Deze week was er elke dag zon in mijn tuin, het was nog niet echt heel warm maar ik kon al prima buiten liggen dutten, in de ochtend is de zon op het terras en lig ik op mijn bankje, in de middag is de zon in het midden van de tuin en lig ik op de teegels of op de stoel van Bolle, en aan het eind van de middag kan ik op de grote stoelen achterin de tuin liggen, ik loop gewoon met de zon mee door mijn tuin, en ik zorg dat ik altijd op hetzelfde PUNT als de zon is.
De zon
Ik vind de zon het fijnste dat er bestaat, samen met knuffels en snekkies en spelen en slapen, ik vind eigenlijk bijna alles fijn, ik ben een frolijk jochie zeggen mijn mensen vaak, logies natuurlijk, want er is zoveel om van blij van te worden, ook al is er niet altijd zon en krijg ik niet altijd snekkies, soms is dat best moeilijk, eerlijk waar, maar ik fertrauw erop dat de zon weer komt en de snekkies ook, en als de zon er dan is ga ik er meteen in liggen, mijn mensen zeggen altijd dat ze zometeen komen als ik ze ga halen, dat snap ik niet, als je te lang wacht is de zon misschien weer weg, ik vind het dom van mijn mensen, maar ja, mensen zijn nog lang niet op het PUNT dat ze net zo slim zijn als katten.
Elke dag
Als kat weet je dat je niet moet wachten op het goede mooment, nau ja natuurlijk wel als je aan het jagen bent omdat je lepels wilt vangen of een balletje, dan blijf je heeeeeel stil zitten tot je ineens een sprong maakt, maar voor genieten werkt dat anders, ook al is er nu veel ferdriet en bangzijn in de weereld met die grote ruusie die er is, met genieten moet je niet wachten tot er geen donker meer is, je moet het licht binnen laten als dat kan, daarom lig ik elke dag in de zon nu die er is en geniet ik tot in de PUNTjes van mijn lijf.
Genieten
Ik kom wel steeds een knuffel halen bij mijn mensen, Elke tien minuten, roept mijn vrouw, En dan meteen wat brokjes hè Keef?!, ja natuurlijk, met een lege buik kan je niet genieten, dat weet ik nog van toen ik op straat moest leven, toen had ik helemaal geen tijd om te genieten, daarom doe ik het nau ekstraveel, ik bewaar het geluk allemaal in mijn hart, voor als het een keer moeilijker is, dan heb ik een voorraad, en dan kan ik het ook aan anderen geven, want met geluk is het zo dat het groter wordt als je het deelt, SAMEN genieten is nog fijner dan alleen genieten, het lijkt mij het allermooiste als iedereen op de hele wereld gelukkig zau kunnen zijn, stel je voor!, daar droom ik van als ik in de zon lig, en dan tetter ik zachtjes, ik tetter voor vreede, mijn vrouw doet mee zegt ze en mijn man ook, jullie ook?, dan kan iedereen weer genieten omdat er een PUNT achter die ruusie komt.
Toen Jeroen en ik ons toekomstige medebewoner Pop leerden kennen waren wij de woonkamer aan het schilderen. Alle kwasten, roerstaafjes, rollertjes en dergelijke legden we s’avonds buiten in de tuin, om te drogen.
Elke ochtend leek het alsof er minder kwasten en rollertjes waren. Meestal gaven we elkaar de schuld als er weer iets weg leek te zijn.
Sponsje
Tot ik op een dag een zwartwit katertje voorbij zag komen rennen met iets in zijn bekkie. Een half uur later merkte ik dat de zeep in de badkamer verdwenen was. En er lag een kiwi naast de fruitmand. Met tandafdrukken er in.
De zeep vond ik tussen de struiken in de tuin. Ook met tandafdrukken erin. Smaakte blijkbaar toch te vies om mee te nemen. Ineens snapte ik waarom er steeds minder kwasten en rollertjes overbleven.
Toen katertje Pop eenmaal bij ons woonde bleef het zijn grote hobby om te stelen. Alleen niet meer bij ons. Wij krégen nu juist gestolen cadeaus van hem.
Hij had een voorliefde voor schuursponsjes. Als hij er weer één had kwam hij met een knal door het kattenluikje, met een bepaalde miauw. Zijn speciale miauw, met volle mond, voor als hij iets had gevangen. Hij legde het sponsje meestal in het gangetje neer. Vaak ging hij er meteen weer vandoor om te kijken of hij nog meer te pakken kon krijgen.
