Categorie archieven: Kever

Kever heeft een mening over wakker worden door de zon

wakkerDeze week had ik elke dag zon, daarom was ik steeds de hele dag in mijn tuin, het was heerlijk warm, soms al een klein beetje te warm, maar dat geeft niks want nu de planten groeien kan ik daar onder kruipen en lig ik lekker koel, mijn gras is weer groen en het is groter geworden, ik lig er heel graag in, het foelt zacht en koel, ik vind het ook heerlijk om te eten, fooral de hele lange sprieten, die zijn mals en sappig, in de winter had ik binnen een grasplantje staan, maar fers gras van buiten is NOG lekkerder, en ik denk dat er meer fietamientjes in zitten, mijn vrouw plukt wel eens sprieten voor me zodat ik ze makkelijk kan eten, ze haudt ze voor mijn neus en ik hap er zo de PUNTjes af.

Ruimte

Een stuk aan de zijkant dat eerst helemaal leeg was staat nau vol met planten, mijn vrouw legde me uit dat die planten er de hele tijd waren maar dat ze onder de grond sliepen, en dat ze nu door de zon wakker zijn geworden, elke dag zijn ze iets groter en er zitten wakkerheeeeeele kleine knopjes in, die moeten nog groter groeien en dan komt er een bloem, toen het stuk nog leeg was liep ik er vaak overheen, maar nau doe ik dat niet meer, nau is het stuk van de plantjes, zo zie ik dat, er is in mijn tuin ruimte genoeg voor iedereen, en Mikkie zit altijd in de tuin naast mij en we raken zachtjes het PUNTje van elkaars neus aan.

In de tuin

Mijn vrouw had een rond ding gekocht en dat heeft ze in de tuin gelegd, het is eigenlijk een soort pleesmet, zegt ze, maar wat is nau een pleesmet?, die kan je onder je bord leggen als je eet, folgens mijn vrouw, nau ja daar heb ik nog nooit van gehoord!!, nu ligt de pleesmet onder de peerenboom, ik zag hem liggen en ik ging er meteen opzitten, ik kan er ook met mijn voorpoten en mijn hoofd op liggen, maar ik pas er niet helemaal op, dat geeft niks hoor, ik vind het zo ook prima, ik zit er elke dag wel een paar keer, Bolle had datzelfde ding en hij was er ook dol op, zegt mijn vrouw, en het lag op dezelfde plaats, het is een faavoriet PUNT in de tuin.

Tetteren

Omdat ik de hele dag buiten lig te soeselen ben ik in de nacht niet echt moe, toch wil ik bij wakkermijn mensen op bed slapen, ik slaap gesellig tegen mijn mensen aan, tussendoor word ik wel eens wakker, Je méént het! roept mijn vrouw, waarom ze dat roept weet ik niet, hoe dan ook, als ik wakker ben tetter ik zachtjes, net zolang tot mijn mensen ook wakker zijn, als ik knuffels krijg ben ik tefreeden en ga weer slapen, totdat het zonnetje opkomt en de vogels gaan zingen, dan wil ik naar buiten, ik kan nog niet zelf door mijn deurtje, dus meestal staat mijn man op om dat open te doen, mijn vrouw is ook wakker, en zo zijn we dan net als de plantjes wakker gemaakt door de zon, mijn mensen slapen nog even verder, maar voor mij staat een nieuwe dag op het PUNT om te beginnen.

En ik blijf tetteren voor vreede!

Verhalen uit de oude en nieuwe doos: hoezo slapen? (video)

slapenKatten kunnen zo vol overgave slapen, dat vind ik elke keer weer bijzonder om te zien. Of ze nou in een krulletje liggen, zoals Bol. Of wijdbeens op hun rug, zoals Pop en Kever. Of helemaal weggestopt onder dekentjes, zoals Mol. Ik kan er uren naar kijken, het blijft me ontroeren.
En dan vind ik het weer nog leuker als ze samen met ons in/op bed slapen, ‘s nachts.

