
Toen Jeroen en ik ons toekomstige medebewoner Pop leerden kennen waren wij de woonkamer aan het schilderen. Alle kwasten, roerstaafjes, rollertjes en dergelijke legden we s’avonds buiten in de tuin, om te drogen.
Elke ochtend leek het alsof er minder kwasten en rollertjes waren. Meestal gaven we elkaar de schuld als er weer iets weg leek te zijn.
Sponsje
Tot ik op een dag een zwartwit katertje voorbij zag komen rennen met iets in zijn bekkie. Een half uur later merkte ik dat de zeep in de badkamer verdwenen was. En er lag een kiwi naast de fruitmand. Met tandafdrukken er in.
De zeep vond ik tussen de struiken in de tuin. Ook met tandafdrukken erin. Smaakte blijkbaar toch te vies om mee te nemen.
Ineens snapte ik waarom er steeds minder kwasten en rollertjes overbleven.
Toen katertje Pop eenmaal bij ons woonde bleef het zijn grote hobby om te stelen. Alleen niet meer bij ons. Wij krégen nu juist gestolen cadeaus van hem.
Hij had een voorliefde voor schuursponsjes. Als hij er weer één had kwam hij met een knal door het kattenluikje, met een bepaalde miauw. Zijn speciale miauw, met volle mond, voor als hij iets had gevangen. Hij legde het sponsje meestal in het gangetje neer. Vaak ging hij er meteen weer vandoor om te kijken of hij nog meer te pakken kon krijgen.
Buurvrouw
Bij een buurvrouw haalde hij sokken en vaatdoeken van het wasrek, om die mee naar huis te nemen. Het was een buurvrouw die toch al niet bepaald dol was op katten.
Pop liet zich niet afleiden van zijn jacht door roepen of tikken op een blikje met eten. Ik hoopte altijd maar dat die buurvrouw niet zag wie die spullen pikte. Ik deed zelf meestal of ik niet merkte wat er gebeurde, om hem niet te verraden 😉 Maar ik zag het hem doen: om zich heen kijkend of niemand het zag, tijgerend over de grond naar het wasrek gaan, en dan snel iets er af trekken.
Rovershol
Pop bracht van alles naar huis: plastic bloemen, takjes, eikeltjes, steentjes, veren.
De keer dat hij met een plastic roos tussen zijn tanden aan kwam lopen en die aan mij gaf zal ik nooit vergeten. Is dat romantisch, of niet?!
Een gedeelte van al die spullen kregen wij, en een ander gedeelte bewaarde hij onder de grote rhododendron in onze tuin. Wij noemden dat zijn rovershol.
Iets verderop woonden mensen met vijf katten, en een jong dochtertje.
Pop heeft ons door de jaren heen een flinke verzameling van haar speelgoed gebracht. Veel plastic boerderijdiertjes; koeien, een paard, de boer zelf – alles zat erbij.
Speelgoedautootjes vond hij ook geweldig. Maar eigenlijk pikte hij alles wat klein en draagbaar was.
Ik bracht die spulletjes terug. En Pop nam ze gewoon wéér mee, naar ons toe. Uiteindelijk werd het speelgoed bij de echte eigenaresse thuis in een soort hangende netten opgeborgen, en kon Pop er niet meer bij.
Toen ik een plastic tas vol speelgoed waar Pop, Beer en Mol nooit mee speelden aan die vijf katten gaf, heeft Pop één voor één alles weer mee naar huis genomen. Met trouwens ook nog wat kattenspulletjes die eerst niet van hem waren, haha!
Hij is daar weken mee bezig geweest. Toen het speelgoed weer hier was keek hij er niet meer naar om. Het ging hem er alleen maar om dat het ZIJN speelgoed was.
Strategisch

Soms bracht Pop een week lang elke dag ronde stukjes brood mee, dan weer kunstig gesneden appel. Allemaal uit de keuken van het restaurant tegenover ons. Wat er daar op het menu stond kregen wij ook.
Zijn grootste vangst heeft hij in die keuken gedaan. Samen met een andere kater, Otje.
Pop en Otje hebben een gigantische vissenkop naar onze tuin gesleept, en onder de rhododendron verstopt. Ik merkte dat er iets aan de hand was met die twee. Ze waren daar in de schaduw aan het sjouwen en duwen. Logisch, want die kop was bijna net zo groot als Otje zelf!
Pop was nooit echt bescheiden, en hij was zelf altijd nog wel het meest enthousiast over zijn prooien.
Hij zette de cadeaus ook strategisch in: als hij vond dat hij meer eten moest hebben ging hij buiten iets “vangen” en kwam dat brengen. Hij legde met een heel lief mauwtje een steentje voor je neer, duwde dat met een pootje naar je toe en zat naar je te knipperen. Wij zeiden natuurlijk dat hij een echte tijger was, en hoe knap we het vonden. Dan bleef hij nog even bij je staan, gaf kopjes en miauwde zachtjes. En liep vervolgens naar zijn etensbakje. Likte de lege bodem RASP RASP, en kwam weer naar je toe lopen. Tikte tegen dat steentje. Om te laten weten dat hij na zo’n prachtig cadeau toch wel iets lekkers verdiende. En zeg dan nog maar eens Nee.