Buurvrouw
Bij een buurvrouw haalde hij sokken en vaatdoeken van het wasrek, om die mee naar huis te nemen. Het was een buurvrouw die toch al niet bepaald dol was op katten.
Pop liet zich niet afleiden van zijn jacht door roepen of tikken op een blikje met eten. Ik hoopte altijd maar dat die buurvrouw niet zag wie die spullen pikte. Ik deed zelf meestal of ik niet merkte wat er gebeurde, om hem niet te verraden 😉 Maar ik zag het hem doen: om zich heen kijkend of niemand het zag, tijgerend over de grond naar het wasrek gaan, en dan snel iets er af trekken.
Rovershol
Pop bracht van alles naar huis: plastic bloemen, takjes, eikeltjes, steentjes, veren.
De keer dat hij met een plastic roos tussen zijn tanden aan kwam lopen en die aan mij gaf zal ik nooit vergeten. Is dat romantisch, of niet?!
Een gedeelte van al die spullen kregen wij, en een ander gedeelte bewaarde hij onder de grote rhododendron in onze tuin. Wij noemden dat zijn rovershol.
Iets verderop woonden mensen met vijf katten, en een jong dochtertje.
Pop heeft ons door de jaren heen een flinke verzameling van haar speelgoed gebracht. Veel plastic boerderijdiertjes; koeien, een paard, de boer zelf – alles zat erbij.
Speelgoedautootjes vond hij ook geweldig. Maar eigenlijk pikte hij alles wat klein en draagbaar was.
Ik bracht die spulletjes terug. En Pop nam ze gewoon wéér mee, naar ons toe. Uiteindelijk werd het speelgoed bij de echte eigenaresse thuis in een soort hangende netten opgeborgen, en kon Pop er niet meer bij.
Toen ik een plastic tas vol speelgoed waar Pop, Beer en Mol nooit mee speelden aan die vijf katten gaf, heeft Pop één voor één alles weer mee naar huis genomen. Met trouwens ook nog wat kattenspulletjes die eerst niet van hem waren, haha!
Hij is daar weken mee bezig geweest. Toen het speelgoed weer hier was keek hij er niet meer naar om. Het ging hem er alleen maar om dat het ZIJN speelgoed was.
Strategisch
Pop heeft zijn eigen brokjes maar vast gepakt
Soms bracht Pop een week lang elke dag ronde stukjes brood mee, dan weer kunstig gesneden appel. Allemaal uit de keuken van het restaurant tegenover ons. Wat er daar op het menu stond kregen wij ook.
Zijn grootste vangst heeft hij in die keuken gedaan. Samen met een andere kater, Otje.
Pop en Otje hebben een gigantische vissenkop naar onze tuin gesleept, en onder de rhododendron verstopt. Ik merkte dat er iets aan de hand was met die twee. Ze waren daar in de schaduw aan het sjouwen en duwen. Logisch, want die kop was bijna net zo groot als Otje zelf!
Pop was nooit echt bescheiden, en hij was zelf altijd nog wel het meest enthousiast over zijn prooien.
Hij zette de cadeaus ook strategisch in: als hij vond dat hij meer eten moest hebben ging hij buiten iets “vangen” en kwam dat brengen. Hij legde met een heel lief mauwtje een steentje voor je neer, duwde dat met een pootje naar je toe en zat naar je te knipperen. Wij zeiden natuurlijk dat hij een echte tijger was, en hoe knap we het vonden. Dan bleef hij nog even bij je staan, gaf kopjes en miauwde zachtjes. En liep vervolgens naar zijn etensbakje. Likte de lege bodem RASP RASP, en kwam weer naar je toe lopen. Tikte tegen dat steentje. Om te laten weten dat hij na zo’n prachtig cadeau toch wel iets lekkers verdiende. En zeg dan nog maar eens Nee.
Inderdaad, dat lukte dus ook niet.
Speciale miauw
Pop ving ook nog vogels, muizen, ratten, motten, rupsen en regenwormen. Het was dus altijd spannend als we hem met zijn speciale miauw binnen hoorden komen.