Slaapkamerogen

Pop, die als eerste kat die bij ons kwam wonen, sliep altijd bij ons op het bed. Helemaal tegen ons aan geklemd. Of hij lag bovenop onze buik te slapen. Als je je omdraaide bewoog slapenhij gewoon mee.
Als hij héél knuffelig was kwam hij slaperig naar mij toe gekropen over het bed, met halfdichte oogjes. Slaapkamerogen, noemde een vriendin van ons dat. Hij begon een beetje te flirten, door met zijn ogen te knipperen en zachte kopjes te geven. Ik tilde mijn kin op, zodat hij zijn voorpootjes om mijn nek kon slaan en zijn kopje onder mijn kin kon duwen. En zo sliepen we samen verder.

Beer sliep de eerste jaren ook gewoon “los” op het bed. Maar later vond hij het prettiger om in zijn doos op bed te slapen. Die stond tussen ons in aan het voeteneinde.
Dat was in het begin even lastig, maar uiteindelijk went alles natuurlijk.

Mol kon er helaas niet bij, want die mepte de mannen meteen van het bed. Dus zij sliep op haar zitzak, die achter het bed stond. Toen zij als enige van de drie musketiers over was, sliep ze elke nacht in mijn armen. Dat ging prima, ze draaide ook gewoon mee als ik me omdraaide. Of ze ging tegen Jeroen aan liggen.
Tot ze dement werd en om de drie kwartier wakker werd en ging staan loeien. Ons arme wijffie.

Op en onder het bed

Bolletje sliep graag overdag op het bed. En als één van ons tweeën er in lag. Hij klom elke ochtend, als ik al was opgestaan, naast Jeroen. Af en toe sliepen we met zijn drieën, dat vond ik altijd geweldig!
Voor Bol was het bed vooral een plek om samen te knuffelen. Als hij bij de slaapkamerdeur ging staan, en op bed sprong betekende dat dat hij uitgebreid geaaid en geknuffeld wilde worden. Uiteraard deden we dat dan.
Maar hij sliep het liefst op zijn kartonnen krabdingen, zijn “kurken” zoals wij die noemden.

Bij alle vier was het een slecht teken als ze onder het bed gingen liggen. Dat deden ze alleen als ze bang waren, of zich ziek voelden.
Het was dus even wennen dat Kever juist graag onder het bed slaapt. ALS hij slaapt…
Want er is natuurlijk een nadeel aan verbonden, aan het slapen met katten. Of tenminste, er kán een nadeel aan verbonden zijn.
Beer, Mol en Bol gedroegen zich over het algemeen keurig. Als ze wakker waren gingen ze gewoon hun eigen dingen doen, en lieten ze ons slapen. Héél soms maakten ze ons wakker. Als ze nuchter moesten blijven voor een bloedonderzoek bijvoorbeeld. Dat waren echt uitzonderingen.

Maar Pop was een ander verhaal. Gedeeltelijk is dat mijn eigen fout geweest.
Toen Pop bij ons kwam wonen was hij net twee geworden. Een jong katertje, dat altijd bezig was. De eerste keer dat ik las dat katten gemiddeld zo’n zestien uur slapen op een dag dacht ik: “Dat slaapt Pop nog niet in een week!” Soms moesten we hem echt “dwingen” om te gaan slapen, want dan zat hij net als een kitten te knikkebollen en viel letterlijk bijna om van de slaap. Maar hij wilde daar niet aan toegeven, want er was teveel te ontdekken. Eén van ons ging dan maar samen met hem op bed liggen, en binnen vijf seconden was hij knock out.
Dat was dus één kant van het verhaal: Pop was een ADHD-katertje.

Zachtjes miauwen

Maar de andere kant van het verhaal is dat ikzelf zó door het dolle heen was dat Pop bij ons kwam wonen, dat ik er niet van kon slapen! Dus als Pop ‘s nachts na drie uurtjes slapen wilde spelen, ging ik met hem naar de woonkamer en deden we dat.
Dit heb ik een maand volgehouden, en toen was ik bekaf. Maar Pop had inmiddels geleerd dat hij maar een kik hoefde te geven en ik stond met hem op.
En wát we ook geprobeerd hebben, het is ons nooit meer gelukt om Pop de nacht door te laten slapen. Of om in ieder geval ons te laten slapen.

