Trien en Floris.
Om eerlijk te zijn… de dames hadden als eerste een trielasie en later zelfs een kwartetje. Maar natuurlijk was de liefde alleen met de eigen partner en Loes en Katrien samen.
Deze liefde zal voor altijd blijven. Inclusief de bijkomende vlindertjes in het buikje. Och wat was ze verliefd op haar monnamoer. Floris blijft mijn schonezoon en Loes mijn hartjeskat.
Hopelijk blijf ik hun soolvrouw.

Veel liefs
Anita

 

Waarom je altijd moet blijven opletten

opletten

Slapen is fijn, rieleksen is beter maar het allerbeste is dat je moet blijven opletten. U ziet dat ik lekker lig. En mijn oren zijn in de aksie-stand van opletten.

Veilig

Nou zult u zeggen Bert jongen ben je niet goed je hebt nou toch een veilig huis wat zal je opletten. Ja, nee, dat is ook zo. Maar toch. Ik weet niet. Het zit in me. Iets van dat ik kater ben en dus oer en een beetje van het straatleven van vroeger waar ik nooit wist wat er kon gebeuren dus altijd een oortje open houden moest wel. En ik voel me veilig thuis maar ik weet ook dat blijven opletten gewoon verstandig is:

  • er kan opeens een geluid in de straat zijn dat raar is en misschien wil ik dan onder tafel gaan zitten zodat niemand me ziet of ik heb knuffels nodig. Vorige week was er een auto en herrie en toen hoorde ik dat er tuinmannen waren voor de bomen in mijn straat.
  • soms gaat mijn vrouw boodschappen doen, dan ben ik graag de eerste die dat weet want ik ben liever niet alleen dus dan kan ik wakker kijken zodat ze kan zeggen dat ze terugkomt dat voelt toch anders.
  • ik heb het weleens dat ik hoor dat mijn vrouw in de keuken staat en een zakje met sneks vast heeft, dat heeft een speciale ritsel dan wil je serieus waar meteen wakker zijn ik wel hoor

Nacht

Maar eerlijk is eerlijk soms slaap ik ook gewoon helemaal rielekst. Dat is ’s nachts boven op het bed. Dan lig ik op mijn dekbed met gestrekte poten te slapen. Ik merk het altijd wel als mijn vrouw dan een beetje aan me friemelt maar dat maakt me niks uit. Op de slaapkamer is alles anders ik weet ook niet hoe dat kan. Dus eigenlijk let ik toch een beetje op maar wel veel minder.

Als je koude oortjes hebt en geen warme

koude oortjes

Het allerfijnste is als ik warm en veilig ben en als ik voel dat mijn vrouw van me houdt. Dan heb ik warme oortjes. Maar nou zijn ze een beetje koud.

Zomer

Als het bijna ochtend is ga ik op bed slapen voor de gezelligheid want dan kunnen we samen wakker worden en dan krijg ik mijn eerste knuffel. Maar het is nou ook voor de warmte. Het is zomer maar ik heb geen zon en wel koude oortjes. Erg, hè?

Koud

Heel veel mensen denken dat als je een kat of een ander dier bent dat je dan vanzelf warm blijft, want dat zoiets de natuur is. Nou was dat maar zo. Dan had ik het altijd warm. Maar dieren zijn gewoon personen net als mensen en die kunnen het koud krijgen en wij ook, ook al is het zomer. Dat weet ik nou zelf.

Warmer

Nou heb ik ontdekt hoe ik warmer moet worden en blijven en dat zal ik hier neerzetten:

  • knuffels helpen heel erg goed om warm te worden vooral lang aaien en dan een beetje zachtjes op je hangen dat je het warme voelt maar niet het gewicht
  • samen slapen voor mij is dat in de arm van mijn vrouw liggen want meer durf ik niet
  • onder een dekentje is warm maar ik heb altijd dat het opeens eng is en dan moet het weg.
  • Op een dekentje lukt bijna altijd en van een goed dekentje krijg ik het warmer dan is het van wol of flanel geloof ik

Volgens mij heb je het sneller koud als je mager bent dus dat is best zielig. Ik ben niet mager en dat is weer een ander verhaal, maar ik heb ook een dikke vacht dat helpt  En als mijn vrouw de verwarming aandoet helpt dat ook maar daar ga ik niet over.

Dit is mijn adfies om van koude oortjes warme oortjes te maken. Over mijn oren aaien moet altijd heel erg zacht want daar ben ik heel gevoelig. Dat wil ik nog even erbij zeggen.