Op een dag kwam Pop met iets binnenrennen. Rende door naar de woonkamer en legde iets op het kleed. Gaf er een paar tikken tegen. Ik schrok, want ik dacht dat er weer een halfdood beest lag. Ging kijken, maar herkende in eerste instantie niet wat het was.
Toen zag ik dat het een inlegkruisje was. Nog helemaal nieuw, gelukkig.
Er staat hier nog een vaasje met veren en plastic bloemen die we van Pop hebben gekregen. Een klein plastic aapje staat nog steeds op zijn grafje in de tuin. En zelfs nu nog kom ik af en toe gestolen spulletjes tegen in de tuin. Een wieltje van een atuootje, een legoblokje.
Die bewaar ik. Ik zie ze als een kleine groet van ons zwartwitte (harten)diefje.
Toen ik dinsdag opstond was alles nog normaal, ik kreeg knuffels en brokjes, en daarna ging ik mijn tuin in om te kijken of alles in orde was, de lucht was grijs, dat vond ik jammer, daarom ging ik wel vijf of zes keer kijken of er niet toch nog ergens een beetje zon was, maar nee, de zon kwam die dag niet, dus ging ik maar naar binnen, en toen merkte ik het: mijn mensen deden anders dan anders, ik zag ook dat in het gangetje dingen waren weg gehaald, ik moest er een beetje van tetteren, mijn vrouw aaide me maar ik merkte dat ze er met haar aandagt niet bij was, ik werd er nerfeus van en kroop in mijn kerstmand onder het bed, want ik foelde dat er iets op het PUNT stond te gebeuren.
Een meneer
In mijn kerstmand ben ik feilig, ik weet zeker dat niemand me daar kan vinden, en ik sliep al bijna toen ik de bel van de deur hoorde, er kwam een meneer binnen met een grote tas, hij liep door naar het gangetje en bleef daar staan, ik hoorde allemaal geluiden, het klonk best eng, mijn mensen praatten heel gewoon met de meneer, toch was ik blij dat ik onder het bed lag want ik kende die meneer helemaal niet, stel je voor dat hij gefaarlijk zau zijn, straks ging hij me vangen!, dat kan je nooit weten dus ik bleef mooi verstopt zitten, zoals Bert achter de kastjes ligt als hij het niet fertrauwt, ik was zo stil als een muisje, mijn vrouw kwam even naar me toe maar ze zag me eerst niet, ze moest heel goed kijken en zag toen pas het PUNTje van mijn neus.
Keetel
De meneer ging weer weg, mijn vrouw vertelde me dat hij een monteur, en dat hij was gekomen om de keetel na te kijken, de keetel zorgt dat ons huis warm kan worden, en ook dat er warm water is voor de doesj, dat is handig en fijn voor mijn mensen, voor mij hoeft het niet, ik ga nooit onder de doesj want ik kan me natuurlijk gewoon zelf wassen, met het PUNTje van mijn tong.
Ons huis
Ook toen de meneer weg was bleef mijn vrouw zenuwachtig, dat was ze al een paar dagen, mijn man was ook onrustig, dat foelde ik maar ik snapte niet waarom, mijn vrouw legde me uit Er is veel ruzie in de weereld, er is een meneer ergens zomaar naar binnen gegaan terwijl hij daar niet woont, en hij wil daar niet meer weg, stel je voor dat de monteur ineens zegt dat ons huis nou van hem is?, wat moet je dan doen?, o dat is moeilijk en ook gemeen!, dat is waar Loes ook over schreef in haar blog, ik word er bang van, mijn vrouw ook zegt ze, en heeeeeeel veel mensen worden er bang van, je kan niks doen maar je hebt de hele tijd het gefoel dat je op het PUNTje van je stoel zit.
In de tuin
De dagen erna was alles weer normaal, er was zon in de tuin, het was helemaal top!, ik lag op mijn rug in het gras, ik rende door de tuin, Mikkie lag te slapen in de tuin naast mij, en alles was zoals het hoort te zijn, ik was blij en frolijk, ik kreeg veel knuffels en mijn brokjes kreeg ik soms in de tuin, er kwam geen meneer of monteur meer, daar was ik best opgelugt van, dan hoef ik ook niet bang te zijn dat hij me gaat vangen, of dat hij ineens bij ons blijft wonen, of dat hij alles kapoo maakt, zoals die andere meneer, want wat is daar nau het PUNT van, dat PUNT is er helemaal niet
Mijn vrouw zegt weleens dat ik een soort zwart gat voor knuffels en brokjes ben, ik snapte eerst niet wat ze daarmee bedoelde, ik dacht meteen aan die gaten in het gras in mijn tuin.