Als Pop iets wilde ging hij eerst zachtjes miauwen. Als daar geen reactie op kwam klom hij op bed, ging over ons heen lopen, kopjes geven en tegen je aan duwen. Als dat niet werkte klom hij op de klerenkast. En gooide alles wat daar op stond eraf. Natuurlijk hebben we alles er van af gehaald. Maar dan waren er altijd nog wel andere dingen die hij om kon gooien. Of hij ging keihard rondscheuren en mauwen. Of hij klom achterlangs een ladenkastje in (waar geen achterkant aan zit) en ging alles uit dat kastje duwen. Dan hoorde je elke keer plof, plof, plof. En na een tijdje gedempt “miauw”, want hij kon er in zijn eentje niet meer uit komen, haha! Als we dan nog niet wakker waren ging hij in de snoeren van de lamp en de wekker bijten. Daar hebben we een soort isolatiemateriaal omheen gedaan. Maar daar krabde en beet hij dwars doorheen.
Dus uiteindelijk stonden we maar op, als hij dat wilde.
Om en om: “Nou jij weer hoor, ik ben net geweest!”
“Ja, ik niet zeker?!”
“@###!!!”
Maar dat blije koppie, die uitdrukking van “Gezellig hè?!” maakte alles dubbel en dwars goed.

(tekst gaat verder onder video)

En toch was het wel een opluchting dat Bol zo beleefd was. Hij ging hooguit zuchten en rommelen op zijn kurk, als hij vond dat we op moesten staan. De lieve schat. Daar werd ik ook altijd wakker van trouwens. Maar ik vond het zo typisch Bol; heel bescheiden.

Ik heb het nog niet eens gehad over de nachten dat Pop, Beer of Bol niet naar binnen kwamen, maar in de tuin bleven slapen. Of iets ontdekt hadden waar ze mee bezig waren. Slapeloze nachten hebben we gehad van die drie!
Luikje gewoon dicht doen kon niet, want dan kwam Pop op een gegeven moment helemaal niet meer naar binnen. En Bol werd daar doodsbang van.

Dat grote ronde blije hoofd

En toen kwam Kever.
Die rende in de eerste weken als een gek door het huis, hijgend en roepend. Dwars over ons heen, terwijl wij sliepen. Ook over onze gezichten, met nagels en al. Dat was eerlijk gezegd behoorlijk beangstigend. Gelukkig was dat de eerste energie die hij kwijt moest, na al die tijd alleen maar onder de kooien te hebben gelegen.
Maar een hele nacht doorslapen? De keren dat dat is gebeurd zijn op de vingers van één hand te tellen. Net als Pop wil hij ‘s nachts vaak even aandacht en een knuffel. En net als Pop geeft hij niet op.
Kever heeft een heel assortiment aan tettertjes en extreem klaaglijke geluidjes, waardoor wij denken dat er iets vreselijks is gebeurd. Maar als je opstaat staat hij meteen vrolijk spinnend om je benen te dartelen, haha! Als de tetters niet werken is er natuurlijk de spiraal. Hij schuift onder het bed door, en speelt aan de kant van degene waarvan hij weet dat die wakker is. En houdt daar niet mee op.
Dus de discussies zijn weer hetzelfde:
“Keef heeft best goed geslapen vannacht”
“O ja? Ik ben anders vier keer met hem opgestaan!”
Ook bij Kever geldt: als je dat grote ronde blije hoofd ziet, vergeven we hem alles.
In de tijd dat hij wél slaapt neemt hij vaak een derde van het bed in beslag. Nadeeltje van een gigantische kat. Gelukkig slaapt hij ook vaak in zijn “kersmusmand”.

slapenEr is maar één oplossing natuurlijk. De slaapkamer tot verboden terrein verklaren.
Maar dat nooit!
Ik wil voor geen goud zo’n klein, warm, slapend, snurkend lijfie naast me missen.

Slapen jullie kat(ten) de hele nacht door? Of mogen ze niet in de slaapkamer komen? Of gaan ze gewoon hun eigen gang, en laten ze je slapen?
Ik ben benieuwd hoe dat bij anderen gaat!

Mevrouw Kever

Kever heeft een mening over Paasen

PaasenVandaag en morgen is het Paasen, dat vertelde mijn vrouw me, anders had ik het helemaal niet geweten, nau ja ik wist dat de Paashoedjessjoow van Loes en Door is, daar zitten ook de letters van Paasen in, ik raad iedereen aan om op de feesboek van Loesje Huispoes te kijken, de sjoow is vandaag om 12.00 uur, ik ga zelf natuuuuurlijk ook kijken, ik heb de sjoow nog niet gezien als ik deze letters maak, maar ik weet zeker dat het machtig mooi is, met een lach en een traan, en dat Loes het tot in de PUNTjes heeft verzorgd.