Inderdaad, dat lukte dus ook niet.
Speciale miauw
Pop ving ook nog vogels, muizen, ratten, motten, rupsen en regenwormen. Het was dus altijd spannend als we hem met zijn speciale miauw binnen hoorden komen.
Op een dag kwam Pop met iets binnenrennen. Rende door naar de woonkamer en legde iets op het kleed. Gaf er een paar tikken tegen. Ik schrok, want ik dacht dat er weer een halfdood beest lag. Ging kijken, maar herkende in eerste instantie niet wat het was.
Toen zag ik dat het een inlegkruisje was. Nog helemaal nieuw, gelukkig.
Er staat hier nog een vaasje met veren en plastic bloemen die we van Pop hebben gekregen. Een klein plastic aapje staat nog steeds op zijn grafje in de tuin. En zelfs nu nog kom ik af en toe gestolen spulletjes tegen in de tuin. Een wieltje van een atuootje, een legoblokje.
Die bewaar ik. Ik zie ze als een kleine groet van ons zwartwitte (harten)diefje.
Mevrouw (Pop/Beer/Molly/Bolle/Billy/)Kever
Toen ik dinsdag opstond was alles nog normaal, ik kreeg knuffels en brokjes, en daarna ging ik mijn tuin in om te kijken of alles in orde was, de lucht was grijs, dat vond ik jammer, daarom ging ik wel vijf of zes keer kijken of er niet toch nog ergens een beetje zon was, maar nee, de zon kwam die dag niet, dus ging ik maar naar binnen, en toen merkte ik het: mijn mensen deden anders dan anders, ik zag ook dat in het gangetje dingen waren weg gehaald, ik moest er een beetje van tetteren, mijn vrouw aaide me maar ik merkte dat ze er met haar aandagt niet bij was, ik werd er nerfeus van en kroop in mijn kerstmand onder het bed, want ik foelde dat er iets op het PUNT stond te gebeuren.
Keetel
In de tuin
Mijn vrouw zegt weleens dat ik een soort zwart gat voor knuffels en brokjes ben, ik snapte eerst niet wat ze daarmee bedoelde, ik dacht meteen aan die gaten in het gras in mijn tuin.
Nee, zei mijn vrouw, zwarte gaten zijn plaatsen in de ruimte die alles om zich heen opslokken en niet meer los laten, toen snapte ik het nog niet helemaal, want ik ben toch niet in de ruimte, bij de sterren?, ik ben altijd gewoon hier in mijn huis en in mijn tuin!, toen legde mijn vrouw me uit dat ze maar alsof bedoelde, dat ik niet echt een zwart gat ben maar dat het soms zo lijkt, omdat ik nooit genoeg eten en knuffels en aandagt kan krijgen, en toen snapte ik haar PUNT.
ze lachen en ze zeggen dat ik net zo veel knuffels geef als ik krijg, dat ik een hele grote lieve schat ben die altijd kusjes en kopjes en neusjes geeft, dat het niet klopt van dat zwarte gat, want iets wat daar in gaat kan er nooit meer uit, dus dat ik niet zo een gat ben maar gewoon Kever, Kever die altijd tettert en knuffelt en honger heeft, en dat ze niet willen dat ik ooooit verander, en ik denk ook niet dat ik dat doe hoor, met zo een streepPUNT!
Katten zijn geweldige dieren. Ik zou zelf niks nadeligs over ze kunnen bedenken.




Ik heb al een paar keer op het bankje gelegen, in de zon, heerlijk is dat, ik klim altijd op de stoel van Bolle, dat hoort nau eenmaal zo, eerst ga ik rechtop staan om aan de stoel te krabben en dan pas ga ik zitten, daarna ga ik over mijn gras rennen, en weet je wat gesellig is?, elke dag komt de zoon van Bolle langs, hij woont een heel stuk verderop, hij zit op het dak want hij kan niet meer in de tuin, mijn mensen klimmen op het kattenhuisje om hem even te aaien en af en toe krijgen we SAMEN een snekkie, ik ga binnen staan tetteren als mijn mensen niet zien dat Mikkie er is, zodat mijn mensen het weten en eventjes meekomen, als het waait of regent gaat Mikkie stiekem in de tuin naast mij zitten, ik tetter zachtjes en steek mijn neus door het gaaaaas en raak daarmee het PUNTje van de neus van Mikkie aan.
dat er dingen zijn waar je niet zoveel aan kan doen, dat je maar af moet wachten wat er gaat gebeuren, zo is de tuin, en het leefe, en zo is de toekomst ook, het is een ferrassing, eigenlijk is het net alsof je een kadoo krijgt, en een PUNTje van het papier optilt om te kijken wat het is.