Huis en tuin
Nee, zei mijn vrouw, zwarte gaten zijn plaatsen in de ruimte die alles om zich heen opslokken en niet meer los laten, toen snapte ik het nog niet helemaal, want ik ben toch niet in de ruimte, bij de sterren?, ik ben altijd gewoon hier in mijn huis en in mijn tuin!, toen legde mijn vrouw me uit dat ze maar alsof bedoelde, dat ik niet echt een zwart gat ben maar dat het soms zo lijkt, omdat ik nooit genoeg eten en knuffels en aandagt kan krijgen, en toen snapte ik haar PUNT.
Ik denk dat het misschien wel een beetje waar is, ik ben inderdaad een zwarte katermans, al heb ik ook witte haren – de meeste haren zijn toch zwart, dat ik nooit genoeg brokjes krijg klopt ook, ik krijg veels te weinig eten, dat is omdat ik op diejeet ben en daarom heb ik altijd honger, mijn vrouw roept dat het niet uitmaakt hoeveel ik krijg, dat ik altijd honger heb, ja nau en?, ik ben een grote jongen met een grote honger, daar kan ik toch niks aan doen?, en als ik geen eten krijg ga ik tetteren alsof ik op het PUNT sta om flouw te vallen.
Heel sielig
Elke nacht maak ik mijn mensen wel vijf keer wakker voor knuffels en kusjes, want als ze slapen krijg ik die niet en zo lang kan ik toch niet zonder knuffels?, dan word ik ferdrietig, vannagt had ik op de voeten van mijn vrouw geslapen, ik maakte me steeds groter, ik lag languit op mijn rug, met mijn benen wijd en mijn voorpoten boven mijn hoofd, mijn vrouw was helemaal klein opgepropt, ik heb haar drie keer wakker gemaakt voor ekstra aaien, ik tetterde heel sielig net zo lang tot ik mijn zin kreeg, daarna heb ik nog twee keer mijn man wakker getetterd voor knuffels door spieraal te spelen, gelukkig krijg ik altijd knuffels hoor, en dan kan ik weer even slapen, totdat ik foel dat mijn knuffel-meter weer op een te laag PUNT komt te staan.
Meneer Tandjes
Als ik mijn mensen heel vaak wakker heb gemaakt, en we dus in de ochtend alledrie moe zijn, ga ik gewoon lekker op de bank verder slapen, dan moeten mijn mensen wel eens zuchten, maar als ze mij zien liggen zeggen ze O meneer Tandjes toch, waarom weet ik niet, ze lachen en ze zeggen dat ik net zo veel knuffels geef als ik krijg, dat ik een hele grote lieve schat ben die altijd kusjes en kopjes en neusjes geeft, dat het niet klopt van dat zwarte gat, want iets wat daar in gaat kan er nooit meer uit, dus dat ik niet zo een gat ben maar gewoon Kever, Kever die altijd tettert en knuffelt en honger heeft, en dat ze niet willen dat ik ooooit verander, en ik denk ook niet dat ik dat doe hoor, met zo een streepPUNT!
Katten zijn geweldige dieren. Ik zou zelf niks nadeligs over ze kunnen bedenken.
Maar veel mensen hebben er moeite mee dat katten jagen. En elke kat vangt en eet nou eenmaal vogels, want dat is hun instinct.
Tenminste, dat hoor je vaak. Maar is dat eigenlijk wel zo?
Een kat vertoont zowel instinctief als aangeleerd gedrag.
Instinctief gedrag is aangeboren gedrag. Het is gedrag dat elke kat van nature vertoont.
Aangeleerd gedrag is gedrag dat een kat eerst moet zien bij iemand anders. En dan moet leren door het zelf te oefenen en te herhalen.
Nuttig
Bolletje met gras
Wilde katten jagen om aan hun voedsel te komen. Ze eten vooral muizen en ratten.
En dat was nou nét de reden dat mensen katten ooit hebben gelokt, door ze voedsel en onderdak aan te bieden.