Paasen

Mijn vrouw heeft me uitgelegd dat Paasen te maken heeft met een nieuw begin en dat je daarom vaak eieren en kuikentjes ziet, of hazen want die maken veel kindertjes, buiten kan je ook zien dat er een nieuw begin is, dat heet lente, dan beginnen planten en de dieren weer te groeien en kindertjes te maken, eigenlijk is dat heel biesonder vind ik, want er is ook veel ferdriet, er zijn sterren bijgekomen, en er is die heeeeeele grote ruusie in de weereld, en toch zijn er weer blaadjes aan alle planten en worden er allemaal kleine diertjes geboren, de lente is zo het beginPUNT van nieuw leven.

In mijn tuin

PaasenMijn vrouw heeft het me iets heel moois laten zien, een tijdje geleden had ze heeeeeeeeele kleine dingetjes in haar hand, ze heetten zaadjes, het zijn een soort eieren maar dan van een plant, ze deed ze in een grote pot in de aarde, ze gaf ze soms water en ging er naar kijken, en op een dag was er iets groens naar boven gekomen, het was zomaar een nieuwe plant, hoe vind je dat?!, zo ging het oferal in mijn tuin, eerst was er bijna niks en nau zijn er oferal groene blaadjes en bloemen, en gisteren zagen mijn vrouw en ik twee flinders!, ze dansten in de lucht, het was machtig mooi om te zien, ik moest er zelf een beetje van dansen, ik danste over het gras, met de flinders mee, mijn vrouw moest lachen en gaf me een kus op het PUNTje van mijn neus.

Iets nieuws

PaasenSoms heb je het gefoel dat het leefe moeilijk is, als je ferdriet hebt omdat je iemand mist, of als je bang bent door die hele groote ruusie op de weereld, of als je ziekies bent, dan foel je je klein en alleen, je hele lijf en je hoofd foelen zwaar, er is niks aan, maar vandaag is het Paasen, en kan je zien dat er altijd weer iets nieuws gaat groeien, naast het ferdriet en de angst, tegelijk daarmee, ook al heb je veel regen en storm en kau en witte flokken achter de rug, er kan altijd ineens een flinder boven je hoofd fliegen, en er kan altijd weer een groen blaadje een PUNTje boven de aarde steken.

En ik blijf elke keer tetteren voor vreede!

Kever heeft een mening over iets fijns (video)

fijns Het moeilijke van een tuin is dat je nooit presies weet wat er allemaal kan gebeuren, net als alles presies zo is als ik fijn vind verandert het ineens, ik was heppie met de zon en dat het lekker warm was en dat Mikkie er was, maar toen ging ik op een afond naar buiten en waren er allemaal witte flokken, ze foelden kaud en nat aan, het leek wel winter, ik kon het niet geloven!, ik ging naar binnen en tetterde, dat mijn mensen er iets aan moesten doen, mijn vrouw zei dat dat niet kon, maar waarom niet?, ik ben die afond wel tien keer naar buiten geweest en elke keer waren er die flokken, en elke keer werd ik nattig van het PUNTje van mij neus tot aan het PUNTje van mijn staart, bah.

Kauder

Na die witte flokken had ik een paar dagen met zon, toch foelde het anders dan eerst, het was een beetje kauder, en na die twee dagen met zon kreeg ik ineens alleen maar dagen met regen, regen en nog een regen, ik vond er niks aan, het enige dat fijn is als het regent is dat mijn mensen me afdrogen als ik binnen kom, zooo heee en dat vind ik heerlijk!, ik moet er altijd keihard van brommmen, Daarom ga je honderd keer in een half uur naar buiten en kom je kletsnat weer binnen! roept mijn vrouw, nau ja, dat zau ik nooit doen!!!, mijn mensen drogen me heel stefig af, ze gaan met een doek alle kanten op ofer mijn vagt, ik ga er spesjaal goed voor staan, met mijn poten een beetje wijd en ik sla de PUNTjes van mijn naagels in de floerbedekking om me vast te kunnen hauden.