Vanaf het moment dat mensen aan landbouw gingen doen werden katten nuttige dieren. Vooral toen er genoeg voedsel was om te kunnen bewaren. Om te voorkómen dat alle voorraden werden opgegeten door muizen en ratten liet men katten rondlopen.
Vanaf die tijd zijn katten duizenden jaren gebruikt als muizen-en rattenvangers.
De eerste katten die met mensen samenleefden waren nog vooral afhankelijk van wat ze zelf vingen. En daardoor overleefden alleen de katten die het beste konden jagen. Deze katten werden als heel waardevol gezien, en hun kittens werden verkocht voor hoge bedragen.
De huiskat heeft dus duizenden jaren specialisatie op jagen achter zich. En waarom? Omdat dat handig was voor mensen.
Katten zijn obligate carnivoren. Dat wil zeggen dat ze vlees nodig hebben. En dan ook voornamelijk vlees. Zonder de voedingstoffen die ze uit vlees halen kunnen katten blind worden, holle botten krijgen, en uiteindelijk overlijden aan hartfalen.
Katten in het wild jagen gemiddeld 12 uur of meer per dag. En dat zal ook wel moeten, willen ze genoeg te eten vangen.
Huiskatten
Maar hoe zit dat dan met huiskatten, die gewoon een bakje brokjes hebben staan?
Al in 1920 zijn er (nogal dubieuze) onderzoeken gedaan waarbij groepen kittens meteen na de geboorte bij hun moeders werd weggehaald, en door mensen werd opgevoed. Andere groepen kittens mocht wel bij hun moeders blijven.
En wat bleek?
De katten die door mensen werden opgevoed konden niet jagen. De katten die bij hun moeder opgroeiden konden dat wel. Tenminste, ALS de moeder een jager was.
Beer heeft veren gevangen
Er zijn verschillende manieren om het woord jagen uit te leggen.
Je kunt zeggen dat het betekent dat je prooien achterna zit en probeert te vangen. Maar je kunt er ook mee bedoelen dat je die prooien vangt én doodt.
Instinctief proberen katten iets dat op een muis lijkt te vangen. Kijk maar naar huiskatten die op een balletje, veter of stoffen muis “jagen”.
Maar het doden van een prooi moet een kitten worden geleerd door de moeder. Dat doet een moederkat door voor haar kittens een levende prooi mee te nemen. En door die prooi vervolgens met een nekbeet te doden. De kittens mogen daar op een gegeven moment zelf mee oefenen. Waardoor ze leren hoe ze een prooi kunnen doden en eten.
Kittens van een moeder die niet jaagt, of kittens die zonder moeder zijn opgevoed, zullen dus wel jagen. Maar niet doden. En ze hebben vaak ook geen idee dat een vogel of een muis eetbaar is!
Sommige mensen zien katten als sadisten, omdat ze spelen met een prooi. Maar dit zogenaamde spelen (aantikken met een poot, oppakken en in de lucht gooien, enzovoorts) is een manier om uit te vinden hoe gevaarlijk een prooi is voor de kat zelf. Een rat kan bijvoorbeeld flink bijten. En door dat “spelen” vermoeit een kat zijn prooi, waardoor hij minder risico loopt.
Dat spelen zie je ook bij katten die niet weten hoe ze een prooi niet kunnen doden. Ze hebben instinctief iets gevangen, en weten dan eigenlijk niet wat ze er mee moeten doen.
Maar er zijn ook huiskatten die jagen en doden, terwijl ze net een bakje brokjes achter de knopen hebben.
Dat komt omdat jagen voor een kat niet direct met honger is verbonden.
In het wild heeft minder dan 50% van de jachtpogingen succes. En er zijn periodes met weinig prooidieren. Als katten zouden wachten met jagen tot ze honger hebben, lopen
ze het risico om te sterven van de honger. Daarom jagen katten als ze een prooi zien, dan is het eten maar vast binnen.
Andere huiskatten jagen omdat ze steeds hetzelfde eten krijgen. In het wild eet een kat 10 tot 20 keer per dag een kleine prooi. En die prooi kan een vogel zijn, een muis of een hagedis, of nog iets anders. Sommige huiskatten jagen dus voor variatie in hun voedsel, of omdat ze thuis maar één of twee keer per dag te eten krijgen.