Mikkie

Ik vind het jammer dat er zoveel regen is, nau is Mikkie er veel minder, ik ga elke dag kijken bij mijn gaaaaaas, mijn vrouw zegt dat het logies is dat hij niet de hele tijd in de regen gaat zitten, ja dat snap ik maar ik vind het niet gesellig, als het even droog is ga ik snel weer kijken, verder slaap ik lekker in mijn kersmusmand of op de bank of op het grote bed, ik slaap vast vooruit zodat ik er klaar voor ben als de zon er weer is, want ik fertrauw erop dat er op een dag zon is als ik het PUNTje van mijn neus door mijn deurtje steek.

Vogeltje

Omdat ik nau niet zo vaak door mijn deurtje ga was er iets heel biesonders, mijn vrouw zag het toen ze aan het buro zat, aan het kattendeurtje zitten hele flokken haar van mij, geen witte flokken maar zwarte, en een vogeltje haalde al die flokken eraf, voor een nestje is dat, dat eerst de eitjes lekker zacht liggen en later de kleine vogeltjes, en zo is er toch altijd iets heel moois als je goed kijkt, ook al regent het en vind ik daar niks aan, het kan voor iemand anders juist een geweldige tijd zijn, dat is toch fantasties?, ik hoop dat de vogeltjes lekker warm en feilig liggen in mijn haren, als ze met het PUNTJE van hun snaafel het ei waar ze in zitten kapoo hebben getikt.

(tekst gaat verder onder video)

O ja, ik blijf tetteren voor vreede!
En ik stuur Brammie heeeeeel veel feeliesietaatsies met wel honderd blogs!!

Verhalen uit de oude doos: Hoe Grote Beer Grote Beer werd

Mijn eerste kattenliefde was Beer.

Op een dag zag ik een rode kat door onze tuin zag lopen. Dat was de eerste keer dat me een kat echt opviel. Ik was toen namelijk nogal bang voor katten, en vond ze ook niet leuk (dacht ik). Ik was honden gewend.
Ik maakte een klikgeluidje met mijn tong in de richting van de rode kat en hij kwam aanlopen. Ik durfde hem niet te aaien (want ik verwachtte dat hij meteen zou gaan krabben…) dus ik praatte tegen hem. Hij luisterde en bleef een tijdje in de tuin zitten.
De volgende dag kwam hij weer. Ik zat te lezen op een stoel, en hij ging voor me op de tegels liggen. Na een tijdje draaide hij zich op zijn rug en viel zo in slaap.
Ik was meteen helemaal weg van hem. Of haar? Dat wist ik niet.

Tuinvriend

Grote BeerVanaf die dag kwam de kat vaker. Ik aaide hem nooit, maar speelde met hem. Met takjes en lege slakkenhuisjes en van alles wat in de tuin lag. Hij was mijn tuinvriend.
Hij kwam ook bij onze oude buren. Die voerden alle katten in de buurt. “Roodje” zoals ze hem noemden, kwam elke dag wat brokjes halen. Maar waar hij woonde wisten zij niet, en wij ook niet.

Ineens bleef de kat dagenlang weg. Ik was meteen in paniek, want ik voelde dat het niet klopte. Er was iets mis. Maar ja, wat kon ik doen?
Nadat hij twee dagen niet langs was geweest hing er op alle voordeuren in de straat een pamfletje. Pino van het restaurant om de hoek werd vermist. Met een foto van Roodje erbij.

Na een dag of vijf stond Pino ineens weer bij ons voor de achterdeur! Hij stond echt te springen en te dribbelen van enthousiasme en ik liet hem voor het eerst binnen. In de woonkamer ging hij meteen over de vloer liggen rollen van blijdschap.
Waarschijnlijk had hij ergens in een schuurtje opgesloten gezeten. Hij stonk vreselijk, naar kattenpies en stof en schimmel.
Hij bleek al bij de buurvrouw te zijn geweest en had daar zijn buikje rond gegeten.
Ik ben meteen naar het restaurant geweest, om te vertellen dat hij terecht was.
Hij was daar nog niet geweest. Maar nu wisten ze dat hij veilig en gezond was.