Cadeautjes
Pop met veren
De katten waar ik mee heb samen gewoond waren allemaal heel anders, wat jagen betreft.
Grote Beer was een hele goede jager. Hij doodde zijn prooi met een nekbeet, en at hem vervolgens op. In het restaurant waar hij eerst woonde, hadden ze hem een belletje om gedaan. Om vogels en muizen te waarschuwen. Dat getingel is gekmakend voor de kat zelf, en het is niet duidelijk of muizen en vogels er van schrikken. Bovendien weten slimme katten, zoals Beer, precies hoe ze moeten lopen zonder dat dat belletje tingelt.
Beer schudde alleen voor onze keukendeur even met zijn hoofd, zodat wij wisten dat hij er zat.
Pop was een goede jager, en at zijn prooien ook op. Helaas wilde hij ons altijd even laten zien wat hij gevangen had. En dat ging nog wel eens mis. Daardoor hebben we meerdere levende vogels in huis gehad, en ook muizen en kikkers. Meestal konden we die weer gezond en wel naar buiten brengen. Verder bracht hij ons altijd regenwormen, nachtvlinders en rupsen. Omdat hij die zelf toch niet lustte, haha!
Mol was een heel goed jaagster, maar deed het eigenlijk niet vaak. Alleen toen ze nog niet bij ons woonde en dat wél graag wilde, kwam ze ons elke dag een levende vogel brengen. Wie zou er tegen zo’n aanbod nou nee kunnen zeggen…????
Als Mol iets gevangen had en ik ging naar buiten en stak mijn hand uit, legde ze het beestje (levend en wel) in mijn hand.
Ons Bolletje kon binnen tien seconden een muis of een rat vangen en doodbijten. Zonder er mee te “spelen”, meteen hóp. Hij heeft dan ook jarenlang buiten moeten overleven. Wij hebben een keer een jonge rat van hem gekregen. Verser dan vers, en om zelf mee te oefenen…
Maar Bol heeft nooit, maar dan ook nooit, een vogel iets gedaan. Hij leek niet geleerd te hebben dat vogels prooidieren zijn. In de zomer zaten vogels vaak op nog geen meter afstand van hem, en hij keek niet op of om. Alleen als ze te brutaal werden dribbelde hij er wel eens op af, om te laten merken dat het wél zijn tuin was.
En wat zal ik eens zeggen over Kever? De gigantische kater die zich meteen onder het bed verstopte, toen ik hem een filmpje met een vogel op de iPad liet zien. Of die doodsbenauwd naar binnen kwam rennen als er een koolmeesje overvloog. Maar die ons dan toch vier levende jonge ratjes heeft gebracht.
Inmiddels ziet hij vogels trouwens wel als iets om achterna te zitten. Maar dan op zijn eigen manier. Dus al vrolijk tetterend en toeterend. Voorlopig hoeven prooidiertjes zich geen zorgen te maken!
Blote voeten
meneer Tandjes gaat bijna iets vangen
Volgens recente schattingen kan nog maar 40 tot 60% van de huiskatten in Nederland jagen en doden.
Daarbij komt nog dat het grootste gedeelte van de prooien die een kat vangt uit knaagdiertjes bestaat. Zelf vind ik dat net zo zielig, maar voor veel mensen zijn vogels “zieliger”.
Er zijn tegenwoordig dus ook heel veel katten die geen idee hebben dat ze een muis of een vogel echt zouden kunnen vangen, laat staan dat ze ze zouden doden en opeten.
Ik ben zelf ook niet altijd blij geweest als ik in een afgekloven muis stapte. Vooral niet als ik op blote voeten liep. En we probeerden prooien altijd te redden, als dat nog kon.
Ik ben zelf een strikte vegetariër, en wil geen enkel beest eten. Maar ik zie jagen op en doden van prooien als iets wat bij katten KAN horen. Iets dat bovendien heel lang door mensen is gestimuleerd en aangemoedigd, met fokken en al. Dus hoe zou ik ze dat kwalijk kunnen nemen?
En wie weet kan over honderd jaar geen enkel kat meer jagen.
Ik ben benieuwd hoe anderen hier over denken!
Heb je een kat die alles vangt wat los en vast zit, of heb je een kat die angstig zit te kijken naar een grote spin?
Heb je wel eens cadeautjes van je kat gekregen? En ben je daar blij mee?