Met Pop

In de tussentijd was Pop bij ons komen wonen. Mijn tweede grote liefde. Al onze katten zijn mijn grote liefdes, trouwens. En ik heb ze allemaal even lief.
Maar goed, we hadden dus een kattenluikje.
Pop en Pino waren dikke vrienden, vanaf het begin. De eerste keer dat Pop Pino in de tuin zag viel zijn bekkie wijdopen. Van verbazing of van bewondering? Hoe dan ook liep hij Pino meteen achterna, en liet hem niet meer met rust als hij hier in de tuin was

Grote BeerPino kwam bijna elke nacht naar binnen, om op onze bank te slapen.
Het restaurant ging om elf uur in de avond dicht, en meestal zagen we hem dan zo rond half twaalf verschijnen. De hele nacht sliep hij op de bank, vaak samen met Pop.
Rond drie uur in de middag vertrok hij weer richting restaurant, dat dan open ging.

Pino wilde liever niet geaaid worden. Hij deed niks als je het probeerde, maar het was duidelijk dat hij er niks aan vond. Een aai over zijn kop vond hij prima, maar meer hoefde niet. Als je dat toch deed ging hij een soort van kwaken. MRAAK MRAAK MRAAK, steeds harder en steeds bozer. Hilarisch om te horen.
Soms zeiden we voor de grap “ Zullen we je eens aaien?!” terwijl we op hem afliepen met een uitgestoken hand. Dan dribbelde hij al kwakend snel voor ons weg.
Daarom lieten we hem zoveel mogelijk met rust, maar we praatten altijd wel tegen hem.

Ik had inmiddels bij het restaurant gezegd dat als het ooit zo uitkwam, wij Pino heel graag erbij wilden hebben. Dat hij en Pop dol op elkaar waren, en dat Pino vaak bij ons langs kwam.
Maar om eerlijk te zijn WIST ik gewoon dat Pino bij mij hoorde. Dat hij ooit bij ons zou komen. Dat kon gewoon niet anders. Daar heb ik altijd op vertrouwd.

Grote Beer

Maanden gingen zo voorbij. Tot Pino ineens ‘s nachts bij ons in bed klom, en helemaal tegen ons aankroop.
We waren helemaal in paniek. Waarom gedroeg hij zich zo vreemd? Waarom wilde hij ineens steeds bij ons zijn? Was dit zijn manier van afscheid nemen?
Grote BeerToen ik de vrouw van het restaurant sprak zei ze dat Pino niet meer naar binnen mocht komen. Er waren klachten geweest van klanten, dat er een kat in het restaurant was.
Dus mocht hij van de ene op de andere dag ineens niet meer de ruimte in waar hij al jaren woonde. Terwijl hij zijn mensen (…) gewoon zag lopen!
Logisch dat hij zo aanhankelijk was naar ons, hij voelde zich in de steek gelaten en zocht steun.

Nog een paar maanden later ging het restaurant dicht, en werden wij op de laatste (!!) avond opgebeld dat we Pino konden ophalen.
Ik moet er niet aan denken dat we niet thuis waren geweest, op dat we op vakantie waren…
Na een moeilijke start, waarin hij ziek werd van verdriet omdat zijn vorige mensen weg waren, en ik hem met de hand brokje voor brokje heb moeten voeren, vond hij rust bij ons. Hij leerde knuffelen, durfde te spelen en zorgde voor zijn onbesuisde broertje Pop. Hij en Pop zetten het huis op stelten, voordat Mol erbij kwam. Want zoals ik vorige keer vertelde, mocht er toen niet veel meer, haha!
Ze klonken soms als een kudde olifanten, die twee. Elke dag stoeiden ze samen, gingen samen op stap en sliepen samen op de bank of op bed. Ze gingen op ontdekkingsreis naar leegstaande schuurtjes, renovatiepanden en nog veel meer dat wij (gelukkig!) niet wisten. Anders hadden we geen oog dicht gedaan.

Grote BeerVerliefd

Wij hebben gelukkig nog jaren mogen genieten van een geweldige, slimme, zachtaardige, levenswijze rode kater. De ultieme rode kater.
Zo’n kat heet geen Pino. Zo’n kat heet Grote Beer.
Onze Grote Beer.

Ik ben benieuwd naar de verhalen van anderen, hoe je voor het eerst “verliefd” werd op een kat. En of je katten altijd al leuk vond, of juist niet.

Mevrouw Kever